- Alle hoorcolleges
- Artikelen: Baar et al., (2007), Albarracín et al., (2024), Van Yperen et al.,
(2017), NJI (2019-2022), Van der Zwet et al., (2011), NJI (2022), Van
Dijken et al., (2017), Baerveldt (2017), De Vries et al., (2021), Buysse et
al., (2017) en Naezer & Krebbekx (2024).
- Brug et al., (2022): hoofdstuk 1, 4, 5, 6, 7 en 8 (let op: niet altijd alle
bladzijden van het hoofdstuk).
1
,Het model van planmatige gezondheidsvoorlichting is een gestructureerde aanpak voor het
ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van gezondheidsvoorlichtings- en
gedragsveranderingsprogramma’s.
Hoorcollege 2 + artikel Baar + brug hoofdstuk 4, 5, 6 en 7
1. Behoeften doelgroep (randvoorwaarden en condities), ernst, omvang, aard in kaart
brengen.
2. Risicofactoren (ook versterkende factoren) → oorzaken (wat er moet veranderen).
Persoonlijk en omgeving.
3. Determinantenanalyse = het genereren van ideeën over hoe het ongewenste gedrag
adequaat kan worden beïnvloed en worden aangepakt/het gewenste gedrag kan
worden bevorderd en waarom.
Gebaseerd op sociaal-psychologische gedragsverklaringstheorieën en modellen:
ASE-model
A = attitude: houding/oordeel t.o.v. risicogedrag, kennis, uitkomstverwachtingen, oordelen
over voor- en nadelen, gewoontes
S = sociale invloed: directe invloeden van anderen, modelling, subjectieve norm, motivation
to comply
E = eigen effectiviteit: verwachtingen over
eigen kunnen en mate van controle over
eigen kunnen. Verwachtingen kunnen
variëren op drie punten:
- Magnitude = inschatting
moeilijkheid
- Generality = inschatting van
problemen die hetzelfde gedrag in
2
, verschillende situaties met zich meebrengt.
- Strength = de mate waarin men zelfvertrouwen heeft over het kunnen vertonen van
het gedrag.
Praktijkgericht → barrières en externe variabelen.
Beredeneerd Gedrag Model
De overweging om gedrag te vertonen is
afhankelijk van je eigen overtuiging en
opvatting van het gedrag, wat je denkt dat
anderen vinden en denken van het gedrag,
de controle die je denkt te hebben over het
gedrag. De veronderstelling is dat de
daadwerkelijke uitvoering van gedrag leidt
tot feedback over de overwegingen die men
van het gedrag heeft.
Controle over gedrag staat meer centraal.
I-Change Model:
Succes voorlichting afhankelijk van het motivationele stadium ontvanger → stadia van
bereidheid van een persoon om gedrag aan te passen/veranderen (motivatie).
Gedragsverandering verloopt volgens een stapsgewijs proces:
Fase 1: Voorbeschouwing (precontemplatie): persoon is zich nog niet bewust van het
probleem. Geen intentie tot verandering (geen noodzaak).
- Voorlichting: vragen aandacht probleem. Informeren, stimuleren, bewustwording.
- Determinant: kennis (informatieoverdracht) of risicoperceptie
Fase 2: Overpeinzing (contemplatie): de persoon is zich ervan bewust dat hij/zij een
probleem heeft. Motivatie is er maar geen actie. Ontvanger staat op voor voorlichting.
- Voorlichting: bewustmaking en begrip van ongezond leefgedrag. Aanreiken
perspectieven. Bewustmakende interventies. Actie/handelen overwegen.
3