Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 35 pagina's
College aantekeningen

Werkgroepen 1-7 Vennootschapsrecht

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 35 pagina's

Collegedictaat van 35 pagina's voor het vak Vennootschaps en rechtspersonenrecht aan de VU

Voorbeeld van de inhoud

Werkgroep 1


Natuurlijke persoon kan door middel van het sluiten van overeenkomsten zijn
onderneming vormgeven; eenmanszaak, samenwerkingsovereenkomst sluiten met andere
partijen. Dan is hij daarvoor zelf volledig verantwoordelijk en aansprakelijk.

Dan heb je de personen vennootschappen die al iets meer een formeel karakter krijgen. En
dat is een benoemde overeenkomst. Zo’n benoemde overeenkomst, dat zijn een aantal
overeenkomsten genoemd in de wet; koopovereenkomsten, agentuurovereenkomst etc.
Daarvan zegt de wet: ‘als je aan deze voorwaarden voldoet, die in de wet staan, dan ben
je gekwalificeerd als die soort overeenkomst. Bijvoorbeeld: als je eenmaal voldoet aan de
vereisten van een maatschap art. 7A:1655, dan ben je een maatschap. Of je dat nou wil of
niet. Of je die bedoeling hebt gehad of niet, dat maakt niet uit, je bent een maatschap. Dat
betekent ook dat je valt onder de regels van een maatschap. Dus ongeacht wat partijen
daarvan zelf vinden. Dit is eigenlijk contractenrecht. Wat is een personenvennootschap?
Dat is niet iets, dat is een contract, in feite een samenwerkingsovereenkomst. Daarom
worden ze ook wel contractuele vennootschappen genoemd. Een belangrijke uitgangspunt
is dat er binnen het contractenrecht contractsvrijheid is; je bent vrij om een contract aan
te gaan en je bent vrij om daarin te bepalen wat je wil en in beginsel ben je ook vrij om
daaruit te stappen.

De rechtspersoon is eigenlijk een instituut; een zelfstandig rechtssubject, die wat betreft
het vermogensrecht gelijk staat aan natuurlijke persoon (art. 2:5). Dus zo’n
rechtspersoon, denk bijv. aan een NV of een BV, die kan exact hetzelfde als een
natuurlijke persoon: bijv. personeel in dienst nemen, eigendom verkrijgen etc. De
rechtspersoon valt onder boek twee en heeft een eigen set van regels.
Een grote verschil met personenvennootschappen en is dat je het interne recht niet
vastlegt in contracten, maar in statuten van rechtspersonen. Tweede verschil met de
personenvennootschappen is dat de regels van boek 2 op rechtspersonen van dwingend
recht zijn (art. 2:25); bijv. de wet zegt in sommige gevallen dat je iets verplicht in je
statuten moet neerleggen of dat je niet mag afwijken van de wet. Een derde verschil is dat
er verschillende regels zijn met betrekking tot ontbinding; bijv. de manier waarop je van
dat contract af kan. Een laatste verschil is; wat er gebeurd er bij overlijd? Stel dat een van
de vennoten/maten komt te overlijden, als je niets hebt geregeld dan beëindigd de
samenwerkingsovereenkomst en wordt de vennootschap ontbonden. Stel bij een BV een
van de aandeelhouders of bestuurders overlijd, heeft dat geen directe gevolgen voor het
voortbestaan van de BV.

Personenvennootschappen: het verschil tussen de interne verhoudingen en externe
verhoudingen, wordt vaak lastig gevonden, daarom extra aandacht! Je moet je zo
voorstellen: we hebben A en B. A en B hebben een maatschap, tandartsen. Alleen dat is
niks, dat is een overeenkomst. In die overeenkomst hebben ze allerlei afspraken gemaakt
hoe ze dingen gaan regelen. Enige wat duidelijk is dat ze moeten voldoen aan art. 1655.
Dit wordt wel geregeerd door de regels van art. 1655. Verder moeten ze allerlei dingen
regelen. Een van die dingen, die zij moeten regelen is de interne verhouding (tussen A en
B); bijv. wie betaalt nou wat? De interne verhouding geldt alleen tussen A en B en staat
los van wat er in de buitenwereld gebeurd. Het is belangrijk om te zien, want dat kan nog
al verschillen van de externe verhouding. Stel dat er een contract wordt gesloten met een
derde, bijv. met een schoonmaakbedrijf. Hier gaat het om de vraag naar:
vertegenwoordiging; wie is nou bevoegd in die maatschap, A of B, om dat contract te
sluiten met de schoonmaker; moeten ze dat samen doen? Mag A dat doen en als A dat
doet, bindt hij daarmee ook B? Hoe zit dat dan precies? En een tweede belangrijk punt,
wat daarmee samenhangt is wie kan worden aangesproken. Stel nou dat A die
overeenkomst heeft gesloten en die schoonmaker gaat aan het werk, maar na een maand
heeft hij nog geen cent gezien. Naar wie kan de schoonmaker toe, naar wie kan de
schoonmaker aanspreken tot betaling? Bij een BV is het simpel: bij een BV stuur je een
nota t.a.v. de BV. Dus stel dat A dit contract heeft gesloten, kan die derde (schoonmaker)
naar B en zeggen dat hij moet betalen? En kan B dan vervolgens zeggen: ja, je moet niet
bij mij zijn want A heeft dat contract gesloten? Of is B gebonden? Dat is een externe
verhouding. Er wordt vaak gevraagd naar vertegenwoordiging en of die is gebonden; dat
soort vragen duiden op externe verhouding. Die interne verhouding gaat vaak over
draagplicht; in hoeverre moet A en B bijdragen aan de schoonmaakkosten? Maar ook een



1

,vraag als: komen die schoonmaakkosten voor rekening van de maatschap? Laat je voor
die vraag niet in de maling nemen: als er wordt gezegd voor de rekening van de
maatschap, dan betekent dat de interne verhouding, want die vraag (‘’voor rekening van
de maatschap’’) komt neer op de vraag of alle vennoten/maten moeten bijdragen aan het
bedrag.

Laatste punt wat lastig is, is dat de maatschap en de vof vaak velerlei verschillende sets
regels hebben, hieronder stapsgewijs uitleg:
Je begint allemaal met de maatschap. De maatschap is eigenlijk de grondvorm van de
personenvennootschappen. Regels daarvoor vind je in boek 7A (1655 e.v.). Uit die
maatschap ontwikkelde zich specifieke vorm van personenvennootschap, die gebruikt
wordt voor bedrijven die onder gemeenschappelijke naam naar buiten treden, vof. Die
regels vind je in het wetboek van koophandel. Als je dan kijkt naar art. 16 WvK, daar staat
eigenlijk al: de vof is de maatschap. Wat voor maatschap dan? Uitoefening van een bedrijf
onder gemeenschappelijke naam. Dus vof is een bijzondere vorm van maatschap. Dat is
goed om te weten, want dat betekent dat behalve de regels van de WvK (16 e.v.) dat ook
de regels van de maatschap (7A BW) van toepassing zijn, tenzij uitdrukkelijk anders is
bepaald (bijv. binden van de overige vennoten is anders dan bij maatschap). Dus bij de
vof ga je ook weer terug naar de regels van de maatschap. Dus er is sprake van een vof
bij de volgende vereisten: samenwerking, inbreng, winst, maar dus ook
gemeenschappelijk naam en bedrijf uitoefening.
Daarbij hebben we ook nog de commanditaire vennootschap. Die commanditaire
vennootschap is eigenlijk weer een bijzondere vorm van de vof, want ten aanzien van die
commanditaire vennootschap geldt dat de beherende vennoten een vof vormen, maar
eigenlijk zit daar wat extra bij, namelijk die stille vennoten. En ook voor commanditaire
vennootschap geldt dat je de regels van vof nodig hebt en uiteindelijk ook weer de regels
van de maatschap. Waar zie je dit bijvoorbeeld terug? Dit zie je terug bij de vraag: hoe
wordt nou de winst verdeeld? Als je niets hebt geregeld in je contract, dan zegt de wet dat
de winst te goede komt naar de maten naar rato van ieders inbreng. Bijv. A heeft 4
ingebracht en B heeft 2 ingebracht, dan is dat ook naar rato 4 – 2 dat de winst wordt
verdeeld. Die bepaling vind je in de maatschapsregels, dus dat geldt evenzeer voor de vof.

Vragen:

Vraag 1:
De casus gaat over Scheurler en Valster, die willen samen een praktijk beginnen. Is er in
casu sprake van een benoemde overeenkomst? De relevante wetsartikelen zijn:
7A:1655/1662 lid 1. Krachtens art. 7A:1655 is een maatschap een overeenkomst waarbij
twee of meer personen zich verbinden om iets in de gemeenschap te brengen met het
oogmerk het te behalen voordeel met elkaar te delen. De tandartsen gaan de
overeenkomst aan om gezamenlijk een praktijk te beginnen. Doel daarvan is het delen van
de kosten. Het delen van de kosten betekent ook delen van de voordelen. Tandartsen
brengen beiden arbeid in (7A:1662).

We beperken ons voor deze vraag tot 7A:1655 BW. Het is een beetje vaag wat ze
afspreken. In de literatuur wordt aangenomen dat kosten besparen wordt aangemerkt als
materieel voordeel. Wat vaag in de casus is of je nou echt sprake is van samenwerking. Er
staat ‘ze beginnen met een praktijk’ dat zou een aanwijzing kunnen zijn dat het wel zo is.
Waarom zou je dat anders doen. Aan de andere kant staat er meteen achter ‘zodat ze
voordat bepaalde kosten kunnen verdelen’, dus doen ze dit alleen maar om kosten te
verdelen of doen ze dit ook om meer te bereiken/samen te werken. Is er een echte
samenwerking? Dit wordt in de spreektaal een kostenmaatschap genoemd. Een
kostenmaatschap kwalificeert niet als echte maatschap. Werkafspraken is een essentieel
punt voor samenwerking.




2

,Vraag 2:
Wat mag je nog afspreken en daarmee toch op voet van gelijkheid blijven? Het idee van
de maatschap is samenwerken op voet van gelijkheid. De vraag die hier eigenlijk gesteld
word: voorstellen van Scheurler leidt dat ertoe dat er nog steeds samenwerking is op voet
van gelijkheid of niet? Als dat niet zo is, dan is dat in strijd met de regels van de
maatschap. Er wordt eigenlijk hier twee vragen gesteld: 1) de vraag naar winst verdeling,
2) het veto-recht zeggenschap.
Ad 1. is eigenlijk vrij eenvoudig, dat is het voorbeeld dat zowel geldt voor de maatschap
als voor de vof, 7A:1670: verdeling gaat naar rato van inbreng, maar je mag zelf anders
afspreken. Daar is wel een ondergrens voor, die vind je in 7A:1672, waarin staat dat je
niet mag bepalen alle winst naar 1 van de vennoten gaat en omgekeerd dat andere
vennoten geen winst krijgen. Dat mag je dus niet afspreken (ondergrens). In de bepaling
staat dat er niet 1 vennoot alle winst kan krijgen en in de literatuur is aangenomen dat 1
vennoot ook niet kan worden uitgesloten van alle winst. Verder kun je binnen die
reikwijdte alles bepalen en dan is dat argument van Scheurler wel redelijk; hij werkt meer
in de praktijk, hij heeft meer ervaring. Dan kun je andere afspraken maken m.b.t. winst.
Ad 2. is wel een probleem. Ook daarvan mag je best afspraken maken over zeggenschap.
Je kunt best zeggen dat Scheurler bevoegd is om besluiten te nemen over bijv. de
aanschaf van een nieuwe tandartsstoel. Je kunt ook bijv. zeggen dat Scheurler een
zwaardere stem heeft. Uitsluiten van totale zeggenschap of winst, dat kan niet, want dan
is de samenwerking op voet van gelijkheid weg. Dan is feitelijk Scheurler de baas.

Vraag 3:
Wie kan de aannemer tot betaling aanspreken? Hier zie je dus de externe verhouding.
Scheurler heeft een contract gesloten met de aannemer. Hoofdregel bij de maatschap is,
art. 7A:1681, je bindt alleen jezelf. Hier zie je een verschil met de vof. Als je opdracht
geeft bindt je alleen jezelf. Dat zou wel een beetje lastig zijn, want dan zou je alles samen
moeten doen. Dus daarom maakt de wetgever daar een uitzondering op, tenzij een
volmacht is verleend (7A:1681). Dus dan moet het zo zijn dat Valster aan Scheurler
volmacht heeft gegeven. Op de hoofdregel (‘je bindt alleen maar jezelf) zijn er nog meer
uitzonderingen:
- schijn van bevoegdheid: art. 3:61; vooraf of op het moment zelf (volmacht ook)
- bekrachtiging: 3:69, bekrachtiging is achteraf; dan is de handeling al verricht.
- baattrekking: 7A:1681, dus als het ten voordele van de maatschap is, als dat zo is
dan kun je eigenlijk niet meer zeggen dat je het niet voor mij deed.
Terug naar de casus: is Scheurleur en/of Valster gebonden? De casus geeft in ieder geval
niet aan dat er sprake is van volmacht of bekrachtiging. Van baattrekking is het ook niet,
want het gaat om netto-voordeel; dus je zou niet kunnen zeggen de praktijk wordt er
beter van, waardoor het in jouw voordeel is, want de praktijk wordt misschien wel beter,
maar je moet er ook voor betalen, netto-voordeel is hier dan niet; het gaat dus echt om
het netto-voordeel. Baattrekking is bijvoorbeeld in het geval wanneer iets gratis is, korting
is valt ook niet onder baattrekking. Baattrekking komt weinig voor; het gaat te ver om te
zeggen: ja er moet er wel betaalt voor worden, maar de praktijk wordt wel veel beter. Er
zou in casu misschien wel sprake kunnen zijn van schijn van bevoegdheid, omdat ze een
gezamenlijke e-mailadres en website hebben. Impliceert een gezamenlijke gezamenlijke e-
mailadres en website dat Valster gebonden is? Als het gaat om schijn van bevoegdheid
moet je kijken vanuit de ondernemer. De schijn moet Valster hebben gewekt bij de
aannemer. In de literatuur wordt aangenomen dat het enkele voeren van een
gemeenschappelijke naam onvoldoende is om schijn aan te nemen. Omdat geen van
bovengenoemde uitzonderingen van toepassing zijn in casu is de hoofdregel van
toepassing; 7A:1681; je bindt alleen jezelf. Dus de aannemer kan alleen naar Scheurler
toe. Dan kunnen zij intern het nog met elkaar regelen.

Vraag 4
Art. 6:127 BW. Voorbeeld: A heeft een vordering op B heeft een vordering op A. Nou kun
je natuurlijk keurig betalen. A betaalt aan B en B betaalt aan A, maar het kan ook
simpeler: je kunt het verrekenen; je kunt die vorderingen tegenover elkaar wegstrepen.
Art. 6:127 stelt vereisten voor verrekening: je moet over en weer elkaars debiteur en
crediteur zijn. Dat betekent dat de vermogens waar je die vordering wil verhalen ook gelijk
moeten zijn. Dus in het vermogen van A zit zowel een vordering op B als een schuld van B.
Hetzelfde geldt voor B, want hij heeft zowel een schuld als een vordering op A.
Dit kan tot problemen leiden, zoals het geval in de casus. Scheurler heeft een
privévermogen. Maatschap heeft een afgescheiden vermogen. En Valster heeft een



3

, privévermogen. De casus zegt: Scheuler heeft in privé een vordering op de aannemer
vanwege die dakkapel. Nu is de vraag, waar is de vordering van de aannemer? Is dat een
vordering op Scheuler in privé of een vordering op maatschapsvermogen? Het hangt er
vanaf wat je bij de vorige vraag hebt aangenomen. Wij gaan er vanuit dat Scheuler alleen
zich zelf bond en handelde niet ook namens Valster. Dus aannemer moet Scheurler in
prive aanspreken. Dan kun je verrekenen. Dan kan Scheurler zich op verrekening
beroepen. Als we nou bij de vorige vraag hadden aangenomen dat Valster ook was
gebonden, dan had de aannemer ook Valster en de afgescheiden maatschapsvermogen
kunnen aanspreken. Dan kun je niet verrekenen, want zegt art. 6:127 je moet over en
weer elkaars debiteur en crediteur zijn, in casu is dat niet het geval.




4

Documentinformatie

Geüpload op
16 mei 2014
Aantal pagina's
35
Geschreven in
2013/2014
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Onbekend
Bevat
Alle colleges
€8,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
KGN
4,0
(4)
Verkocht
47
Volgers
45
Items
8
Laatst verkocht
5 jaar geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen