Indampen
● Bij indampen scheid je een vaste stof van het oplosmiddel (na extraheren)
door gebruik te maken van het verschil van kookpunten. Het oplosmiddel,
meestal water, heeft vaak een lager kookpunt dan de vaste stof. Als het
mengsel op een temperatuur tussen de twee kookpunten wordt verhit,
verdampt het oplossingsmiddel en blijft de vaste stof over als residu.
● De oplossing wordt in een indampschaaltje of erlenmeyer op een driepoot
verwarmd.
Distilleren
● Bij destilleren wordt een oplossing (helder mengsel van een vloeistof met
een vloeistof/gas/vaste stof) net als bij indampen gescheiden door gebruik te
maken van het verschil in kookpunten.
● De oplossing wordt verhit in een kolf. Als het kookpunt van de stof met het
laagste kookpunt is bereikt, wordt de damp van deze stof opgevangen en
verkoelt, waardoor het condenseert (faseverandering van gas naar vloeistof).
Hierna wordt de ontstane vloeistof, het destillaat, opgevangen in een
opvangvat.
● Het deel van de oplossing dat niet verdampt, heet het residu.
● Als de kookpunten van de verschillende vloeistoffen in een mengsel heel
dicht bij elkaar zitten, is destilleren erg moeilijk of onmogelijk.