5V H11 Planten samenvatting
11.1 Bouw, groei en ontwikkeling
Leerdoel: Je kunt beschrijven hoe lengte- en diktegroei bij kruid- en houtachtige
planten plaatsvindt en dat stamcellen hiervoor verantwoordelijk zijn.
3 soorten weefsels:
1. Dekweefsel: beschermt tegen waterverlies en infecties
2. Vaatweefsel: bestaat voornamelijk uit transportvaten; bast- en houtvaten, in
midden stengel
3. Vulweefsel: zorgt voor opslag en stevigheid, is betrokken bij fotosynthese
Meristemen zijn deelweefsels die zich bevinden in de toppen van stengels en
wortels (= groeipunten), in knoppen en in jonge bladeren.
Eén dochtercel blijft een meristeemcel en deelt zich later nog een keer. De andere
ondergaat celstrekking; de cel groeit door opname van water en kan een andere
vorm en speciale functie krijgen (= celspecialisatie).
Diktegroei vindt plaats doordat cellen zich delen in het cambium (= ringvormig
meristeem). Na de deling komt één van de twee dochtercellen buiten het cambium te
liggen. Naar buiten toe vormt het cambium bastcellen en naar binnen toe houtcellen.
Lengtegroei vindt plaats in de stengeltop en de worteltop.
, Houtvaten bestaan uit houtcellen. Deze houtvaten ontstaan doordat de cellen
secundaire celwanden afzetten tegen de primaire celwanden (verticaal). De
dwarswanden en de cellen zelf verdwijnen.
Bij het ontstaan van bastvaten komen er openingen in de dwarswanden en
verdwijnen de celkernen. Hierdoor leven ze kort. De dode bastvaten worden
dichtgedrukt.
Jaarringen bestaan uit het gevormde hout van één jaar. In de winter groeien bomen
en struiken niet. Voorjaarshout heeft een lichte kleur en bevat wijde houtvaten met
dunne wanden die veel water en opgeloste stoffen kunnen vervoeren. Zomerhout
bevat steeds nauwere houtvaten met steeds dikkere wanden en is donkerder. De
overgang tussen het zomer- en voorjaarshout heet de jaargrens.
Plastiden zijn celorganellen in planten die een functie hebben bij de fotosynthese,
het lokken van insecten en het opslaan van reservestoffen. Ze worden gevormd uit
proplastiden en bevinden zich in het meristeem. Als bijvoorbeeld een etioplast of
amyloplast wordt blootgesteld aan licht, verandert het in een chloroplast.
Bijvoorbeeld bij witlof; zodra de witlof boven de grond komt, wordt deze groen. De
etioplasten zijn namelijk veranderd in chloroplasten.
11.1 Bouw, groei en ontwikkeling
Leerdoel: Je kunt beschrijven hoe lengte- en diktegroei bij kruid- en houtachtige
planten plaatsvindt en dat stamcellen hiervoor verantwoordelijk zijn.
3 soorten weefsels:
1. Dekweefsel: beschermt tegen waterverlies en infecties
2. Vaatweefsel: bestaat voornamelijk uit transportvaten; bast- en houtvaten, in
midden stengel
3. Vulweefsel: zorgt voor opslag en stevigheid, is betrokken bij fotosynthese
Meristemen zijn deelweefsels die zich bevinden in de toppen van stengels en
wortels (= groeipunten), in knoppen en in jonge bladeren.
Eén dochtercel blijft een meristeemcel en deelt zich later nog een keer. De andere
ondergaat celstrekking; de cel groeit door opname van water en kan een andere
vorm en speciale functie krijgen (= celspecialisatie).
Diktegroei vindt plaats doordat cellen zich delen in het cambium (= ringvormig
meristeem). Na de deling komt één van de twee dochtercellen buiten het cambium te
liggen. Naar buiten toe vormt het cambium bastcellen en naar binnen toe houtcellen.
Lengtegroei vindt plaats in de stengeltop en de worteltop.
, Houtvaten bestaan uit houtcellen. Deze houtvaten ontstaan doordat de cellen
secundaire celwanden afzetten tegen de primaire celwanden (verticaal). De
dwarswanden en de cellen zelf verdwijnen.
Bij het ontstaan van bastvaten komen er openingen in de dwarswanden en
verdwijnen de celkernen. Hierdoor leven ze kort. De dode bastvaten worden
dichtgedrukt.
Jaarringen bestaan uit het gevormde hout van één jaar. In de winter groeien bomen
en struiken niet. Voorjaarshout heeft een lichte kleur en bevat wijde houtvaten met
dunne wanden die veel water en opgeloste stoffen kunnen vervoeren. Zomerhout
bevat steeds nauwere houtvaten met steeds dikkere wanden en is donkerder. De
overgang tussen het zomer- en voorjaarshout heet de jaargrens.
Plastiden zijn celorganellen in planten die een functie hebben bij de fotosynthese,
het lokken van insecten en het opslaan van reservestoffen. Ze worden gevormd uit
proplastiden en bevinden zich in het meristeem. Als bijvoorbeeld een etioplast of
amyloplast wordt blootgesteld aan licht, verandert het in een chloroplast.
Bijvoorbeeld bij witlof; zodra de witlof boven de grond komt, wordt deze groen. De
etioplasten zijn namelijk veranderd in chloroplasten.