Klinisch College Mononeuropathie (WDD-1 week 5)
● Youtube: WDD-1 Vincent Odekerken
“ Mononeuropathie is de benaming voor een defecte zenuw “
- Prevalentie: 0,5-1/1000, V:M 3:1
- Prevalentie: 100/1000 bij zwangeren> 10%
Patiënt Casus: Carpaal Tunnel Syndroom
- n. medianus bekneld
- n. medianus innerveert o.a. abductor pollicis brevis en
opponens pollicis (duim), deze kunnen krachtsverlies krijgen
- zorgt voor gevoel huid palmaire kant hand (duim t/m halve
ringvinger)
- symptomen: doof gevoel, tintelingen, hypesthesie, soms atrofie
- vooral ‘s nachts, wapperen helpt
- zenuwverdikking
CTS diagnostiek
- EMG: zenuwgeleiding
- Echografie: zenuw in beeld brengen
- Laboratorium Onderzoek: soms schildklieraandoening
EMG Elektromyografie
kijken hoe goed een zenuw werkt, geleiding meten in 1 zenuw vergelijken met geleiding aangrenzende zenuw>
snelheid signaal. De volgende factoren zijn te beoordelen op het EMG Beeld:
● latentie (hoog=lange reistijd signaal A-B)
● amplitude
EMG demonstratie:
- vette laag huid wordt eraf gepoetst met wattenstaafje (i.v.m. geleiding)
- elektroden worden via ringen om vinger aangebracht
- afstand gelijk van n.medianus-n.ulnaris traject voor de meting, anders meten verschil en corrigeren
- elektrische schokken worden toegediend t.h.v. n.medianus en n.ulnaris
- pieken beginnen dezelfde tijd betekent dat beide zenuwen even goed werken en dus gelijke geleiding
- mogelijk proximaler meten> bij elleboog bijv. let op verschil afstand verschillende zenuwen
- bij polyneuropathie bij alle zenuwen hogere latentietijd, lagere pieken
- significant verschil tussen zenuw=pathie
Echografie:
- spieren en zenuwen zijn te onderscheiden
- oppervlakte meten> doorsnede/dikte moet binnen bepaalde normaalwaarde liggen anders wijst het op pathie
, Hoorcollege: Anatomie Centraal vs. Perifeer (nog een keer kijken) (WDD-1 Week 5)
-via de anatomie moet je kunnen redeneren welke effecten bepaalde laesies hebben
Motoriek:
centraal zenuwstelsel: grote hersenen, kleine hersenen, hersenstam, ruggenmerg
perifeer zenuwstelsel: toevoer en afvoer
Aansturing hersenen linker helft, zorgt voor beweging in rechter helft
begin perifeer motorisch neuron ligt in centraal zenuwstelsel, de uitloper loopt in het perifere zenuwstelsel>
wortels, plexus, zenuwen
Piramidebaan:
-tractus corticospinalis lateralis
-tractus corticospinalis anterior
PMN: perifeer motorisch neuron
-geen contact meer met spier
-normale inhibitie, maar komt niet aan
-lage reflexen, normale reflexen
CMN: centraal motorisch neuron
-nog wel contact spier
-minder centrale inhibitie
-verhoogde reflexen
Anatomie centraal vs perifeer:
somato-motorisch: willekeurige deel zenuwstelsel
viscero-motorisch: onwillekeurig deel zenuwstelsel
somato-sensibel: betreft de rest van het lichaam
viscero-sensibel: betreft organen
CMN: tractus corticospinalis
PMN: motorische voorhoorncellen, voorwortel, spinale zenuw, plexus, perifere zenuw
Aspecten CMN: Centraal Motorisch Neuron PMN: Perifeer Motorisch Neuron
Spiertonus ↑ omhoog ↓ omlaag of blijft hetzelfde
Reflexen ↑ omhoog ↓ omlaag
Voetzoolreflex Babinski (extensie van grote teen) normaal
Atrofie - +
Fasciculaties - +
Verdeling Centraal Perifeer
cmn: nog wel contact met spier, minder centrale inhibitie, hoge reflexen, hoge tonus spasticiteit
pmn: geen contact meer met spier, normale inhibitie maar komt niet aan, lage reflexen, normaal/lage tonus
Ontwikkeling:
Neurale buis: Centrale ZenuwStelsel sensibele vleugelplaat + motorische basale plaat
Neurale Lijst: Perifeer Zenuwstelsel
● Youtube: WDD-1 Vincent Odekerken
“ Mononeuropathie is de benaming voor een defecte zenuw “
- Prevalentie: 0,5-1/1000, V:M 3:1
- Prevalentie: 100/1000 bij zwangeren> 10%
Patiënt Casus: Carpaal Tunnel Syndroom
- n. medianus bekneld
- n. medianus innerveert o.a. abductor pollicis brevis en
opponens pollicis (duim), deze kunnen krachtsverlies krijgen
- zorgt voor gevoel huid palmaire kant hand (duim t/m halve
ringvinger)
- symptomen: doof gevoel, tintelingen, hypesthesie, soms atrofie
- vooral ‘s nachts, wapperen helpt
- zenuwverdikking
CTS diagnostiek
- EMG: zenuwgeleiding
- Echografie: zenuw in beeld brengen
- Laboratorium Onderzoek: soms schildklieraandoening
EMG Elektromyografie
kijken hoe goed een zenuw werkt, geleiding meten in 1 zenuw vergelijken met geleiding aangrenzende zenuw>
snelheid signaal. De volgende factoren zijn te beoordelen op het EMG Beeld:
● latentie (hoog=lange reistijd signaal A-B)
● amplitude
EMG demonstratie:
- vette laag huid wordt eraf gepoetst met wattenstaafje (i.v.m. geleiding)
- elektroden worden via ringen om vinger aangebracht
- afstand gelijk van n.medianus-n.ulnaris traject voor de meting, anders meten verschil en corrigeren
- elektrische schokken worden toegediend t.h.v. n.medianus en n.ulnaris
- pieken beginnen dezelfde tijd betekent dat beide zenuwen even goed werken en dus gelijke geleiding
- mogelijk proximaler meten> bij elleboog bijv. let op verschil afstand verschillende zenuwen
- bij polyneuropathie bij alle zenuwen hogere latentietijd, lagere pieken
- significant verschil tussen zenuw=pathie
Echografie:
- spieren en zenuwen zijn te onderscheiden
- oppervlakte meten> doorsnede/dikte moet binnen bepaalde normaalwaarde liggen anders wijst het op pathie
, Hoorcollege: Anatomie Centraal vs. Perifeer (nog een keer kijken) (WDD-1 Week 5)
-via de anatomie moet je kunnen redeneren welke effecten bepaalde laesies hebben
Motoriek:
centraal zenuwstelsel: grote hersenen, kleine hersenen, hersenstam, ruggenmerg
perifeer zenuwstelsel: toevoer en afvoer
Aansturing hersenen linker helft, zorgt voor beweging in rechter helft
begin perifeer motorisch neuron ligt in centraal zenuwstelsel, de uitloper loopt in het perifere zenuwstelsel>
wortels, plexus, zenuwen
Piramidebaan:
-tractus corticospinalis lateralis
-tractus corticospinalis anterior
PMN: perifeer motorisch neuron
-geen contact meer met spier
-normale inhibitie, maar komt niet aan
-lage reflexen, normale reflexen
CMN: centraal motorisch neuron
-nog wel contact spier
-minder centrale inhibitie
-verhoogde reflexen
Anatomie centraal vs perifeer:
somato-motorisch: willekeurige deel zenuwstelsel
viscero-motorisch: onwillekeurig deel zenuwstelsel
somato-sensibel: betreft de rest van het lichaam
viscero-sensibel: betreft organen
CMN: tractus corticospinalis
PMN: motorische voorhoorncellen, voorwortel, spinale zenuw, plexus, perifere zenuw
Aspecten CMN: Centraal Motorisch Neuron PMN: Perifeer Motorisch Neuron
Spiertonus ↑ omhoog ↓ omlaag of blijft hetzelfde
Reflexen ↑ omhoog ↓ omlaag
Voetzoolreflex Babinski (extensie van grote teen) normaal
Atrofie - +
Fasciculaties - +
Verdeling Centraal Perifeer
cmn: nog wel contact met spier, minder centrale inhibitie, hoge reflexen, hoge tonus spasticiteit
pmn: geen contact meer met spier, normale inhibitie maar komt niet aan, lage reflexen, normaal/lage tonus
Ontwikkeling:
Neurale buis: Centrale ZenuwStelsel sensibele vleugelplaat + motorische basale plaat
Neurale Lijst: Perifeer Zenuwstelsel