Historische context (1500-1800)
● Voorafgaand: Middeleeuwen (500-1500), theocentrisme, feodalisme,
standenmaatschappij.
● Belangrijke ontwikkelingen (1500-1700):
○ Politiek: Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), Nederland wordt onafhankelijk
van Spanje.
○ Godsdienst: Reformatie → overgang van katholicisme naar protestantisme.
○ Cultureel: Renaissance → focus op mens (antropocentrisme) en wetenschap
(empirisme).
Renaissance (14e-17e eeuw)
● Kenmerken:
○ Antropocentrisme: De mens staat centraal.
○ Individualisme: Persoonlijke ontwikkeling belangrijk (bijv. homo universalis).
○ Empirisme: Kennis door ervaring en onderzoek.
● Invloed op Nederland: Humanisten zoals Erasmus.
Literatuur in de Renaissance
● Classicisme: Inspiratie uit de Klassieke Oudheid.
○ Translatio: Vertalen.
○ Imitatio: Nadoen.
○ Aemulatio: Overtreffen.
● Genres:
○ Epigram: Kort gedicht met woordspeling.
○ Sonnet: 14-regelig gedicht met wending (volta).
○ Toneel: Populair genre (bijv. Gijsbrecht van Amstel van Vondel).
Belangrijke schrijvers en werken
● Gerbrand Adriaensz Bredero: De Klucht van de Koe, De Spaanse Brabander.
● P.C. Hooft: Warenar, Nederlandse Historiën.
● Joost van den Vondel: Gijsbrecht van Amstel, hekeldichten en klaagzangen.
● Constantijn Huygens: Homo universalis, Korenbloemen (epigrammen).
De Verlichting (18e eeuw)
● Kernideeën: Rationalisme en empirisme.
● Invloed op literatuur:
○ Neoclassicisme: Strikte regels in poëzie en toneel.
○ Didactische werken: Encyclopedie (Diderot), De Hollandse Spectator
(Justus van Effen).
○ Imaginaire reisverhalen: Kritiek op maatschappij (bijv. Gulliver’s Travels).
○ Briefroman: Meervoudig perspectief (bijv. Historie van mejuffrouw Sarah
Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken).
, Uitleg Zeventiende eeuw
Achtergronden
Het begin van deze eeuw wordt nog beheerst door de tachtigjarige oorlog (1568 – 1648),
maar na het 12-jarige bestand (1609 -1621) zijn de moeilijkste jaren voorbij. De oorlog
eindigt uiteindelijk in 1648 met de Vrede van Munster
Na de val van Antwerpen (1585) komen veel kooplieden en industriëlen naar Amsterdam.
De stad ontwikkelt zich voorspoedig en wordt een belangrijke havenstad en een invloedrijk
financieel centrum. Nederland wordt daarnaast met het veroveren van Nederlands-Indië een
belangrijke koloniale mogendheid.
Een bloeitijdperk van handel, kunst, nijverheid en wetenschap, de gouden eeuw breekt aan.
In Amsterdam vestigen zich veel rijke families, kunstenaars en geleerden. Leiden met haar
universiteit wordt een belangrijk wetenschappelijk centrum. Kunstenaars als Rembrandt van
Rijn, Jan Steen en Jan Vermeer en wetenschappers als Hugo de Groot, Christiaan Huygens,
Herman Boerhaave en Antoni van Leeuwenhoek worden wereldberoemd.
Ook voor de taal was in deze eeuw veel belangstelling. Men zocht naar de mogelijkheid om
te komen tot een eenheidstaal. Richtlijn werd de taal die men sprak in voorname kringen in
de Hollandse steden. Van belang bij de groei naar een eenheidstaal is ook vooral de
Statenbijbel geweest. Een nieuwe Bijbelvertaling die in 1637 verscheen.
Literair werd Amsterdam ook steeds meer het centrum. Literaire activiteiten speelden zich
vooral af in rederijkerskamers. Traditionele opvattingen over de kunst moesten in deze
kamers plaats maken voor de nieuwe opvattingen van de renaissance.
Onze literatuur
De literatuur in deze eeuw staat vooral onder invloed van de renaissance en het
humanisme. In de literatuur kom je talloze Griekse en Romeinse goden en godinnen tegen
en de nadruk lag vooral op het genieten van het dagelijks leven (‘carpe diem’ = pluk de dag).
De schoonheid van het lichaam en leven staan volop in de belangstelling en schrijvers
maakten veel gebruik van klassieke versvormen zoals het sonnet en ode en in de
toneelkunst van de klassiek tragedie.
● Voorafgaand: Middeleeuwen (500-1500), theocentrisme, feodalisme,
standenmaatschappij.
● Belangrijke ontwikkelingen (1500-1700):
○ Politiek: Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), Nederland wordt onafhankelijk
van Spanje.
○ Godsdienst: Reformatie → overgang van katholicisme naar protestantisme.
○ Cultureel: Renaissance → focus op mens (antropocentrisme) en wetenschap
(empirisme).
Renaissance (14e-17e eeuw)
● Kenmerken:
○ Antropocentrisme: De mens staat centraal.
○ Individualisme: Persoonlijke ontwikkeling belangrijk (bijv. homo universalis).
○ Empirisme: Kennis door ervaring en onderzoek.
● Invloed op Nederland: Humanisten zoals Erasmus.
Literatuur in de Renaissance
● Classicisme: Inspiratie uit de Klassieke Oudheid.
○ Translatio: Vertalen.
○ Imitatio: Nadoen.
○ Aemulatio: Overtreffen.
● Genres:
○ Epigram: Kort gedicht met woordspeling.
○ Sonnet: 14-regelig gedicht met wending (volta).
○ Toneel: Populair genre (bijv. Gijsbrecht van Amstel van Vondel).
Belangrijke schrijvers en werken
● Gerbrand Adriaensz Bredero: De Klucht van de Koe, De Spaanse Brabander.
● P.C. Hooft: Warenar, Nederlandse Historiën.
● Joost van den Vondel: Gijsbrecht van Amstel, hekeldichten en klaagzangen.
● Constantijn Huygens: Homo universalis, Korenbloemen (epigrammen).
De Verlichting (18e eeuw)
● Kernideeën: Rationalisme en empirisme.
● Invloed op literatuur:
○ Neoclassicisme: Strikte regels in poëzie en toneel.
○ Didactische werken: Encyclopedie (Diderot), De Hollandse Spectator
(Justus van Effen).
○ Imaginaire reisverhalen: Kritiek op maatschappij (bijv. Gulliver’s Travels).
○ Briefroman: Meervoudig perspectief (bijv. Historie van mejuffrouw Sarah
Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken).
, Uitleg Zeventiende eeuw
Achtergronden
Het begin van deze eeuw wordt nog beheerst door de tachtigjarige oorlog (1568 – 1648),
maar na het 12-jarige bestand (1609 -1621) zijn de moeilijkste jaren voorbij. De oorlog
eindigt uiteindelijk in 1648 met de Vrede van Munster
Na de val van Antwerpen (1585) komen veel kooplieden en industriëlen naar Amsterdam.
De stad ontwikkelt zich voorspoedig en wordt een belangrijke havenstad en een invloedrijk
financieel centrum. Nederland wordt daarnaast met het veroveren van Nederlands-Indië een
belangrijke koloniale mogendheid.
Een bloeitijdperk van handel, kunst, nijverheid en wetenschap, de gouden eeuw breekt aan.
In Amsterdam vestigen zich veel rijke families, kunstenaars en geleerden. Leiden met haar
universiteit wordt een belangrijk wetenschappelijk centrum. Kunstenaars als Rembrandt van
Rijn, Jan Steen en Jan Vermeer en wetenschappers als Hugo de Groot, Christiaan Huygens,
Herman Boerhaave en Antoni van Leeuwenhoek worden wereldberoemd.
Ook voor de taal was in deze eeuw veel belangstelling. Men zocht naar de mogelijkheid om
te komen tot een eenheidstaal. Richtlijn werd de taal die men sprak in voorname kringen in
de Hollandse steden. Van belang bij de groei naar een eenheidstaal is ook vooral de
Statenbijbel geweest. Een nieuwe Bijbelvertaling die in 1637 verscheen.
Literair werd Amsterdam ook steeds meer het centrum. Literaire activiteiten speelden zich
vooral af in rederijkerskamers. Traditionele opvattingen over de kunst moesten in deze
kamers plaats maken voor de nieuwe opvattingen van de renaissance.
Onze literatuur
De literatuur in deze eeuw staat vooral onder invloed van de renaissance en het
humanisme. In de literatuur kom je talloze Griekse en Romeinse goden en godinnen tegen
en de nadruk lag vooral op het genieten van het dagelijks leven (‘carpe diem’ = pluk de dag).
De schoonheid van het lichaam en leven staan volop in de belangstelling en schrijvers
maakten veel gebruik van klassieke versvormen zoals het sonnet en ode en in de
toneelkunst van de klassiek tragedie.