Inhoudsopgave
LINDENBAUM / COHEN ................................................................................................................... 2
ELEKTRICITEITSARREST ................................................................................................................... 4
KELDERLUIK .................................................................................................................................... 5
HBU/SALADIN ................................................................................................................................. 7
HAVILTEX ........................................................................................................................................ 9
CATOOCHI .....................................................................................................................................11
DE ONWAARDIGE DEELGENOOT ....................................................................................................13
WRONGFUL BIRTH .........................................................................................................................16
MENSENROOF ...............................................................................................................................17
THE WELFARE PARTY AND OTHERS VS. TURKEY ...............................................................................19
MARKTHUYS ..................................................................................................................................20
JETBLAST .......................................................................................................................................21
RUNESCAPE ..................................................................................................................................23
URGENDA ......................................................................................................................................25
, LINDENBAUM / COHEN
HR 31 januari 1919, ECLI:NL:HR:1919:AG1776 (Lindenbaum/Cohen)
Essentie
Het arrest gaat over de vraag of er sprake is van een onrechtmatige daad
Feiten
Lindenbaum en Cohen hebben beiden een drukkerij in Amsterdam. Cohen koopt een
werknemer van Lindenbaum om, om erachter te komen welke prijzen Lindenbaum
hanteert. Cohen zou op deze manier onder de oMerteprijs van de concurrent kunnen
zitten en meer opdrachten binnen kunnen halen. Lindenbaum kwam achter de
omkoping en eist een schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad
Rechtsvraag
Is er sprake van een onrechtmatige daad?
Overweging rechtbank
De rechtbank wees de vordering van Lindenbaum toe. Zij beweerde dat deze handeling
niet onder het bereik der Strafwet viel, maar dat er wel werd gehandeld in strijd met de
neergelegde plicht tot geheimhouding.
De werknemer schond zijn rechtsplicht, maar Cohen werd medeschuldig bevonden
wegens overhalen van de werknemer met giften.
Overweging Gerechtshof
Het hof wees de vordering van Lindenbaum af, omdat zij vonden dat de gedragingen van
Cohen niet in strijd waren met de wet. Toentertijd was het zo dat er alleen sprake was
van onrechtmatige daad als iemand handelde in strijd met een rechtsplicht. Het Hof
oordeelde dat de werknemer een rechtsplicht had geschonden, maar dat daar voor
derden (Cohen) geen verplichtingen voor ontstonden.
Overweging Hoge Raad
De HR wees de vordering van Lindenbaum wel toe. Hij herzag de definitie van
onrechtmatige daad en werkte deze verder uit, waardoor deze casus wel onder de
reikwijdte viel. Handelen in strijd met de normen van ongeschreven recht werd nu ook
strafbaar geacht. Voorheen hanteerde de HR een zeer beperkte definitie van het begrip
“onrechtmatig”. Alleen daden die in strijd waren met een wettelijke bepaling werden als
onrechtmatig beschouwd. Uiterst onzorgvuldig en onbetamelijk gedrag leidde echter
nog niet tot schadevergoeding.
“Onder onrechtmatige daad is te verstaan een handelen of nalaten, dat of inbreuk
maakt op eens anders recht, of in strijd is met des daders rechtsplicht of indruist, hetzij
tegen de goede zeden, hetzij tegen de zorgvuldigheid, welke in het maatschappelijke
verkeer betaamt ten aanzien van eens anders persoon of goed.”
à Volgens de HR kan je ook een onrechtmatige daad plegen als je iets doet wat tegen
het maatschappelijk verkeer niet betaamd is.
, Rechtsregel
De uitspraak is uiteindelijk gecodificeerd (opgenomen) in art. 6:162 BW
- Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden
toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te
vergoeden
- Als onrechtmatige daad wordt aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen
of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens
ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander
behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond
- Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien deze is te
wijten aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het
verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.
Relevante wetsartikelen
Art. 6:162 BW
LINDENBAUM / COHEN ................................................................................................................... 2
ELEKTRICITEITSARREST ................................................................................................................... 4
KELDERLUIK .................................................................................................................................... 5
HBU/SALADIN ................................................................................................................................. 7
HAVILTEX ........................................................................................................................................ 9
CATOOCHI .....................................................................................................................................11
DE ONWAARDIGE DEELGENOOT ....................................................................................................13
WRONGFUL BIRTH .........................................................................................................................16
MENSENROOF ...............................................................................................................................17
THE WELFARE PARTY AND OTHERS VS. TURKEY ...............................................................................19
MARKTHUYS ..................................................................................................................................20
JETBLAST .......................................................................................................................................21
RUNESCAPE ..................................................................................................................................23
URGENDA ......................................................................................................................................25
, LINDENBAUM / COHEN
HR 31 januari 1919, ECLI:NL:HR:1919:AG1776 (Lindenbaum/Cohen)
Essentie
Het arrest gaat over de vraag of er sprake is van een onrechtmatige daad
Feiten
Lindenbaum en Cohen hebben beiden een drukkerij in Amsterdam. Cohen koopt een
werknemer van Lindenbaum om, om erachter te komen welke prijzen Lindenbaum
hanteert. Cohen zou op deze manier onder de oMerteprijs van de concurrent kunnen
zitten en meer opdrachten binnen kunnen halen. Lindenbaum kwam achter de
omkoping en eist een schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad
Rechtsvraag
Is er sprake van een onrechtmatige daad?
Overweging rechtbank
De rechtbank wees de vordering van Lindenbaum toe. Zij beweerde dat deze handeling
niet onder het bereik der Strafwet viel, maar dat er wel werd gehandeld in strijd met de
neergelegde plicht tot geheimhouding.
De werknemer schond zijn rechtsplicht, maar Cohen werd medeschuldig bevonden
wegens overhalen van de werknemer met giften.
Overweging Gerechtshof
Het hof wees de vordering van Lindenbaum af, omdat zij vonden dat de gedragingen van
Cohen niet in strijd waren met de wet. Toentertijd was het zo dat er alleen sprake was
van onrechtmatige daad als iemand handelde in strijd met een rechtsplicht. Het Hof
oordeelde dat de werknemer een rechtsplicht had geschonden, maar dat daar voor
derden (Cohen) geen verplichtingen voor ontstonden.
Overweging Hoge Raad
De HR wees de vordering van Lindenbaum wel toe. Hij herzag de definitie van
onrechtmatige daad en werkte deze verder uit, waardoor deze casus wel onder de
reikwijdte viel. Handelen in strijd met de normen van ongeschreven recht werd nu ook
strafbaar geacht. Voorheen hanteerde de HR een zeer beperkte definitie van het begrip
“onrechtmatig”. Alleen daden die in strijd waren met een wettelijke bepaling werden als
onrechtmatig beschouwd. Uiterst onzorgvuldig en onbetamelijk gedrag leidde echter
nog niet tot schadevergoeding.
“Onder onrechtmatige daad is te verstaan een handelen of nalaten, dat of inbreuk
maakt op eens anders recht, of in strijd is met des daders rechtsplicht of indruist, hetzij
tegen de goede zeden, hetzij tegen de zorgvuldigheid, welke in het maatschappelijke
verkeer betaamt ten aanzien van eens anders persoon of goed.”
à Volgens de HR kan je ook een onrechtmatige daad plegen als je iets doet wat tegen
het maatschappelijk verkeer niet betaamd is.
, Rechtsregel
De uitspraak is uiteindelijk gecodificeerd (opgenomen) in art. 6:162 BW
- Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden
toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te
vergoeden
- Als onrechtmatige daad wordt aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen
of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens
ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander
behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond
- Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien deze is te
wijten aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het
verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.
Relevante wetsartikelen
Art. 6:162 BW