Gevalsbeschrijving 3
Masterprogramma Orthopedagogiek
Masteropleiding Pedagogische Wetenschappen
Vrije Universiteit Amsterdam
Collegejaar 2024-2025
Naam:
Studentnummer:
Casusnummer: 3
Datum: 2025
Werkgroep Masterclinic:
Docent:
VU-Stagesupervisor:
,Aantal woorden: 6949
1. Personalia
1.1 Persoonsgegevens
Naam: C.G. (jongen)
Leeftijd: 7 jaar: 0 maand
1.2 Situatiegegevens
Schooltype: Montessori basisschool
Schoolverloop: 1-2-3
Gezinssamenstelling: vader, moeder, C. en zusje (4 jaar)
Woonomstandigheden: Het gezin woont in een stad in het oosten van Nederland.
Culturele achtergrond: Nederlands
Ouderlijk gezag: Vader en moeder
Aanvrager onderzoek: Ouders
Verwijzer: Huisarts
Eerdere hulp: C. heeft op jonge leeftijd motorische begeleiding via school gehad en ouders
hebben voorafgaand aan de aanmelding een kennismakingsgesprek gehad bij een Jeugd-
GGZ instelling. Tijdens dit gesprek is aangegeven dat er eerst een traject binnen de basis-
GGZ doorlopen dient te worden, omdat zij anders een stap in het zorgtraject overslaan. Op
advies van de Jeugd-GGZ instelling hebben ouders zich vervolgens via de huisarts aangemeld
voor diagnostiek binnen de basis-GGZ.
Onderzoeksetting: basis-GGZ
1.3 Bijzonderheden
-
, 2. Aanmelding en intake
2.1 Aanmeldingsreden
Ouders lopen vast in dagelijkse opvoedsituaties, met name wanneer de gebruikelijke
opvoedstrategieën, zoals op de trap zetten, bij C. geen effect hebben. Ze geven aan hun zoon
graag te willen begrijpen, maar ervaren veel onzekerheid doordat het vaak voelt als giswerk.
Omdat C. bijna 7 jaar is, voelen de opvoedmomenten voor ouders steeds intensiever aan. De
onrustige decembermaand, gekenmerkt door veel conflicten thuis, en de drukke maand april
met onder andere de Koningsspelen en een schoolvakantie, hebben voor extra spanning
gezorgd binnen het gezin. Deze opeenstapeling van stressvolle momenten heeft ouders
ertoe bewogen om hulp te zoeken. Zij hebben zich vervolgens via de huisarts aangemeld
voor diagnostiek en ondersteuning.
2.2 Problemen en zorgen van de cliënt/cliëntsysteem
Intake ouders
Ouders geven aan dat ze bij C. al vanaf jonge leeftijd merken dat informatie niet altijd
bij hem lijkt binnen te komen. Ze ervaren dat hij regelmatig niet reageert of afwezig lijkt, met
name wanneer hij in zijn eigen wereld is. Ouders vinden het lastig om te bepalen wat C. wel
of niet heeft gehoord of begrepen. Ze benoemen dat het voeren van een gesprek of overleg
met C. vaak moeizaam verloopt, hij haakt snel af, is lichamelijk onrustig en lijkt weinig op te
nemen.
Daarnaast ervaren ouders dat C. moeite heeft met het aanpassen van zijn gedrag aan
sociale signalen. Zo negeert hij zijn zusje als zij aangeeft dat hij moet stoppen tijdens het
spelen. Als iets anders loopt dat hij had verwacht, raakt C. snel gefrustreerd en dit leidt
regelmatig tot fysieke escalaties zoals schoppen, slaan of buiten. Ouders geven aan dat zij
hem dan soms fysiek moeten begrenzen om verdere escalatie te voorkomen.
C. toont volgens ouders grote behoefte aan lichamelijk contact. Hij is aanhankelijk en
zoekt fysiek nabijheid (knuffelen en stoeien), maar weet hierin vaak zijn grens niet. Ouders
merken dat hij dan moeilijk te remmen is.
, Ze zien ook wisselingen in zijn zelfbeeld. C. kan zichzelf overschatten (“ik weet alles”),
maar maakt ook regelmatig negatieve uitspraken over zichzelf (“ik doe alles fout”). Hij lijkt
zich sterk te vergelijken met leeftijdsgenoten en zoekt bewondering wat hem tegelijkertijd
onzeker maakt.
Na school is C. vaak uitgeput. Ouders omschrijven hem dan als “vol in zijn hoofd”,
waarbij hij prikkelgevoeliger is en minder rem heeft op zijn gedrag.
Gesprek met de leerkracht
De school ervaart geen opvallende problemen in het functioneren van C. en beschrijft
hem als een gemiddeld functionerend kind binnen de groep. De gedragsproblemen die
ouders thuis signaleren, worden door school niet herkend.
C.
C. is nog jong (bijna 7 jaar) en heeft zelf geen expliciete hulpvraag geformuleerd.
Ouders merken op dat hij weinig vertelt over school of lastige gebeurtenissen, mogelijk om
te voorkomen dat zij actie ondernemen. Wel benoemt hij soms onzekerheden (“ik doe alles
fout”) en lichamelijke klachten (zoals buikpijn), bijvoorbeeld wanneer er spanningen zijn
rondom school.
Ouders interpreteren dit als indirecte signalen van spanning of overvraging.
2.3 Afstemming van verwachtingen en diagnostisch scenario
- Uit de gesprekken met ouders, C. en de leerkracht blijken de volgende hulpvragen:
- Hoe komt het dat C. zo snel escaleert in thuissituatie en wat kunnen wij doen om dit
te voorkomen of beter te begeleiden? (VK)
- Hoe kunnen we C. beter ondersteunen in het reguleren van zijn emoties en gedrag,
zeker wanneer dingen anders gaan dan hij verwacht? (ID)
- Wat helpt ons als ouders om zelf rustig te blijven en passend te reageren in moeilijke
momenten, zonder dat het escaleert? (ID)
- Kunnen we beter leren inschatten wat C. begrijpt of nodig heeft, zodat we effectiever
met hem kunnen communiceren? (OK & ID)
Masterprogramma Orthopedagogiek
Masteropleiding Pedagogische Wetenschappen
Vrije Universiteit Amsterdam
Collegejaar 2024-2025
Naam:
Studentnummer:
Casusnummer: 3
Datum: 2025
Werkgroep Masterclinic:
Docent:
VU-Stagesupervisor:
,Aantal woorden: 6949
1. Personalia
1.1 Persoonsgegevens
Naam: C.G. (jongen)
Leeftijd: 7 jaar: 0 maand
1.2 Situatiegegevens
Schooltype: Montessori basisschool
Schoolverloop: 1-2-3
Gezinssamenstelling: vader, moeder, C. en zusje (4 jaar)
Woonomstandigheden: Het gezin woont in een stad in het oosten van Nederland.
Culturele achtergrond: Nederlands
Ouderlijk gezag: Vader en moeder
Aanvrager onderzoek: Ouders
Verwijzer: Huisarts
Eerdere hulp: C. heeft op jonge leeftijd motorische begeleiding via school gehad en ouders
hebben voorafgaand aan de aanmelding een kennismakingsgesprek gehad bij een Jeugd-
GGZ instelling. Tijdens dit gesprek is aangegeven dat er eerst een traject binnen de basis-
GGZ doorlopen dient te worden, omdat zij anders een stap in het zorgtraject overslaan. Op
advies van de Jeugd-GGZ instelling hebben ouders zich vervolgens via de huisarts aangemeld
voor diagnostiek binnen de basis-GGZ.
Onderzoeksetting: basis-GGZ
1.3 Bijzonderheden
-
, 2. Aanmelding en intake
2.1 Aanmeldingsreden
Ouders lopen vast in dagelijkse opvoedsituaties, met name wanneer de gebruikelijke
opvoedstrategieën, zoals op de trap zetten, bij C. geen effect hebben. Ze geven aan hun zoon
graag te willen begrijpen, maar ervaren veel onzekerheid doordat het vaak voelt als giswerk.
Omdat C. bijna 7 jaar is, voelen de opvoedmomenten voor ouders steeds intensiever aan. De
onrustige decembermaand, gekenmerkt door veel conflicten thuis, en de drukke maand april
met onder andere de Koningsspelen en een schoolvakantie, hebben voor extra spanning
gezorgd binnen het gezin. Deze opeenstapeling van stressvolle momenten heeft ouders
ertoe bewogen om hulp te zoeken. Zij hebben zich vervolgens via de huisarts aangemeld
voor diagnostiek en ondersteuning.
2.2 Problemen en zorgen van de cliënt/cliëntsysteem
Intake ouders
Ouders geven aan dat ze bij C. al vanaf jonge leeftijd merken dat informatie niet altijd
bij hem lijkt binnen te komen. Ze ervaren dat hij regelmatig niet reageert of afwezig lijkt, met
name wanneer hij in zijn eigen wereld is. Ouders vinden het lastig om te bepalen wat C. wel
of niet heeft gehoord of begrepen. Ze benoemen dat het voeren van een gesprek of overleg
met C. vaak moeizaam verloopt, hij haakt snel af, is lichamelijk onrustig en lijkt weinig op te
nemen.
Daarnaast ervaren ouders dat C. moeite heeft met het aanpassen van zijn gedrag aan
sociale signalen. Zo negeert hij zijn zusje als zij aangeeft dat hij moet stoppen tijdens het
spelen. Als iets anders loopt dat hij had verwacht, raakt C. snel gefrustreerd en dit leidt
regelmatig tot fysieke escalaties zoals schoppen, slaan of buiten. Ouders geven aan dat zij
hem dan soms fysiek moeten begrenzen om verdere escalatie te voorkomen.
C. toont volgens ouders grote behoefte aan lichamelijk contact. Hij is aanhankelijk en
zoekt fysiek nabijheid (knuffelen en stoeien), maar weet hierin vaak zijn grens niet. Ouders
merken dat hij dan moeilijk te remmen is.
, Ze zien ook wisselingen in zijn zelfbeeld. C. kan zichzelf overschatten (“ik weet alles”),
maar maakt ook regelmatig negatieve uitspraken over zichzelf (“ik doe alles fout”). Hij lijkt
zich sterk te vergelijken met leeftijdsgenoten en zoekt bewondering wat hem tegelijkertijd
onzeker maakt.
Na school is C. vaak uitgeput. Ouders omschrijven hem dan als “vol in zijn hoofd”,
waarbij hij prikkelgevoeliger is en minder rem heeft op zijn gedrag.
Gesprek met de leerkracht
De school ervaart geen opvallende problemen in het functioneren van C. en beschrijft
hem als een gemiddeld functionerend kind binnen de groep. De gedragsproblemen die
ouders thuis signaleren, worden door school niet herkend.
C.
C. is nog jong (bijna 7 jaar) en heeft zelf geen expliciete hulpvraag geformuleerd.
Ouders merken op dat hij weinig vertelt over school of lastige gebeurtenissen, mogelijk om
te voorkomen dat zij actie ondernemen. Wel benoemt hij soms onzekerheden (“ik doe alles
fout”) en lichamelijke klachten (zoals buikpijn), bijvoorbeeld wanneer er spanningen zijn
rondom school.
Ouders interpreteren dit als indirecte signalen van spanning of overvraging.
2.3 Afstemming van verwachtingen en diagnostisch scenario
- Uit de gesprekken met ouders, C. en de leerkracht blijken de volgende hulpvragen:
- Hoe komt het dat C. zo snel escaleert in thuissituatie en wat kunnen wij doen om dit
te voorkomen of beter te begeleiden? (VK)
- Hoe kunnen we C. beter ondersteunen in het reguleren van zijn emoties en gedrag,
zeker wanneer dingen anders gaan dan hij verwacht? (ID)
- Wat helpt ons als ouders om zelf rustig te blijven en passend te reageren in moeilijke
momenten, zonder dat het escaleert? (ID)
- Kunnen we beter leren inschatten wat C. begrijpt of nodig heeft, zodat we effectiever
met hem kunnen communiceren? (OK & ID)