Tweede kamerleden en bewindspersonen (regering, vaak onderdeel van kabinetsvoorstel)
zijn bevoegd om een wetsvoorstel in te dienen.
Grondrechten zijn allemaal gelijk, maar kunnen daardoor botsen, dan moet rechter kiezen
welke zwaarder weegt.
Grondrechten zijn niet absoluut: Iemands grondrecht kan worden beperkt als diegene
iemand schade ermee berokkent (vrijheid van meningsuiting, maar je mag niet alles
zeggen).
Grondrechten staan niet bovenaan in de hiërarchie van rechtsregels in Nederland,
internationale mensenrechten staan bovenaan.
Functies van het recht:
Het scheppen van sociale orde (rechtszekerheid)
Het bevorderen van vreedzame conflictbeslechting (denk aan het strafrecht)
Individuele ontplooiing van burgers.
Door mensenrechten en sociale grondrechten.
Rechtvaardige verdeling van diensten en goederen
Het kanaliseren van sociale verandering.
Vaak is sociale verandering al een tijdje aan de gang en dan moet er daarna een
wet komen.
Trias politica
= Machtenspreiding
Wetgevende macht
Bestuur (uitvoerende macht)
Rechtsprekende macht
De trias politica is niet zo gescheiden meer, daarom spreken we van een
machtenspreiding tegenwoordig. Zie bijv. de Toeslagenaffaire, waarin je ziet dat de
machten elkaar versterken ipv controleren.
In veel landen om ons heen worden allemaal leken ingezet (jury’s) of mensen uit andere
disciplines. In NL alleen juristen.
Soorten regels:
Gedragsnormen: regels die gedrag gebieden, verbieden of toestaan
Sanctienormen: wat er gebeurt als je je niet aan de gedragsnorm houdt
Bevoegdheidsverlenende normen: geven staatsorganen bepaalde macht
Bijv. de kinderrechter mag een minderjarige onder toezicht stellen …
Positief recht: het recht dat is vastgesteld of erkend binnen een bepaalde
gemeenschap (dus contextafhankelijk).
Ideale recht: recht wat men wens en nastrevenswaardig vindt (verschilt aan wie je het
vraagt)
Overeenkomstig ideaal recht = rechtvaardig
Overeenkomstig positief geldend recht = rechtmatig
Gelding: rechten en plichten voor bepaalde groep personen
Effectiviteit:
Naleving: met alcohol op een lege snelweg rijden is niet per se gevaarlijk en dus is
naleving niet per se effectief. Maar wat gebeurt er als die wetten er niet zijn?
,Of het gewenste doel wordt bereikt is belangrijk. daarom wetten met hoofddoelen en
subdoelen.
Belangrijk om terug te kijken en te analyseren of de wet ‘effectief’ is geweest. Bijv. bij de
Jeugdzorg kwam telkens na een nieuwe wet alweer een nieuw wetgevingstraject, bleef
dus maar in cirkels draaien.
Objectief recht: ‘het’ recht (law)
Subjectieve rechten: ‘mijn’ rechten (en plichten) (rights)
2 kanten van het subjectieve recht: voor de rechthebbende betekent het een ‘mogen’, en
anderen moeten dat respecteren.
Botsing van grondrechten in SGP-zaak. Gelijkheidsbeginsel tegenover vrijheid van
godsdienst.
Dwingend recht: regels waar betrokkenen niet vanaf mogen wijken
Aanvullend recht: partijen zijn bevoegd een eigen regeling vast te stellen, bijv. door
een overeenkomst te sluiten.
Formeel recht: primair procesrecht, regels die bepalen hoe het materiële recht moet
worden gehandhaafd. Simpel: hoe werkt een rechtszaak?
Strafrecht – Wetboek van Strafvordering
Privaatrecht – Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering
Materieel recht: inhoud van rechten, plichten en bevoegdheden
Strafrecht – Wetboek van Strafrecht
Privaatrecht – Burgerlijk Wetboek
Dit onderscheid is niet absoluut. Kijk altijd naar de inhoud van de rechtsregel. Binnen
bepaalde wetten soms verschillende leden, de een formeel de ander materieel.
Rechtsgebieden
Publiekrecht (verticaal Privaatrecht (horizontaal, Functionele
tussen overheid-burger) tussen burgers onderling) rechtsgebieden
(elementen van beide)
Staatsrecht Persoon en familierecht Jeugdrecht (bestaat uit
strafrecht (=publiek) en
jeugdbescherming
(=privaat)
bestuursrecht Vermogensrecht Gezondheidsrecht
strafrecht Erfrecht
Staatsrecht: regels die bepalen wat overheidsinstanties mogen doen. Belangrijkste
staatsrechtelijke regelingen zijn het Statuut en de Grondwet.
Klassieke grondrechten: garanderen de burger sfeer waarin de overheid niet zomaar
mag intreden. Bijv. vrijheid van meningsuiting
Sociale grondrechten: vraagt van de overheid om op te treden
Bestuursrecht: rechtsverhouding tussen een bestuursorgaan en de burger
Strafrecht:
Strafrechtelijk legaliteitsbeginsel: in de strafwet moet zo nauwkeurig mogelijk worden
opgeschreven welk gedrag strafbaar is.
Privaatrecht Publiekrecht
, Rechtsverhouding Nevengeschikt Ondergeschikt (overheid
boven burger)
Belang Eigen belang Algemeen belang
Aard Wisselend Dwingend
Rol vd rechter Lijdelijk (partijen bepalen Actief (rechter moet aan
de omvang van het geschil. waarheidsvinding doen,
Rechter reageert op wat wat is er gebeurd?)
partijen aandragen)
Internationaal recht:
- volkenrecht
- Recht mbt internationale organisaties
Nationaal recht:
- primair recht dat intern gelding heeft
Formele (nationale) rechtsbronnen
1. Wet
2. Jurisprudentie
3. Ongeschreven recht: gewoonterecht en ongeschreven rechtsbeginselen
Wil er sprake zijn van gewoonterecht, moet er voldaan zijn aan 2 voorwaarden:
Materiële voorwaarde (usus): mensen moeten zich hier volgens gedragen
Intellectuele voorwaarde: men behoort zich zo te gedragen, wordt dat niet
gedaan, dan wordt dat afwijkende gedrag vaak bekritiseerd met beroep op de
gewoonterechtelijke regel.
Ongeschreven rechtsbeginselen: rechtsbeginsel is een regel die als maatstaf functioneert
voor gedrag, bijv. eerlijkheid/rechtvaardigheid.
Internationaal:
1. Verdragen
2. Besluiten van organisaties
3. Internationale jurisprudentie
4. Ongeschreven recht
5. Doctrine
Rechter in eerste aanleg: eerste rechter die zich over een zaak buigt (rechtbank)
Strafzaken: Openbaar Ministerie doet tenlastelegging tegen de verdachte
(tenlastelegging)
Bestuursrecht: burger (eiser) VS een bestuursorgaan (verweerder) (beroepschrift)
Privaatrecht: 2 soorten procedures
- Dagvaarding: eiser dient een dagvaarding in tegen de gedaagde. Als gedaagde
ook een claim indient noem je dat een eis in reconventie
- Verzoekschrift: de verzoeker tegen de verweerder.
Beslissing van de rechter heet in:
In strafrecht en privaatrecht: vonnis
In bestuursrecht: uitspraak
Kennisclip jurisprudentieanalyse – de rechtbank
Verslag rechtszaak als volgt opgebouwd:
- Formele gegevens
- Partijen
- Feiten