Nederlands KB toets 1
Mondelinge taal kan een middel zijn bij andere onderwijsactiviteiten, maar ook het
hoofddoel van onderwijsactiviteiten. Een aantal belangrijke uitgangspunten voor de
didactiek van onderwijs in mondelinge taal aan jonge kinderen die ook voor het onderwijs
van oudere kinderen gelden zijn belangrijk. De volgende punten aan mondelinge taal zijn
belangrijk:
- Zorg voor verbinding.
- Neem alle leerlingen serieus.
- Streef heldere doelen na.
- Zet de taalgroeiende middelen bewust in.
- Gebruik spelsituaties om in gesprek te gaan met leerlingen.
- Gebruik materialen.
- Stimuleer alle leerlingen.
- Geef positieve feedback.
- Houd rekening met verschillen in taalgebruik.
- Wees je ervan bewust dat jij een model bent voor leerlingen.
- Evalueer systematisch.
Het gaat bij luistervaardigheid om het begrijpen van wat je hoort. De luisteraar moet
bijvoorbeeld bekwaamheden bezitten als: een beschrijving kunnen volgen, gevoelens en
meningen begrijpen en waarderen, inhoud kunnen interpreteren en beoordelen of een
uitleg volgen.
De 3 taaltaken van luistervaardigheid:
Luisteren:
- Luisteren naar instructies;
- Luisteren als lid van een livepubliek;
- Luisteren naar media;
Begrijpen:
- Breiden hun kennis over tekststructuren verder uit;
- Leren relaties leggen tussen tekstdoelen, zoals hoofd- en bijzaken onderscheiden.
Interpreteren:
- Koppelen wat ze horen aan eigen ervaringen en aan hun kennis van de wereld;
- Gebruiken steeds meer kennis van de wereld, taalkennis en metacognitieve
strategieën;
- Leren verschillende meningen in de tekst te herkennen.
Evalueren:
- Vormen zich steeds meer een eigen mening over een beluisterde tekst;
- Leren kritisch luisteren;
- Leren nagaan of de bron betrouwbaar, recent en bruikbaar is;
- Leren reflecteren op de opbouw van de luistertekst.
Samenvatten:
- Leren informatie die bij elkaar hoort verzamelen, indikken en vervangen door een
overkoepelende term;
- Oefenen met het maken van aantekeningen tijdens het luisteren;
- Filteren de juiste informatie door op tekstkenmerken en signalen van de spreker te
letten;
- Richten zich meer op de boodschap van de spreker dan op de eigen behoefte.
, Nederlands KB toets 1
(e) De spreekvaardigheid omvat diverse aspecten: articulatie
(uitspraak, zinsmelodie), taalbeheersing (woordenschat, kennis van taalregels), kennis van
de wereld en communicatieve vaardigheden. Vooral het laatste is van belang: spreken is op
de ander gericht, en spreekvaardigheid vereist dan ook inzicht in de sociale rol die men
vervult en het kunnen hanteren daarvan.
De taaltaken bij spreekvaardigheid:
Een taaltaak:
- Een monoloog houden (verslag, vertelling, beschrijving, uitleg, toelichting)
Samenhang:
- Leren informatie te ordenen;
- Leren bij het vertellen steeds meer elementen op te nemen, zoals opening en slot,
situatieschets, probleem en oplossing, plaats, tijd en personen of karakters.
Afstemming op doel:
- Houden steeds meer rekening met het doel;
- Leren hoe ze met hulpmiddelen hun tekst duidelijker, aantrekkelijker en
doelgerichter kunnen maken;
- Begrijpen dat hun taalgebruik en non-verbale gedrag invloed hebben op de
begrijpelijkheid en aantrekkelijkheid van hun voordracht.
Afstemming op publiek:
- Maken een inschatting van voorkennis, mening over het onderwerp, belangstelling
en leeftijd van het publiek;
- Leren hoe ze contact kunnen maken met het publiek en hoe ze op vragen kunnen
ingaan;
- Letten op reacties en leren signalen van het publiek herkennen en interpreteren;
- Leren nagaan of het publiek begrepen heeft wat ze verteld hebben en of het
geïnteresseerd blijft.
Luisteren en spreken zijn vaste onderdelen bij praatsoorten. Bij effectieve spreek- en
luisterlessen gaan luisterdoelen daarom hand in hand: luisterdoelen worden niet apart
geoefend, maar zijn onderdeel van de conversatie. Dat geld ook voor kijkdoelen: het kijken
naar en interpreteren van non-verbale aspecten, zoals lichaamstaal, mimiek en gebaren.
Voorbeelden van luisterdoelen zijn:
- iets te weten willen komen;
- een bepaald gevoel willen ondergaan;
- zich een mening willen vormen;
- een bepaalde handeling willen uitvoeren;
- een spel mee willen spelen.
Om deze doelen te realiseren, kies je als luisteraar, bewust of onbewust, een luisterstrategie.
Je kunt bijvoorbeeld globaal luisteren (de grote lijn volgen), intensief luisteren (details ook
belangrijk vinden), gericht luisteren (specifieke informatie oppikken), kritisch luisteren
(mening vormen). De luisteraar zal zijn strategie afstemmen op de (gesproken) tekstsoort:
naar een reclameboodschap luister je anders dan naar een instructie.
De manier van luisteren kan variëren van passief tot actief. Actief luisteren is de vorm
waarbij de luisteraar zich maximaal inzet om de spreker te volgen en te begrijpen. Daarbij
Mondelinge taal kan een middel zijn bij andere onderwijsactiviteiten, maar ook het
hoofddoel van onderwijsactiviteiten. Een aantal belangrijke uitgangspunten voor de
didactiek van onderwijs in mondelinge taal aan jonge kinderen die ook voor het onderwijs
van oudere kinderen gelden zijn belangrijk. De volgende punten aan mondelinge taal zijn
belangrijk:
- Zorg voor verbinding.
- Neem alle leerlingen serieus.
- Streef heldere doelen na.
- Zet de taalgroeiende middelen bewust in.
- Gebruik spelsituaties om in gesprek te gaan met leerlingen.
- Gebruik materialen.
- Stimuleer alle leerlingen.
- Geef positieve feedback.
- Houd rekening met verschillen in taalgebruik.
- Wees je ervan bewust dat jij een model bent voor leerlingen.
- Evalueer systematisch.
Het gaat bij luistervaardigheid om het begrijpen van wat je hoort. De luisteraar moet
bijvoorbeeld bekwaamheden bezitten als: een beschrijving kunnen volgen, gevoelens en
meningen begrijpen en waarderen, inhoud kunnen interpreteren en beoordelen of een
uitleg volgen.
De 3 taaltaken van luistervaardigheid:
Luisteren:
- Luisteren naar instructies;
- Luisteren als lid van een livepubliek;
- Luisteren naar media;
Begrijpen:
- Breiden hun kennis over tekststructuren verder uit;
- Leren relaties leggen tussen tekstdoelen, zoals hoofd- en bijzaken onderscheiden.
Interpreteren:
- Koppelen wat ze horen aan eigen ervaringen en aan hun kennis van de wereld;
- Gebruiken steeds meer kennis van de wereld, taalkennis en metacognitieve
strategieën;
- Leren verschillende meningen in de tekst te herkennen.
Evalueren:
- Vormen zich steeds meer een eigen mening over een beluisterde tekst;
- Leren kritisch luisteren;
- Leren nagaan of de bron betrouwbaar, recent en bruikbaar is;
- Leren reflecteren op de opbouw van de luistertekst.
Samenvatten:
- Leren informatie die bij elkaar hoort verzamelen, indikken en vervangen door een
overkoepelende term;
- Oefenen met het maken van aantekeningen tijdens het luisteren;
- Filteren de juiste informatie door op tekstkenmerken en signalen van de spreker te
letten;
- Richten zich meer op de boodschap van de spreker dan op de eigen behoefte.
, Nederlands KB toets 1
(e) De spreekvaardigheid omvat diverse aspecten: articulatie
(uitspraak, zinsmelodie), taalbeheersing (woordenschat, kennis van taalregels), kennis van
de wereld en communicatieve vaardigheden. Vooral het laatste is van belang: spreken is op
de ander gericht, en spreekvaardigheid vereist dan ook inzicht in de sociale rol die men
vervult en het kunnen hanteren daarvan.
De taaltaken bij spreekvaardigheid:
Een taaltaak:
- Een monoloog houden (verslag, vertelling, beschrijving, uitleg, toelichting)
Samenhang:
- Leren informatie te ordenen;
- Leren bij het vertellen steeds meer elementen op te nemen, zoals opening en slot,
situatieschets, probleem en oplossing, plaats, tijd en personen of karakters.
Afstemming op doel:
- Houden steeds meer rekening met het doel;
- Leren hoe ze met hulpmiddelen hun tekst duidelijker, aantrekkelijker en
doelgerichter kunnen maken;
- Begrijpen dat hun taalgebruik en non-verbale gedrag invloed hebben op de
begrijpelijkheid en aantrekkelijkheid van hun voordracht.
Afstemming op publiek:
- Maken een inschatting van voorkennis, mening over het onderwerp, belangstelling
en leeftijd van het publiek;
- Leren hoe ze contact kunnen maken met het publiek en hoe ze op vragen kunnen
ingaan;
- Letten op reacties en leren signalen van het publiek herkennen en interpreteren;
- Leren nagaan of het publiek begrepen heeft wat ze verteld hebben en of het
geïnteresseerd blijft.
Luisteren en spreken zijn vaste onderdelen bij praatsoorten. Bij effectieve spreek- en
luisterlessen gaan luisterdoelen daarom hand in hand: luisterdoelen worden niet apart
geoefend, maar zijn onderdeel van de conversatie. Dat geld ook voor kijkdoelen: het kijken
naar en interpreteren van non-verbale aspecten, zoals lichaamstaal, mimiek en gebaren.
Voorbeelden van luisterdoelen zijn:
- iets te weten willen komen;
- een bepaald gevoel willen ondergaan;
- zich een mening willen vormen;
- een bepaalde handeling willen uitvoeren;
- een spel mee willen spelen.
Om deze doelen te realiseren, kies je als luisteraar, bewust of onbewust, een luisterstrategie.
Je kunt bijvoorbeeld globaal luisteren (de grote lijn volgen), intensief luisteren (details ook
belangrijk vinden), gericht luisteren (specifieke informatie oppikken), kritisch luisteren
(mening vormen). De luisteraar zal zijn strategie afstemmen op de (gesproken) tekstsoort:
naar een reclameboodschap luister je anders dan naar een instructie.
De manier van luisteren kan variëren van passief tot actief. Actief luisteren is de vorm
waarbij de luisteraar zich maximaal inzet om de spreker te volgen en te begrijpen. Daarbij