Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 8 van de 57 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Contractenrecht, alle belangrijke stof, literatuur en arresten

Document preview thumbnail
Voorbeeld 8 van de 57 pagina's

Volledige samenvatting van de tentamenstof van contractenrecht jaar 20/21. Zelf een 9 gehaald hiermee.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting
Contractenrech
t

,Blok I: Totstandkoming en inhoud van de overeenkomst
 Hoorcollege 1: Inleiding Contractenrecht en totstandkoming overeenkomst
 Werkcollege 1: Precontractuele fase en uitleg van overeenkomsten
 Werkcollege 2: Algemene voorwaarden en oneerlijke bedingen
 Hoorcollege 2: Contractsvrijheid, algemene voorwaarden en (Europeesrechtelijke)
eerlijkheidsnormen


Blok II: Niet nakoming van de overeenkomst en
remedies
 Werkcollege 3: Niet-nakoming van overeenkomsten, deel I
 Werkcollege 4: Niet-nakoming van overeenkomsten, deel II
 Hoorcollege 3: Overzicht remedies, onvoorziene omstandigheden, opzegging en wijziging van
de overeenkomst
 Hoorcollege 4: Remedies bij bijzondere overeenkomsten


Blok III: De grenzen van de overeenkomst
 Werkcollege 5: Volmacht, vertegenwoordiging en lastgeving
 Werkcollege 6: Derdenwerking van contractsbedingen
 Hoorcollege 5: Samenhangende rechtsverhoudingen
 Hoorcollege 6: Redelijkheid en billijkheid in het contractenrecht

,Hoorcollege 1
Literatuur
 Hijma e.a., nrs. 3-45 en 52-76, 260-284.
 M. Schaink, ‘Uitleg van commerciële contracten en de entire agreement clause’, AA 2015-
7/8, p. 632-639.
 W.L. Valk, ‘Verder denken over uitleg van rechtshandelingen: kan het eenvoudiger?’, NJB
2018/160, afl. 27, p. 1950-1957.

Jurisprudentie
 Haviltex
 Pensioenfonds/Fox
 Lundiform B.V./Mexx Europe B.V.
 FNV c.s./Condor


Hijma 3-45, 52-76 en 260-274

Algemene inleiding
De rechtshandeling
Wat is nodig voor een rechtshandeling?
Art. 3:33 BW: Een rechtshandeling vereist een op rechtsgevolg gerichte wil, die zich door een
verklaring heeft geopenbaard. (wilsverklaring)

Rechtshandeling  gericht op een of meer rechtsgevolgen.

Rechtshandelingen versus andere handelingen
Lopen, lezen van de krant etc zijn geen rechtshandelingen  ze zijn niet gericht op een rechtsgevolg.
Een ruit ingooien  negatief geaard  onrechtmatige daad. Het gedrag is hier op puur feitelijk
gevolg gericht (verbrijzeling van de ruit), terwijl het recht er uit eigen beweging een verbintenis aan
koppelt.

Autonomie  de bevoegdheid van elk individu om de eigen rechtspositie te bepalen.

Meerzijdige en eenzijdige rechtshandelingen
Meerzijdig  Meer dan één persoon  bv. Overeenkomst
Eenzijdige  Testament, vernietiging, opzegging huurcontract etc.
o Eenzijdig gerichte  ander fungeert uitsluitend als geadresseerde.
o Eenzijdig niet-gerichte  testament, aanvaarding erfenis etc. (zie ook 3:32 lid 2 BW)

Alle rechtshandelingen  titel 3.2, art. 3:32-59 van toepassing

De (obligatoire) overeenkomst
Een overeenkomst in de zin van titel 6.5 is een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer
partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan (art. 6:213 lid 1)

Verbintennisscheppend (obligatoir) karakter (art 7.1 BW):
verkoper  moet zaak leveren

,koper  koopprijs betalen



Gelaagde structuur:
Algemeen deel  boek 3 titel 2
Aanvullende bepalingen  boek 6 titel 5

Meerpartijenovereenkomst  zie 6:213 lid 2 BW

Bijzondere overeenkomsten  boek 7 BW
o Koopovereenkomst
o Arbeidsovereenkomst
o Huurovereenkomst

Gemengde overeenkomst  meer bijzondere overeenkomsten zijn op betreffende overeenkomst
mogelijk, zij zijn dan naast elkaar toepasselijk. (behalve  zie 6:215)

Wederkerige overeenkomst: elk van beide partijen neemt een verbintenis op zich ter verkrijging van
de prestatie waartoe de wederpartij zich daartegenover jegens haar verbindt. (6:261 lid 1 BW).
Tegenovergestelde van eenzijdig.

Overeenkomst onder bezwarende titel  anders dan om niet (gratis)

Grondbeginselen van contractenrecht
o De contractsvrijheid
o De vormvrijheid (consensualisme)
o De verbindende kracht van overeenkomsten (pacta sunt servanda)

Contractsvrijheid
Dit houdt in dat het partijen vrijstaat een overeenkomst te sluiten met wie zij wensen, met de inhoud
welke zij wensen, en op het moment dat zij wensen.
Echter beperking  3:40 BW (dwingend recht)

Vormvrijheid (consensualisme)
Art. 3:37 lid 1: tenzij ander is bepaald, kunnen verklaringen in iedere vorm geschieden, en kunnen zij
in een of meer gedragingen besloten liggen.

Verbindende kracht (pacta sunt servanda)
“belofte maakt schuld”
Is subtiel neergelegd in 6:248 lid 1 BW.

Partijen in hun hoedanigheid
Zie bijvoorbeeld 6:228 (dwaling). Als de koper iets koopt bij een deskundige zal deze hierop mogen
vertrouwen.

Derogerende werking
Het afwijken van een wettelijke bepaling. Als een bepaling in een overeenkomst tussen partijen
buiten toepassing wordt gelaten omdat in het specifieke geval toepassing in strijd met de
redelijkheid en billijkheid wordt gehandeld, noem men dat ook wel de derogerende werking
(beperkende werking) van de redelijkheid en billijkheid.

,H2: Totstandkoming
Het tot stand komen van rechtshandelingen
22. Totstandkoming als ontstaansfeit.
De rechtshandeling als wilsverklaring
3:33 BW: Een rechtshandeling vereist een op een rechtgevolg gerichte wil die zich door een
verklaring heeft geopenbaard.

25. Bescherming vertrouwen
Bescherming van het vertrouwen van hen die bij de rechtshandeling betrokken zijn (als wederpartij,
geadresseerde of derde), is om die reden een tweede leidend beginsel van de regeling van de
totstandkoming, zoals dat met name tot uitdrukking komt in art. 3:35 en 3:36 BW.

26. De verklaring
Art. 3:37 lid 1 geeft uitdrukking aan het beginsel van het consensualisme: een wilsverklaring kan in
iedere vorm geschieden, is regel; dat een bijzondere vorm in acht moet worden genomen is
uitzondering. Wat het gevolg is van de overtreding van een wettelijk vormvoorschrift, bepaalt art.
3:39.

27. Stilzwijgende wilsverklaringen
Volgens art. 3:37 lid 1 kunnen verklaringen ook in een of meer gedragingen besloten liggen.
Bijvoorbeeld dus ook handgebaar of hoofdknik. Ook “niets doen” kan afhankelijk van de context de
betekenis van een rechtshandeling hebben. Steeds hangt het ervan af wat de wederpartij in de
gegeven omstandigheden uit het gedrag redelijkerwijs mocht afleiden.

28. Toerekening van verklaringen
Art. 3:37 lid 4: wanneer een communicatiemiddel of bode een verklaring onjuist overbrengt, geldt de
verminkte verklaring niettemin als een verklaring van de afzender.
(vaak wordt dit echter bestreden door een beroep op gerechtvaardigd vertrouwen, art. 3:35 BW)

29. Ontvangsttheorie
Art. 3:37 lid 3 BW: ‘Een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring moet, om haar werking te
hebben, die persoon hebben bereikt’.

Centavos/Stichting Nieuwenhuis  de verklaring is door de verzender verzonden naar een adres
waarvan hij redelijkerwijs mocht aannemen dat de geadresseerde aldaar door hem kon worden
bereikt, en dat de verklaring aldaar is aangekomen.

Maatstaf is dus of de afzender op grond van verklaringen of gedragingen (bijvoorbeeld eerdere
correspondentie op datzelfde adres) van de geadresseerde mocht aannemen dat deze op het adres
kon worden bereikt.

Het moment van bereiken is voor het tijdstip waarop de verklaring haar werking krijgt beslissend.

Voor het geval van een niet of niet tijdig ontvangen aanvaarding, gaat art. 6:224 uit van het tijdstip
waarop de aanvaarding zonder de storende omstandigheid zou zijn ontvangen.

30. Het intrekken van een verklaring

,Een verklaring die nog niet is ontvangen, kan men intrekken door haar met een door een sneller
communicatiemiddel overgebrachte verklaring in te halen. Deze verklaring moet dan eerder of
tegelijktijdig worden bereikt met de ingetrokken verklaring (art. 3:37 lid 5 BW).


31. De wilsvertrouwensleer
De verklaring moet de uitdrukking zijn van een op een rechtgevolg gerichte wil.
In die gevallen waarin wil en verklaring niet uiteenlopen, de handelende persoon dus juist dat heeft
verklaard wat hij beoogde, doen zich geen moeilijkheden voor: op grond van art. 3:33 komt de
rechtshandeling tot stand.

Stel wil en verklaring komen niet overeen  volgens 3:35 gaat de uiterlijke schijn van de verklaring
boven de interne wil van de handelende persoon, voor zover de wederpartij er gerechtvaardigd op
heeft vertrouwd dat de verklaring welgemeend was. Vertrouwde de wederpartij gerechtvaardigd?
Dan komt een rechtshandeling tot stand.

34. Oneigenlijke dwaling
Partijen hadden een onjuiste voorstelling (‘dwaalden’) omtrent de inhoud van de door het
uitgewisselde verklaringen. Er wordt bijvoorbeeld door beide partijen een andere betekenis gegeven
aan een begrip.

Oneigenlijke dwaling dient met te onderscheiden van eigenlijke dwaling (6:228 BW). In het geval van
oneigenlijke dwaling heeft de verkeerde veronderstelling van de dwalende betrekking op de
betekenis van de door hem afgelegde verklaring, in het geval van art. 6:228 slechts op de
eigenschappen van het object waarop de afgelegde verklaring betrekking heeft of van de persoon tot
wie de verklaring zich richt; in het geval van 6:228 BW stemmen wil en verklaring dus overeen.

35. Gevallen van oneigenlijke dwaling
o De inhoud van de verklaring berust op een verspreking of verschrijving.
o Totstandkoming van rechtshandeling hangt hierbij vanaf of de wederpartij
gerechtvaardigd mocht vertrouwen (3:35 BW).
o De inhoud van de verklaring wordt onjuist overgebracht door communicatiemiddel of bode.
o Zie 3:37 lid 4 en wederom gerechtvaardigd vertrouwen (3:35 BW)
o De inhoud van de verklaring wordt door partijen verschillend opgevat als gevolg van
dubbelzinnig woordgebruik (misverstand).
o Zie Bunde/Erckens.
o Zie ook weer gerechtvaardigd vertrouwen (3:35 BW)
o Kunnen beide partijen zich niet beroepen op 3:35 BW, dan komt er geen
overeenkomst tot stand, art. 6:217 BW
o De verklaring richt zich tot een door de afzender niet bedoeld persoon (afdwaling).
o Art. 3:35

36. Geestelijke stoornis
3:34 lid 1: Heeft iemand wiens geestvermogens blijvend of tijdelijk zijn gestoord, iets verklaard, dan
wordt een met de verklaring overeenstemmende wil geacht te ontbreken, indien de stoornis een
redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette, of indien de verklaring onder
invloed van die stoornis is gedaan.

Ziet op alle vormen van geestelijke stoornis, dus ook dronkenschap.

37. Verhouding tot curatele

,Geestelijke stoornis is een grond voor ondercuratelestelling (1:378 lid 1). Dit leidt tot
handelingsonbekwaamheid (1:381 lid 2). Handelingsonbekwaamheid is ex art. 3:32 een zelfstandige
grond van vernietigbaarheid of nietigheid van rechtshandelingen. Voor de geestelijk gestoorde die
onder curatele staat, heeft art. 3:34 derhalve in beginsel geen betekenis.

3:35 biedt ook geen soelaas in gevallen van handelingsonbekwaamheid.
De bewijsvoering in het geval van geestelijke stoornis
Er moet worden bewezen dat er ten tijde van het verrichten van de rechtshandeling inderdaad een
geestelijke stoornis aanwezig was (3:34 lid 1, aanhef).
Daarnaast moet ook het verband tussen stoornis en verklaring worden aangetoond.

Tweede zin van lid 1: Indien de gestoorde aantoont dat de rechtshandeling voor hem nadelig was,
wordt de verklaring vermoed onder invloed van de stoornis te zijn gedaan, behalve als het op dát
tijdstip redelijkerwijs was te voorzien. Dit laatste wordt bewezen via objectieve maatstaven.
Zie Eelman/Hin arrest.

De tegenpartij kan zich weer beroepen op gerechtvaardigd vertrouwen (3:35 BW)

39. Wie kan zich op uiteenlopen van wil en verklaring beroepen?
Bij 3:34 alleen de gestoorde.
Wel kan degene die ontdekt dat de jegens hem afgelegde verklaring onder invloed van een
geestelijke stoornis was, een redelijk termijn stellen waarbinnen vernietiging moet plaatsvinden
(3:55 lid 2)

40. Gerechtvaardigd vertrouwen
3:35 vereist: (a) een verklaring of gedraging van de persoon aan wie de wederpartij het vertrouwen
tegenwerpt; die (b) door de wederpartij is opgevat als een tot haar gerichte verklaring van een
bepaalde strekking; en die (c) de wederpartij onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs zo
mocht opvatten.

41. Goede trouw en onderzoeksplicht
Dat de wederpartij gerechtvaardigd moet hebben vertrouwd, betekent niets anders dan dat zij te
goeder trouw moet zijn geweest in de zin van art. 3:11: zij kende het wilsdefect niet en behoefde het
ook niet te kennen. Goede trouw veronderstelt dat men naar de ware bedoeling van de ander
onderzoek doet, indien en voor zover daarvoor in de gegeven omstandigheden aanleiding bestaat.
(Denk aan plaats (bijv cafe), prijs etc)

45. De rol van de wilsvertrouwensleer bij uitleg
Haviltex: het komt aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en
gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten
verwachten.

Het tot stand komen van overeenkomsten
52. Regeling in art. 6:217-225 BW
Er zijn voor het tot stand komen van de overeenkomst 2 wilsverklaringen nodig: aanbod en
aanvaarding.

Het overgrote deel is aanvullend recht.  6:217 lid 2

56. Het aanbod
57. Wat is een aanbod?

, Van een aanbod is eerst sprake wanneer een voorstel tot het sluiten van een overeenkomst wordt
gedaan, dat alle essentiële elementen van die overeenkomst bevat, en op grond waarvan de
wederpartij met een enkel ‘ja’- de aanvaarding – de overeenkomst tot stand kan doen komen

Essentiële elementen bij koopovereenkomst  soort en hoeveelheid (6:227 BW)
Aanbod  eenzijdig gerichte rechtshandeling.

58. Het openbare aanbod
Gericht tot een publiek: advertenties, reclame borden etc. In beginsel zelfde regels als niet-openbaar
aanbod. Echter dunne grens tussen dit en aanbod om in onderhandeling te treden.

59. De uitnodiging om in onderhandeling te treden
Hier is sprake van als bijvoorbeeld aan het bepaalbaarheidsvereiste in 6:227 niet is voldaan. Of een
enkel ‘ja’ volstaat niet.
Hofland/Hennis Advertentie waarin een individueel bepaalde zaak voor een bepaalde prijs te koop
wordt aangeboden: een dergelijke advertentie leent zich er in beginsel niet toe om door eventuele
gegadigden anders te worden opgevat dan als een uitnodiging om in onderhandeling te treden,
waarbij – aldus de Hoge Raad – niet alleen prijs en eventuele verdere voorwaarden van de koop
(bijvoorbeeld opleveringstermijn), maar ook de persoon van de gegadigde van belang kunnen zijn.
o Een individueel bepaalde zaak is dít huis, dít schilderij, déze vulpen (in tegenstelling tot een
vulpen van een bepaalde soort).

61. De aantastbaarheid van het aanbod
Volgens art. 6:218 is een aanbod geldig, nietig of vernietigbaar overeenkomstig de regels voor
meerzijdige rechtshandelingen. (dit voorkomt dat ie moet wachten op een aanvaarding).
Vernietigbaarheid van dwaling (6:228) en voortbouwende overeenkomst (6:229) zijn ook van
toepassing.

62. De herroepelijkheid van het aanbod
Een aanbod kan niet meer worden herroepen wanneer het intussen is aanvaard. Door aanvaarding is
een overeenkomst tot stand gekomen, waaraan de aanbieder, behalve bij een vrijblijvend aanbod,
zich niet eenzijdig kan onttrekken.

Art. 6:219 BW  onherroepelijk aanbod. De aanbieder wordt aan zijn aanbod gehouden; dat hij ten
tijde van de aanvaarding geen overeenkomst meer wil, doet niet ter zake.

64. Wanneer is een aanbod onherroepelijk?
6:219 lid 1  Een aanbod is onherroepelijk indien het een termijn voor de aanvaarding inhoudt of de
onherroepelijkheid ervan op andere wijze uit het aanbod volgt. Bv. Vooraf is duidelijk dat de
wederpartij enige tijd nodig zal hebben voor het maken van berekeningen, eer van haar een
beslissing kan worden verwacht.

Een aanbod dat niet herroepelijk is, is herroepelijk, maar niet meer nadat een verklaring houdende
aanvaarding is verzonden (art. 6:219 lid 2, eerste zin). Vanaf het moment dat de aanvaarding ‘op de
bus zit’, behoeft de wederpartij van de aanbieder met de mogelijkheid van herroeping dus geen
rekening meer te houden. Dat de aanbieder de herroeping eventueel eerder heeft verzonden dan
zijn wederpartij de aanvaarding, verandert daar niets aan. De herroeping sorteert pas effect op het
moment dat zij wordt ontvangen (art. 3:37 lid 3)

Het moment van verzending van de aanvaarding is slechts bepalend voor de herroepelijkheid van het
aanbod; de overeenkomst komt eerst tot stand op het moment dat de aanbieder de tot hem gerichte
aanvaarding ontvangt (art. 3:37 lid 3).

Gekoppeld boek
 image
Jac. Hijma, C.C. van Dam Rechtshandeling en Overeenkomst
Uitgever: 2019-08-08 ISBN: 9789013151732 Druk: 9

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
13 januari 2021
Aantal pagina's
57
Geschreven in
2020/2021
Type
Samenvatting
€10,98

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
karel1
3,0
(1)
Verkocht
2
Volgers
1
Items
1
Laatst verkocht
1 jaar geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen