Autisme ADHD
Ontwikkelingsstoornissen
- Zijn van jongs af aan aanwezig
- Ontstaan al tijdens de ontwikkeling van de geboorte tot de volwassenheid
- Een ontwikkelingsstoornis wordt meestal al duidelijk in de kindertijd (ze worden beschouwd
als kinderpsychiatrische stoornissen)
- Maar: ook volwassen patiënten met ontwikkelingsstoornissen hebben dikwijls behandeling
nodig (soms komen ze dan voor het eerste net de zorg in aanraking)
Historische achtergrond
- Autisme afgeleid van Griekse woord autos = zelf
- Eugen Bleuler, Zwitserse psychiater: gedrag van schizofrenie patiënten zonder contact
- Leo Kanner, Oostenrijks-Amerikaanse psychiater: infantiel autisme
- Hans Asperger, Oostenrijkse Psychiater en kinderarts: extreme variant in mannelijke
intelligentie
- Lorna Wing, Amerikaanse psychiater
ASS: autismespectrumstoornissen
Op basis van de DSM
Voordelen:
- Duidelijk
- Uniformiteit
- Weerspiegeld wetenschappelijke visie
Nadelen:
- Diagnose afhankelijk criteria
- Labels plakken/stigmatisering
- Diagnose
Versie aanpassing: van DSM-IV naar DSM-5 gevolgen voor ASS
Wat is ASS
Een neurobiologische ontwikkelingsstoornis
Problemen op de gebieden:
- Sociale omgang
- De (verbalen en non-verbale) communicatie
- Het voorstellingsvermogen of de verbeelding
Volgens de DSM-5 wordt gekenmerkt door de volgende 2 hoofd criteria:
- Kwalitatieve tekortkomingen in sociale interacties en communicatie
- Stereotiepe patronen en repetitief gedrag
- Persisterende deficiënties in de sociale communicatie en sociale interacties in de
uiteenlopende situaties zoals blijkt uit de volgende actuele of biografische kenmerken
o Deficiënties in sociaal-emotionele wederkerigheid
o Deficiënties in het non-verbale communicatieve gedrag dat gebruikt wordt voor
sociale interacties
o Deficiënties in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties
- Beperkte repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten, zoals blijkt uit minstens
twee van de volgende actuele biografische kenmerken
o Stereotiep(e) of repetitieve motorische bewegingen, gebruik van voorwerpen of
spraak
, o Hardnekkig vasthouden aan het zelfde, inflexibel gehecht zijn aan routines of
geritualiseerde patronen van verbaal of non-verbaal gedrag
o Zeer beperkte, gefixeerde interesse die abnormaal intens of gefocust zijn
o Hyper- of hyporeactiviteit op zintuigelijke prikkels of ongewone belangstelling voor
zintuigelijke aspecten van de omgeving
Wanneer sprake van autisme?
Er moet worden voldaan aan:
Alle symptomen in het domein van sociale communicatie en interacties (a) 2 van symptomen uit
criterium B
Lastig in de sociale communicatie en interactie
- Moeite met het begrijpen en hanteren van taal
- Moeite met verbeelding
- Moeite met oogcontact
- Moeite met wijzen (joint intention: non verbale aspect)
- Moeite met beurtnemen
Meer kenmerken die een rol spelen
Taal
Taalvorm
- Vertraagde ontwikkeling (muv Asperger)
- Vreemde intonatie
Taalgebruik (pragmatiek)
- Geen sociale codes of gedragsregels
- Geen wederkerigheid
- Afwijkingen (idiosyncrasie, neologisme, metaforen, echolalie)
Verbeelding
Imitatie
‘Doen alsof spel’
- Geen verbeelding
- Verbeelding maar realiteitsverlies Taal
Grapjes
Flexibiliteit
Lastig in de sociale communicatie
- Moeite met non-verbale communicatie (context)
- Moeite om tot relaties te komen en/of te onderhouden
- Moeite met het spontaan met anderen delen van dingen (joint attention)
- Moeite met het begrijpen van eigen en andermans emoties
ASS (Autismespectrumstoornissen)
informatieverwerkings- en integratieproblemen
een (ontwikkelings)stoornis in het functioneren van de hersenen:
• Overgevoeligheid voor bepaalde prikkels
• Trage informatieverwerking
• Moeite met verwerken van non-verbale informatie
• Moeite met schakelen van situaties
DSM-IV
3 subtypes van ASS
Ontwikkelingsstoornissen
- Zijn van jongs af aan aanwezig
- Ontstaan al tijdens de ontwikkeling van de geboorte tot de volwassenheid
- Een ontwikkelingsstoornis wordt meestal al duidelijk in de kindertijd (ze worden beschouwd
als kinderpsychiatrische stoornissen)
- Maar: ook volwassen patiënten met ontwikkelingsstoornissen hebben dikwijls behandeling
nodig (soms komen ze dan voor het eerste net de zorg in aanraking)
Historische achtergrond
- Autisme afgeleid van Griekse woord autos = zelf
- Eugen Bleuler, Zwitserse psychiater: gedrag van schizofrenie patiënten zonder contact
- Leo Kanner, Oostenrijks-Amerikaanse psychiater: infantiel autisme
- Hans Asperger, Oostenrijkse Psychiater en kinderarts: extreme variant in mannelijke
intelligentie
- Lorna Wing, Amerikaanse psychiater
ASS: autismespectrumstoornissen
Op basis van de DSM
Voordelen:
- Duidelijk
- Uniformiteit
- Weerspiegeld wetenschappelijke visie
Nadelen:
- Diagnose afhankelijk criteria
- Labels plakken/stigmatisering
- Diagnose
Versie aanpassing: van DSM-IV naar DSM-5 gevolgen voor ASS
Wat is ASS
Een neurobiologische ontwikkelingsstoornis
Problemen op de gebieden:
- Sociale omgang
- De (verbalen en non-verbale) communicatie
- Het voorstellingsvermogen of de verbeelding
Volgens de DSM-5 wordt gekenmerkt door de volgende 2 hoofd criteria:
- Kwalitatieve tekortkomingen in sociale interacties en communicatie
- Stereotiepe patronen en repetitief gedrag
- Persisterende deficiënties in de sociale communicatie en sociale interacties in de
uiteenlopende situaties zoals blijkt uit de volgende actuele of biografische kenmerken
o Deficiënties in sociaal-emotionele wederkerigheid
o Deficiënties in het non-verbale communicatieve gedrag dat gebruikt wordt voor
sociale interacties
o Deficiënties in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties
- Beperkte repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten, zoals blijkt uit minstens
twee van de volgende actuele biografische kenmerken
o Stereotiep(e) of repetitieve motorische bewegingen, gebruik van voorwerpen of
spraak
, o Hardnekkig vasthouden aan het zelfde, inflexibel gehecht zijn aan routines of
geritualiseerde patronen van verbaal of non-verbaal gedrag
o Zeer beperkte, gefixeerde interesse die abnormaal intens of gefocust zijn
o Hyper- of hyporeactiviteit op zintuigelijke prikkels of ongewone belangstelling voor
zintuigelijke aspecten van de omgeving
Wanneer sprake van autisme?
Er moet worden voldaan aan:
Alle symptomen in het domein van sociale communicatie en interacties (a) 2 van symptomen uit
criterium B
Lastig in de sociale communicatie en interactie
- Moeite met het begrijpen en hanteren van taal
- Moeite met verbeelding
- Moeite met oogcontact
- Moeite met wijzen (joint intention: non verbale aspect)
- Moeite met beurtnemen
Meer kenmerken die een rol spelen
Taal
Taalvorm
- Vertraagde ontwikkeling (muv Asperger)
- Vreemde intonatie
Taalgebruik (pragmatiek)
- Geen sociale codes of gedragsregels
- Geen wederkerigheid
- Afwijkingen (idiosyncrasie, neologisme, metaforen, echolalie)
Verbeelding
Imitatie
‘Doen alsof spel’
- Geen verbeelding
- Verbeelding maar realiteitsverlies Taal
Grapjes
Flexibiliteit
Lastig in de sociale communicatie
- Moeite met non-verbale communicatie (context)
- Moeite om tot relaties te komen en/of te onderhouden
- Moeite met het spontaan met anderen delen van dingen (joint attention)
- Moeite met het begrijpen van eigen en andermans emoties
ASS (Autismespectrumstoornissen)
informatieverwerkings- en integratieproblemen
een (ontwikkelings)stoornis in het functioneren van de hersenen:
• Overgevoeligheid voor bepaalde prikkels
• Trage informatieverwerking
• Moeite met verwerken van non-verbale informatie
• Moeite met schakelen van situaties
DSM-IV
3 subtypes van ASS