Filosofie
Les 6: De stoïcijnen en het Lot: vrijheid
Stoïcijn Zeno van Citium
Zeno van Citium
Grondlegger van het stoïcisme (= filosofische
levensleer die streeft naar gelijkmoedigheid en
onverstoorbaarheid)
4de eeuw v. Chr.
Ziet er schriel, lang en streng uit
Welstellende reder
Verloor bij zware storm hele vloot
Zette hem aan het denken en zijn ideeën
vormden basis van levensleer die veel invloed heeft/had
‘Iets stoïcijns opvatten’= verwijst naar mensen die zich niet door emoties laten overspoelen.
Stoa = zuilengang
Waar Epicurus, de apostel van genot, zijn school in een tuin hield, verkondigde Zeno zijn leer
onder de geometrische gestructureerde zuilengangen/stoa -> werd naam van zijn school
Had niet veel waardering voor de leer van Epicurus, zeker niet met het hedonistische
uitgangspunt.
Volgens Zeno heeft genot een negatieve connotatie en is genot ‘de bron van verwerking
voor zo menige jeugdige ziel’.
Stoa tegenover Epicurus: genot wordt binnen Stoa als negatief gezien
Stoïcisme = erg invloedrijk binnen de Romeinse maatschappij vooral bij : Keizer Marcus
Aurelius, Cicero, Seneca, slaaf Epictetus
Belang:
Stoïcisme heeft jonge christendom en latere filosofen (Spinoza in het bijzonder) sterk
beïnvloed
De stiff-upper-lip houding, afkeer van het genot en idee dat de mens via zijn verstand aan
God is verwant -> stoïcijnse kenmerken die onze cultuur zijn doorgesijpeld
Militaire opleiding in de VS:
Enkele typische stoïcijnse uitspraken
=> Marcus Aurelius: “De aanleiding van woede is vaak veel minder erg dan haar gevolgen.”
=> Epictetus: “De mens wordt niet verward door feiten, maar door de interpretatie van die feiten”
=> Seneca: “Het lot leidt de gewillige en sleept de ongewillige mee” “Het rijkst is wie het minst
verlangt”
, Kosmologie: pantheïsme
Pantheïsme= ‘alles is God’ (levensbeschouwing die daar van uitgaat)
- De stoïcijnen beschouwen de kosmos als een levend en bezield organisme (wereldbeeld sluit
aan bij de leer van Herakleitos)
- Kosmos was ontstaan uit vuur, uit dat vuur ontwikkelden zich achtereenvolgens de andere
elementen en daaruit vormde zich de wereld.
- Vuur heeft een centrale rol als levenskracht en ziel
- Levende wezens bezitten Logos en alles is deel van of behoort tot de Ene goddelijke Logos:
‘Deze Logos is in de wereld begrepen, zij is de ziel van de wereld
- Het stoïcisme heeft een pantheïstisch wereldbeeld -> ‘alles is God’
Deze God doordringt de materie als een subtiele adem of pneuma
Het goddelijke is immanent (=erin blijvend) (niet transcendent(=iets overstijgend) zoals in
het Christendom)
- Het stoïcijns universum doorloopt verschillende stadia
Alles is uit het oervuur voortgekomen en zo zal het ook weer ten onder gaan in de
ultieme wereldbrand, hierna zal er een nieuwe wereld vormen waarin alles terugkeert.
In dit voortdurende cyclisch proces van ontstaan en vergaan is God ‘een onsterfelijk en
met rede en geest begiftigd wezen, ontoegankelijk voor elk kwaad, zorg dragen voor de
wereld, met alles wat zich daarop bevindt’.
- Voor de stoïcijnen is het leven geen zinloos spel van atomen, maar is alles doordrongen van
dat goddelijk principe dat zowel vuur, levensadem, Logos, Rede of Lot genoemd wordt: ‘God
en geeft, noodlot en Zeus, zijn één
- Toeval bestaat niet: alles wat gebeurt moest ook gebeuren
Dame Fortuna
Determinisme
= Alles wat gebeurt is op voorhand vastgelegd
Wereldbeeld
Beschouwd vrijheid als illusie, mensen zijn niet vrij:
Alles is bepaald door het Lot in een voortdurende keten van
oorzaak en gevolg
Dame Fortuna ->
In rechterhand houdt ze de cornucopia / hoorns des overvloeds
In linkerhand houdt ze roer of rad, dat ze naar eigen goeddunken
plots van richting kan doen veranderen
Leven is onvoorspelbaar en wordt en wordt beheerst door het Lot
Lot aanvaarden = geestelijke rust
Fortuin komt van fortuna = Lot
Logos = Rede = Lot
Lot is niet moreel: het beloont en straft niet
Vrijheid is inzicht in de noodzakelijkheid
Hoe beter je de keten van oorzaak en gevolgen kent, hoe ‘vrijer’ je bent
Een voorbeeld? Als je weet dat het zal regenen ben je ‘vrijer’ dan als je dat niet weet – je
wordt niet door de regen verrast
Amor Fati = liefde voor het lot
-> Deze gedachten vormt de basis van de stoïcijnse levenskunst
Les 6: De stoïcijnen en het Lot: vrijheid
Stoïcijn Zeno van Citium
Zeno van Citium
Grondlegger van het stoïcisme (= filosofische
levensleer die streeft naar gelijkmoedigheid en
onverstoorbaarheid)
4de eeuw v. Chr.
Ziet er schriel, lang en streng uit
Welstellende reder
Verloor bij zware storm hele vloot
Zette hem aan het denken en zijn ideeën
vormden basis van levensleer die veel invloed heeft/had
‘Iets stoïcijns opvatten’= verwijst naar mensen die zich niet door emoties laten overspoelen.
Stoa = zuilengang
Waar Epicurus, de apostel van genot, zijn school in een tuin hield, verkondigde Zeno zijn leer
onder de geometrische gestructureerde zuilengangen/stoa -> werd naam van zijn school
Had niet veel waardering voor de leer van Epicurus, zeker niet met het hedonistische
uitgangspunt.
Volgens Zeno heeft genot een negatieve connotatie en is genot ‘de bron van verwerking
voor zo menige jeugdige ziel’.
Stoa tegenover Epicurus: genot wordt binnen Stoa als negatief gezien
Stoïcisme = erg invloedrijk binnen de Romeinse maatschappij vooral bij : Keizer Marcus
Aurelius, Cicero, Seneca, slaaf Epictetus
Belang:
Stoïcisme heeft jonge christendom en latere filosofen (Spinoza in het bijzonder) sterk
beïnvloed
De stiff-upper-lip houding, afkeer van het genot en idee dat de mens via zijn verstand aan
God is verwant -> stoïcijnse kenmerken die onze cultuur zijn doorgesijpeld
Militaire opleiding in de VS:
Enkele typische stoïcijnse uitspraken
=> Marcus Aurelius: “De aanleiding van woede is vaak veel minder erg dan haar gevolgen.”
=> Epictetus: “De mens wordt niet verward door feiten, maar door de interpretatie van die feiten”
=> Seneca: “Het lot leidt de gewillige en sleept de ongewillige mee” “Het rijkst is wie het minst
verlangt”
, Kosmologie: pantheïsme
Pantheïsme= ‘alles is God’ (levensbeschouwing die daar van uitgaat)
- De stoïcijnen beschouwen de kosmos als een levend en bezield organisme (wereldbeeld sluit
aan bij de leer van Herakleitos)
- Kosmos was ontstaan uit vuur, uit dat vuur ontwikkelden zich achtereenvolgens de andere
elementen en daaruit vormde zich de wereld.
- Vuur heeft een centrale rol als levenskracht en ziel
- Levende wezens bezitten Logos en alles is deel van of behoort tot de Ene goddelijke Logos:
‘Deze Logos is in de wereld begrepen, zij is de ziel van de wereld
- Het stoïcisme heeft een pantheïstisch wereldbeeld -> ‘alles is God’
Deze God doordringt de materie als een subtiele adem of pneuma
Het goddelijke is immanent (=erin blijvend) (niet transcendent(=iets overstijgend) zoals in
het Christendom)
- Het stoïcijns universum doorloopt verschillende stadia
Alles is uit het oervuur voortgekomen en zo zal het ook weer ten onder gaan in de
ultieme wereldbrand, hierna zal er een nieuwe wereld vormen waarin alles terugkeert.
In dit voortdurende cyclisch proces van ontstaan en vergaan is God ‘een onsterfelijk en
met rede en geest begiftigd wezen, ontoegankelijk voor elk kwaad, zorg dragen voor de
wereld, met alles wat zich daarop bevindt’.
- Voor de stoïcijnen is het leven geen zinloos spel van atomen, maar is alles doordrongen van
dat goddelijk principe dat zowel vuur, levensadem, Logos, Rede of Lot genoemd wordt: ‘God
en geeft, noodlot en Zeus, zijn één
- Toeval bestaat niet: alles wat gebeurt moest ook gebeuren
Dame Fortuna
Determinisme
= Alles wat gebeurt is op voorhand vastgelegd
Wereldbeeld
Beschouwd vrijheid als illusie, mensen zijn niet vrij:
Alles is bepaald door het Lot in een voortdurende keten van
oorzaak en gevolg
Dame Fortuna ->
In rechterhand houdt ze de cornucopia / hoorns des overvloeds
In linkerhand houdt ze roer of rad, dat ze naar eigen goeddunken
plots van richting kan doen veranderen
Leven is onvoorspelbaar en wordt en wordt beheerst door het Lot
Lot aanvaarden = geestelijke rust
Fortuin komt van fortuna = Lot
Logos = Rede = Lot
Lot is niet moreel: het beloont en straft niet
Vrijheid is inzicht in de noodzakelijkheid
Hoe beter je de keten van oorzaak en gevolgen kent, hoe ‘vrijer’ je bent
Een voorbeeld? Als je weet dat het zal regenen ben je ‘vrijer’ dan als je dat niet weet – je
wordt niet door de regen verrast
Amor Fati = liefde voor het lot
-> Deze gedachten vormt de basis van de stoïcijnse levenskunst