Formele beginselen van behoorlijk De beginselen die zich richten op de
bestuur voorbereiding, de totstandkoming, de
-> motivering en de inrichting van
besluiten.
● Het fair-play-beginsel Het bestuursorgaan mag niet partijdig zijn
-> art 2:4 Awb en moet elke schijn van partijdigheid
vermijden.
Vb: wethouder krijgt aanvraag subsidie
sportvereniging, wethouder voetbalt bij
diezelfde vereniging, hij zal dus makkelijk
een besluit nemen, omdat het ook in zijn
voordeel is. Dat mag niet -> 2 petten
theorie.
● Het formele zorgvuldigheidsbeginsel Voordat een bestuursorgaan een besluit
-> art 3:2 Awb neemt, moet het nodige onderzocht worden.
Er moet sprake zijn van voldoende
onderzoek. Tevens dient het onderzoek
deugdelijk te zijn, zo niet dan is het in strijd -
> de 6 voorwaarden.
1. Aanvrager in gelegenheid stellen om
onvolledige aanvraag aan te vullen
(art 4:5 Awb).
2. In aantal gevallen aanvrager of
belanghebbende gelegenheid geven
een zienswijze naar voren te
brengen (art 4::8 Awb).
3. In bepaalde gevallen extern advies
inwinnen en op juistheid
onderzoeken.
4. Eigen onderzoek doen om gegevens
te verzamelen (kunnen rol in
besluitvorming spelen).
5. Onderzoek met de juiste middelen
uitvoeren.
6. Alle mogelijke belangen in de
afweging betrekken.
Vb: geluidsoverlast -> buren klagen ->
gemeente stuurt ambtenaar -> maakt
besluit disco krijgt dwangsom -> er is geen
onderzoek gedaan -> de juiste middelen zijn
niet gebruikt.
, ● Het motiveringsbeginsel Het besluit dient te berusten op een
-> art 3::47 Awb deugdelijke motivering. Het besluit moet bij
de bekendmaking deugdelijk worden
gemotiveerd, tenzij er bij geen enkele
belanghebbende geen behoefte bestaat
aan motivering
Vb: H&M Utrecht plakte etalage af met
reclamepapier waarop eigen folder stond
met aanbiedingen -> gemeente vond dit niet
goed en legt een dwangsom op -> H&M
vond het vreemd, meerdere winkels doen
hetzelfde -> de rest heeft geen dwangsom
gekregen -> winkels zien er hetzelfde uit ->
de motivering is onjuist en in strijd.
● Het formele Het besluit moet duidelijk zijn. Het besluit
rechtszekerheidsbeginsel mag niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn.
Is dat niet het geval, dan handelt het
bestuursorgaan met de rechtszekerheid.
Vb: Paintball Twente moet stoppen met
activiteiten aan Twekkelerweg -> ABRvS
heeft milieuvergunning vernietigd die
Hengelo daarvoor had afgegeven ->
Volgens ABRvS is de vergunning te
onduidelijk en biedt die daardoor te weinig
rechtszekerheid aan omwonenden.
bestuur voorbereiding, de totstandkoming, de
-> motivering en de inrichting van
besluiten.
● Het fair-play-beginsel Het bestuursorgaan mag niet partijdig zijn
-> art 2:4 Awb en moet elke schijn van partijdigheid
vermijden.
Vb: wethouder krijgt aanvraag subsidie
sportvereniging, wethouder voetbalt bij
diezelfde vereniging, hij zal dus makkelijk
een besluit nemen, omdat het ook in zijn
voordeel is. Dat mag niet -> 2 petten
theorie.
● Het formele zorgvuldigheidsbeginsel Voordat een bestuursorgaan een besluit
-> art 3:2 Awb neemt, moet het nodige onderzocht worden.
Er moet sprake zijn van voldoende
onderzoek. Tevens dient het onderzoek
deugdelijk te zijn, zo niet dan is het in strijd -
> de 6 voorwaarden.
1. Aanvrager in gelegenheid stellen om
onvolledige aanvraag aan te vullen
(art 4:5 Awb).
2. In aantal gevallen aanvrager of
belanghebbende gelegenheid geven
een zienswijze naar voren te
brengen (art 4::8 Awb).
3. In bepaalde gevallen extern advies
inwinnen en op juistheid
onderzoeken.
4. Eigen onderzoek doen om gegevens
te verzamelen (kunnen rol in
besluitvorming spelen).
5. Onderzoek met de juiste middelen
uitvoeren.
6. Alle mogelijke belangen in de
afweging betrekken.
Vb: geluidsoverlast -> buren klagen ->
gemeente stuurt ambtenaar -> maakt
besluit disco krijgt dwangsom -> er is geen
onderzoek gedaan -> de juiste middelen zijn
niet gebruikt.
, ● Het motiveringsbeginsel Het besluit dient te berusten op een
-> art 3::47 Awb deugdelijke motivering. Het besluit moet bij
de bekendmaking deugdelijk worden
gemotiveerd, tenzij er bij geen enkele
belanghebbende geen behoefte bestaat
aan motivering
Vb: H&M Utrecht plakte etalage af met
reclamepapier waarop eigen folder stond
met aanbiedingen -> gemeente vond dit niet
goed en legt een dwangsom op -> H&M
vond het vreemd, meerdere winkels doen
hetzelfde -> de rest heeft geen dwangsom
gekregen -> winkels zien er hetzelfde uit ->
de motivering is onjuist en in strijd.
● Het formele Het besluit moet duidelijk zijn. Het besluit
rechtszekerheidsbeginsel mag niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn.
Is dat niet het geval, dan handelt het
bestuursorgaan met de rechtszekerheid.
Vb: Paintball Twente moet stoppen met
activiteiten aan Twekkelerweg -> ABRvS
heeft milieuvergunning vernietigd die
Hengelo daarvoor had afgegeven ->
Volgens ABRvS is de vergunning te
onduidelijk en biedt die daardoor te weinig
rechtszekerheid aan omwonenden.