Filosofie
Les 7: De Montaigne, kind van de renaissance: refl ecti e
Christendom
Tussen val van Romeinse Rijk (476) en de ontdekking van de Nieuwe Wereld (1492) ligt de
middeleeuwen. -> Ontstaan van Christendom en werd krachtige en wervende levensvisie die
dominante godsdienst en levensleer werd in Europa
In de middelleeuwen was het Christendom de dominante ideologie en was de filosofie haar
dienstmaagd (er werd in die periode veel gefilosofeerd maar filosoferen stond voornamelijk
ten dienste van het geloof en was eraan ondergeschikt)
Johannesevangelie: “Het woord is vlees geworden” waarbij het goddelijke zich manifesteert
in de wereld in de persoon van Christus, die in de wereld komt getuigen van de goddelijke
waarheid
Naastenliefde: “heb je naaste lief als jezelf” -> wordt belangrijker dan de klassieke idee van
harmonie en wordt nederigheid aanbevolen op te begrijpen en een eeuwig leven te
bereiken in het hiernamaals
- Verschil tussen:
Antieke denkers
o Ze zijn cyclisch
Christelijke denkers
o Het goddelijke wordt niet langer met de kosmische orde gelijkgesteld, ze nemen
gedaante aan als een persoon -> Christus
o Kent een schepping en einde ter tijden
Men deelt de middeleeuws wijsbegeerte in 2 perioden in:
1. Patristiek
2. Scholastiek
De middeleeuws filosofie...
Bekering van Augustinus
De Patristiek (1e helft van de middeleeuwen):
Periode van de kerkvaders of patri (met Augustinus als boegbeeld)
Augustinus (bekeerd):
o Kerkvader
o Hij zet een belangrijke stap in de richting van een persoonlijk
filosofisch denken en schept in zijn hoofdwerk (= Belijdenis) een
nieuwe filosofische stijl: introspectie
o Hij is sterk beïnvloed door het neoplatonisme (je kan zijn werk
zien als een poging om Plato en het Christendom met elkaar te
verzoenen) Hij verbindt de leer van neoplatonisme met de leer van de Kerk
o “God is de hoogste vorm en Gods gedachten zijn de vormenwereld”
o Dacht na over verhouding tussen de Goddelijke wil en de menselijke vrijheid
o Integreerde het idee van de erfzonde binnen het Christendom
o “Heb lief en doe wat je wil” “ Als liefde de bron is van je handelen en je intentie
geïnspireerd is door God, dan zijn er geen regels en normen nodig”
o Een goed leven is een leven volgens Gods wil
, ... als dienstmaagd van de religie
de 7 vrije kunsten met
de
Scholastiek (2 helft van de middeleeuwen): filosofie in het midden
‘Vrijgestelden’
Ontwikkeling van intellectuele leven aan scholen en
universiteiten onder impuls van scholastici of ‘vrijgestelden’
Thomas van Aquino
o Waarheden van wetenschap (Aristoteles en Averroës) en
geloof zijn gelijk want beide afkomstig van God
o Sterk beïnvloed door Averroës interpretaties van
Aristoteles en vindt dat de waarheden van de rede en
die van het geloof niet verschillend kunnen zijn.
Komen op verschillende manier tot stand –
geloof befint bij God en de rede begint bij de
schepping- maar zijn allebei van God afkomstig
en mogen elkaar niet tegenspreken
-> Thomas van Aquino vindt het dus belangrijk om met de rede het bestaan
van God te bewijzen
o ‘Weten’ om te geloven:
o Godsbewijzen
o 7 vrije kunsten met filosofie in het midden
De renaissance
Renaissance of wedergeboorte= overgangsperiode tussen (duistere)
middeleeuwen en nieuwe tijd, beginnend vanaf 14 de eeuw in Italiaanse Steden
(zoals Firenze) en zich vandaaruit verder verspreid over Europa.
Terugkeer naar oorspronkelijke kunsten en teksten van de antieke Griekse en
Romeinse cultuur. Tijd van ‘inuversele lieden’ zoals Michelangelo en Leonardo
da vinci
= Wedergeboorte van de klassieke oudheid
Economische groei en nieuwe ontdekkingen
Met de groei en bloei van de rijke en vrije Italiaanse handelssteden en de
ontdekking van de Nieuwe Wereld begon een nieuwe periode:
Pest verdween
Einde van 100-jarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk was in zicht
In grote delen van West-Europa kwam eind aan feodalisme
Verschillende ontdekkingen: buskruit, papier, kompas, boekdrukkunst -> technische
ontwikkelingen droegen bij aaan suprematie van Europa op militair en intellectueel vlak
Ontdekking van nieuwe continenten zorgde voor rijkdom dat naar Europ vloede ->
toenemende welstand
Economische surplus – groei handelssteden (Firenze, Brugge)
Mens van Vitruvius (Leonardo da Vinci 1490) ->
Langzaam vormde zich, naast de wereld van abdijen en kloosters een wereld van vrije en
ondernemende burgers
Les 7: De Montaigne, kind van de renaissance: refl ecti e
Christendom
Tussen val van Romeinse Rijk (476) en de ontdekking van de Nieuwe Wereld (1492) ligt de
middeleeuwen. -> Ontstaan van Christendom en werd krachtige en wervende levensvisie die
dominante godsdienst en levensleer werd in Europa
In de middelleeuwen was het Christendom de dominante ideologie en was de filosofie haar
dienstmaagd (er werd in die periode veel gefilosofeerd maar filosoferen stond voornamelijk
ten dienste van het geloof en was eraan ondergeschikt)
Johannesevangelie: “Het woord is vlees geworden” waarbij het goddelijke zich manifesteert
in de wereld in de persoon van Christus, die in de wereld komt getuigen van de goddelijke
waarheid
Naastenliefde: “heb je naaste lief als jezelf” -> wordt belangrijker dan de klassieke idee van
harmonie en wordt nederigheid aanbevolen op te begrijpen en een eeuwig leven te
bereiken in het hiernamaals
- Verschil tussen:
Antieke denkers
o Ze zijn cyclisch
Christelijke denkers
o Het goddelijke wordt niet langer met de kosmische orde gelijkgesteld, ze nemen
gedaante aan als een persoon -> Christus
o Kent een schepping en einde ter tijden
Men deelt de middeleeuws wijsbegeerte in 2 perioden in:
1. Patristiek
2. Scholastiek
De middeleeuws filosofie...
Bekering van Augustinus
De Patristiek (1e helft van de middeleeuwen):
Periode van de kerkvaders of patri (met Augustinus als boegbeeld)
Augustinus (bekeerd):
o Kerkvader
o Hij zet een belangrijke stap in de richting van een persoonlijk
filosofisch denken en schept in zijn hoofdwerk (= Belijdenis) een
nieuwe filosofische stijl: introspectie
o Hij is sterk beïnvloed door het neoplatonisme (je kan zijn werk
zien als een poging om Plato en het Christendom met elkaar te
verzoenen) Hij verbindt de leer van neoplatonisme met de leer van de Kerk
o “God is de hoogste vorm en Gods gedachten zijn de vormenwereld”
o Dacht na over verhouding tussen de Goddelijke wil en de menselijke vrijheid
o Integreerde het idee van de erfzonde binnen het Christendom
o “Heb lief en doe wat je wil” “ Als liefde de bron is van je handelen en je intentie
geïnspireerd is door God, dan zijn er geen regels en normen nodig”
o Een goed leven is een leven volgens Gods wil
, ... als dienstmaagd van de religie
de 7 vrije kunsten met
de
Scholastiek (2 helft van de middeleeuwen): filosofie in het midden
‘Vrijgestelden’
Ontwikkeling van intellectuele leven aan scholen en
universiteiten onder impuls van scholastici of ‘vrijgestelden’
Thomas van Aquino
o Waarheden van wetenschap (Aristoteles en Averroës) en
geloof zijn gelijk want beide afkomstig van God
o Sterk beïnvloed door Averroës interpretaties van
Aristoteles en vindt dat de waarheden van de rede en
die van het geloof niet verschillend kunnen zijn.
Komen op verschillende manier tot stand –
geloof befint bij God en de rede begint bij de
schepping- maar zijn allebei van God afkomstig
en mogen elkaar niet tegenspreken
-> Thomas van Aquino vindt het dus belangrijk om met de rede het bestaan
van God te bewijzen
o ‘Weten’ om te geloven:
o Godsbewijzen
o 7 vrije kunsten met filosofie in het midden
De renaissance
Renaissance of wedergeboorte= overgangsperiode tussen (duistere)
middeleeuwen en nieuwe tijd, beginnend vanaf 14 de eeuw in Italiaanse Steden
(zoals Firenze) en zich vandaaruit verder verspreid over Europa.
Terugkeer naar oorspronkelijke kunsten en teksten van de antieke Griekse en
Romeinse cultuur. Tijd van ‘inuversele lieden’ zoals Michelangelo en Leonardo
da vinci
= Wedergeboorte van de klassieke oudheid
Economische groei en nieuwe ontdekkingen
Met de groei en bloei van de rijke en vrije Italiaanse handelssteden en de
ontdekking van de Nieuwe Wereld begon een nieuwe periode:
Pest verdween
Einde van 100-jarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk was in zicht
In grote delen van West-Europa kwam eind aan feodalisme
Verschillende ontdekkingen: buskruit, papier, kompas, boekdrukkunst -> technische
ontwikkelingen droegen bij aaan suprematie van Europa op militair en intellectueel vlak
Ontdekking van nieuwe continenten zorgde voor rijkdom dat naar Europ vloede ->
toenemende welstand
Economische surplus – groei handelssteden (Firenze, Brugge)
Mens van Vitruvius (Leonardo da Vinci 1490) ->
Langzaam vormde zich, naast de wereld van abdijen en kloosters een wereld van vrije en
ondernemende burgers