“Beleggen en
financiële markten
Beleggen en behavioral finance; deel
beleggen
H3, H4, H5, H7 en H8
Gemaakt in studiejaar 2024/2025
Deze samenvatting is opgesteld voor het
tentamenonderdeel “Beleggen” van de EvE “Beleggen
en behavioral finance”. Met deze samenvatting is het
niet nodig om voor de genoemde hoofdstukken het
boek te raadplegen voor theorie.
Gwen Dokter
FINANCE, TAX AND ADVICE
HOGESCHOOL WINDESHEIM
,Inhoud
Samenvatting “Beleggen en financiële markten.................................................................................. 0
H4 aandelen ........................................................................................................................................... 3
4.1 Soorten aandelen en dividenden................................................................................................ 3
4.1.1. Beschermingsconstructies vijandige overname ................................................................ 3
4.2 Primaire (openbare) aandelenmarkt; Emissiemarkt ................................................................. 3
4.2.1. Bepalen emissieprijs ........................................................................................................... 4
4.2.2 Vervolgemissie ...................................................................................................................... 4
4.3 Dividendwaarderingsmodel ........................................................................................................ 7
4.3.1. Horizonwaarde ..................................................................................................................... 7
4.4 Aandelenindexcijfers ................................................................................................................... 9
4.5 Selectie van aandelen ............................................................................................................... 11
Fase 1: macro-economie niveau ................................................................................................. 11
Fase 2: Meso-economisch niveau (bedrijfstak).......................................................................... 11
Fase 3: Micro-economisch niveau ............................................................................................... 12
4.6 Spreiding van aandelen............................................................................................................. 13
4.7 Strategieën beleggen in aandelen............................................................................................ 14
4.7.1 Indexbeleggen .................................................................................................................... 14
4.7.2 Buy and hold ....................................................................................................................... 14
4.7.3 Waardebeleggen en groeibeleggen................................................................................... 14
4.7.4 Belggingsadviezen .............................................................................................................. 14
4.7.5 Sell in May ........................................................................................................................... 14
H5 derivaten ......................................................................................................................................... 15
Voorbeeld aanschaf call-optie Heineken .................................................................................... 16
5.1 Optiewaarde ............................................................................................................................... 17
5.1.1. Optiepremie ....................................................................................................................... 18
H7 portefeuillevorming ........................................................................................................................ 20
7.1 Asset allocation .......................................................................................................................... 21
7.2 Passief en actief beleggen ........................................................................................................ 21
7.2.1 Passief beleggen ................................................................................................................ 21
7.2.2. Actief beleggen .................................................................................................................. 22
7.3 Beleggen via fondsen en verzekeraars .................................................................................... 22
7.3.1 Hedgefondsen .................................................................................................................... 22
7.3.2. Private-equityfondsen ....................................................................................................... 22
7.3.3. Beleggen en verzekeren.................................................................................................... 23
7.3.4. Beleggingsinstellingen ...................................................................................................... 23
H8 Technische analyse ........................................................................................................................ 26
8.2 Chartreading .............................................................................................................................. 26
, 8.2.1 Grafieken ............................................................................................................................ 26
8.2.2 Trends ................................................................................................................................. 27
8.2.3 Koerspatronen .................................................................................................................... 28
8.3 Statische analyse ....................................................................................................................... 30
H3 Obligaties ........................................................................................................................................ 33
,H4 aandelen
Spread: het verschil tussen bied- en laatprijzen.
4.1 Soorten aandelen en dividenden
• Aandeel is zakelijke titel
• Aandelen aan toonder = vrij verhandelbaar. Is alleen bij NV
• Aandelen op naam = slechts met toestemming verhandelbaar
o Aandeelhouders staan vermeld in aandeelhouderregister van vennootschap
• Certificaten van aandelen = aandelen zijn in bezit bij administratiekantoor
o Geven alleen recht op dividend.
o Worden niet verhandeld op de beurs
• Preferente aandelen
1. Liquidatie preferente aandelen
2. Beheerspreferente aandelen / prioriteitsaandelen
3. Winstpreferente aandelen
a. Cumulatief preferente aandelen: je behoudt recht op achterstallige
preferentiedividend wanneer in een bepaald jaar geen dividend.
• Dividendrendement (direct rendement) = Uitgekeerde dividend in verhouding tot beurskoers
op startdatum.
• Koersrendement (indirect rendement) = verandering beurskoers in verhouding tot beurskoers
op startdatum
• 𝑻𝒐𝒕𝒂𝒂𝒍 𝒓𝒆𝒏𝒅𝒆𝒎𝒆𝒏𝒕 (𝒃𝒆𝒏𝒂𝒅𝒆𝒓𝒊𝒏𝒈) = 𝑫𝒊𝒗𝒊𝒅𝒆𝒏𝒅𝒓𝒆𝒏𝒅𝒆𝒎𝒆𝒏𝒕 + 𝒌𝒐𝒆𝒓𝒔𝒓𝒆𝒏𝒅𝒆𝒎𝒆𝒏𝒕
➔ Dividenduitkering is afhankelijk van nettowinst per aandeel en dividendpolitiek
o Stockdividend = dividend uitkeren in nieuwe aandelen
o Keuzedividend = keuze tussen stockdividend en dividend in contanten
o Slotdividend = uitkering na einde boekjaar
o Interim-dividend = dividenduitkering tijdens boekjaar
4.1.1. Beschermingsconstructies vijandige overname
• Corporate governance = manier waarop het bestuur bij grote onderneming is geregeld
• Structuurregeling is wet voor grote NV; hierdoor zijn er meer beschermingsconstructies. Ligt
momenteel onder vuur, want ze willen dat aandeelhouders meer macht krijgen.
1. Uitgeven prioriteitsaandelen
2. Coöptatie in statuten
a. Bestuurders hebben recht op opmaken van bindende voorwaarde bij de
benoeming van een nieuwe bestuurder
3. Aandelen certificeren
a. Geen zeggenschapsrechten, wel winstrechten.
4. Uitgeven van nieuwe preferente aandelen in geval van nood
a. En deze aandelen vervolgens bij een bevriende relatie plaatsen. Door Toename
aandelenkapitaal zijn er meer aandelen nodig om meerderheid te krijgen.
4.2 Primaire (openbare) aandelenmarkt; Emissiemarkt
Secundaire markt komt niet op de toets voor!
,• Je hebt zowel een onderhandse als openbare aandelenmarkt.
• Beursintroductie: (deel van) aandelen voor het eerst in notering effectenbeurs
o Gaat vaak gepaard met emissie. Kan echter ook dat eigenaar verwisseld
o Wordt ookwel IPO genoemd (Initial Public Offering)
• Beursexit: Beursnotering van onderneming eindigt
• Vervolgemissie: Bestaande beursgenoteerde onderneming doet emissie nieuw aandeel
4.2.1. Bepalen emissieprijs
• Kapitaalverwatering: de waardevermindering van bestaande aandelen door uitgifte van
nieuwe aandelen.
Een te hoge emissieprijs → geen belangstelling.
Een te lage emissieprijs → te veel kapitaalverwatering.
Maximale emissieprijs
“hoeveel nieuwe aandelen ga ik uitgeven en tegen welke prijs?”
𝐵𝑒𝑢𝑟𝑠𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 𝑛𝑎 𝑒𝑚𝑖𝑠𝑠𝑖𝑒
• 𝐵𝑒𝑢𝑟𝑠𝑘𝑜𝑒𝑟𝑠 𝑛𝑎 𝑒𝑚𝑖𝑠𝑠𝑖𝑒 =
𝐵𝑒𝑠𝑡𝑎𝑎𝑛𝑑𝑒 𝑎𝑎𝑛𝑑𝑒𝑙𝑒𝑛+𝑛𝑖𝑒𝑢𝑤𝑒 𝑎𝑎𝑛𝑑𝑒𝑙𝑒𝑛
• 𝑇𝑜𝑡𝑎𝑙𝑒 𝑏𝑒𝑢𝑟𝑠𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 𝑛𝑎 𝑒𝑚𝑖𝑠𝑠𝑖𝑒 = 𝐻𝑢𝑖𝑑𝑖𝑔𝑒 𝑏𝑒𝑢𝑟𝑠𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 + 𝑜𝑝𝑏𝑟𝑒𝑛𝑔𝑠𝑡 𝑒𝑚𝑖𝑠𝑠𝑖𝑒
I Voorbeeld vaststellen maximale emissieprijs
• 𝑇𝑜𝑡𝑎𝑙𝑒 𝑏𝑒𝑢𝑟𝑠𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 𝑛𝑎 𝑒𝑚𝑖𝑠𝑠𝑖𝑒 = 50.000.000 + 25.000.000 = 75.000.000
• Huidige beurswaarde per aandeel €5
• Aantal aandelen (oud) 10.000.000
• Beurswaarde voor emissie €50.000.000 (=10.000.000 * 5)
Er is een bedrag van €25.000.000 nodig voor een bedrijfsovername. Hoeveel nieuwe aandelen
ga ik nu uitgeven en tegen welke prijs?
Om kapitaalverwatering tegen te gaan:
huidige beurswaarde per aandeel = beurswaarde na emissie.
• Berekening =
𝐵𝑒𝑢𝑟𝑠𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 𝑛𝑎 𝑒𝑚𝑖𝑠𝑠𝑖𝑒
o 𝑩𝒆𝒖𝒓𝒔𝒌𝒐𝒆𝒓𝒔 𝒏𝒂 𝒆𝒎𝒊𝒔𝒔𝒊𝒆 = 𝐵𝑒𝑠𝑡𝑎𝑎𝑛𝑑𝑒 𝑎𝑎𝑛𝑑𝑒𝑙𝑒𝑛+𝑛𝑖𝑒𝑢𝑤𝑒 𝑎𝑎𝑛𝑑𝑒𝑙𝑒𝑛
50.000.000+25.000.000
o €𝟓 = 10.000.000 +𝑛𝑖𝑒𝑢𝑤𝑒 𝑎𝑎𝑛𝑑𝑒𝑙𝑒𝑛
75.000.000
o €10.000.000 + 𝑛𝑖𝑒𝑢𝑤𝑒 𝑎𝑎𝑛𝑑𝑒𝑙𝑒𝑛 =
5
o €10.000.000 + 𝑛𝑖𝑒𝑢𝑤𝑒 𝑎𝑎𝑛𝑑𝑒𝑙𝑒𝑛 = 15.000.000
o 𝒏𝒊𝒆𝒖𝒘𝒆 𝒂𝒂𝒏𝒅𝒆𝒍𝒆𝒏 = 15.000.000 − 10.000.000 = 5.000.000
Om kapitaalverwatering tegen te gaan zou je 5.000.000 aandelen tegen €5 moeten uitgeven
→ dus eigenlijk kun je gewoon de volgende berekening doen:
Aantal aandelen = benodigd bedrag (beurswaarde emissie) / huidige beurswaarde per aandeel
4.2.2 Vervolgemissie
➔ Er zijn twee soorten vervolgemissies
1. Claimemissie
→ Veronderstelling is dat op oude aandelen geen recht op dividend?
Bij het uitgeven van nieuwe aandelen treedt kapitaalverwatering op als:
Emissieprijs < beurskoers
,De waarde van uitstaande aandelen daalt als de te verwachte winst over meer aandelen moet
worden verdeeld. Bestaande aandeelhouders zien daarmee hun aandelenbezit in waarde dalen,
indien de nieuwe aandelen aan derde partijen worden verkocht.
Om de procentuele aandeelbezitsverhoudingen constant te houden worden nieuwe
aandelenemissies vaak gekoppeld aan een claimemissie aan zittende aandeelhouders
Een claim geeft recht op aanschaf van nieuw uit te geven aandelen in een gegeven ruilverhouding
(X claims tegen Y aandelen) en een vaste uitgiftekoers waarvoor de aandelen mogen worden
gekocht.
• Kapitaalverwatering voorkomen door op nieuwe aandelenemissie claimemissie
o Dus procentuele aandeelbezitsverhouding constant
• Claim: voorkeursrecht in de vorm van bijzonder dividendbewijs
• Bestaande aandeelhouders krijgen een claim (op alle oude aandelen zit claim)
• Vaak wordt hiervoor gekozen wanneer aandeel niet aantrekkelijk is en bang voor verwatering
• Ze willen dat bestaande aandeelhouders op de emissie inschrijven
• Claim is gedurende bepaalde periode apart verhandelbaar
o Aandeelhouders kunnen kiezen: claim te gelde maken // Verwerven nieuwe aandelen
• Claimverhouding: het aantal claims die recht geven op 1 aandeel
TW = Theoretische waarde (ookwel contante waarde)
(𝒄𝒍𝒂𝒊𝒎𝒗𝒆𝒓𝒉𝒐𝒖𝒅𝒊𝒏𝒈 ∗ 𝒉𝒖𝒊𝒅𝒊𝒈𝒆 𝒃𝒆𝒖𝒓𝒔𝒌𝒐𝒆𝒓𝒔)+𝒆𝒎𝒊𝒔𝒔𝒊𝒆𝒌𝒐𝒆𝒓𝒔
• 𝑻𝒐𝒕𝒂𝒍𝒆 𝒃𝒆𝒖𝒓𝒔𝒌𝒐𝒆𝒓𝒔 𝒏𝒂 𝒄𝒍𝒂𝒊𝒎𝒆𝒎𝒊𝒔𝒔𝒊𝒆 = 𝑪𝒍𝒂𝒊𝒎𝒗𝒆𝒓𝒉𝒐𝒖𝒅𝒊𝒏𝒈 + 𝟏
𝑩𝒆𝒖𝒓𝒔𝒌𝒐𝒆𝒓𝒔 𝒐𝒖𝒅 𝒂𝒂𝒏𝒅𝒆𝒆𝒍−𝒆𝒎𝒊𝒔𝒔𝒊𝒆𝒌𝒐𝒆𝒓𝒔
• 𝑻𝒉𝒆𝒐𝒓𝒆𝒕𝒊𝒔𝒄𝒉𝒆 𝒘𝒂𝒂𝒓𝒅𝒆 𝒄𝒍𝒂𝒊𝒎 = 𝑪𝒍𝒂𝒊𝒎𝒗𝒆𝒓𝒉𝒐𝒖𝒅𝒊𝒏𝒈+ 𝟏
• 𝐵𝑒𝑢𝑟𝑠𝑘𝑜𝑒𝑟𝑠 “𝑜𝑢𝑑” 𝑎𝑎𝑛𝑑𝑒𝑒𝑙 = 𝑇𝑊 𝑐𝑙𝑎𝑖𝑚 + 𝑏𝑒𝑢𝑟𝑠𝑘𝑜𝑒𝑟𝑠 𝑛𝑖𝑒𝑢𝑤 𝑎𝑎𝑛𝑑𝑒𝑒𝑙
o Oud aandeel heeft een claim. Dus je kan dit opsplitsen in nieuwe aandeel excl.
Claimrecht en handel in claims.
• 𝐵𝑒𝑢𝑟𝑠𝑘𝑜𝑒𝑟𝑠 “𝑛𝑖𝑒𝑢𝑤” 𝑎𝑎𝑛𝑑𝑒𝑒𝑙 = 𝑒𝑚𝑖𝑠𝑠𝑖𝑒𝑘𝑜𝑒𝑟𝑠 + (𝑐𝑙𝑎𝑖𝑚𝑣𝑒𝑟ℎ𝑜𝑢𝑑𝑖𝑛𝑔 ∗ 𝑇𝑊 𝑐𝑙𝑎𝑖𝑚)
• Beurswaarde na emissie is niet bekend; dit is namelijk uitkomst van vraag en aanbod na
emissie
• Koers van de claim (resultanten vraag en aanbod) geven een indicatie over de verwachte
beurskoers na emissie
• Als de markt de toegevoegde waarde van de emissie niet ziet zitten dan treedt er voor
bestaande aandeelhouders alsnog kapitaalverwatering op.
Als claimverhouding 4 → per 4 bestaande aandelen wordt 1 nieuw aandeel geëmitteerd. 4 claims
geven voorkeursrecht op 1 nieuw aandeel.
Aankoopprijs nieuw aandeel kost de bestaande aandeelhouder = 4 claims + emissiekoers
(zie ook formule “beurskoers nieuw aandeel”)
Voorbeeld claimemissie
Beurskoers van bepaald aandeel €40.
De betreffende onderneming, die geen dividend uitbetaalt, heeft een claimemissie aangekondigd
tegen emissiekoers van €30.
Vier claimbewijzen geven recht op 1 aandeel
• Beurskoers na claim emissie = ((4*40)+30) / (4+1) = 38
, • Bestaande aandeelhouders maken per aandeel een verlies van €2 (40-38)
• Per 4 aandelen maken ze ook weer winst van €8 (38-30)
• Theoretische waarde van de claim is dus 2
o TW Claim = (40 – 30) / (4 + 1) = 2
2. Vrije emissie
• Inschrijving is niet beperkt tot bestaande aandeelhouders
• Bookbuildingtechniek: bij openstellen emissie is nog geen emissiekoers vastgesteld
o Institutionele beleggers krijgen mogelijkheid om aan te geven hoeveel aandelen ze willen
en tegen welke prijs.
o Onderneming stelt achteraf emissiekoers af
• Inschrijvingen onder emissiekoers worden niet gehonoreerd!
• Inschrijven op en boven emissiekoers worden geheel of gedeeltelijk gehonoreerd
, 4.3 Dividendwaarderingsmodel
• Waarde van aandeel = toekomstige kasstromen → dividendwaarderingsmodel
• 𝑲𝒂𝒔𝒕𝒓𝒐𝒐𝒎 𝑨 𝒐𝒗𝒆𝒓 𝒆𝒆𝒏 𝒋𝒂𝒂𝒓 = 𝑑𝑖𝑣𝑖𝑑𝑒𝑛𝑑 𝐴 𝑜𝑣𝑒𝑟 𝑒𝑒𝑛 𝑗𝑎𝑎𝑟 + 𝑏𝑒𝑢𝑟𝑠𝑘𝑜𝑒𝑟𝑠 𝐴 𝑜𝑣𝑒𝑟 𝑒𝑒𝑛 𝑗𝑎𝑎𝑟
• 𝑮𝒆ë𝒊𝒔𝒕 𝒓𝒆𝒏𝒅𝒆𝒎𝒆𝒏𝒕 𝑨 =
𝑅𝑖𝑠𝑖𝑐𝑜𝑣𝑟𝑖𝑗 𝑟𝑒𝑛𝑑𝑒𝑚𝑒𝑛𝑡 + 𝛽 ∗ (𝑟𝑒𝑛𝑑𝑒𝑚𝑒𝑛𝑡 𝑚𝑎𝑟𝑘𝑡𝑝𝑜𝑟𝑡𝑒𝑓𝑒𝑢𝑖𝑙𝑙𝑒 − 𝑟𝑖𝑠𝑖𝑐𝑜𝑣𝑟𝑖𝑗 𝑟𝑒𝑛𝑑𝑒𝑚𝑒𝑛𝑡)
o Bèta = marktrisico van aandeel
o
𝑫𝒊𝒗𝑨𝟏 𝑩𝑲𝑨𝟏
• 𝑩𝑲𝑨𝟎 = +
𝟏+ 𝑹𝑨 𝟏+ 𝑹𝑨
o Div = verwacht dividend op aandeel A per eind jaar n
o BK = verwachte beurskoers van aandeel A per eind jaar n
o R = geëist rendement op aandeel A
• Als er al een dividenduitkering is geweest, dan is dat jaar, jaar 0. Eerstvolgende moment van
dividenduitkering is jaar 1
𝑫𝒊𝒗𝑨𝟏 𝑫𝒊𝒗𝑨𝟏 𝑩𝑲𝑨𝒏
• 𝑩𝑲𝑨𝟎 = (𝟏+ 𝑹𝑨 )𝟏
+ (𝟏+ 𝑹𝑨 )𝟐
+ ⋯+ (𝟏+ 𝑹𝑨 )𝒏
o Dit is als je contante waarde (theoretische waarde) van kasstromen meerdere jaren.
o Dit heet wss de methode van waarderingshorizon
𝑫𝒊𝒗𝒘𝟏
• 𝑩𝑲𝑨𝟎 =
𝑹𝑨
o Dit is als dividenduitkering oneindig hetzelfde blijft. (geen groei dividend)
▪ Dus 1 euro dividend met 10% geëist rendement
→ beurskoers = 1/0,10 = €10
𝑫𝒊𝒗𝒘𝟏
• 𝑩𝑲𝑨𝟎 = 𝑹𝑨 −𝒈
o Dit is als oneindige periode en het dividend groeit
o g = groeivoet.
▪ Dus €1 dividend die jaarlijks 5% groeit en 10% geëist rendement
→ beurskoers = 1/0,10-0,05 = €20
4.3.1. Horizonwaarde
o.b.v. fundamentele analyse kan de theoretische waarde van een aandeel worden bepaald. Dat
kan bijvoorbeeld door een toepassing van het dividendwaarderingsmodel.
De methode van waarderingshorizon is nauwkeuriger, omdat deze niet uitgaat van een constante
groeivoet.
• 1. Dividenden tot aan waarderingshorizon berekent
o Waarderingshorizon: een moment in de toekomst
• 2. Er wordt een berekening gemaakt van de horizonwaarde
o Horizonwaarde = beurskoers op een moment in de toekomst
𝑩𝒆𝒖𝒓𝒔𝒌𝒐𝒆𝒓𝒔
• 𝑲𝒐𝒆𝒓𝒔𝒘𝒊𝒏𝒔𝒕𝒓𝒂𝒕𝒊𝒐 = 𝑷⁄𝑬 − 𝒓𝒂𝒕𝒊𝒐 = 𝑵𝒆𝒕𝒕𝒐𝒘𝒊𝒏𝒔𝒕
• Als je bijvoorbeeld weet wat de gemiddelde koers-winstratio in de bedrijfstak over bepaald
aantal jaar is en je weet de winst per aandeel over bepaald aantal jaar. Dan kun je dus
• 𝑩𝒆𝒖𝒓𝒔𝒌𝒐𝒆𝒓𝒔 = 𝒉𝒐𝒓𝒊𝒛𝒐𝒏𝒘𝒂𝒂𝒓𝒅𝒆 = 𝑲𝒐𝒆𝒓𝒔𝒘𝒊𝒏𝒔𝒕𝒓𝒂𝒕𝒊𝒐 ∗ 𝑵𝒆𝒕𝒕𝒐𝒘𝒊𝒏𝒔𝒕 𝒑𝒆𝒓 𝒂𝒂𝒏𝒅𝒆𝒆𝒍
• Dus dan kun je de theoretische waarde van aandeel B op dit moment berekenen