Lesdoelen ORTHOPEDAGOGIEK
De student heeft zicht op de rol van de HBO-pedagoog binnen het orthopedagogische
werkveld.
Er kunnen bij kinderen bepaalde kenmerken aanwezig zijn waardoor er extra hulp nodig is
van een pedagoog. Pedagoog zet een plan op dat via de ouders uitgevoerd wordt richting
het kind. Ook kunnen er bepaalde kenmerken aanwezig zijn bij de ouders waardoor de
opvoeding niet goed loopt.
De student heeft zicht op de variatie aan problemen binnen de ontwikkeling van kinderen/
jeugdigen in het orthopedagogisch werkveld.
Criteria van Rutter
- Leeftijdsadequaat gedrag, past het gedrag bij de leeftijd van het kind?
- Duur van het probleemgedrag, hoe lang duren de problemen?
- Omstandigheden van het gedrag, zijn de problemen begrijpelijk gezien de
omstandigheden?
- Socio-culturele setting, past het gedrag in de cultuur waartoe het kind behoort?
- Hoeveelheid en frequentie, zijn er veel problemen met hoge frequentie?
- Type problemen & mate van voorkomen in populatie, welke type problemen zijn er?
- Intensiteit van het probleem, hoe intens zijn de problemen?
- Verandering van gedrag, is de gedragsverandering begrijpelijk?
- Situatiegebondenheid, komt dit gedrag in een of meerde situaties voor?
, Belangrijke begrippen
Equifinaliteit het kan zijn dat meerdere oorzaken tot een probleem of stoornis leidt.
Multifinaliteit een oorzaak leidt tot meerdere problemen of stoornissen.
Classificatie wat is er aan de hand? Classificeren Het rangschikken van factoren
Diagnostiek hoe is dat zo gekomen?
Differentaaldiagnose is er nog een andere stoornis die de symptomen kan verklaren?
Comorbiditeit het tegelijkertijd voorkomen van stoornissen bij een persoon.
Categorale benadering
Stoornis: staat beschreven in de DSM-5
Probleem: staat niet in de DSM-5, maar gaat wel gepaard met problemen en/of lijden bij het
kind, en eventueel met opvoedingsverlegenheid of opvoedingsproblemen bij ouders.
Dimensionele benadering
Internaliserend gedragsproblemen: gedragsproblemen die je niet ziet van de buitenkant,
ze zijn vanbinnen. Bv. Verlegenheid, angst geremd zijn en depressiviteit.
Externaliserende gedragsproblemen: gedragsproblemen die je ziet van de buitenkant.
Bv. Agressie, liegen, delinquentie en hyperactiviteit.
Risico- en beschermende factoren
- Nooit een oorzaak van gedrag: er zijn meerdere risicofactoren, en meerdere buffers
of beschermingsfactoren
- Risicofactor vergroot de kans op het ontwikkelen van een probleem/stoornis.
- Beschermende factor vermindert de kans op het ontwikkelen van een
probleem/stoornis, in aanwezigheid van risicofactoren.
Op niveau van het kind:
- Biologische kenmerken
- Gedragskenmerken
- Ingrijpende gebeurtenissen
Op het niveau van ouders en het gezin:
- Structurele kenmerken
- Proceskenmerken
Op het niveau van de omgeving:
- Omstandigheden tijdens opgroeien/woonsituatie qua buurt ed?
De student analyseert m.b.v. onderzoeksmethoden de opvoedingssituatie bij
kinderen/jeugdigen met ADHD/ODD/CD en de omgeving en heeft zicht op het mogelijke
handelingsrepertoire.
ADHD
Attention Deficit Hyperactivity Disorder Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit
1. Aandacht te kort
2. Hyperactiviteit
3. Impulsiviteit
De student heeft zicht op de rol van de HBO-pedagoog binnen het orthopedagogische
werkveld.
Er kunnen bij kinderen bepaalde kenmerken aanwezig zijn waardoor er extra hulp nodig is
van een pedagoog. Pedagoog zet een plan op dat via de ouders uitgevoerd wordt richting
het kind. Ook kunnen er bepaalde kenmerken aanwezig zijn bij de ouders waardoor de
opvoeding niet goed loopt.
De student heeft zicht op de variatie aan problemen binnen de ontwikkeling van kinderen/
jeugdigen in het orthopedagogisch werkveld.
Criteria van Rutter
- Leeftijdsadequaat gedrag, past het gedrag bij de leeftijd van het kind?
- Duur van het probleemgedrag, hoe lang duren de problemen?
- Omstandigheden van het gedrag, zijn de problemen begrijpelijk gezien de
omstandigheden?
- Socio-culturele setting, past het gedrag in de cultuur waartoe het kind behoort?
- Hoeveelheid en frequentie, zijn er veel problemen met hoge frequentie?
- Type problemen & mate van voorkomen in populatie, welke type problemen zijn er?
- Intensiteit van het probleem, hoe intens zijn de problemen?
- Verandering van gedrag, is de gedragsverandering begrijpelijk?
- Situatiegebondenheid, komt dit gedrag in een of meerde situaties voor?
, Belangrijke begrippen
Equifinaliteit het kan zijn dat meerdere oorzaken tot een probleem of stoornis leidt.
Multifinaliteit een oorzaak leidt tot meerdere problemen of stoornissen.
Classificatie wat is er aan de hand? Classificeren Het rangschikken van factoren
Diagnostiek hoe is dat zo gekomen?
Differentaaldiagnose is er nog een andere stoornis die de symptomen kan verklaren?
Comorbiditeit het tegelijkertijd voorkomen van stoornissen bij een persoon.
Categorale benadering
Stoornis: staat beschreven in de DSM-5
Probleem: staat niet in de DSM-5, maar gaat wel gepaard met problemen en/of lijden bij het
kind, en eventueel met opvoedingsverlegenheid of opvoedingsproblemen bij ouders.
Dimensionele benadering
Internaliserend gedragsproblemen: gedragsproblemen die je niet ziet van de buitenkant,
ze zijn vanbinnen. Bv. Verlegenheid, angst geremd zijn en depressiviteit.
Externaliserende gedragsproblemen: gedragsproblemen die je ziet van de buitenkant.
Bv. Agressie, liegen, delinquentie en hyperactiviteit.
Risico- en beschermende factoren
- Nooit een oorzaak van gedrag: er zijn meerdere risicofactoren, en meerdere buffers
of beschermingsfactoren
- Risicofactor vergroot de kans op het ontwikkelen van een probleem/stoornis.
- Beschermende factor vermindert de kans op het ontwikkelen van een
probleem/stoornis, in aanwezigheid van risicofactoren.
Op niveau van het kind:
- Biologische kenmerken
- Gedragskenmerken
- Ingrijpende gebeurtenissen
Op het niveau van ouders en het gezin:
- Structurele kenmerken
- Proceskenmerken
Op het niveau van de omgeving:
- Omstandigheden tijdens opgroeien/woonsituatie qua buurt ed?
De student analyseert m.b.v. onderzoeksmethoden de opvoedingssituatie bij
kinderen/jeugdigen met ADHD/ODD/CD en de omgeving en heeft zicht op het mogelijke
handelingsrepertoire.
ADHD
Attention Deficit Hyperactivity Disorder Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit
1. Aandacht te kort
2. Hyperactiviteit
3. Impulsiviteit