Hoorcollege 1. Wat zijn clusters?
Wat bedoelen we met bedrijf?
- Belangrijke economische actoren
- Van input naar output
- Output gaat naar
o Andere bedrijven (business-to-business)
o Consumenten (business-to-consumers)
winstgevende organisatie
o Vergroten inkomesten
o Onderdrukken kosten
Bedrijf en regio
- Regionale economische groei hangt af van brdrijven
- Het succes van bedrijven wordt bepaald door hun regionale context
Wat verklaart regionale verschillen (in Nederland)?
- Locatiekeuze bedrijven
o Sommige regio’s trekken meer bedrijven en investeringen aan
- Sectorale samenstelling effecten
o Sommige regio’s specialiseren in groeiende sectoren
- Verschillen in productiviteit tussen bedrijven
o Bedrijven in sommige regio’s productiever dan bedrijven in adere regio’s
Regionaal beleid: hoe pak je verschillen aan?
- Equity of egaliseringsbeleid
o Ondersteunig gefocused op achterblijvers
o Herverderling economsische activiteit en bronnen
- Efficientie-beleid
o Ondersteun regio’s met hoogste potentieel
o Doel is om de natioanel welvaart te verhogen
Regionaal beleid in NL: van equity tot efficiency
- Wereldwijde concurrentie
o Regio’s, nog meer dan landen, concurreren wereldwijd.
- Kenniseconomie
o Ambitie om tot de sterkste kenniseconomieen te behoren
o Hoge mate van ruimtelijke concentratie in kennis-/innovatieactiviteiten
o Innovatieprocessen leven op lokaal/regionaal nivea
- Pieken in de Delta (2004)
o Eerste regionale beleid met focus op efficientie
o Identificeer en ondersteun regio-specifieke sterktes
o Maar: hoe zijn deze uitschieters aan elkaar gerelateerd?
o En zijn het ook europese/wereldwijde uitschieters?
Topsectorenbeleid
- Gericht op ondersteuning 9 top sectoren
, - Sectorale ipv regionale focus
- Maar: sectoren zijn geconcentreerd in specifieke regios.
Kennis- en innovatieagenda 2020-2030
- Missiegedreven beleid
- Grand societal challenges
- Met behlulop van sleuteltechnologieen ofwel key enabling technoglogies
Bedrijf en regio + innovatie
- Regionale economsiche groei hangt af van bedrijven
- Het succes van bedrijven wordt bepaald door hun regionale context.
Leerdoelen:
- Clustervorming en netwerkvorming van bedrijven te omschrijven, vergelijken en
verklaren
- Relatie leggen tussen clustervorming/netwerkvorming en prestatie van bedrijven
- Het belang aangeven van clustervorming en netwerkvorming voor de economische
ontwikkeling van regio;s en daar beleidsaanbevelingen voor doen
- Empirisch onderzoek verrichten naar clustervorming en netwerkvorming van
bedrijven, de uitkomsten daarvan te interpreteren en te vertalen naar actuele
beleidsvraagstukken
Agglomeratie-economieen
- Bedrijven operereren niet als losstaande eenheden
- Nabijheid heeft voordelen
Marshall (1890): principles of economics.
Voordelen van nabijheid:
- Transport voordelen
- Snellere real life communicatie/ wisseling van producten
- gebieden krijgen de naam bij een bepaalde sector te horen, zoals de
woningboulevard
- aanvullende dienste kunnen zich ook concentreren: denk aan finaciele districten
voor misschien fabrieken die bij elkaar liggen
- spillover van kennis bij clustervorming
- kostenvoordelen
o delen van dezelfde leveranciers
o lagere transportkosten
- gespecialiseerde arbeidsmarkt
- kennisuitwisseling (knowlegde spillovers)
- specialisatie/focus op dezelfde industrie
Ruimtelijke concentratie en clusters
- voordelen hebben niet alleen met co-locatie te maken
- de mogelijkheden tot interactie en samenwerking tussen bedrijven zijn
doorslaggevend clusters springen eruit.
Micheal Porter (1990) the competitative advantage of nations.
- Het boek maakte het concept cluster weer populair
, - Lokaal concurrentievermogen bepaalt het nationale concurrentievermogen van
regio’s en landen.
Porter’s definitie van een cluster
- Clusters are geographic concentrations of interconnected companies, specialised
suppliers, service providers, firms in related industries, and associated institutions
(e.g. universities, standards agencies, trade association) in a particular field that
compete but also cooperate.
o Kernpunten:
Geografische co-locatie
Onderlinge verbinding
Bedrijven en andere organisaties als actren
Gemeenschappelijk interessegebied.
Concurrentie en samenwering
Concurrentievermogen van clusters (porter’s diamand)
Factoren van invloed op concurrentievermogen cluster:
1. Aanbodcondities
a. Factor input conditions: Hoe efficienter de inputs van een cluster zijn, hoe
productiever. Het is dus de aanwezigheid van hoge kwaliteit gespecialiseerde
input.
2. Vraagcondities
a. Demand conditions: Zijn bedrijven in staat te veranderen van imitatie en lage
kwaliteit productie/ diensten naar competitie via differentiatie
3. Relatie met leveranciers
a. Related and supporting industries: is er toegang tot genoeg lokale en
betrouwbare gerelateerde bedrijven bedrijven horizontaal en vertikaal
4. Concurrentiecondities
o Hierdoor zijn bedrijgen geneigd om te innoveren en andere dingen te
proberen.
5. Lokale context instellingen
Wat bedoelen we met bedrijf?
- Belangrijke economische actoren
- Van input naar output
- Output gaat naar
o Andere bedrijven (business-to-business)
o Consumenten (business-to-consumers)
winstgevende organisatie
o Vergroten inkomesten
o Onderdrukken kosten
Bedrijf en regio
- Regionale economische groei hangt af van brdrijven
- Het succes van bedrijven wordt bepaald door hun regionale context
Wat verklaart regionale verschillen (in Nederland)?
- Locatiekeuze bedrijven
o Sommige regio’s trekken meer bedrijven en investeringen aan
- Sectorale samenstelling effecten
o Sommige regio’s specialiseren in groeiende sectoren
- Verschillen in productiviteit tussen bedrijven
o Bedrijven in sommige regio’s productiever dan bedrijven in adere regio’s
Regionaal beleid: hoe pak je verschillen aan?
- Equity of egaliseringsbeleid
o Ondersteunig gefocused op achterblijvers
o Herverderling economsische activiteit en bronnen
- Efficientie-beleid
o Ondersteun regio’s met hoogste potentieel
o Doel is om de natioanel welvaart te verhogen
Regionaal beleid in NL: van equity tot efficiency
- Wereldwijde concurrentie
o Regio’s, nog meer dan landen, concurreren wereldwijd.
- Kenniseconomie
o Ambitie om tot de sterkste kenniseconomieen te behoren
o Hoge mate van ruimtelijke concentratie in kennis-/innovatieactiviteiten
o Innovatieprocessen leven op lokaal/regionaal nivea
- Pieken in de Delta (2004)
o Eerste regionale beleid met focus op efficientie
o Identificeer en ondersteun regio-specifieke sterktes
o Maar: hoe zijn deze uitschieters aan elkaar gerelateerd?
o En zijn het ook europese/wereldwijde uitschieters?
Topsectorenbeleid
- Gericht op ondersteuning 9 top sectoren
, - Sectorale ipv regionale focus
- Maar: sectoren zijn geconcentreerd in specifieke regios.
Kennis- en innovatieagenda 2020-2030
- Missiegedreven beleid
- Grand societal challenges
- Met behlulop van sleuteltechnologieen ofwel key enabling technoglogies
Bedrijf en regio + innovatie
- Regionale economsiche groei hangt af van bedrijven
- Het succes van bedrijven wordt bepaald door hun regionale context.
Leerdoelen:
- Clustervorming en netwerkvorming van bedrijven te omschrijven, vergelijken en
verklaren
- Relatie leggen tussen clustervorming/netwerkvorming en prestatie van bedrijven
- Het belang aangeven van clustervorming en netwerkvorming voor de economische
ontwikkeling van regio;s en daar beleidsaanbevelingen voor doen
- Empirisch onderzoek verrichten naar clustervorming en netwerkvorming van
bedrijven, de uitkomsten daarvan te interpreteren en te vertalen naar actuele
beleidsvraagstukken
Agglomeratie-economieen
- Bedrijven operereren niet als losstaande eenheden
- Nabijheid heeft voordelen
Marshall (1890): principles of economics.
Voordelen van nabijheid:
- Transport voordelen
- Snellere real life communicatie/ wisseling van producten
- gebieden krijgen de naam bij een bepaalde sector te horen, zoals de
woningboulevard
- aanvullende dienste kunnen zich ook concentreren: denk aan finaciele districten
voor misschien fabrieken die bij elkaar liggen
- spillover van kennis bij clustervorming
- kostenvoordelen
o delen van dezelfde leveranciers
o lagere transportkosten
- gespecialiseerde arbeidsmarkt
- kennisuitwisseling (knowlegde spillovers)
- specialisatie/focus op dezelfde industrie
Ruimtelijke concentratie en clusters
- voordelen hebben niet alleen met co-locatie te maken
- de mogelijkheden tot interactie en samenwerking tussen bedrijven zijn
doorslaggevend clusters springen eruit.
Micheal Porter (1990) the competitative advantage of nations.
- Het boek maakte het concept cluster weer populair
, - Lokaal concurrentievermogen bepaalt het nationale concurrentievermogen van
regio’s en landen.
Porter’s definitie van een cluster
- Clusters are geographic concentrations of interconnected companies, specialised
suppliers, service providers, firms in related industries, and associated institutions
(e.g. universities, standards agencies, trade association) in a particular field that
compete but also cooperate.
o Kernpunten:
Geografische co-locatie
Onderlinge verbinding
Bedrijven en andere organisaties als actren
Gemeenschappelijk interessegebied.
Concurrentie en samenwering
Concurrentievermogen van clusters (porter’s diamand)
Factoren van invloed op concurrentievermogen cluster:
1. Aanbodcondities
a. Factor input conditions: Hoe efficienter de inputs van een cluster zijn, hoe
productiever. Het is dus de aanwezigheid van hoge kwaliteit gespecialiseerde
input.
2. Vraagcondities
a. Demand conditions: Zijn bedrijven in staat te veranderen van imitatie en lage
kwaliteit productie/ diensten naar competitie via differentiatie
3. Relatie met leveranciers
a. Related and supporting industries: is er toegang tot genoeg lokale en
betrouwbare gerelateerde bedrijven bedrijven horizontaal en vertikaal
4. Concurrentiecondities
o Hierdoor zijn bedrijgen geneigd om te innoveren en andere dingen te
proberen.
5. Lokale context instellingen