Adsorberen
● Bij adsorberen worden stoffen van een mengsel gescheiden door gebruik te
maken van het verschil in aanhechtingsvermogen. Hierbij leid je de stof
die je wil scheiden langs een adsorptiemiddel, hier zal de stof die je kwijt
wilt raken zich aan binden. Daarna kan je nog een andere scheidingsmethode
gebruiken om het adsorptiemiddel met de ongewenste stof te scheiden van
de overgebleven stof.
Chromatograferen
● Chromatograferen is een methode om de samenstelling van een mengsel
te bepalen die gebruik maakt van verschil in oplosbaarheid en aanhechting.
Het resultaat van chromatografie heet een chromatogram.
● Bij papierchromatografie wordt een kleine hoeveelheid mengsel op een
basislijn op een stukje papier (stationaire fase) aangebracht. Als dit papiertje
rechtop in loopvloeistof (mobiele fase) zet, loopt de loopvloeistof omhoog en
neemt het de stoffen in het mengsel mee. Stoffen die goed oplossen en
slecht hechten aan papier gaan makkelijk mee omhoog, terwijl stoffen met
de tegenovergestelde eigenschappen juist weinig of niet omhoog bewegen.
○ Je kan een stof herkennen aan de Rf-waarde. Deze bereken je door de
afstand die de stof is gekomen vanaf de basislijn te delen door de
afstand die de vloeistof is gekomen van de basislijn.
● Bij dunnelaagchromatografie is een glazen of kunststof plaatje bedekt met
een witte vaste stof: silicagel. Deze stof is dan de stationaire fase, de
loopvloeistof is nog steeds de mobiele fase.
● Bij gaschromatografie wordt het mengsel met een injectienaald in een kolom
(dunne buis) gespoten. Er stroomt een gas met constante snelheid door deze
buis, dit is de mobiele fase. De stationaire fase is de binnenkant van de
kolom. Hoe beter de stoffen in het mengsel zich aan de stationaire fase
binden, hoe later het weer uit de buis komt. De tijd die de stof in een kolom
doorbrengt is specifiek voor elke stof en heet de retentietijd.