Oefenvragen Inleiding en geschiedenis van de
psychologie
*Antwoorden staan onderaan
1. Waarvoor gebruikten Freud en Breuer hun cathartische methode (cathartic
method)?
a. om de symptomen van hysterie te behandelen
b. om de latente betekenis van dromen te beschrijven
c. om de oorzaak van intrapsychisch conflicten te vinden
2. Volgens wie was “onbedoelde suggestie de cholera van de psychologie”?
a. Le Bon
b. Binet
c. Delboeuf
3. De Gestaltpsychologen beschreven een aantal wetmatigheden over hoe de
geest actief gehelen creëert uit losse stimuli. Welke van de onderstaande is géén
Gestaltwet?
a. de wet van organisatie (of systeem)
b. de wet van geslotenheid
c. de wet van nabijheid (of dichtheid)
4. Wat is het Zeigarnik effect?
a. de neiging om gedrag toe te schrijven aan de persoon in plaats van aan de
situatie
b. het fenomeen dat het discrimineren van twee stimuli langer duurt dan het
herkennen van een stimulus
c. de tendens om onafgemaakte taken beter te onthouden dan afgemaakte taken
5. Welke onderzoeker zou waarschijnlijk de meeste bezwaren hebben tegen het
idee van radical environmentalism?
a. Galton
b. Locke
c. Thorndike
6. Wat doet de psycholoog met name in Roger’s client-centered therapy?
a. geestesziektes genezen
b. problematisch gedrag bijsturen
c. personen helpen bij zelf-actualisatie
7. Welke filosoof zag de menselijke geest bij geboorte als een tabula rasa (een
geest zonder ideeën, maar wel gevoelig voor sensaties)?
, a. Descartes
b. Locke
c. Leibniz
8. Wat is geen kenmerk van Carl Rogers’ client-centered therapy?
a. de nadruk op zelf-actualisatie van de cliënt
b. de nadruk op de behandeling van geestesziektes
c. de nadruk op reflectie als voornaamste therapeutische techniek
9. Wie zou waarschijnlijk het minst instemmen met Charcot’s opvattingen over
de relatie tussen hypnose en hysterie?
a. DelBoeuf
b. Breuer
c. Freud
10. Welke student van James zou waarschijnlijk het meest instemmen met de
ontwikkeling van het behaviorisme?
a. Calkins
b. Hall
c. Thorndike
11. In welk stadium van Piaget’s genetic epistemology zijn kinderen nog niet
goed in conservation of quantity?
a. concrete operations stadium
b. preoperational stadium
c. formal operations stadium
12. Wat houdt Allport’s group fallacy in?
a. dat mensen harder gaan werken in het bijzijn van anderen
b. dat groepen een eigen geest hebben, voorbij de gecombineerde reacties van de
groepsleden
c. dat mensen in groepen gevoeliger zijn voor suggestie
13. Hoe berekenen we een IQ (Intelligentie Quotiënt) van een persoon?
a. mentale leeftijd / chronologische leeftijd × 100
b. chronologische leeftijd / mentale leeftijd × 100
c. chronologische leeftijd / 100 × mentale leeftijd
14. Welke wetenschapper had een belangrijk aandeel in het onderuithalen van
mythes over verschillen tussen mannen en vrouwen?
a. Hollingworth
b. Gilbreth
c. Norsworthy
psychologie
*Antwoorden staan onderaan
1. Waarvoor gebruikten Freud en Breuer hun cathartische methode (cathartic
method)?
a. om de symptomen van hysterie te behandelen
b. om de latente betekenis van dromen te beschrijven
c. om de oorzaak van intrapsychisch conflicten te vinden
2. Volgens wie was “onbedoelde suggestie de cholera van de psychologie”?
a. Le Bon
b. Binet
c. Delboeuf
3. De Gestaltpsychologen beschreven een aantal wetmatigheden over hoe de
geest actief gehelen creëert uit losse stimuli. Welke van de onderstaande is géén
Gestaltwet?
a. de wet van organisatie (of systeem)
b. de wet van geslotenheid
c. de wet van nabijheid (of dichtheid)
4. Wat is het Zeigarnik effect?
a. de neiging om gedrag toe te schrijven aan de persoon in plaats van aan de
situatie
b. het fenomeen dat het discrimineren van twee stimuli langer duurt dan het
herkennen van een stimulus
c. de tendens om onafgemaakte taken beter te onthouden dan afgemaakte taken
5. Welke onderzoeker zou waarschijnlijk de meeste bezwaren hebben tegen het
idee van radical environmentalism?
a. Galton
b. Locke
c. Thorndike
6. Wat doet de psycholoog met name in Roger’s client-centered therapy?
a. geestesziektes genezen
b. problematisch gedrag bijsturen
c. personen helpen bij zelf-actualisatie
7. Welke filosoof zag de menselijke geest bij geboorte als een tabula rasa (een
geest zonder ideeën, maar wel gevoelig voor sensaties)?
, a. Descartes
b. Locke
c. Leibniz
8. Wat is geen kenmerk van Carl Rogers’ client-centered therapy?
a. de nadruk op zelf-actualisatie van de cliënt
b. de nadruk op de behandeling van geestesziektes
c. de nadruk op reflectie als voornaamste therapeutische techniek
9. Wie zou waarschijnlijk het minst instemmen met Charcot’s opvattingen over
de relatie tussen hypnose en hysterie?
a. DelBoeuf
b. Breuer
c. Freud
10. Welke student van James zou waarschijnlijk het meest instemmen met de
ontwikkeling van het behaviorisme?
a. Calkins
b. Hall
c. Thorndike
11. In welk stadium van Piaget’s genetic epistemology zijn kinderen nog niet
goed in conservation of quantity?
a. concrete operations stadium
b. preoperational stadium
c. formal operations stadium
12. Wat houdt Allport’s group fallacy in?
a. dat mensen harder gaan werken in het bijzijn van anderen
b. dat groepen een eigen geest hebben, voorbij de gecombineerde reacties van de
groepsleden
c. dat mensen in groepen gevoeliger zijn voor suggestie
13. Hoe berekenen we een IQ (Intelligentie Quotiënt) van een persoon?
a. mentale leeftijd / chronologische leeftijd × 100
b. chronologische leeftijd / mentale leeftijd × 100
c. chronologische leeftijd / 100 × mentale leeftijd
14. Welke wetenschapper had een belangrijk aandeel in het onderuithalen van
mythes over verschillen tussen mannen en vrouwen?
a. Hollingworth
b. Gilbreth
c. Norsworthy