Samenvatting formeel strafrecht
Week 1 – Inleiding strafprocesrecht
Hoofdstuk 7
7.1. Algemeen
Doel strafrechtelijk onderzoek het achterhalen van waarheidsvindingen (wat er gebeurd is).
Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel art. 1 Sv. De strafvordering heeft alleen plaats op de wijze
bij de wet voorzien.
- Om willekeur te voorkomen
- Creëert rechtszekerheid voor de maatschappij
7.3. Procesdeelnemers
Verdachte
Onschuldpresumptie er wordt uitgegaan van de onschuld van de verdachte tot het tegendeel is
bewezen.
Art. 27 Sv bepaalt wie er verdachte is.
- Lid 1 materiële voorwaarde om als verdachte aangemerkt te worden.
- Lid 2 formele voorwaarde om als verdachte aangemerkt te worden.
Criteria ter bepaling van verdachte (art. 27 lid 1 Sv):
- Er moet sprake zijn van een redelijk vermoeden.
- Dit moet uit feiten en omstandigheden zijn afgeleid.
Drie criteria verdenking:
1. Verdenking moet concreet zijn
2. Verdenking moet objectiveerbaar zijn; eenieder zou het vermoeden
3. De verdenking dient geïndividualiseerd te zijn.
Hollende-kleurlingarrest:
Diep in de nacht loopt een kleurling versneld door een buurt in het centrum van Amsterdam die
slecht bekend staat. Twee surveillerende agenten zien de kleurling uit de richting van het cafe
Caribian Nights komen. Dit café staat bekend als een verzamelplaats van handelaren en gebruikers
van verdovende middelen. Dit wetende vermoedt agent A dat verdovende middelen bij zich heeft.
Door dit vermoeden houdt hij samen met agent B de verdachte aan om hem te fouilleren. Agent A
merkt verder op dat de verdachte zijn linkerhand constant in zijn jaszak houdt, ook voor de
aanhouding. Doordat de kleurling zijn hand voortdurend verbergt in zijn jaszak vermoedt agent A
dat hij in die jaszak verdovende middelen heeft zitten.
De twee agenten houden hem vervolgens staande op verdenking van het opzettelijk bezitten van
verdovende middelen. De verdachte verzet zich tegen overbrenging naar het politiebureau. In de
tussentijd had de verdachte zijn linkerhand uit zijn linker jaszak gehaald. Hieruit viel een wikkel
van zilverpapier op de grond, die naar later bleek heroïne bevatte. De verdachte werd door het OM
vervolgd voor het in bezit hebben van heroïne en het verzetten tijdens zijn arrestatie.
Rechtsvraag
Is het bewijs, namelijk het heroïnebezit, rechtmatig verkregen?
Overweging
Het hof overweegt dat de enkele omstandigheid dat een kleuring hard uit de richting van een als
verzamelplaats van handelaren en gebruikers van drugs bekend staand café komt lopen, niet
voldoende is om te spreken van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bedoeld
als in artikel 27 WvSv of van ernstige bezwaren. De kleuring mocht niet als 'verdachte' worden
aangemerkt. Hierdoor was het staande houden en het onderzoek aan de kleding door de agenten
niet rechtmatig. Doordat het bewijsmateriaal niet op rechtmatige wijze verkregen is volgt
vrijspraak op grond van gebrek aan bewijs.
Rechtsregel
De enkele omstandigheid dat iemand uit de richting van een café komt rennen dat bekend staat als
verzamelplaats voor handelaren en gebruikers in verdovende middelen levert niet een redelijk
vermoeden van enig strafbaar feit als bedoeld in artikel 27 lid 1 WvSv op: Als verdachte wordt
vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of
omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit.
,Stormsteeg arrest
De feiten
Een man (verdachte) liep met zijn handen in zijn jaszakken op de rijbaan van de Stormsteeg, een
plek die bekend stond om het feit dat er veel opiumdelicten (handel en gebruik van verdovende
middelen) werden gepleegd. Toen de man agenten voor zich zag verschijnen stopte hij plotseling
met lopen en rende vervolgens hard weg. De man werd tegengehouden en gefouilleerd, tijdens de
fouillering werd 3,3 gram heroïne gevonden.
Rechtsvraag
Bestonden ernstige bezwaren tegen verdachte en was dus sprake van een rechtmatige fouillering?
Overweging
Volgens de Hoge Raad waren de plotselinge schrikreactie van de man toen hij de politie zag met de
loopversnelling die daarop volgde en de algemene bekendheid dat rond de Stormsteeg veel
opiumdelicten werden gepleegd voldoende grond voor ernstige bezwaren tegen de verdachte dat
deze zich schuldig had gemaakt aan een opiumdelict. De fouillering in de zin van art. 9 lid 5
Opiumwet (oud: nu is dit art. 9 lid 2 Opiumwet) en het verkregen bewijs waren dus rechtmatig.
Het cassatiemiddel was dus onterecht voorgesteld.
Rechtsregel
De schrikreactie van de man, naast de algemene bekendheid omtrent de opiumdelicten die op die
locatie werden gepleegd zorgden ervoor dat er voldoende omstandigheden waren om te spreken
van ernstige bezwaren jegens de man, waardoor hij als verdachte in de zin van art. 27 lid 1 Sv kon
worden gekwalificeerd. Op grond hiervan mocht de man worden gefouilleerd.
Rechten van de verdachte:
1. Zwijgrecht
Nemo tenetur de verdachte mag niet worden gedwongen zichzelf te belasten in een
strafrechtelijke procedure. De verdachte mag niet worden gedwongen een verklaring af te
leggen (art. 6 EVRM).
- Art. 29 Sv: op verdachte mag geen ongeoorloofde druk worden uitgeoefend
(pressieverbod).
o Cautie verdachte moet op de hoogte worden gebracht van het
zwijgrecht. Als dit vergeten wordt, kan de verklaring niet gebruikt
worden voor het bewijs (art. 359a Sv). (Alleen is de verdachte in zijn
belangen geschaad is).
2. Recht op bijstand
Art. 28 Sv: een verdachte heeft recht op een raadsman rechtsbijstand.
Rechtsbijstand is een mensenrecht (art. 6 lid 3 sub c EVRM).
De verdachte mag zelf zijn raadsman kiezen. Niet iedere verdachte zal een zelfgekozen
raadsman hebben. Er kan dan een raadsman worden toegevoegd.
Afhankelijk van de situatie zal hij al dan niet in aanmerking komen voor rechtsbijstand van
overheidswege.
Belangrijkste situaties:
1. De verdachte is niet van zijn vrijheid beroofd.
- Niet automatisch toevoeging van een raadsman
- Verdachte kan hier wel om verzoeken (art. 42 lid 3 Sv).
- Niet kosteloos afhankelijk van zijn inkomsten. Boven een inkomstengrens is
het toevoegen niet mogelijk.
2. De verdachte wordt door de politie opgehouden voor onderzoek.
5 jaar geleden Salduz arrest:
- Een verdachte vanaf het eerste verhoor recht heeft op een advocaat.
- De advocaat moet te allen tijde zijn cliënt bij kunnen staan, ook tijdens verhoor
en mag actief bijstaan in het verhoor.
- De advocaat moet vertrouwelijk met cliënt kunnen communiceren.
3. De verdachte is in verzekering gesteld.
- Piketadvocaat staat de verdachte bij tot het einde van de
inverzekeringstelling.
- De piketadvocaat wordt zonder verzoek aangewezen door bureau
rechtsbijstandvoorziening (art. 40 Sv).
- De politie is verplicht de raadsman toe te voegen (art. 40 lid 2 Sv).
- De Staat betaalt de piketadvocaat een vergoeding.
, 4. De verdachte is in voorlopige hechtenis genomen.
- Op het verzoek van de verdachte kan er een raadsman worden toegevoegd.
- Is de voorlopige hechtenis na een inverzekeringstelling, dan is het vaak een
piketadvocaat.
- Kosteloos.
- De toegevoegde advocaat blijft de verdachte bijstaan totdat de zaak is
geëindigd. (art. 41, 42 en 43 Sv).
Art. 12 Wet op rechtsbijstand algemene toevoegingscriteria die in alle situaties gelden.
Art. 50 Sv contact tussen verdachte en raadsman moet ongestoord plaats kunnen
vinden.
Art. 28 lid 2 Sv contact vindt zoveel mogelijk plaats wanneer de verdachte hierom
verzoekt. Dit is niet altijd mogelijk.
3. Recht op inzage processtukken
- Art. 30 Sv verdachte heeft recht op inzage van processtukken die op zijn zaak
betrekking hebben. Dit kan echter worden beperkt (art. 30 lid 2 Sv).
- Art. 32 Sv er kan bezwaar worden gemaakt op het onttrekken van kennisneming
van processtukken.
- Art. 33 Sv de verdachte moet volledige beschikking over de processtukken
krijgen vanaf het moment dat hem de dagvaarding is uitgereikt.
Raadsman een advocaat die de verdachte adviseert en met hem de verdediging voert.
Getuige getuigenverklaringen spelen een belangrijke rol om een strafbaar feit te bewijzen.
- Mensen die aanwijzingen kunnen geven omtrent het gebeurde of omtrent de situatie. Deze
aanwijzingen zijn vaak slechts in combinatie met andere bewijsmiddelen van belang.
- Een getuige wordt beëdigd voordat hij zijn verklaring aflegt (art. 290 lid 4 Sv). Geeft hij
hierna een valse verklaring af, dan pleegt hij meineed (art. 207 Sr en art. 295 Sv).
- Een getuige is verplicht te verklaren. Weigert een getuige te verklaren kan hij in bepaalde
gevallen worden gegijzeld (art. 221 en 294 Sv).
- Verschoningsrecht de wet geeft de getuige het recht om te zwijgen (bijv. art. 217
en 218 Sv).
Deskundige
De rechter mist vaak de vereiste expertise. Daarom worden er deskundigen ingeschakeld. Deze
deskundigen staan in een speciaal register. De officier van justitie of de rechter benoemd een
deskundige (art. 51i, 150 en 227 Sv).
Een verdachte kan het onderzoek niet vertrouwen en soms het recht krijgen een tegenonderzoek in
te stellen (art. 150a lid 3 Sv).
Belangrijkste regels deskundigen art. 51i t/m 51m Sv.
Slachtoffer
- Als slachtoffer kan je verklaren tijdens de zitting omtrent de gevolgen die je hebt geleden
aan het misdrijf.
- Dit kan ook in een schriftelijk slachtofferverklaring. Deze wordt dan voorgelezen.
Benadeelde partij
- Als je schade hebt geleden kan je als benadeelde partij je voegen in het strafproces. Je kan
dan een civielrechtelijke schadeclaim toevoegen in het proces.
- Een benadeelde partij moet speciale voegingsformulieren invullen en aan de officier van
justitie toesturen.
- Je kan je ook nog voegen tijdens het onderzoek ter terechtzitting.
Rechtbank, gerechtshof en Hoge Raad
Het strafrecht kent drie soorten rechterlijke colleges:
1. De rechtbank
2. Het gerechtshof
3. De Hoge Raad
Week 1 – Inleiding strafprocesrecht
Hoofdstuk 7
7.1. Algemeen
Doel strafrechtelijk onderzoek het achterhalen van waarheidsvindingen (wat er gebeurd is).
Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel art. 1 Sv. De strafvordering heeft alleen plaats op de wijze
bij de wet voorzien.
- Om willekeur te voorkomen
- Creëert rechtszekerheid voor de maatschappij
7.3. Procesdeelnemers
Verdachte
Onschuldpresumptie er wordt uitgegaan van de onschuld van de verdachte tot het tegendeel is
bewezen.
Art. 27 Sv bepaalt wie er verdachte is.
- Lid 1 materiële voorwaarde om als verdachte aangemerkt te worden.
- Lid 2 formele voorwaarde om als verdachte aangemerkt te worden.
Criteria ter bepaling van verdachte (art. 27 lid 1 Sv):
- Er moet sprake zijn van een redelijk vermoeden.
- Dit moet uit feiten en omstandigheden zijn afgeleid.
Drie criteria verdenking:
1. Verdenking moet concreet zijn
2. Verdenking moet objectiveerbaar zijn; eenieder zou het vermoeden
3. De verdenking dient geïndividualiseerd te zijn.
Hollende-kleurlingarrest:
Diep in de nacht loopt een kleurling versneld door een buurt in het centrum van Amsterdam die
slecht bekend staat. Twee surveillerende agenten zien de kleurling uit de richting van het cafe
Caribian Nights komen. Dit café staat bekend als een verzamelplaats van handelaren en gebruikers
van verdovende middelen. Dit wetende vermoedt agent A dat verdovende middelen bij zich heeft.
Door dit vermoeden houdt hij samen met agent B de verdachte aan om hem te fouilleren. Agent A
merkt verder op dat de verdachte zijn linkerhand constant in zijn jaszak houdt, ook voor de
aanhouding. Doordat de kleurling zijn hand voortdurend verbergt in zijn jaszak vermoedt agent A
dat hij in die jaszak verdovende middelen heeft zitten.
De twee agenten houden hem vervolgens staande op verdenking van het opzettelijk bezitten van
verdovende middelen. De verdachte verzet zich tegen overbrenging naar het politiebureau. In de
tussentijd had de verdachte zijn linkerhand uit zijn linker jaszak gehaald. Hieruit viel een wikkel
van zilverpapier op de grond, die naar later bleek heroïne bevatte. De verdachte werd door het OM
vervolgd voor het in bezit hebben van heroïne en het verzetten tijdens zijn arrestatie.
Rechtsvraag
Is het bewijs, namelijk het heroïnebezit, rechtmatig verkregen?
Overweging
Het hof overweegt dat de enkele omstandigheid dat een kleuring hard uit de richting van een als
verzamelplaats van handelaren en gebruikers van drugs bekend staand café komt lopen, niet
voldoende is om te spreken van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bedoeld
als in artikel 27 WvSv of van ernstige bezwaren. De kleuring mocht niet als 'verdachte' worden
aangemerkt. Hierdoor was het staande houden en het onderzoek aan de kleding door de agenten
niet rechtmatig. Doordat het bewijsmateriaal niet op rechtmatige wijze verkregen is volgt
vrijspraak op grond van gebrek aan bewijs.
Rechtsregel
De enkele omstandigheid dat iemand uit de richting van een café komt rennen dat bekend staat als
verzamelplaats voor handelaren en gebruikers in verdovende middelen levert niet een redelijk
vermoeden van enig strafbaar feit als bedoeld in artikel 27 lid 1 WvSv op: Als verdachte wordt
vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of
omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit.
,Stormsteeg arrest
De feiten
Een man (verdachte) liep met zijn handen in zijn jaszakken op de rijbaan van de Stormsteeg, een
plek die bekend stond om het feit dat er veel opiumdelicten (handel en gebruik van verdovende
middelen) werden gepleegd. Toen de man agenten voor zich zag verschijnen stopte hij plotseling
met lopen en rende vervolgens hard weg. De man werd tegengehouden en gefouilleerd, tijdens de
fouillering werd 3,3 gram heroïne gevonden.
Rechtsvraag
Bestonden ernstige bezwaren tegen verdachte en was dus sprake van een rechtmatige fouillering?
Overweging
Volgens de Hoge Raad waren de plotselinge schrikreactie van de man toen hij de politie zag met de
loopversnelling die daarop volgde en de algemene bekendheid dat rond de Stormsteeg veel
opiumdelicten werden gepleegd voldoende grond voor ernstige bezwaren tegen de verdachte dat
deze zich schuldig had gemaakt aan een opiumdelict. De fouillering in de zin van art. 9 lid 5
Opiumwet (oud: nu is dit art. 9 lid 2 Opiumwet) en het verkregen bewijs waren dus rechtmatig.
Het cassatiemiddel was dus onterecht voorgesteld.
Rechtsregel
De schrikreactie van de man, naast de algemene bekendheid omtrent de opiumdelicten die op die
locatie werden gepleegd zorgden ervoor dat er voldoende omstandigheden waren om te spreken
van ernstige bezwaren jegens de man, waardoor hij als verdachte in de zin van art. 27 lid 1 Sv kon
worden gekwalificeerd. Op grond hiervan mocht de man worden gefouilleerd.
Rechten van de verdachte:
1. Zwijgrecht
Nemo tenetur de verdachte mag niet worden gedwongen zichzelf te belasten in een
strafrechtelijke procedure. De verdachte mag niet worden gedwongen een verklaring af te
leggen (art. 6 EVRM).
- Art. 29 Sv: op verdachte mag geen ongeoorloofde druk worden uitgeoefend
(pressieverbod).
o Cautie verdachte moet op de hoogte worden gebracht van het
zwijgrecht. Als dit vergeten wordt, kan de verklaring niet gebruikt
worden voor het bewijs (art. 359a Sv). (Alleen is de verdachte in zijn
belangen geschaad is).
2. Recht op bijstand
Art. 28 Sv: een verdachte heeft recht op een raadsman rechtsbijstand.
Rechtsbijstand is een mensenrecht (art. 6 lid 3 sub c EVRM).
De verdachte mag zelf zijn raadsman kiezen. Niet iedere verdachte zal een zelfgekozen
raadsman hebben. Er kan dan een raadsman worden toegevoegd.
Afhankelijk van de situatie zal hij al dan niet in aanmerking komen voor rechtsbijstand van
overheidswege.
Belangrijkste situaties:
1. De verdachte is niet van zijn vrijheid beroofd.
- Niet automatisch toevoeging van een raadsman
- Verdachte kan hier wel om verzoeken (art. 42 lid 3 Sv).
- Niet kosteloos afhankelijk van zijn inkomsten. Boven een inkomstengrens is
het toevoegen niet mogelijk.
2. De verdachte wordt door de politie opgehouden voor onderzoek.
5 jaar geleden Salduz arrest:
- Een verdachte vanaf het eerste verhoor recht heeft op een advocaat.
- De advocaat moet te allen tijde zijn cliënt bij kunnen staan, ook tijdens verhoor
en mag actief bijstaan in het verhoor.
- De advocaat moet vertrouwelijk met cliënt kunnen communiceren.
3. De verdachte is in verzekering gesteld.
- Piketadvocaat staat de verdachte bij tot het einde van de
inverzekeringstelling.
- De piketadvocaat wordt zonder verzoek aangewezen door bureau
rechtsbijstandvoorziening (art. 40 Sv).
- De politie is verplicht de raadsman toe te voegen (art. 40 lid 2 Sv).
- De Staat betaalt de piketadvocaat een vergoeding.
, 4. De verdachte is in voorlopige hechtenis genomen.
- Op het verzoek van de verdachte kan er een raadsman worden toegevoegd.
- Is de voorlopige hechtenis na een inverzekeringstelling, dan is het vaak een
piketadvocaat.
- Kosteloos.
- De toegevoegde advocaat blijft de verdachte bijstaan totdat de zaak is
geëindigd. (art. 41, 42 en 43 Sv).
Art. 12 Wet op rechtsbijstand algemene toevoegingscriteria die in alle situaties gelden.
Art. 50 Sv contact tussen verdachte en raadsman moet ongestoord plaats kunnen
vinden.
Art. 28 lid 2 Sv contact vindt zoveel mogelijk plaats wanneer de verdachte hierom
verzoekt. Dit is niet altijd mogelijk.
3. Recht op inzage processtukken
- Art. 30 Sv verdachte heeft recht op inzage van processtukken die op zijn zaak
betrekking hebben. Dit kan echter worden beperkt (art. 30 lid 2 Sv).
- Art. 32 Sv er kan bezwaar worden gemaakt op het onttrekken van kennisneming
van processtukken.
- Art. 33 Sv de verdachte moet volledige beschikking over de processtukken
krijgen vanaf het moment dat hem de dagvaarding is uitgereikt.
Raadsman een advocaat die de verdachte adviseert en met hem de verdediging voert.
Getuige getuigenverklaringen spelen een belangrijke rol om een strafbaar feit te bewijzen.
- Mensen die aanwijzingen kunnen geven omtrent het gebeurde of omtrent de situatie. Deze
aanwijzingen zijn vaak slechts in combinatie met andere bewijsmiddelen van belang.
- Een getuige wordt beëdigd voordat hij zijn verklaring aflegt (art. 290 lid 4 Sv). Geeft hij
hierna een valse verklaring af, dan pleegt hij meineed (art. 207 Sr en art. 295 Sv).
- Een getuige is verplicht te verklaren. Weigert een getuige te verklaren kan hij in bepaalde
gevallen worden gegijzeld (art. 221 en 294 Sv).
- Verschoningsrecht de wet geeft de getuige het recht om te zwijgen (bijv. art. 217
en 218 Sv).
Deskundige
De rechter mist vaak de vereiste expertise. Daarom worden er deskundigen ingeschakeld. Deze
deskundigen staan in een speciaal register. De officier van justitie of de rechter benoemd een
deskundige (art. 51i, 150 en 227 Sv).
Een verdachte kan het onderzoek niet vertrouwen en soms het recht krijgen een tegenonderzoek in
te stellen (art. 150a lid 3 Sv).
Belangrijkste regels deskundigen art. 51i t/m 51m Sv.
Slachtoffer
- Als slachtoffer kan je verklaren tijdens de zitting omtrent de gevolgen die je hebt geleden
aan het misdrijf.
- Dit kan ook in een schriftelijk slachtofferverklaring. Deze wordt dan voorgelezen.
Benadeelde partij
- Als je schade hebt geleden kan je als benadeelde partij je voegen in het strafproces. Je kan
dan een civielrechtelijke schadeclaim toevoegen in het proces.
- Een benadeelde partij moet speciale voegingsformulieren invullen en aan de officier van
justitie toesturen.
- Je kan je ook nog voegen tijdens het onderzoek ter terechtzitting.
Rechtbank, gerechtshof en Hoge Raad
Het strafrecht kent drie soorten rechterlijke colleges:
1. De rechtbank
2. Het gerechtshof
3. De Hoge Raad