gezondheidseffecten en publieke perceptie
Juni, 2025
1
,Abstract
This study combined a literature review with empirical research to examine both the health
implications of aspartame consumption and public perceptions among young people in the
Netherlands. The first part of the study focused on the scientific debate regarding the safety of
aspartame as a sweetener. The research question explored the health effects of aspartame
consumption in humans compared to non-use. Findings from the literature suggest that
healthy, non-pregnant individuals can safely consume aspartame within the acceptable daily
intake (ADI) of 40 mg per kilogram of body weight, without an increased risk of cancer.
However, the rationale behind using aspartame matters. If the goal is to reduce sugar intake,
aspartame may be effective. Yet, if the intent is to promote weight loss or improve overall
health, evidence remains inconclusive. Some studies indicate possible long-term weight gain
and elevated risks of type 2 diabetes, hypertension, and other cardiovascular issues. These
potential adverse effects warrant caution, suggesting that sweetener use could in some cases
lead to worse health outcomes than avoiding them altogether.
The second part of the study involved a mixed-methods approach to assess how Dutch
individuals aged 14 to 37 perceive aspartame and how these perceptions influence their
consumption and informational needs. Results show limited knowledge about aspartame
among respondents, particularly within the 14–22 age group, some of whom were unfamiliar
with the sweetener altogether. While participants could generally identify products containing
aspartame, few were aware of the ADI. Although many respondents believed aspartame might
be harmful, this belief did not significantly affect consumption in approximately 60% of
cases. Those who made conscious choices regarding sweetener use often reported sufficient
knowledge and expressed little interest in further information. Nevertheless, concerns about
potential health risks did influence consumption patterns among some individuals. Notably,
more than half of the participants stated they would consider adjusting their aspartame intake
if prompted by clear and credible public health messaging.
2
, Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 – Aspartaam ..................................................................................................................... 4
Hoofdstuk 2 – Literatuuronderzoek .................................................................................................... 6
2.1 Wat is de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) van de zoetstof aspartaam voor mensen? ...... 6
2.3 Wat is het verband tussen aspartaamconsumptie en het risico op kanker bij mensen? ................ 6
2.4 Wat is het verschil in gezondheidsrisico’s tussen het gebruik van aspartaam en het niet-
gebruiken van aspartaam bij mensen? ................................................................................................ 7
2.5 Conclusie ....................................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 3 – Methode van onderzoek ............................................................................................... 9
3.1 Probleemdefinitie .......................................................................................................................... 9
3.2 Onderzoeksmethode....................................................................................................................... 9
Hoofdstuk 4 – Resultaten .................................................................................................................... 11
Hoofdstuk 5 – Conclusie en discussie................................................................................................. 13
5.1 Beantwoording deelvragen.......................................................................................................... 13
5.2 Conclusie ..................................................................................................................................... 14
5.3 Discussie...................................................................................................................................... 15
Hoofdstuk 6 - Advies ........................................................................................................................... 16
Literatuurlijst ...................................................................................................................................... 17
Bijlage I – Overzicht literatuuronderzoek ........................................................................................ 19
Bijlage II – Overzicht analyse onderzoek .......................................................................................... 21
Bijlage III – Vragenlijst en ruwe data ............................................................................................... 23
3
, Hoofdstuk 1 – Aspartaam
Aspartaam is een kunstmatige zoetstof die wordt gebruikt als suikervervanger in talloze
voedingsmiddelen en dranken. Het is ongeveer 200 keer zoeter dan gewone suiker, waardoor
er slechts een heel kleine hoeveelheid nodig is om dezelfde zoetkracht te bereiken. Aspartaam
is opgebouwd uit twee aminozuren: asparaginezuur en fenylalanine, beide natuurlijke
bouwstenen van eiwitten die ook in onze dagelijkse voeding voorkomen. Wanneer aspartaam
wordt geconsumeerd, wordt het in het lichaam afgebroken tot deze bestanddelen, samen met
een kleine hoeveelheid methanol.
De ontdekking van aspartaam gebeurde per toeval in 1965 en in 1981 werd de zoetstof
goedgekeurd voor gebruik in voedingsmiddelen. Het wordt onder andere gebruikt in light
frisdranken, suikervrije kauwgom, yoghurt, snoep, desserts en dieetproducten. Door zijn
intense zoetkracht draagt aspartaam bij aan een lagere calorie-inname, wat het populair maakt
onder mensen die hun gewicht willen beheersen of suiker willen vermijden, zoals bij
diabetespatiënten (Kenniscentrum Zoetstoffen, 2024).
In de media verschijnen echter regelmatig berichten die angst oproepen over aspartaam,
bijvoorbeeld dat het kankerverwekkend zou zijn. Deze zorgen zijn vaak gebaseerd op onjuiste
interpretaties van onderzoek. Daarbij wordt bijvoorbeeld uitgegaan van onnatuurlijk hoge
hoeveelheden die in de praktijk nooit door mensen worden geconsumeerd.
Volgens de huidige wet- en regelgeving mogen stoffen zoals aspartaam alleen aan voeding
worden toegevoegd als ze uitvoerig getest en veilig bevonden zijn. De Europese
Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) beoordeelt regelmatig de veiligheid van E-nummers,
waaronder aspartaam (E951). Een belangrijk uitgangspunt hierbij is de ADI (aanvaardbare
dagelijkse inname): dit is de maximale hoeveelheid die iemand gedurende zijn leven dagelijks
kan binnenkrijgen zonder risico’s voor de gezondheid.
De wet bepaalt nauwkeurig aan welke voedingsmiddelen E-nummers mogen worden
toegevoegd, hoeveel er gebruikt mag worden en onder welke voorwaarden. Daarbij wordt
altijd gekeken of de inname binnen de veilige grenzen van de ADI blijft (Voedingscentrum,
z.d.).
Toch blijven er in de media berichten verschijnen over het gevaar van aspartaam en dit kan tot
onrust en onduidelijkheid leiden bij de consument. Er lijkt dus een kloof te bestaan tussen de
wetenschap en de publieke opinie. Dit onderzoek heeft als doel deze kloof te dichten. Om dit
te kunnen doen moet eerst inzichtelijk worden gemaakt wat de actuele stand van zaken is
binnen de wetenschap als het gaat om gebruik van aspartaam. Het doel van dit
4