De Bucky-kamer; Strooistralenrooster
Strooistraling ontstaat door het comptoneffect en kunnen tot last zijn bij beeldvorming. Doo r een
rooster te plaatsen wordt deze strooistraling gedeeltelijk tegengehouden. Dit doen de lamellen.
Primaire stralen die komen waar ze horen te komen zorgen voor een goede beeldvorming
Primaire stralen die precies op een lamel terecht komen dragen niet bij aan de beeldvorming
Sommige stralen schiet tussen twee lamellen door en beland op een verkeerde plek willen we niet
Het foton wordt afgebogen en beland op een lamel waardoor deze wordt weggevangen willen we
Als je werkt zonder rooster krijg je een grauwige waas over je beeld door verkeerd gevallen fotonen
Bouw/werking:
Ratio: verhouding van de hoogte van de lamel tot de afstand tussen de lamellen: ratio = h/s
Hoge ratio houdt meer stralen tegen. dit geeft een beter beeld naar de werkelijkheid
Selectiviteit: verhouding tussen transmissie van de primaire stralen tot de transmissie van de strooi
stralen. Selectiviteit: Tp/Ts Deze is nooit 100%
Roosterfactor: de dosis die je nodig hebt met een rooster / de dosis die je nodig hebt zonder rooster
om een afbeelding te krijgen met dezelfde kwaliteit. R= mAs+/mAs-
Roosterfactor wil je zo laag mogelijk houden want anders krijgt de patiënt meer dosis.
Ongericht rooster: bestaat uit parallelle lamellen. Nadeel: stralen van een divergerende bundel lopen
aan de buitenkant kapot op het rooster.
Gericht rooster: in het midden recht, aan de zijkant schuiner, dit is goed voor een divergerende
bundel. Het is alleen geschikt voor een vooraf bepaalde FD afstand.
Kruis-rooster: lamelle in twee richtingen; twee roosters loodrecht op elkaar. Houdt meer
strooistraling tegen. Nadeel: primaire straling wordt verzwakt, stralingsfactor ligt hier veel hoger.
Wordt gebruikt als een goed contrast heel belangrijk is.
Gebruikersfouten:
- Gericht rooster op de kop; symmetrisch vignet-effect, er is een sterke
onderbelichting aan de zijkant.
- De afstand bij een gericht rooster is niet juist ; symmetrisch vignet-effect
- Niet goed gecentreerd in het rooster rechte bundels komen op schuine lamellen; egale
onderbelichting
, - Rooster niet loodrecht t.o.v. je bundel lamelrichting klopt niet meer; egale
onderbelichting
- Niet goed gecentreerd en de afstand is niet goed; asymmetrisch vignet-effect, de
onderbelichting wordt groter naar de zijkanten van het beeld (dus meer ruis aan de zijkanten
van het beeld)
Het voordeel van een strooistralenrooster is dat deze de strooistraling op vangt waardoor je een
mooier beeld krijgt. Het contrast wordt beter waardoor de kwaliteit van je beeld ook beter wordt.
Je gebruikt een strooistralenrooster om de patiënt minder onnodige dosis te geven. Je gebuikt het bij
een objectdikte van meer dan 10cm oftewel bij alles, behalve de bovenste en laagste on de rste
extremiteiten.
Er zijn ook nadelen aan het gebruik van een strooistralenrooster:
- Het werkt dosis verhogend (roosterfactor)
- Er is een grote kans op gebruikersfouten
Er zijn twee verschillende types strooistralenroosters: een gerichte en een ongerichte rooster. In de
bucky-tafel van het skillslab zit een gericht stralen rooster.
Een gericht rooster werkt efficiënter dan een ongericht rooster, omdat de lamellen de richting
hebben van de divergerende röntgenbundel. Hierdoor is een gericht rooster wel gevoeliger voor het
gebruik m.b.t. de richtafstand. Als de Fd-afstand teveel afwijkt van de richtafstand, dan treedt het
vigneteffect op.
Belichtingsautomaat
Doel: constant houden van dosis / dosistempo van de uittredende bundel ter hoogte van het
afbeeldingssysteem de detector
Het kV wordt handmatig ingesteld. Als de foto gemaakt is, laat het apparaat het mAs getal pas zien.
Bij een grotere patiënt zal het mAs getal groter zijn.
Het is onafhankelijk van:
- de dikte en de samenstelling van het object want aan de achterkant komt er hetzelfde aan
straling uit.
- Focus-detector afstand
- Beeldvormend systeem detector (maakt nu minder uit omdat we dezelfde detector
hebben)
- Strooistralenrooster hier corrigeert het belichtingsautomaat voor
- Generator / buisfilter maakt de hoogspanning over de buis, speelt minder een rol.
Buisfilter is wel belangrijk, je kan er een extra filter voor zetten
, Werking
In het meetcircuit wordt de inkomende straling van de detector gemeten.
Deze wordt constant vergeleken met het referentiecircuit wat van te voren
op de juiste spanning is ingesteld. Als de waarde van het meetcircuit
overeenkomt met de waarde van het referentiecircuit is er dus voldoende
informatie opgevangen voor een goede foto en stopt het apparaat met het
maken van de foto.
Je kunt de spanning van de referentiegenerator bepalen door de
potentiaalregelaar. Je kunt er variatie in brengen als je iets meer helderheid
wilt of juist een donkerder beeld wilt.
Alternatieve uitleg:
- Fotometrische methode: Deze methode wordt tegenwoordig alleen nog maar toegepast bij
conventionele beeldversterkerfotografie.
- Halfgeleiderdetectormeetmethode: Bij de halfgeleiderdetectormeetmethode wordt
gebruikgemaakt van een eigenschap van de halfgeleiderdiode. Onder invloed van straling
ontstaan in een halfgeleidend materiaal ladingdragers die een zwakke stroom opwekken.
Deze zwakke stroom is na versterking goed meetbaar en is evenredig met de geabsorbeerde
stralingsenergie.
- Ionometrische meetmethode: Bij deze meetmethode wordt de restdosis bepaald door
middel van een ionisatiekamer. Dit is een met lucht gevulde kamer waarin ionisaties ontstaan
door de invallende straling. De ontstane lading is een maat voor de uit het object tredende
restdosis. Bij een opname wordt de buisstroom uitgeschakeld nadat een bepaald aantal
ionisaties door het meetinstrument is gemeten. De gemeten spanning is dan gelijk aan de
referentiespanning.
Meetcel uit het meetcircuit kan gemaakt zijn als: een ionisatiekamer (perspex of iets anders), een
fotocel (bestaat uit een vaste stof), halfgeleider (vaste stof, moet achter de patiënt)
De wandbucky heeft 5 meetvelden en de tafelbucky heeft 3 meetvelden.
Bij een opname van het bovenbeen kiest men het middelste meetveld omdat je hier op wilt
centreren.
Als je 2 of meer velden tegelijk kiest, zal de dosis op de verschillende meetvelden gemiddeld worden
en die gemiddelde dosis wordt dan vergeleken met de referentiewaarde.
Op de belichtingsautomaat kan je kiezen voor een grote of kleine patiënt. Als je kiest voor kleine
patiënt, wordt het ontvangen signaal vergeleken met een lagere referentiewaarde. Bij een grote
patiënt wordt juist vergeleken met een hogere referentiewaarde omdat je bij een dikke patiënt te
maken hebt met meer strooistraling. Als je dit niet instelt zou de meetcel te snel afslaan omdat de
referentiewaarde dan al eerder bereikt is. Hierdoor zou de foto onderbelicht zijn (te veel ruis).
Gebruik:
Handbelichting wordt gebruikt bij objecten dunner dan 10cm en bij kinderen.
Belichtingsautomaat: wordt gebruikt bij objecten dikker dan 10 cm (indien voor de kwaliteit
noodzakelijk). Omdat je een belichtingsautomaat bijna altijd samen met strooistralenrooster
gebruikt, wordt de gebruikte dosis ook veel hoger (roosterfactor!)
Daarom moet je altijd overwegen of het noodzakelijk is (ALARA). Vooral bij kinderen moet je die
afweging maken.
Voordelen van een belichtingsautomaat:
- Het constant houden van de gemiddelde restdosis ter plaatse van de detector
- De signaal-ruisverhouding op de afbeelding is constant.
Nadelen van een belichtingsautomaat: