Leerdoelen kennislijn module Individu 2023-2024
Periode 1 Contact maken en verkennen van de cliëntsituatie
Leerdoel 1: Je weet wat psychologie en pedagogiek is en hoe en waarom sociaal werkers
psychologische en pedagogische kennis gebruiken
Leerdoel 2: Je weet welke functie emoties hebben en wat het belang is van empathie in contact
Leerdoel 3: Je weet hoe mensen communiceren en wat het belang is van lichaamstaal in contact
Leerdoel 4: Je weet wat het effect is van vooroordelen en stereotypering op contact maken en kunt
vooroordelen en stereotypering herkennen in een sociaal werk situatie
Leerdoel 5: Je kent verschillende theorieën over hoe mensen nieuw gedrag leren en hoe je deze kunt
gebruiken in het sociaal werk
Leerdoel 6: Je kent verschillende theorieën over persoonlijkheid en het in kaart brengen ervan en je
kunt deze herkennen in een sociaalwerksituatie
Leerdoel 7: Je kent verschillende afweermechanismen en weet hoe deze onze gevoelens,
waarnemingen en gedrag kunnen beïnvloeden.
Leerdoel 8: Je weet hoe mensen gedrag verklaren en welke fouten mensen maken in het kijken naar
zichzelf en anderen
Leerdoel 9: Je weet hoe situaties en systemen het gedrag van mensen kunnen beïnvloeden
Periode 2 Levensloop/opvoeding en probleemoplossing
Leerdoel 10: Je kent het ontwikkelingsperspectief op de mens en weet hoe en waarom sociaal
werkers ontwikkelingspsychologie en pedagogiek gebruiken
Leerdoel 11: Je weet hoe de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en volwassenen verloopt
volgens de levenslooptheorie van Erikson en je hebt globale kennis van de normale seksuele
ontwikkeling.
Leerdoel 12: Je weet hoe de cognitieve ontwikkeling van kinderen verloopt volgens de theorie van
Piaget en Vygotsky en kunt dit toepassen op een SW situatie.
Leerdoel 13: Je weet welke belangrijke veranderingen er in het brein plaatsvinden in de puberteit
Leerdoel 14: Je kent verschillende theorieën over hechting en weet hoe hechting van invloed is op
latere intieme relaties
Leerdoel 15: Je kunt verschillende opvoedstijlen en gezinspatronen herkennen en kunt deze in
verband brengen met theorie over hoe mensen leren
Leerdoel 16: Je weet welke factoren bepalen of wij gedrag normaal of abnormaal vinden
,Leerdoel 17: Je weet hoe de DSM-5 is ontstaan, hoe psychologen en sociaal werkers de DSM-5
gebruiken en welke voor en nadelen aan het gebruik ervan verbonden zijn
Leerdoel 18: Je weet wat psychologen verstaan onder stress en welke factoren stress beïnvloeden
Leerdoel 19: Je kent verschillende manieren van omgaan met stress en kunt deze herkennen in een
sociaalwerksituatie
Leerdoel 20: Je kent verschillende theorieën over motivatie en kunt deze herkennen in een
sociaalwerksituatie
,Begrippenlijst kennislijn individu 2023-2024
PERIODE 1 CONTACT MAKEN EN VERKENNEN CLIËNTSITUATIE
Begrip Week Omschrijving
Je weet wat psychologie en pedagogiek is en hoe sociaal werkers psychologische kennis
gebruiken
Definitie psychologie en pedagogiek 1.1 Psychologie is wetenschap van
gedrag en mentale processen. /
Gedachten, gedrag en gevoelens. (3
g’s)
Pedagogiek = de wetenschap van het
opvoeden. Hoe voed je op. - letterlijk
Relevantie psychologie en pedagogiek 1.1
voor het SW
Het biologische en neurologische 1.1 Kijkt heel erg naar ons lichaam
perspectief • Neurowetenschap
• Evolutionaire psychologie
(gedrag dat voordelen
levert)
• Puberbrein
• Gedrag wordt beïnvloed…
Iets schattig vinden bijvoorbeeld
baby’s enz.
Het psychodynamische perspectief 1.1 Sigmund Freud (1856 – 1939)
Hij is grondlegger van psychoanalyse
perspectief
Gedrag wordt sterk bepaald door het
onbewuste
In onze geest gebeurt er heel veel. Je
bent bijvoorbeeld fysiek rustig maar
in je hoofd gebeurd er heel veel.
De eerste 5 levensjaren van een
mens is erg belangrijk
De Persoonlijkheid is opgebouwd
uit:
- Het onbewuste (Id)
(Hele dag plezier - Eros)
- Het bewuste (Ego)
(Kapot maken , agressie -
Thanatos)
- Het geweten (Superego)
(Hele hoge ego)
Het behavioristische perspectief (begin 1.1 • Wetenschap van het gedrag
1900) - Enkel zekerheid door
datgene wat je kunt
waarnemen
, Begrip Week Omschrijving
- Gedrag
• Meetbaar
• Observeerbaar
Klassiek conditioneren (Pavlov)
Operant conditioneren (Skinner)
• Gedrag van mensen wordt
vooral bepaald door
leerprocessen
Doel is gedrag beïnvloeden
Gedragstherapie
Niet op mentale processen
Het gestalt perspectief (Rond 1930) 1.1 - Gestalt = een geheel
- Geen aparte onderdelen, maar
gehelen
- Gedrag wordt beïnvloed
door de neiging gestalten
te zien. We willen ons
leven als een geheel
voelen.
- Klik
Het humanistische perspectief 1.1 - Abraham Maslow (1908-1970)
- Carl Rogers (1902 – 1987)
Nadruk op volledige mens:
- Zelfontplooiing
- Belevingswereld (gevoel)
In hulpverlening:
- De cliënt is een uniek
individu
- Cliënt geeft zelf aan wat
nodig is
- Empathie
Het cognitieve perspectief (jaren 1950) 1.1 • Onderzoek naar cognitie
(Cognitie betekent denken) - Informatieverwerking
- Werking van het geheugen
- Probleem oplossen,
inzichtelijk leren
- Leren leren (Albert
Bandura 1925)
• Gedrag wordt invloed door
het denken
Het systeemperspectief 1.1 - De kracht van de situatie
- Gedrag wordt beïnvloed
door het systeem:
omgeving
- Het socioculturele
perspectief richt zich op:
Periode 1 Contact maken en verkennen van de cliëntsituatie
Leerdoel 1: Je weet wat psychologie en pedagogiek is en hoe en waarom sociaal werkers
psychologische en pedagogische kennis gebruiken
Leerdoel 2: Je weet welke functie emoties hebben en wat het belang is van empathie in contact
Leerdoel 3: Je weet hoe mensen communiceren en wat het belang is van lichaamstaal in contact
Leerdoel 4: Je weet wat het effect is van vooroordelen en stereotypering op contact maken en kunt
vooroordelen en stereotypering herkennen in een sociaal werk situatie
Leerdoel 5: Je kent verschillende theorieën over hoe mensen nieuw gedrag leren en hoe je deze kunt
gebruiken in het sociaal werk
Leerdoel 6: Je kent verschillende theorieën over persoonlijkheid en het in kaart brengen ervan en je
kunt deze herkennen in een sociaalwerksituatie
Leerdoel 7: Je kent verschillende afweermechanismen en weet hoe deze onze gevoelens,
waarnemingen en gedrag kunnen beïnvloeden.
Leerdoel 8: Je weet hoe mensen gedrag verklaren en welke fouten mensen maken in het kijken naar
zichzelf en anderen
Leerdoel 9: Je weet hoe situaties en systemen het gedrag van mensen kunnen beïnvloeden
Periode 2 Levensloop/opvoeding en probleemoplossing
Leerdoel 10: Je kent het ontwikkelingsperspectief op de mens en weet hoe en waarom sociaal
werkers ontwikkelingspsychologie en pedagogiek gebruiken
Leerdoel 11: Je weet hoe de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en volwassenen verloopt
volgens de levenslooptheorie van Erikson en je hebt globale kennis van de normale seksuele
ontwikkeling.
Leerdoel 12: Je weet hoe de cognitieve ontwikkeling van kinderen verloopt volgens de theorie van
Piaget en Vygotsky en kunt dit toepassen op een SW situatie.
Leerdoel 13: Je weet welke belangrijke veranderingen er in het brein plaatsvinden in de puberteit
Leerdoel 14: Je kent verschillende theorieën over hechting en weet hoe hechting van invloed is op
latere intieme relaties
Leerdoel 15: Je kunt verschillende opvoedstijlen en gezinspatronen herkennen en kunt deze in
verband brengen met theorie over hoe mensen leren
Leerdoel 16: Je weet welke factoren bepalen of wij gedrag normaal of abnormaal vinden
,Leerdoel 17: Je weet hoe de DSM-5 is ontstaan, hoe psychologen en sociaal werkers de DSM-5
gebruiken en welke voor en nadelen aan het gebruik ervan verbonden zijn
Leerdoel 18: Je weet wat psychologen verstaan onder stress en welke factoren stress beïnvloeden
Leerdoel 19: Je kent verschillende manieren van omgaan met stress en kunt deze herkennen in een
sociaalwerksituatie
Leerdoel 20: Je kent verschillende theorieën over motivatie en kunt deze herkennen in een
sociaalwerksituatie
,Begrippenlijst kennislijn individu 2023-2024
PERIODE 1 CONTACT MAKEN EN VERKENNEN CLIËNTSITUATIE
Begrip Week Omschrijving
Je weet wat psychologie en pedagogiek is en hoe sociaal werkers psychologische kennis
gebruiken
Definitie psychologie en pedagogiek 1.1 Psychologie is wetenschap van
gedrag en mentale processen. /
Gedachten, gedrag en gevoelens. (3
g’s)
Pedagogiek = de wetenschap van het
opvoeden. Hoe voed je op. - letterlijk
Relevantie psychologie en pedagogiek 1.1
voor het SW
Het biologische en neurologische 1.1 Kijkt heel erg naar ons lichaam
perspectief • Neurowetenschap
• Evolutionaire psychologie
(gedrag dat voordelen
levert)
• Puberbrein
• Gedrag wordt beïnvloed…
Iets schattig vinden bijvoorbeeld
baby’s enz.
Het psychodynamische perspectief 1.1 Sigmund Freud (1856 – 1939)
Hij is grondlegger van psychoanalyse
perspectief
Gedrag wordt sterk bepaald door het
onbewuste
In onze geest gebeurt er heel veel. Je
bent bijvoorbeeld fysiek rustig maar
in je hoofd gebeurd er heel veel.
De eerste 5 levensjaren van een
mens is erg belangrijk
De Persoonlijkheid is opgebouwd
uit:
- Het onbewuste (Id)
(Hele dag plezier - Eros)
- Het bewuste (Ego)
(Kapot maken , agressie -
Thanatos)
- Het geweten (Superego)
(Hele hoge ego)
Het behavioristische perspectief (begin 1.1 • Wetenschap van het gedrag
1900) - Enkel zekerheid door
datgene wat je kunt
waarnemen
, Begrip Week Omschrijving
- Gedrag
• Meetbaar
• Observeerbaar
Klassiek conditioneren (Pavlov)
Operant conditioneren (Skinner)
• Gedrag van mensen wordt
vooral bepaald door
leerprocessen
Doel is gedrag beïnvloeden
Gedragstherapie
Niet op mentale processen
Het gestalt perspectief (Rond 1930) 1.1 - Gestalt = een geheel
- Geen aparte onderdelen, maar
gehelen
- Gedrag wordt beïnvloed
door de neiging gestalten
te zien. We willen ons
leven als een geheel
voelen.
- Klik
Het humanistische perspectief 1.1 - Abraham Maslow (1908-1970)
- Carl Rogers (1902 – 1987)
Nadruk op volledige mens:
- Zelfontplooiing
- Belevingswereld (gevoel)
In hulpverlening:
- De cliënt is een uniek
individu
- Cliënt geeft zelf aan wat
nodig is
- Empathie
Het cognitieve perspectief (jaren 1950) 1.1 • Onderzoek naar cognitie
(Cognitie betekent denken) - Informatieverwerking
- Werking van het geheugen
- Probleem oplossen,
inzichtelijk leren
- Leren leren (Albert
Bandura 1925)
• Gedrag wordt invloed door
het denken
Het systeemperspectief 1.1 - De kracht van de situatie
- Gedrag wordt beïnvloed
door het systeem:
omgeving
- Het socioculturele
perspectief richt zich op: