Boek 1
Introduceert (in aanhef van de Muze) Aeneas, die gedwongen was te
vluchten uit Troje naar Italië. Veel tegenslag gehad van Juno: Juno koesterde
Carthago, maar hoorde dat een Trojaans nageslacht het zou gaan vernietigen.
Hierdoor was ze boos op Aeneas (Trojaan). Haar woede richting de Trojanen
kwam ook door het Parisoordeel en de Roof van Ganymedes.
De Trojanen zijn op weg van Sicilië naar Italië. Juno verhindert dat met hulp
van Aeolus, die de Trojanen met een storm naar de kust van Carthago
blaast, waar ze maar net levend aankomen.
Jupiter en Venus zitten op een wolk en kijken naar Carthago. Venus vraagt zich af
waarom Aeneas door Juno van Italië afgehouden wordt, terwijl Jupiter had
beloofd dat Aeneas daar een nieuw volk zou stichten (in Latium), ze vraagt
hem om steun. Jupiter stelt haar gerust en zegt dat het lot van Aeneas
onveranderd zal blijven. Jupiter vertegenwoordigt het lot en legt aan Venus uit
waarom er moet gebeuren wat er gebeurt = hij stelt haar gerust door de
toekomst uit te leggen en daarmee dus voor de lezer de geschiedenis
van Rome:
Aeneas voert oorlog in Italië -> Aeneas sticht Lavinium (3 jaar) -> Ascanius
(Julus) sticht vanuit Lavinium Alba Longa (30 jaar) -> Albaanse koningen aan de
macht, waaronder als eerste Silvius Aeneas (300 jaar) -> Romulus sticht Rome
met Romeinen als volk -> Augustus zorgt voor vrede (Pax Augusta).
De verteller verankert hiermee de heerschappij van Augustus en de
geschiedenis van Rome in het verleden van Homerische epen. De geschiedenis
wordt als een onontkoombare opeenvolging van gebeurtenissen gepresenteerd.
De lezer heeft recent burgeroorlogen meegemaakt en zou dat in de zorgen van
Venus kunnen herkennen. Jupiter stelt gerust dat het lijden ergens goed voor is
(Pax Augusta).
Jupiter stuurt Mercurius naar Carthago om te zorgen dat Aeneas goed ontvangen
wordt. Mercurius zorgt dat de Carthagers hun woeste karakter temperen en dat
Dido de Trojanen gunstig gestemd is.
Aeneas komt op een verkenningstocht Venus tegen, die hem inlicht over Dido,
die bezig is met de bouw van de nieuwe stad Carthago. Daarna ontmoet
Aeneas Dido, Aeneas ziet dat zijn mannen nog leven en vertelt Dido over zijn
belevenissen.
Boek 2
Aeneas vertelt Dido over de val en het paard van Troje (niet-alwetende verteller,
ik-persoon). Boek 2 gaat over de laatste dag en nacht ervan. Hij vocht zelf eerst
mee, maar ziet dat het een verloren zaak is, haalt zijn familie op en vertrekt met
andere Trojanen.
In die nacht droomde hij over de schim van Hektor en daarna vertelt hij over de
ontmoeting met de schim van zijn vrouw Creüsa.
Belangrijke thema's: hoe het is om de vernietiging van je eigen stad mee te
maken en alles opgeven wanneer je vlucht om jezelf en je familie te redden.
, Pietas zorgt voor deze keuze: plichtsgevoel om te zorgen voor anderen (familie
en Penaten).
Tijdens de laatste uren van Troje ligt Aeneas te slapen in het huis van Anchises,
zijn vader. Het lawaai van de Grieken bereikte Aeneas nog niet, omdat het huis
van Anchises ver van de stadspoorten lag. Hector verscheen aan hem in een
droom -> Hector maakt Aeneas bewust van de val van Troje en spoort
hem aan Troje te verlaten en de Penaten van de stad mee te nemen
(Aeneas hoort de opdracht hier voor het eerst). Aeneas is overmand door
emoties en verward, weet ook niet dat Troje is gevallen en beseft niet dat Hector
geen redding meer zal bieden. Het uiterlijk en de woorden van de dode Hector
maken duidelijk dat de tijd van Troje voorbij is.
Tegen het bevel van Hector in vecht Aeneas die ochtend toch mee in de
hopeloze strijd tegen de Grieken om een mooie dood te sterven. Als hij ziet hoe
Priamus gedood wordt door Pyrrhus, de zoon van Achilles, beseft hij dat hij zijn
eigen familie moet redden -> Aeneas, Anchises, Ascanius en Creüsa vertrekken -
> Aeneas raakt zijn vrouw kwijt -> keert terug naar Troje om haar te
zoeken (tegen het bevel van Hector in keert hij dus terug) -> de schim
van Creüsa verschijnt aan hem: ze vertelt hem dat zij moet
achterblijven in Troje, maar hij over zee naar Hesperia (wordt bedoeld
Italië, weet Aeneas niet) moet gaan waar hem een nieuwe echtgenote
wacht. Ze zegt dat hij niet moet huilen en goed moet zorgen voor hun zoon.
Hieruit blijkt haar liefde voor Aeneas en haar zoon, maar ook haar
opofferingsgezindheid. Hij probeerde haar nog te omhelzen, maar zonder succes.
Deze verschijning laat zien dat de eindbestemming van Aeneas nog niet is
bereikt, al denkt Dido daar anders over.
Boek 3
In dit boek vertelt Aeneas aan Dido hoe hij reisde van Troje naar Sicilië waar hij
onderweg pogingen doet om een stad /te stichten, stuit op gevaarlijke situaties
en oude bekenden tegenkomt. Hij komt er met zijn vader achter wat hun
lotsbestemming was (ze dachten eerst Kreta). Op Sicilië overleeed Anchises.
Toen ze verder wilden varen naar Italië, brak er een storm uit die ze naar
Carthago bracht (flashbacks, dus zelfde storm als in boek 1).
Boek 4
Dido en Aeneas worden verliefd en Aeneas vergeet zijn opdracht om in Italië een
stad te stichten. Aeneas wordt hiervoor gewaarschuwd door Mercurius
(gestuurd door Jupiter): zijn lot ligt niet in Carthago, hij wist hem op
zijn plicht. Na ruzies met Dido vertrekt hij toch. Dido ziet aan het hoofd van
Carthago geen toekomst meer, nu de liefde en bescherming van Aeneas is
verdwenen -> zelfmoord.
Ondanks dat het lot (fatum), vastgesteld door Jupiter, niet veranderd kan
worden, kan het dus blijkbaar wel door de Goden worden vertraagd (Juno met
Aeolus). Vergilius maakt de historische rivaliteit tussen Rome en Carthago
hiermee ook onderdeel van zijn verhaal.