De vijf belangrijkste interpretatiemethodes:
Grammaticale interpretatie: uitleg naar het dagelijks of juridisch spraakgebruik.
Wetshistorische interpretatie: uitleg naar wat de wetgever voor ogen heeft
gestaan zoals dat op te maken valt uit de parlementaire geschiedenis. In de
overwegingen wordt dan verwezen naar de stukken destijds zoals de memorie
van toelichting, kamerstukken en handelingen.
Systematische interpretatie: uitleg, wetten zijn meestal min of meer
systematisch opgezet. De precieze betekenis van een bepaalde bepaling kan
daarom soms ook worden achterhaald door deze te bezien in de samenhang
met andere bepalingen in dezelfde wet.
Rechtshistorische interpretatie: uitleg, waarbij gekeken wordt naar de
rechtsstelsels waaruit de betreffende bepaling voortkomt (het oudvaderlandse
recht, het oud BW, het oude Franse recht, het Romeinse recht e.d.).
Anticiperende interpretatie: uitleg, aansluitend bij de betekenis van de
betreffende bepaling in een nieuwe reeds tot stand gekomen, maar nog niet
van kracht zijnde wet.
Teleologische interpretatie: uitleg naar strekking van de wet, de functie van de
wet in het HUIDIG tijdsgewricht.
Rechtsvergelijkende interpretatie: uitleg, aansluitend bij de betekenis van de
betreffende bepaling in een buitenlands rechtsstelsel (Duits recht, Angelo-
Amerikaans recht).
Verdragsconforme interpretatie: aan de wet wordt een van de wil van de
wetgever afwijkende betekenis gegeven conform ieder verbindend
verdragsrecht. De rechter legt de wettelijke bepaling uit in de lijn van het
verdrag.
Wat houdt extensieve uitleg en restrictieve uitleg in?
Extensieve uitleg: resultaat van interpreteren is ruimer.
Restrictieve uitleg: resultaat van interpretatie is beperkter.
Bij de aanvulling van de wet staat de rechter haar keuze een drietal
redeneerwijzen ten dienste, welke?
Redenering naar analogie: rechter kijkt naar gelijkenissen tussen de zaken.
Voorbeeld huur, & koop/ huur & schenking (is hetzelfde).
Redenering a contrario: tegenovergestelde, oude wet, vrouw niet opnieuw
trouwen in 306 dagen door afstamming. Geldt niet voor een man.
Rechtsverfijning: door de rechter als hulpmiddel gebruikt als de wettelijke
bepaling te algemeen opgesteld is en het billijk is om een uitzondering op
deze algemene regel te maken. Deze gedachte is nu in art. 6:101 BW
vastgelegd. In beginsel bij OD schade vergoeden, maar als benadeelde ook
een aandeel hierin heeft gehad is het billijk dat hij ook schade mee moet
betalen.
Grammaticale interpretatie: uitleg naar het dagelijks of juridisch spraakgebruik.
Wetshistorische interpretatie: uitleg naar wat de wetgever voor ogen heeft
gestaan zoals dat op te maken valt uit de parlementaire geschiedenis. In de
overwegingen wordt dan verwezen naar de stukken destijds zoals de memorie
van toelichting, kamerstukken en handelingen.
Systematische interpretatie: uitleg, wetten zijn meestal min of meer
systematisch opgezet. De precieze betekenis van een bepaalde bepaling kan
daarom soms ook worden achterhaald door deze te bezien in de samenhang
met andere bepalingen in dezelfde wet.
Rechtshistorische interpretatie: uitleg, waarbij gekeken wordt naar de
rechtsstelsels waaruit de betreffende bepaling voortkomt (het oudvaderlandse
recht, het oud BW, het oude Franse recht, het Romeinse recht e.d.).
Anticiperende interpretatie: uitleg, aansluitend bij de betekenis van de
betreffende bepaling in een nieuwe reeds tot stand gekomen, maar nog niet
van kracht zijnde wet.
Teleologische interpretatie: uitleg naar strekking van de wet, de functie van de
wet in het HUIDIG tijdsgewricht.
Rechtsvergelijkende interpretatie: uitleg, aansluitend bij de betekenis van de
betreffende bepaling in een buitenlands rechtsstelsel (Duits recht, Angelo-
Amerikaans recht).
Verdragsconforme interpretatie: aan de wet wordt een van de wil van de
wetgever afwijkende betekenis gegeven conform ieder verbindend
verdragsrecht. De rechter legt de wettelijke bepaling uit in de lijn van het
verdrag.
Wat houdt extensieve uitleg en restrictieve uitleg in?
Extensieve uitleg: resultaat van interpreteren is ruimer.
Restrictieve uitleg: resultaat van interpretatie is beperkter.
Bij de aanvulling van de wet staat de rechter haar keuze een drietal
redeneerwijzen ten dienste, welke?
Redenering naar analogie: rechter kijkt naar gelijkenissen tussen de zaken.
Voorbeeld huur, & koop/ huur & schenking (is hetzelfde).
Redenering a contrario: tegenovergestelde, oude wet, vrouw niet opnieuw
trouwen in 306 dagen door afstamming. Geldt niet voor een man.
Rechtsverfijning: door de rechter als hulpmiddel gebruikt als de wettelijke
bepaling te algemeen opgesteld is en het billijk is om een uitzondering op
deze algemene regel te maken. Deze gedachte is nu in art. 6:101 BW
vastgelegd. In beginsel bij OD schade vergoeden, maar als benadeelde ook
een aandeel hierin heeft gehad is het billijk dat hij ook schade mee moet
betalen.