Hoofdstuk 13: Formeel Strafrecht - Motiveren en Rechtsmiddelen
Samenvatting:
Motiveren van beslissingen:
Waarom motiveren?
Daarvoor zijn vier redenen te noemen:
1) Rechtvaardiging strafoplegging;
Alleen de rechter is bevoegd een straf op te leggen
(sanctiemonopolie). Hij is - binnen de wettelijke kaders - vrij in
het bepalen van de hoogte van de sanctie. Door te motiveren
waarom hij kiest voor een bepaalde sanctie en de hoogte
daarvan rechtvaardigt hij de inbreuk op rechten van de
verdachte (bijv. vrijheidsontneming wegens een
gevangenisstraf).
2) Verantwoording afleggen ten opzichte van de maatschappij;
De rechter is een onafhankelijk functionerend orgaan. De
maatschappij (de burger) verwacht een hoge mate van
professionaliteit en correcte naleving van de wet door de rechter.
Door te motiveren legt de rechter verantwoording af van zijn
handelen ten opzichte van de maatschappij.
3) Inlichting procespartijen;
De verdachte, zijn advocaat en het OM zullen graag inzage willen
hebben in de zienswijze van de rechter en zijn vonnis. Een vonnis
kan bijv. verschillende gronden bieden om de tactiek van de
procespartijen aan te passen. Maar een rechter kan ook een
aantal gedragingen niet/wel bewezen achten, waardoor men (in
hoger beroep of cassatie) besluit nog specifieker in te willen
gaan op dergelijke omstandigheden.
4) Rechterlijke controle;
Een rechter in hoger beroep kan slechts gemotiveerd een
beslissing in eerste aanleg verwerpen, aanvullen of corrigeren.
Daarom is het van belang dat een rechter in eerste aanleg
aangeeft waarom hij de verdachte wel/niet veroordeeld en wat
zijn redenen daarvoor zijn geweest.
Vermelden en/of motiveren van beslissingen:
Zowel vermeldings- als motiveringsvoorschriften gelden op straffe van
nietigheid. Dat betekent dat, indien een rechter vergeet een bepaalde
beslissing te vermelden of nader te motiveren, een vonnis nietig is.
Ten aanzien van het vermelden en motiveren gelden de volgende
algemene regels:
Slechts de verweren die (in)direct zijn van de verdachte (of diens
advocaat) behoeven een reactie van de rechter.
Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten / verweren:
Slechts de verweren / standpunten die ingevolge artikelen
358 en 359 Sv uitdrukkelijk zijn onderbouwd, komen in
aanmerking voor een nadere vermelding of motivering.
Onder nadrukkelijk wordt verstaan: een ten overstaan van
een feitenrechter ingenomen standpunt dat is gemotiveerd en
van een ondubbelzinnige conclusie is voorzien.
, De ontkennende / bekennende verdachte en motivering:
Wanneer wordt vermeld dat een strafbaar feit door een
verdachte zou zijn begaan, moet die beslissing steunen op de
inhoudt van in de rechterlijke beslissing opgenomen
bewijsmiddelen.
Wanneer een verdachte het ten laste gelegde feit heeft
bekend, hoeft de rechter in beginsel niet aan alle extra
vermeldings- en motiveringseisen te voldoen.
Vermelden en motiveren bij toepassing beslissingsmodel 348/350 Sv:
Op grond van art. 358 lid 1 en 2 jo. 359 lid 2 Sv dienen in alle gevallen
de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv te worden behandeld en
moeten zij zijn voorzien van een nadere motivering.
Dat betekent dat er een nadere motivering dient te volgen, wanneer er
ingevolge de bepaling van artikel 358 lid 1,2 en 3 jo. 359 lid 2 (jo. art.
349) Sv wordt overgegaan tot het uitspreken van:
Nietigheid van de dagvaarding (eerste vraag art. 348 Sv);
Onbevoegdheid van de rechter (tweede vraag art. 348 Sv);
Niet-ontvankelijkheid van het OM (derde vraag art. 348 Sv);
Schorsing van de vervolging (vierde vraag art. 348 Sv);
De bewezenverklaring (eerste vraag art. 350 Sv);
De vraag of de bewezenverklaring valt onder een wettelijke
delictsomschrijving (tweede vraag art. 350 Sv);
De strafbaarheid van de verdachte (derde vraag art. 350 Sv);
De straftoemeting (vierde vraag art. 350 Sv).
Er dient ook nadere motivering te volgen wanneer ingevolge de
bepaling van artikel 358 lid 1 Sv jo. 359 lid 2 Sv, ondanks een
uitdrukkelijk voorgedragen verweer van de verdachte, geen
strafuitsluitingsgrond wordt toegepast.
Er dient een nadere motivering te volgen wanneer ingevolge de
bepaling van artikel 358 lid 3 jo. 359 lid 2 Sv, ondanks een uitdrukkelijk
voorgedragen verweer van de verdachte, wel een bepaald bewezen
strafbaar feit wordt aangenomen.
Een rechterlijke beslissing vermeldt verder, wanneer een verdachte
wordt veroordeeld, de wettelijke voorschriften waarop deze
veroordeling is gegrond.
Een rechterlijke beslissing vermeldt verder wanneer in een rechterlijke
beslissing de bepaling van de artikelen 9a en/of 44a Sr wordt gebruikt
(art. 359 lid 4 Sv).
Een rechterlijke beslissing vermeldt verder wanneer er een bepaalde
redenen binnen een rechterlijke beslissing bestaan die hebben geleid
tot de oplegging van een specifiek (soort) straf en/of maatregel (art.
359 lid 5, 6 en 7 Sv).
Gewone rechtsmiddelen I: Hoger Beroep:
De rechtsmiddelen worden traditioneel onderverdeeld in:
Gewone rechtsmiddelen:
Hoger beroep;
Samenvatting:
Motiveren van beslissingen:
Waarom motiveren?
Daarvoor zijn vier redenen te noemen:
1) Rechtvaardiging strafoplegging;
Alleen de rechter is bevoegd een straf op te leggen
(sanctiemonopolie). Hij is - binnen de wettelijke kaders - vrij in
het bepalen van de hoogte van de sanctie. Door te motiveren
waarom hij kiest voor een bepaalde sanctie en de hoogte
daarvan rechtvaardigt hij de inbreuk op rechten van de
verdachte (bijv. vrijheidsontneming wegens een
gevangenisstraf).
2) Verantwoording afleggen ten opzichte van de maatschappij;
De rechter is een onafhankelijk functionerend orgaan. De
maatschappij (de burger) verwacht een hoge mate van
professionaliteit en correcte naleving van de wet door de rechter.
Door te motiveren legt de rechter verantwoording af van zijn
handelen ten opzichte van de maatschappij.
3) Inlichting procespartijen;
De verdachte, zijn advocaat en het OM zullen graag inzage willen
hebben in de zienswijze van de rechter en zijn vonnis. Een vonnis
kan bijv. verschillende gronden bieden om de tactiek van de
procespartijen aan te passen. Maar een rechter kan ook een
aantal gedragingen niet/wel bewezen achten, waardoor men (in
hoger beroep of cassatie) besluit nog specifieker in te willen
gaan op dergelijke omstandigheden.
4) Rechterlijke controle;
Een rechter in hoger beroep kan slechts gemotiveerd een
beslissing in eerste aanleg verwerpen, aanvullen of corrigeren.
Daarom is het van belang dat een rechter in eerste aanleg
aangeeft waarom hij de verdachte wel/niet veroordeeld en wat
zijn redenen daarvoor zijn geweest.
Vermelden en/of motiveren van beslissingen:
Zowel vermeldings- als motiveringsvoorschriften gelden op straffe van
nietigheid. Dat betekent dat, indien een rechter vergeet een bepaalde
beslissing te vermelden of nader te motiveren, een vonnis nietig is.
Ten aanzien van het vermelden en motiveren gelden de volgende
algemene regels:
Slechts de verweren die (in)direct zijn van de verdachte (of diens
advocaat) behoeven een reactie van de rechter.
Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten / verweren:
Slechts de verweren / standpunten die ingevolge artikelen
358 en 359 Sv uitdrukkelijk zijn onderbouwd, komen in
aanmerking voor een nadere vermelding of motivering.
Onder nadrukkelijk wordt verstaan: een ten overstaan van
een feitenrechter ingenomen standpunt dat is gemotiveerd en
van een ondubbelzinnige conclusie is voorzien.
, De ontkennende / bekennende verdachte en motivering:
Wanneer wordt vermeld dat een strafbaar feit door een
verdachte zou zijn begaan, moet die beslissing steunen op de
inhoudt van in de rechterlijke beslissing opgenomen
bewijsmiddelen.
Wanneer een verdachte het ten laste gelegde feit heeft
bekend, hoeft de rechter in beginsel niet aan alle extra
vermeldings- en motiveringseisen te voldoen.
Vermelden en motiveren bij toepassing beslissingsmodel 348/350 Sv:
Op grond van art. 358 lid 1 en 2 jo. 359 lid 2 Sv dienen in alle gevallen
de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv te worden behandeld en
moeten zij zijn voorzien van een nadere motivering.
Dat betekent dat er een nadere motivering dient te volgen, wanneer er
ingevolge de bepaling van artikel 358 lid 1,2 en 3 jo. 359 lid 2 (jo. art.
349) Sv wordt overgegaan tot het uitspreken van:
Nietigheid van de dagvaarding (eerste vraag art. 348 Sv);
Onbevoegdheid van de rechter (tweede vraag art. 348 Sv);
Niet-ontvankelijkheid van het OM (derde vraag art. 348 Sv);
Schorsing van de vervolging (vierde vraag art. 348 Sv);
De bewezenverklaring (eerste vraag art. 350 Sv);
De vraag of de bewezenverklaring valt onder een wettelijke
delictsomschrijving (tweede vraag art. 350 Sv);
De strafbaarheid van de verdachte (derde vraag art. 350 Sv);
De straftoemeting (vierde vraag art. 350 Sv).
Er dient ook nadere motivering te volgen wanneer ingevolge de
bepaling van artikel 358 lid 1 Sv jo. 359 lid 2 Sv, ondanks een
uitdrukkelijk voorgedragen verweer van de verdachte, geen
strafuitsluitingsgrond wordt toegepast.
Er dient een nadere motivering te volgen wanneer ingevolge de
bepaling van artikel 358 lid 3 jo. 359 lid 2 Sv, ondanks een uitdrukkelijk
voorgedragen verweer van de verdachte, wel een bepaald bewezen
strafbaar feit wordt aangenomen.
Een rechterlijke beslissing vermeldt verder, wanneer een verdachte
wordt veroordeeld, de wettelijke voorschriften waarop deze
veroordeling is gegrond.
Een rechterlijke beslissing vermeldt verder wanneer in een rechterlijke
beslissing de bepaling van de artikelen 9a en/of 44a Sr wordt gebruikt
(art. 359 lid 4 Sv).
Een rechterlijke beslissing vermeldt verder wanneer er een bepaalde
redenen binnen een rechterlijke beslissing bestaan die hebben geleid
tot de oplegging van een specifiek (soort) straf en/of maatregel (art.
359 lid 5, 6 en 7 Sv).
Gewone rechtsmiddelen I: Hoger Beroep:
De rechtsmiddelen worden traditioneel onderverdeeld in:
Gewone rechtsmiddelen:
Hoger beroep;