Biologie samenvatting thema 2 Transport
Bs. 2 het hart
Het hartritme (de hartslagfrequentie)
De sinsusknoop: In de wand van de rechterboezem, hierin ontstaan de impulsen die het hart doen
samentrekken.
- Vanuit sinusknoop impuls eerst naar spierweefsel in de wand van de boezems; samentrekken
boezems.
- In de wand tussen boezems en kamers een laag bindweefsel; impulsen niet direct naar
kamers.
Tussen rechterboezem en rechterkanten ligt de atriumventrikelknoop (AV-knoop).
- Vanuit AV-knoop; bundel van His. Door harttussenwand richting de punt van beide kamers.
- Aan het eind van systole boezems; impulsen in AV-knoop. Via bundel van His impulsen
verder geleid naar spierweefsel wand van beide kamers.
- Systole boezems voltooid; systole kamers.
Elektrocardiogram (ecg): meten en registreren impulsgeleiding in het hart.
P; impulsgeleding boezems
QRS; impulsgeleiding in de wand van de kamers.
T; herstelperiode
Hartritmestoornissen; oorzaak in de vorming of geleiding van impulsen.
- Risico op hartstilstand; pacemaker of ICD.
Snelheid afgifte impulsen hangt samen met lichaamsactiviteit.
- Toenemende activiteit; hartritme stijgt om bloeddruk op peil te houden.
Bloeddruk geregeld door negatieve terugkoppeling.
- In de wand van aorta en halsslagaders liggen zintuigcellen die de bloeddruk waarnemen.
- Onder normwaarde; hersenstam zorgt voor stijging hartritme; stijging bloeddruk.
Hartritme beïnvloed door autonome zenuwstelsel.
- Autonoom NIET onder invloed van wil.
- Hersenstam coördineren de activiteiten van het autonome zenuwstelsel, ook beïnvloed door
emoties.
- Schrikken; bijniermerg geeft adrenaline af aan bloed; stijging van het hartritme.
Hartritme afhankelijk van lichaamsgrootte
- Pasgeboren baby; 130 keer per minuut.
- Volwassenen 70 keer per minuut; 70 tot 100 mL bloed in de aorta gepompt per hartslag
(slagvolume)
- Bij sportpark is het slagvolume relatief groot
, Bs. 3 bloedvaten
Het hart pompt bloed in slagaders (arteriën)
- Via de slaagde naar de organen toe.
- Bloed stootsgewijs, met hoge druk, door de slagaders; wanden heel dik en elastisch.
- Dekweefsel slagaders; endotheel, een cellaag.
In organen vertakken slagaders zich in steeds dunnere bloedvaten (arteriolen)
- Wand steeds dunner.
- Groot deel glad spierweefsel; vernauwen (vasoconstrictie) of verwijden (vasodilatatie)
Arteriolen vertakken zich tot haarvaten (capillairen)
- Wand bestaat uit een cellaag endotheel.
- Door dunne wand voedingsstoffen en zuurstof uit de haarvaten en CO2 en afvalstoffen in de
haarvaten.
Haarvaten verenigen zich tot venulen.
Venulen verenigen zich tot aders (venen)
- Via aders bloed terug naar hart.
- Wanden dunner en minder elastisch.
- Bloeddruk lager dan slagader.
- Veel aders bevatten kleppen; bloed slechts in een richting doorlaten.
- Geen hartslag merkbaar
- Diep in je lichaam
Slagaders Aders
Het bloed stroomt: Naar organen toe Naar hart toe
De bloeddruk is: Hoog Laag
De wand is: Dik, stevig, elastisch Dun, weinig elastisch
De bloedstroom is: Stootsgewijs Regelmatig
Ze liggen meestal: Diep in lichaam Minder diep
Kleppen zijn: Niet aanwezig Aanwezig, vooral armen en
benen
Regeling van de bloedstroom
Hoeveelheid bloed door haarvatennet afhankelijk van activiteit van weefsel.
- Arteriolen over in haarvaten; kringspiertjes
- Vasoconstrictie en vasodilatatie; hoeveelheid bloed regelen door bepaald weefsel.
- Inspanning; arteriolen in hart, huid en speletspieren wijder en in de rest nauwer
De poortader
Ader die voedingsstoffen vanuit het maag-darmkanaal naar de lever vervoert; poortader.
- Onder andere glucose
- Glycogeen opgeslagen in lever en spieren.
Bs. 2 het hart
Het hartritme (de hartslagfrequentie)
De sinsusknoop: In de wand van de rechterboezem, hierin ontstaan de impulsen die het hart doen
samentrekken.
- Vanuit sinusknoop impuls eerst naar spierweefsel in de wand van de boezems; samentrekken
boezems.
- In de wand tussen boezems en kamers een laag bindweefsel; impulsen niet direct naar
kamers.
Tussen rechterboezem en rechterkanten ligt de atriumventrikelknoop (AV-knoop).
- Vanuit AV-knoop; bundel van His. Door harttussenwand richting de punt van beide kamers.
- Aan het eind van systole boezems; impulsen in AV-knoop. Via bundel van His impulsen
verder geleid naar spierweefsel wand van beide kamers.
- Systole boezems voltooid; systole kamers.
Elektrocardiogram (ecg): meten en registreren impulsgeleiding in het hart.
P; impulsgeleding boezems
QRS; impulsgeleiding in de wand van de kamers.
T; herstelperiode
Hartritmestoornissen; oorzaak in de vorming of geleiding van impulsen.
- Risico op hartstilstand; pacemaker of ICD.
Snelheid afgifte impulsen hangt samen met lichaamsactiviteit.
- Toenemende activiteit; hartritme stijgt om bloeddruk op peil te houden.
Bloeddruk geregeld door negatieve terugkoppeling.
- In de wand van aorta en halsslagaders liggen zintuigcellen die de bloeddruk waarnemen.
- Onder normwaarde; hersenstam zorgt voor stijging hartritme; stijging bloeddruk.
Hartritme beïnvloed door autonome zenuwstelsel.
- Autonoom NIET onder invloed van wil.
- Hersenstam coördineren de activiteiten van het autonome zenuwstelsel, ook beïnvloed door
emoties.
- Schrikken; bijniermerg geeft adrenaline af aan bloed; stijging van het hartritme.
Hartritme afhankelijk van lichaamsgrootte
- Pasgeboren baby; 130 keer per minuut.
- Volwassenen 70 keer per minuut; 70 tot 100 mL bloed in de aorta gepompt per hartslag
(slagvolume)
- Bij sportpark is het slagvolume relatief groot
, Bs. 3 bloedvaten
Het hart pompt bloed in slagaders (arteriën)
- Via de slaagde naar de organen toe.
- Bloed stootsgewijs, met hoge druk, door de slagaders; wanden heel dik en elastisch.
- Dekweefsel slagaders; endotheel, een cellaag.
In organen vertakken slagaders zich in steeds dunnere bloedvaten (arteriolen)
- Wand steeds dunner.
- Groot deel glad spierweefsel; vernauwen (vasoconstrictie) of verwijden (vasodilatatie)
Arteriolen vertakken zich tot haarvaten (capillairen)
- Wand bestaat uit een cellaag endotheel.
- Door dunne wand voedingsstoffen en zuurstof uit de haarvaten en CO2 en afvalstoffen in de
haarvaten.
Haarvaten verenigen zich tot venulen.
Venulen verenigen zich tot aders (venen)
- Via aders bloed terug naar hart.
- Wanden dunner en minder elastisch.
- Bloeddruk lager dan slagader.
- Veel aders bevatten kleppen; bloed slechts in een richting doorlaten.
- Geen hartslag merkbaar
- Diep in je lichaam
Slagaders Aders
Het bloed stroomt: Naar organen toe Naar hart toe
De bloeddruk is: Hoog Laag
De wand is: Dik, stevig, elastisch Dun, weinig elastisch
De bloedstroom is: Stootsgewijs Regelmatig
Ze liggen meestal: Diep in lichaam Minder diep
Kleppen zijn: Niet aanwezig Aanwezig, vooral armen en
benen
Regeling van de bloedstroom
Hoeveelheid bloed door haarvatennet afhankelijk van activiteit van weefsel.
- Arteriolen over in haarvaten; kringspiertjes
- Vasoconstrictie en vasodilatatie; hoeveelheid bloed regelen door bepaald weefsel.
- Inspanning; arteriolen in hart, huid en speletspieren wijder en in de rest nauwer
De poortader
Ader die voedingsstoffen vanuit het maag-darmkanaal naar de lever vervoert; poortader.
- Onder andere glucose
- Glycogeen opgeslagen in lever en spieren.