• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 61 pagina's
College aantekeningen

Tutorial bewijs in strafzaken 2019/2020

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 61 pagina's

Collegedictaat van 61 pagina's voor het vak Bewijs In Strafzaken aan de UM (Tutorials)

Voorbeeld van de inhoud

Bijeenkomst 1: Waarheidsvinding en bewijsstelsels
De absolute waarheid bestaat niet. Zoals de Romeinse keizer Marcus Aurelius (heel) lang
geleden al zei “Alles wat we horen is een mening, geen feit. Alles wat we zien is perspectief,
niet de waarheid”. Dat geldt zeker ook voor de waarheidsvinding in strafzaken. Hoe een
bepaald strafbaar feit zich heeft voorgedaan en wie daarvan strafrechtelijk een verwijt kan
worden gemaakt, dient te worden gereconstrueerd. Dat betekent dat de waarheid – zoals
betrokkenen zich die herinneren – moet worden beschreven. Soms is dat betrekkelijk
eenvoudig: bijvoorbeeld als het gaat om de vaststelling van ‘kale feiten’ die objectief vast te
stellen zijn, zoals de constatering dat iemand op een bepaalde datum letsel heeft opgelopen.
Voor andere onderdelen van delictsomschrijvingen – zoals subjectieve bestanddelen als opzet
en schuld – is dat ingewikkelder.

Het proces van waarheidsvinding vangt aan in het vooronderzoek, als politie en justitie
bewijsmateriaal verzamelen. Uiteindelijk is het de strafrechter die naar aanleiding van het
onderzoek ter terechtzitting de feiten vaststelt. Dat gebeurt grotendeels op basis van het
bewijsmateriaal dat in het vooronderzoek is verzameld. De bewijsmiddelen die de strafrechter
ter beschikking staan, moeten worden geselecteerd, geïnterpreteerd en gewaardeerd. De
Nederlandse strafrechter is daarbij aan regels gebonden die beogen te verzekeren dat de
bewijsbeslissing zoveel mogelijk overeenstemt met de waarheid. Het bestaan van dergelijke
regels is niet vanzelfsprekend: er zijn ook bewijsstelsels die gebaseerd zijn op de
veronderstelling dat waarheidsvinding niet kan worden gebonden aan algemene regels en dus
noodgedwongen moet worden overgelaten aan de wijsheid van de rechter.

In deze bijeenkomst zal in algemene zin nader worden ingegaan op de verschillende soorten
bewijsstelsels, de kenmerken van het Nederlandse bewijsstelsel en het proces van
waarheidsvinding in strafzaken.

Literatuur
- M. Reijntjes en C. Reijntjes-Wendeburg, ‘Bewijs’, in: J. Boksem e.a. (red.), Handboek
Strafzaken (losbladig), Kluwer, Deventer, 2018, par. 34.1 (p. 3-27) (online
beschikbaar)
- J. de Groot, Uit de praktijk: Poging tot verkrachting in een volkstuin, Expertise en
Recht 2018-4, p. 155-158 (reader)
- J.F. Nijboer, Strafrechtelijk Bewijsrecht, bewerkt door P.A.M. Mevis, J.S. Nan en
J.H.J. Verbaan, zevende druk, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2017, p. 1-33
- C. Brants en S. Field, ‘Truth-finding, procedural traditions and cultural trust in the
Netherlands and England and Wales: when strengths become weaknesses’, The
international Journal of Evidence and Proof 2016, vol. 20(4), p. 266-288 (reader)
- R. Grunewald, ‘Comparing Injustice: Truth Justice and the System,’ Albany Law
Review 2014, p. 1139-1200 (reader)
- M.J. Dubelaar, Betrouwbaar getuigenbewijs: totstandkoming en waardering van
strafrechtelijke getuigenverklaringen in perspectief, dissertatie Universiteit Leiden,
2014, p. 17-38 en p. 197-204 (online beschikbaar)
- J.H. Crijns, ‘Een kroniek van de strafrechtelijke waarheidsvinding’, in: J.H. Crijns,
P.P.J. van der Meij en J.M. ten Voorde (red.), De waarde van waarheid – opstellen
over waarheid en waarheidsvinding in het strafrecht, Den Haag: Boom Juridische
Uitgevers 2008, p. 15-55 (online beschikbaar)



1

,Opdracht 1 Vragen
Beantwoord de volgende vragen:
1. Wat houdt strafrechtelijke waarheidsvinding in?

Doel van strafrechtelijke waarheidsvinding is het construeren van de waarheid, waarvan je
nooit zeker bent dat die is gebeurd. We zijn op zoek naar wat werkelijk is gebeurd a.d.h.v.
bewijsmiddelen. Ze willen eigenlijk de materiele waarheid vinden (=historische waarheid, het
daadwerkelijk gebeurde/werkelijk gebeurde), maar belanden eigenlijk bij de formele waarheid
(= versie die het meest geloofwaardig wordt geacht).

Vraag naar wat de waarheid is, gaat vooraf aan de vraag wat waarheidsvinding is. Waarop zou
onderzoek in strafzaken gericht moeten zijn? De werkelijke waarheid vinden. Kun je dat?
Neen, hoe ga je er dan mee om? Waarheid vinden die correspondeert met bewijsmiddelen,
dus de meest waarschijnlijke waarheid. Erjuist gezegd: waarheid construeren uit
bewijsmiddelen en dan denk je nog aan praktische bezigheid terwijl nu het gaat over beste
verhaal. Wat is waarheid? Correspondentietheorie, consensustheorie (waarover zijn we het
eens) in tekst van Dubelaar. Correspondentietheorie= in welk verhaal past de => verhaal en
verankering is praktische toepassing van die correspondentietheorie. Grote opgave is “we zijn
op zoek naar de materiele waarheid, zoals het echt gegaan is”. En daarbij meteen gezegd, dat
doel is onbereikbaar dus op best mogelijke manier zien te benaderen.

Heel vaak zijn er meerdere goede verhalen die allemaal passen in het bewijs.

Naarmate het strafproces vordert, zal de waarheidsvinding zich meer toespitsen op wat er
gebeurd is in de werkelijkheid. Procedurele waarheid is de waarheid die bereikt wordt op het
einde van het proces. Je zoekt naar bewijs voor een juridische vertaling van de werkelijkheid.
Wat je met een dossier gaat doen, is dit wel echt materiele waarheidsvinding? Neen, we gaan
op zoek naar bewijs dat we in een rechtszaak kunnen gebruiken. Er zijn veel ‘vertaal’ –
momenten in gebouwd. Men gaat iets opschrijven, dat is al een vertaling, dan gaat de rechter
het lezen (opnieuw een vertaling). Ook in het strafrecht is er geen zekerheid, we moeten op
het einde gewoon voor een versie kiezen. Dit doe je op basis van een dossier.

In de literatuur wordt ook gesproken over waarheidstheorieen:
- Correspondentietheorie  in welke mate komt het wel overeen met de waarheid?
Echter, de waarheid bestaat niet. Het is altijd een interpretatie.
- Consensustheorie  de waarheid bestaat niet.
Het doel van de waarheidsvinding binnen het strafproces kan worden gesteld dat dit is
gelegen in het verkrijgen van een correcte – in de zin van een met de objectieve werkelijkheid
corresponderende – rechtelijke uitspraak, de waarheid dient te worden vastgesteld die nodig is
voor de juiste toepassing van het materiele strafrecht

Het streven is om het daadwerkelijk gebeurde te achterhalen. Vraag vooraf: wat is de
waarheid? Iedereen zal iets anders verklaren. Je kunt de waarheid eigenlijk alleen maar
reconstrueren en daar zit dus heel veel onzekerheid. We streven er in elk geval naar om tot
een bepaalde hoogte te achterhalen wat er is gebeurd. Daar zitten wel echter wat beperkingen
aan. In NL is het materiele waarheidsvinding, maar wat kun je er allemaal tegen inbrengen?
Bij ons heeft de rechter al het dossier bestudeerd. Je hebt al van alles gezien, gelezen. Rechter
checkt het een beetje eigenlijk. Als verdachte er niet is dan is het eigenlijk een schriftelijk
proces: dossier, en als er niets spannends is dat de bewezenverklaring in de weg zit.

2

,Waarheidsvinding bij ons zit dus erg in het voorproces. Dossier is er al. Wat de rechter
vervolgens aanvult of toevoegt hangt er maar vanaf. Soms helemaal niets.

Onmiddellijkheidsbeginsel: in NL geldt dit beginsel in formele zin. Maar materieel betekent
het vrij weinig want het voorhouden van stukken is in Nederland in principe genoeg. Je hoeft
niet om een getuigenverklaring te gebruiken ook de getuige nog eens op zitting te horen. Dat
zou in NL ondenkbaar zijn. In DL en UK is dat anders. In de meest kleine strafzaken moet de
conducteur op zitting gaan verklaren of hij de zwartrijder een boete heeft gegeven. Dat is in
onze ogen niet efficiënt. Voor hun is het nodig voor de waarheidsvinding. De rechter moet het
horen en zien. Strafprocedures zijn heel erg lang. Daar wordt de onmiddellijkheid nagestreefd
omdat de jury niks weet in tegenstelling tot de NL rechter die het dossier al vooraf heeft
bekeken.

Hoe beïnvloed de tll de waarheidsvinding? Je hoeft alleen maar te bewijzen wat in de tll staat.
Wat er niet in staat, daar wordt ook geen aandacht aan besteed. Er heeft dus in die zin al een
hele grote selectie plaatsgevonden. Je bent afhankelijk van wat de ovj presenteert. Die tll is
niet de waarheid, dat is een juridische formule. Dat wordt ook wel als de trechterwerking
beschreven: eerst wordt gekeken naar alles wat belangrijk is, dan komt de tll en daar komt dan
steeds meer de focus op. We gaan dus ttz niet kijken wat is er nu allemaal gebeurd. Nee de
enige vraag is: kan de tll bewezen worden? Het is of dit of dat, namelijk vrijspraak of
veroordeling.

2. Hoe onderscheiden de begrippen materiële en formele waarheid zich van elkaar?

Materiële waarheid= datgene wat ‘werkelijk zo is’ - een bewering over de feiten die
correspondeert met de werkelijkheid (corresponderend waarheidsbegrip)  echt kijken naar
wat echt daadwerkelijk is gebeurd. Kijken naar de historische waarheid.

Omdat je er niet achter kan komen in recht gaan we kijken naar de formele waarheid (=
datgene waarvan we op grond van het aanwezige bewijs zeggen dat er gebeurd is. Ofwel:
datgene waarvan in rechte – op grond van het aanwezige bewijs – is gesteld dat het waar is
(evaluerend waarheidsbegrip). Het gaat bij een rechterlijke uitspraak immers om een
evaluerend eindonderdeel, waarmee het einde van een zoektocht wordt gemarkeerd. Hoewel
correspondentie met de werkelijkheid het centrale streven is, behelst het eindproduct – als
gezegd – in belangrijke mate een constructie. De ‘waarheid’ die in een rechterlijke uitspraak
wordt ‘vastgesteld’, is in die zin altijd formeel of processueel van aard.  versie die door een
partij wordt gepresenteerd en die het meest geloofwaardig wordt geacht, zonder dat dat ook
echt waar hoeft te zijn.

 begint bij aanwijzingen dat strafbaar feit wordt beraamd of verdenking) (lichtste criterium
om strafvorderlijk iets te kunnen doen, vroeger verdenking lichtste).

Cijns heeft het op trechterfunctie van het strafproces = begint met
aanwijzingen/verdenkingen, dan komt er al snel een verhaal en aan OM die
vervolgingbeslissing heeft en dan tlg gaat opstellen en dus historische werkelijkheid wordt
gereduceerd.
 je abstraheert steeds verder naar hetgeen historisch gebeurd is. Hoe verhaalt zich dat door
het streven de materiele waarheid te vinden? Materiele en formele waarheid= steeds meer
weten van steeds minder als je in die trechter belandt. In eindstadium heb je minder
informatie om tot materiele waarheid te komen, maar aanzienlijk minder dan ervoor. Kan

3

, geen materiele waarheid hebben bij uitspraak want dat weet je niet dus kan je alleen maar
benaderen.

Trechterwerking van materieel naar formele waarheid  de waarheidsvinding gaat steeds
meer naar specifieke punten in de tenlastelegging peilen. Heel veel is weggelaten uit de
tenlastelegging. Het OM kan dan bovendien ook nog is heel sterk varieren ‘als het dit niet
was, dan was het dat’. Het OM bepaalt de tenlastelegging en de rechter wordt dan gedwongen
om hier mee rekening te houden. De politie houdt een breed opsporingsonderzoek, tuurlijk
kan de politie nooit alle mogelijke scenario’s onderzoeken, maar de politie is toch nog meer
op zoek de echte waarheid, in tegenstelling tot het OM die via het tenlastelegging op zoek is
naar de waarheid.

Onmiddelijksheidsbeginsel  enkel wat behandeld is op de terechtzitting. Het is belangrijk
inzake betrouwbaarheid. We willen iedereen horen, alle partijen kunnen zien hoe iemand
reageert. Eigenlijk zou men als rechter als onbeschreven blad op zitting moeten komen. Dat
scheelt heel veel voorbereidingstijd. De betrouwbaarheid van het bewijs heeft daar veel met te
maken.

Indien we zouden zeggen dat getuigen en verdachten aanwezig zouden moeten zijn op zitting,
dan werkt dit echt heel vertragend, want de mensen komen gewoon niet.

3. Hoe onderscheidt de waarheidsvinding in het strafrecht zich van waarheidsvinding in
andere rechtsgebieden (civiel- en bestuursrecht)?

In civiele proces ligt de bewijslast bij de partijen en het accent op het aantonen van de
juistheid van de stelling door procespartijen.

In het strafproces kent men geen bewijslast en refereert men bij de activiteit van bewijzen
vooral aan de rechter (of jury). Accent ligt hier op het toetsen van de juistheid van de
beweringen of stelling neergelegd in de tenlastelegging of beschuldiging.

In civiele zaken ga je proberen te streven naar de formele waarheid: de bewijslast van partijen
en accent op aantonen + als stelling niet wordt betwist door andere partij dan wordt het ook
aangenomen als waarheid. In het civiele recht heb je 2 partijen tegenover elkaar; de ene partij
wil iets van andere partij en de partij die de regel inroept moet daarvan bewijs aandragen.
Partijen moeten er onderling uit zien te komen met de rechter als scheidsrechter.

Het strafproces gaat juist meer op zoek naar de materiele waarheid. Wie is er in het
strafgeding verantwoordelijk voor de vaststelling van de feiten? De rechter. Als politie of het
OM hun werk niet naar behoren doet, mag de rechter in een strafgeding daar geen genoegen
mee nemen. De rechter heeft dus een actieve verantwoordelijkheid.

Hoe zit het met het bestuursrecht? Dit hangt sterk af van de aard van de bestuursrechtelijke
procedure. Er zijn bestuursrechtelijke procedures die lijken op strafrechtelijk en procedures
die meer lijken op civielrechtelijke procedures. Wat het bestuursrecht onderscheidt van het
civiele recht is dat 1 van de partijen altijd een overheidsorgaan is en dat brengt een
verantwoordelijkheid met zich mee. Bestuursrecht  twee partijen en de waarheid die onder
de partijen geldt

Bestuursrecht: bestuurlijke boetes bijna niet te onderscheiden van strafrechtelijke boete. Maar

4

Documentinformatie

Geüpload op
6 januari 2021
Aantal pagina's
61
Geschreven in
2019/2020
Type
College aantekeningen
Docent(en)
?
Bevat
Alle colleges
€3,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Sjroon
3,7
(42)
Verkocht
191
Volgers
110
Items
24
Laatst verkocht
3 jaar geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen