• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 60 pagina's
Samenvatting

Samenvatting literatuur (Forsyth) - Groepsdynamica (6462PS005Y)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 60 pagina's

Samenvatting van de opgegeven literatuur voor Groepsdynamica

Voorbeeld van de inhoud

H3 – Inclusion and identity
Er zijn eigenlijk 3 processen die bijdragen aan het transformeren van ‘eenlingen’ tot ‘groepsleden’:
1. Inclusie – individuen veranderen van outsiders naar insiders door een groep te joinen
2. Collectivisme – groepsleden beginnen over het goede van de groep als geheel na te denken, in
plaats van wat de groep hen biedt
3. Identiteit – Individuen veranderen hun opvatting van wie ze zijn om zowel de kenmerken van
hun groep als hun eigen individuele kenmerken op te nemen.

Isolatie  inclusie
De behoefte om erbij te horen
Mensen hebben een behoefte om ergens bij te horen (need to belong). Dit is het algemene verlangen
om anderen op te zoeken en zich bij hen aan te sluiten, wat een toestand van spanning en gemis
veroorzaakt wanneer het niet wordt vervuld.
De relaties die groepen creëren kunnen dienen als een buffer tegen gevoelens van isolatie en
eenzaamheid. Eenzaamheid is niet hetzelfde als alleen zijn. Het is een psychologische reactie op een
gevoelsmatig tekort aan persoonlijke of sociale relaties. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee
soorten:
1. Emotionele eenzaamheid – wanneer het probleem een tekort aan lange termijn,
betekenisvolle, intieme relaties met een ander persoon is
a. Bijv. bij een scheiding of breakup
b. Kan alleen verminderd worden door intieme, betekenisvolle connecties
2. Sociale eenzaamheid – Wanneer je je afgesneden voelt van je netwerk van vrienden,
kennissen of groepsleden
a. Bijv. bij verhuizingen, buitensluiten door peers of een nieuwe werknemer zijn
b. Kan alleen verminderd worden door stabiele, betrouwbare contacten (in groepen)

Inclusie en exclusie
De need to belong wordt vervuld wanneer een groep iemand accepteert, maar ze zijn pas echt tevreden
als een groep hen ook actief opzoekt. Ostracisme is wat daar eigenlijk tegenover staat: het
buitensluiten van één of meer individuen uit een groep, door het contact met diegene te verminderen
of te verbreken. Het is niet het één of het ander, maar het is meer een continuüm




Vaak hebben mensen een negatieve reactie op ostracisme en exclusie; ze voelen zich gefrustreerd,
angstig of nerveus. Deze reactie is er zelfs wanneer mensen de andere groepsleden niet eens mogen.
Volgens het Temporal need-threat model van Williams zijn er meerdere fasen:

, 1. Reflexive fase – initiële reactie op ostracisme, gekenmerkt door veel negatieve gevoelens die
signaleren dat er iets mis is
2. Reflective fase – een proces van zorgvuldig overwegen en afwegen van verschillende opties
3. Resignation fase – als er geen acceptatie vanuit de groep komt




Sommige mensen “vechten” voor hun plek binnen een groep, terwijl anderen zich terugtrekken om
verdere afwijzing te voorkomen. Dit is de Fight-or-flight respons, een fysieke en psychologische
reactie op stressvolle gebeurtenissen, waarbij het sympathisch zenuwstelsel wordt geactiveerd. De
fight-reactie vindt meer plaats wanneer de exclusie openlijk/duidelijk, ongegrond, en onverwacht is.
Er kan echter ook sprake zijn van een Tend-and-befriend respons, wat een fysieke, psychologische en
interpersoonlijke reactie op stressvolle gebeurtenissen is, gekenmerkt door een toename in nurturing,
besschermende en ondersteunende gedragingen (tending), en het initiëren en versterken van relaties
(befriending).

Inclusie en human nature
De evolutietheorie geeft een verklaring voor het feit dat men graag bij een groep wil horen. Het is
gewoon onderdeel van de menselijke aard. Dit is mogelijk door het door evolueren om te overleven.
Volgens de evolutietheorie zijn de voordelen van groepslidmaatschap zelfs in het DNA ingebed. Ook
al zijn de nadelen van alleen zijn nu minder heftig dan dat het vroeger was, toch blijft het instinct
bestaan. Want degenen die joiner waren, overleefden en gaven hun genen dus door, maar de loners
niet. Met name een specifiek type joiner overleefde: degenen die gevoelig waren voor signalen van
sociale exclusie. Volgens de Sociometer theorie dienen gevoelens van eigenwaarde als zo’n monitor.
Dit is een conceptuele analyse van zelfevaluatieprocessen die een theorie opstelt waarin self-esteem
fungeert als psychologische monitoring van iemands mate van inclusie en exclusie in sociale groepen.
De negatieve reactie die mensen voelen wanneer ze buitengesloten worden, heeft een biologische
basis. Denk bijvoorbeeld aan een verhoogde hartslag en bloeddruk en verlaagde niveaus van
oxytocine. Het is zelfs zo dat er bepaalde hersengebieden (dorsale anterior cingulate cortex en
anterior insula) actief worden bij exclusie, en dit zijn dezelfde gebieden die ook actief zijn bij fysieke
pijn.

Individualisme  collectivisme
Creëren van samenwerking
Individualisme – ieder individu is onafhankelijk en uniek en ze moeten kunnen doen en denken wat
ze zelf willen, in plaats van zich naar de groep te schikken
Collectivisme – groepen zijn complexe sets van onderling afhankelijke leden die zich continu moeten
aanpassen aan de reacties en acties van de anderen
Er zijn eigenlijk 4 kernelementen van individualisme-collectivisme:

, Facet Individualisme Collectivisme
Zorg voor het behouden van relaties die Zorg voor het voeden en behouden
persoonlijke voordelen opleveren en van harmonieuze relaties met
weinig kosten met zich meebrengen anderen (communale oriëntatie);
Sociale relaties
(ruiloriëntatie); lidmaatschappen zijn lidmaatschappen zijn familie, stam,
beperkt tot familie en nauwe persoonlijke dorp, organisatie en sociale
vriendschappen verenigingen
Gedrag wordt gestuurd door
Gedrag wordt gestuurd door persoonlijke
groepsnormen en -regels;
Sociale verplichtingen attituden en voorkeuren; context is niet zo
beslissingen worden genomen door
belangrijk als persoonlijke attituden
leiders en de groep
Groepssucces is van groot belang,
Streven naar persoonlijk succes;
samenwerking, groep wordt hoe dan
Sociale motieven voldoening door persoonlijke
ook beschermd; sterk gevoel van
overwinningen
plichten en trots in het groepssucces
Onderling afhankelijke zelf is
Onafhankelijke zelf is gebaseerd op
gebaseerd op relaties op
iemands persoonlijke, idiosyncratische
Sociale ‘zelf’ groepsniveau, rollen en sociale
kenmerken; iedere zelf is autonoom en
identiteiten, in plaats van de
uniek
individuele kwaliteiten


Sociale relaties
- Individualisten
 Relaties zijn meer gebaseerd op uitwisselingen
 Ze monitoren hun input in de groep, streven naar maximaliseren van persoonlijke
beloningen (via de groep) en als de groep hen teveel kost, zijn ze teleurgesteld
 Ze verwachten beloningen in ruil voor hun investering
- Collectivisten
 Relaties zijn eerder gemeenschappelijk gebaseerd
 Zij zijn meer bezig met wat de groep ontvangt/behaalt
 Ze helpen groepsleden meer, zien hun werk als teamwerk en zijn teleurgesteld als
anderen iets terug willen geven bij ieder gegeven hulp

Sociale verplichtingen
De groepscultuur kan verschillen. Dit zijn de verschillende manieren waarop leden van een groep hun
ervaringen representeren, inclusief consensusgeaccepteerde kennis, overtuigingen, rituelen, gebruiken,
regels, taal, normen en praktijken.
- Individualisten
 leden worden gestimuleerd om het beste uit zichzelf te halen
 De besten worden gewaardeerd
 Competitie en onafhankelijkheid wordt aangemoedigd
- Collectivisten
 Loyaliteit is het belangrijkst
 Beslissingen worden gezamenlijk gemaakt, waarbij elkaars visies worden overwogen
 Maar: leden worden daardoor wel geacht om plichten uit te voeren en kunnen minder
makkelijk tegen de groep ingaan

Sociale doelen
- Individualisten
 Equity norm – groepsleden moeten uitkomsten krijgen in balans met hun inzet.

, ₓ Meer inzet = groter deel van de uitkomst
ₓ Minder inzet = kleiner deel van de uitkomst
- Collectivisten
 Samenwerken met anderen, met een mate van optimisme dat de anderen ook
gemotiveerd zijn voor het gezamenlijke doel
 Equality norm – alle groepsleden ontvangen een even groot deel van de uitkomst,
ongeacht hun inzet

Sociale zelf
De zelf is eigenlijk gebaseerd op zowel persoonlijke kwaliteiten als interpersoonlijke kwaliteiten. De
persoonlijke identiteit omvat alle unieke kwaliteiten, kenmerken, overtuigingen, vaardigheden, etc.
die de ene persoon van de ander onderscheidt. De sociale identiteit omvat de kwaliteiten die door
connecties met, en gelijkheid aan, anderen ontstaan.
- Individualisten
 Vinden hun eigen, persoonlijke interesses en motivaties belangrijker dan die van de
groep
 Wijzen gedragingen toe aan de interne, persoonlijke kenmerken van de groep
- Collectivisten
 Benadrukken hun connecties met anderen
 Wijzen gedragingen eerder toe aan de sociale omstandigheden


Eigenlijk past niemand precies in het plaatje van individualist of collectivist, het is eerder een
continuüm met twee uitersten. De optimal distinctiveness theorie stelt dat de meeste mensen 3
fundamentele behoeften hebben:
1. De behoefte om door de groep opgenomen te worden
2. De behoefte om verbonden te zijn met vrienden en geliefden
3. De behoefte voor autonomie en differentiatie

Persoonlijke identiteit  Sociale identiteit
Sociale identiteitstheorie
De sociale identiteitstheorie is een theoretische analyse van groepsprocessen en relaties binnen een
groep die stelt dat groepen de self-concepts en self-esteem van groepsleden beïnvloeden. Met name
wanneer de individuen zich als groepsleden categoriseren en zich met de groep identificeren.
Twee cognitieve processen: sociale categorisatie en identificatie, zorgen er samen voor dat de
groepslidmaatschap een identiteit wordt

Sociale categorisatie
Met sociale categorisatie worden mensen vrijwel automatisch in groepen ingedeeld, op basis van
leeftijd, ras, nationaliteit en/of andere categorieën. Vervolgens wordt de perceptie beïnvloed door
overtuigingen die zij hebben van de kwaliteiten van de mensen in zo’n groep. Die overtuigingen zijn
stereotypen: typische kenmerken van een groep, die ze onderscheid van andere groepen. Ook jezelf
deel je vaak in in een categorie. Dan ga je vaak de stereotypen die over jouw groep gaan, ook op jezelf
betrekken: self-stereotypering of autostereotypering.

Sociale identificatie
Bij sociale identificatie identificeer je je eigenlijk met de groep. Je accepteert de groep als een
uitbreiding van het zelf en je baseert daarom je zelfdefinitie op de kwaliteiten en kenmerken van de
groep.

Inhoudsopgave

  1. 01 Isolatie  inclusie 1
    1. De behoefte om erbij te horen 1
    2. Inclusie en exclusie 1
    3. Inclusie en human nature 2
  2. 02 Individualisme  collectivisme 2
    1. Creëren van samenwerking 2
  3. 03 Persoonlijke identiteit  Sociale identiteit 4
    1. Sociale identiteitstheorie 4
    2. Motivatie en sociale identiteit 5
  4. 04 Joining groups 5
    1. Persoonlijkheidstrekken 5
    2. Anxiety en hechting 5
    3. Sociale motivatie 6
    4. Mannen, vrouwen en groepen 6
    5. Attituden, ervaringen en verwachtingen 6
  5. 05 Affiliatie 6
    1. Sociale vergelijking 6
    2. Stress en affiliatie 7
    3. Sociale vergelijking en ‘de zelf’ 7
  6. 06 Aantrekkignskracht 7
    1. Principes van aantrekking 7
    2. Economie van lidmaatschap 8
  7. 07 Bronnen van cohesie 9
    1. Sociale cohesie 9
    2. Taak cohesie 9
    3. Collectieve cohesie 9
    4. Emotionele cohesie 9
    5. Structurele cohesie 10
    6. Aannames en assessments 10
  8. 08 Ontwikkeling van cohesie 10
    1. Theorieën van groepsontwikkeling 10
    2. 5 fasen van ontwikkeling 10
    3. Cycli van ontwikkeling 11
  9. 09 Gevolgen van cohesie 12
    1. Leden tevredenheid en aanpassing 12
    2. Groepsdynamica en invloed 12
    3. Groepsproductiviteit 12
  10. 10 Toepassing: Uitleggen van initiaties 13
    1. Cohesie en initiaties 13
    2. Hazing 13
  11. 11 Majority invloed 13
    1. Conformiteit en onafhankelijkheid 14
    2. Conformiteit in meerdere contexten 14
  12. 12 Minoriteit invloed 15
    1. Conversietheorie van minoriteitsinvloed 15
    2. Voorspellen van minoriteitsinvloed 15
    3. Dynamische Sociale Impact Theorie 15
  13. 13 Bronnen van groepsinvloed 16
    1. Impliciete invloed 16
    2. Informationele invloed 16
    3. Normatieve invloed 16
    4. Interpersoonlijke invloed 17
    5. Het bijstander-effect 17
  14. 14 Toepassing – begrijpen van jury’s 17
    1. Jury dynamiek 17
    2. Effectiviteit jury’s 17
    3. Verbeteren van jury’s 17
  15. 15 Normen 18
    1. Typen normen 18
    2. Ontwikkeling van normen 18
    3. Transmissie van normen 18
  16. 16 Rollen 19
    1. The nature of Social Roles 19
    2. Rol theorieën 19
    3. Bale’s SYMLOG model 19
    4. Groep socialisatie 20
    5. Rolstress 21
  17. 17 Onderlinge relaties 21
    1. Status relaties 21
    2. Aantrekkingsrelaties 21
    3. Communicatie relaties 22
  18. 18 Toepassing: sociaal netwerk analyse 22
    1. Egocentrisch netwerk 22
    2. Sociocentrisch netwerk 22
  19. 19 Gehoorzaamheid naar autoriteit 23
    1. Milgram experimenten 23
  20. 20 Sociale macht in groepen 23
    1. Machtsbases 23
    2. Machtstactieken 23
  21. 21 Sociale status in groepen 24
    1. Claimen van status 24
    2. Krijgen van status 24
    3. Status hiërarchie en stabiliteit 24
  22. 22 De metamorfe effecten van macht 24
    1. Veranderingen in de machtshebber 24
    2. Reacties op machtsgebruik 25
  23. 23 Sociale facilitatie 26
    1. Prestatie in de aanwezigheid van anderen 26
    2. Waarom vindt sociale facilitatie plaats? 26
  24. 24 Social loafing 27
    1. Het Ringelmann Effect 27
    2. Oorzaken en oplossingen voor social loafing 27
    3. Collectieve Effort Model (CEM) 27
  25. 25 Werken in groepen 28
    1. Procesmodel van groepsprestatie 28
  26. 26 Groepscreativiteit 29
    1. Brainstorming 29
    2. Brainstorming verbeteren 30
    3. Alternatieven voor brainstorming 30
  27. 27 Samenwerken in teams 30
    1. Wat is een team? 30
    2. Wanneer werk je in teams? 30
    3. Soorten teams 31
    4. Systeem model van teams – Input-Process-Output model 32
  28. 28 Input: vormen van het team 32
    1. De Teamspeler 32
    2. Knowledge, Skill and Ability (KSA) 33
    3. Diversiteit 33
    4. Mannen, vrouwen en teams 33
  29. 29 Proces: werken in teams 33
    1. Onderlinge afhankelijkheid 33
    2. Gecoördineerde interactie 33
    3. Aansprekend doel 34
    4. Adaptieve structuren 34
    5. Cohesie 34
  30. 30 Output: teamprestatie 34
    1. Evalueren van teams 34
    2. Suggesties voor het gebruik van teams 34
  31. 31 Groepen leiden 35
    1. Leiderschap gedefinieerd 35
    2. Wat doen leiders? 35
  32. 32 Ontstaan van leiderschap 35
    1. Eigenschappen van een leider 35
    2. Intellectuele en praktische vaardigheden 36
    3. Uiterlijk van een leider 36
  33. 33 Theorieën van leiderschap emergentie 36
    1. Impliciete leiderschapstheorie 36
    2. Sociale identiteitstheorie 36
    3. Sociale rol theorie 36
    4. Terror management theorie 36
    5. Evolutietheorie 37
  34. 34 Effectiviteit van de leider 37
    1. Stijlen en situaties 37
    2. Leider-lid uitwisselingstheorie 38
    3. Participatie theorieën 38
    4. Transformationele leiderschap 39
  35. 35 Het besluitvormingsproces 39
    1. Oriëntatie 39
    2. Discussie 40
    3. Besluitvorming (Decision) 40
    4. Implementatie 40
  36. 36 Besluitvormingsbias 41
    1. Judgmental bias 41
    2. Shared informatie bias 41
    3. Groepspolarisatie 42
  37. 37 Slachtoffers van groepsdenken 42
    1. Symptomen van groepsdenken 42
    2. Symptomen van Defectieve Besluitvorming 43
    3. Oorzaken van groepsdenken / antecedente condities 43
    4. Alternatieve modellen 43
    5. Groepsdenken voorkomen 43
  38. 38 Oorzaken van conflict 44
    1. Winnen: conflict en competitie 44
    2. Delen: conflict over middelen 45
    3. Werken: Taak en Proces conflict 45
    4. Liking en disliking: Relatie conflict 45
  39. 39 Confrontatie en escalatie 45
    1. Onzekerheid  commitment 45
    2. Perceptie  misperceptie 45
    3. Zachte tactieken  harde tactieken 46
    4. Reciprociteit  Retaliation (wraak) 46
    5. Irritatie  Woede 46
    6. Weinig  Veel 46
  40. 40 Conflict oplossen 46
    1. Commitment  Onderhandeling 46
    2. Misperceptie  Begrijpen 47
    3. Harde technieken  Coöperatieve technieken 47
    4. Retaliatie  vergevingsgezind 47
    5. Woede  Beheersing 48
    6. Veel  weinig 48
    7. Waarde van conflict: Redux 48
  41. 41 Intergroep conflict: wij vs. zij 48
    1. Competitie en conflict 48
    2. Macht en dominantie 49
    3. Intergroep agressie 49
    4. Normen en conflict 50
  42. 42 Intergroepsbias: Wij en zij 50
    1. Conflict en categorisatie 50
    2. Ingroep-outgroep bias 50
    3. Cognitieve bias 51
    4. Stereotype Content Model 51
    5. Exclusie en dehumanisering 51
    6. Categorisatie en identiteit 52
  43. 43 Intergroep conflict oplossing: verenigen van Wij en Zij 52
    1. Intergroep contact 52
    2. Cognitieve oplossingen voor conflict 52
    3. Leren om samen te werken 53
  44. 44 Plaatsen 53
    1. Gevoel van plaats 53
    2. Stressvolle plaatsen 53
  45. 45 Ruimtes 53
    1. Persoonlijke ruimte 54
    2. Reacties op ruimtelijke inbreuk 54
    3. Zitplaatsindeling 54
  46. 46 Locaties 55
    1. Typen territorialiteit 55
    2. Groep territoria 55
    3. Territorialiteit in groepen 55
  47. 47 Werkruimtes 55
    1. Persoon-plaats fit 55
    2. Fitting van vorm aan functie 56
  48. 48 Collectieven: vormen en kenmerken 56
    1. Wat zijn collectieven? 56
    2. Gatherings 57
    3. Crowds 57
    4. Collectieve bewegingen 58
    5. Sociale bewegingen 58
    6. Typen collectieven – overzicht 58
  49. 49 Collectieve dynamiek 59
    1. Besmetting 59
    2. Convergentie 59
    3. De-individualisering 59
    4. Ontstaande normen 60
    5. Sociale identiteit 60
  50. 50 Collectieven zijn groepen 60

Gekoppeld boek
 image
Donelson R. Forsyth, Frederick Forsyth Group Dynamics
Uitgever: maart 2009 ISBN: 9780495804918 Druk: Onbekend

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
2 september 2025
Aantal pagina's
60
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€8,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
lianneotte
3,0
(1)
Verkocht
23
Volgers
0
Items
39
Laatst verkocht
1 maand geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen