Van Mens tot Cel
HC02 – Bouwplan: Geschiedenis van de anatomie 1 (geschiedenis is geen stof!)
Veel kennis kwam van Galeus (en grieks/romeinse arts), waar veel fouten in zaten omdat je
geen mensen gebruikte voor onderzoek, maar bv. Honden/apen → dierenanatomie werd
geprojecteerd op mensen; klopte niet.
Andreas Vesalius was de eerste in zijn tijd die de kennis van toen (van Grieken/romeinen) in
twijfel stelde.
• Vesalius schreef een boek over de nieuwe kijk op het menselijk lichaam (humani
corporis fabrica). Het was niet meer illegaal om wel op lijken onderzoek te doen
(Vesalius gebruikte wel te veel ‘materiaal’ wat wel weer illegaal was).
• Een andere anatoom, Petrus Pauw, was een Leidse volgeling van Vesalius.
• In het anatomisch theater werden lichamen van geëxecuteerde misdadigers
bestudeerd.
Leerde niet alleen wetenschappelijke kennis, maar ook filosofisch. (De skeletten gaven een
boodschap, zoals ‘de mens is sterfelijk’)
Tweede helft 17e eeuw – Anatomia nova
- Microscopen
• Microscoop door Giuseppe
• Microscoopje van Leeuwenhoek; Antonie van Leeuwenhoek bouwde voor die
tijd zelf hele goeie microscopen. Zag als eerste spermacellen en rode
bloedcellen.
• Microscoopje van Musschenbroek; Had winkel in Leiden
- Maken van anatomische preparaten
- Rene Descartes (filosoof): De hele natuur, ook het menselijk lichaam, werkt als een
machine. Heeft niks met magie ofzo te maken. Ontwikkelde het mechanische
wereldbeeld.
Wetenschappers en preparaten:
- Johannes Swammerdam: hielt zich bezig met de anatomie van de mens en van
insecten. Schreef proefschrift over ademhaling
- Reinier de Graaf: gebruikte preparaten die de structuur van het menselijk lichaam
duidelijk moest maken.
- Govard Bidloo: Eerste auteur anatomie van het gehele menselijk lichaam sinds
Decsartes
- Frederick Ruysch: Bekend om zijn preparaten, wilde laten zien dat zelfs het dode
menselijk lichaam een schoonheid heeft.
- Herman Boerhaave: Kon de medische wetenschappelijke kennis goed filteren en aan
zijn studenten geven (wat is wel/niet belangrijk)
- B.S. Albinus (leerling Boerhaave): Maakt een anatomishe atlas, wilde laten zien dat
het menselijk lichaam mooi is. Preparaten straalde elegantie uit.
,18e eeuw:
- Gebruik van was modellen en later papier-mache.
19e eeuw:
- Preparaten worden niet meer ‘mooi’ gemaakt (b.v. met kleur), het draait nu om de
informatie
e
20 eeuw:
- Jelergsma: Hij maakt een Atlas van de hersenen, alle onderdelen van de hersenen in
preparaten. (Atlas anatomicum cerebri humani)
- Verder onderzoek naar de microscoop → opkomst elektronenmicroscoop (kon heel
erg vergroten)
HC03 – Bouwplan: algemeen
Anatomie: ontleden van het lichaam (ontleedkunde)
- Lichamelijk onderzoek
- Interpretatie van beeldvormend onderzoek (MRI, Röntgen, CT etc.)
- Chirurgische benadering
- Relaties van organen onderling
De anatomische positie:
- Rechtopstaand, naar voren
- Handpalmen naar voren
Anatomische vlakken:
- Sagittaal: verdeeld lichaam in een linker- en een
rechterdeel
• Sagitta (latijn) = pijl
• Satura sagittalis (latijn) = pijlnaad (in de hersenen)
- Frontaal/coronaal: verdeeld lichaam in een voor- en
achterdeel
• Frons (latijn) = voorhoofd
• Corona (latijn) = kroon
- Transversaal/axiaal: verdeeld lichaam in een boven- en
ondergedeelte (horizontaal)
Richtingen en posities:
- Anterior – posterior: voorzijde – achterzijde
- Superior – inferior: bovenkant – onderkant
- Lateraal – Mediaal: verder van lichaamsas – zijde van lichaamsas
- Ventraal – Dorsaal: buikzijde – rugzijde, lijkt op anterior/posterior
- Craniaal – Caudaal: kant van schedel – kant van staart/stuitje
- Proximaal – distaal: dicht bij de romp (biceps) – ver weg van de romp (vingers)
- Dorsaal – Palmair/plantair: rugzijde van de hand/voet – handpalm/voetzool
→ Deze termen gebruik je samen (per streepje), bekeken vanaf anatomische positie
,Naamgeving (Vb: De lichaamsslagader = aorta)
- Aorta ascendens
- Arcus aortae (aortaboog)
- Aorta descendens thoracalis (dalende deel vd. Aorta,
in het thorax gebied)
- Aorta descendens abdominalis (dalende deel in
buikgedeelte)
- Arteria iliaca (bij darmbeen) communis dextra
(rechts) en sinistra (links)
- A. Iliaca interna (blijft in bekken) en externa (buiten
het bekken naar bovenbeen)
- A. femoralis (in bovenbeen) ook dextra en sinistra
→ A. = arteri = slagader
Topografische anatomie:
- Bestaat uit verschillende regio’s:
- Doorsneden per regio zien er anders uit
Afspraak radiologen: Naar radiologische doorsnedes kijken vanuit onder, perspectief vanaf
de voeten (links en rechts dus vaak andersom)
→ Standaard afspraak nodig want; ook mensen met omgekeerde organen
Regionale anatomie: Borst/thorax
- Musculus pectoralis major: grote borstspier
- Musculus serratus anterior: serrastus = getand
→ Beide een spier van de arm en hoort bij regio borst, arm loopt dus door over rompwand
Spieren in de thorax/borst:
Romp bestaat uit de thorax en het abdomen, spieren in de thorax/borst:
Extremiteitsspieren (minimaal aan 1 kant vast aan extremiteit (= ledemaat):
- Musculus pectoralis major (grote borstspier)
Functie: bewegen van de arm, hoort hierdoor bij de extremiteiten en niet bij de romp
- Musculus serratus anterior (voorste gezaagde spier)
Functie: Beweegt het schouderblad, hoort dus ook bij de extremiteiten
Rompwand spieren:
- Musculus obliquus externus abdominis (buitenste schuine
buikspier)
- Musculus obliquus internus abdominis
- Musculus transversus abdominus
→ Romwandspier, hoort dus bij de romp
- Verschillende buikspieren zijn ook rompwandspieren
- Musculus intercostalis externus/internus (intercostaal spieren)
• Inter: tussen
, • Costa = rib
• Externus = buiten
- Musculus scalenus (scalenusspieren)
• Voortzetting van rompwandspieren in hals/nek regio)
→ Functie: (hulp) Ademhalingsspieren
Doel van ademhalingsspieren: onderdruk creëren in de longen door het volume van de
longen te vergroten.
Diafragma (middenrifspier):
- Scheiding tussen de thorax (borst) en abdomen (buik) → maar niet totaal!!
- Heeft een driedimensionale vorm
- De respiratoire spier
- Koepel/parachute vormig
- Bij inademen naar beneden en buik uit
HC04 – Bouwplan: rompwand
Bij inademen gaat het diafragma omlaag (buik naar voor) → druk gaat omlaag
Als er lucht inkomt wordt het drukverschil weer opgeheven.
Functie van buikspieren = huiswerk?!!
Segmentatie = bestaat uit onderdelen, ieder onderdeel heeft dezelfde inhoud
- Bv. Regenworm
- Mens ook gesegmenteerd; in de wervelkolom (bouwelementen v.h. skelet zijn op elk
segmentaal niveau bijna identiek)
De wervelkolom:
- Wervels worden steeds groter naar onder toe, want: moeten steeds meer dragen
1. Wervels
2. Vijf regio’s = 5 soorten wervels
• 7 Cervicale wervels Nek (C1-C7)
• 12 Thoracale wervels Borst (T1-T12)
• 5 Lumbale wervels Lende (L1-L5)
• 5 Gefuseerde sacrale wervels Onderrug/Heiligbeen
• 3/4 Coccygeale wervels Staartbeen
3. Verbonden met (zie ook ander college):
- Synoviale gewrichten
- Tussenwervelschijven
- Ligamenten
4. Spieren
- Intrinsiek = spieren die zich direct in een bepaald lichaamsdeel bevinden (bv. Hand)
- Extrinsiek = spieren die zich in de omgeving van een bepaald lichaamsonderdeel
bevinden (bv. Onderarm)
Standen wervelkolom:
- Normaal
HC02 – Bouwplan: Geschiedenis van de anatomie 1 (geschiedenis is geen stof!)
Veel kennis kwam van Galeus (en grieks/romeinse arts), waar veel fouten in zaten omdat je
geen mensen gebruikte voor onderzoek, maar bv. Honden/apen → dierenanatomie werd
geprojecteerd op mensen; klopte niet.
Andreas Vesalius was de eerste in zijn tijd die de kennis van toen (van Grieken/romeinen) in
twijfel stelde.
• Vesalius schreef een boek over de nieuwe kijk op het menselijk lichaam (humani
corporis fabrica). Het was niet meer illegaal om wel op lijken onderzoek te doen
(Vesalius gebruikte wel te veel ‘materiaal’ wat wel weer illegaal was).
• Een andere anatoom, Petrus Pauw, was een Leidse volgeling van Vesalius.
• In het anatomisch theater werden lichamen van geëxecuteerde misdadigers
bestudeerd.
Leerde niet alleen wetenschappelijke kennis, maar ook filosofisch. (De skeletten gaven een
boodschap, zoals ‘de mens is sterfelijk’)
Tweede helft 17e eeuw – Anatomia nova
- Microscopen
• Microscoop door Giuseppe
• Microscoopje van Leeuwenhoek; Antonie van Leeuwenhoek bouwde voor die
tijd zelf hele goeie microscopen. Zag als eerste spermacellen en rode
bloedcellen.
• Microscoopje van Musschenbroek; Had winkel in Leiden
- Maken van anatomische preparaten
- Rene Descartes (filosoof): De hele natuur, ook het menselijk lichaam, werkt als een
machine. Heeft niks met magie ofzo te maken. Ontwikkelde het mechanische
wereldbeeld.
Wetenschappers en preparaten:
- Johannes Swammerdam: hielt zich bezig met de anatomie van de mens en van
insecten. Schreef proefschrift over ademhaling
- Reinier de Graaf: gebruikte preparaten die de structuur van het menselijk lichaam
duidelijk moest maken.
- Govard Bidloo: Eerste auteur anatomie van het gehele menselijk lichaam sinds
Decsartes
- Frederick Ruysch: Bekend om zijn preparaten, wilde laten zien dat zelfs het dode
menselijk lichaam een schoonheid heeft.
- Herman Boerhaave: Kon de medische wetenschappelijke kennis goed filteren en aan
zijn studenten geven (wat is wel/niet belangrijk)
- B.S. Albinus (leerling Boerhaave): Maakt een anatomishe atlas, wilde laten zien dat
het menselijk lichaam mooi is. Preparaten straalde elegantie uit.
,18e eeuw:
- Gebruik van was modellen en later papier-mache.
19e eeuw:
- Preparaten worden niet meer ‘mooi’ gemaakt (b.v. met kleur), het draait nu om de
informatie
e
20 eeuw:
- Jelergsma: Hij maakt een Atlas van de hersenen, alle onderdelen van de hersenen in
preparaten. (Atlas anatomicum cerebri humani)
- Verder onderzoek naar de microscoop → opkomst elektronenmicroscoop (kon heel
erg vergroten)
HC03 – Bouwplan: algemeen
Anatomie: ontleden van het lichaam (ontleedkunde)
- Lichamelijk onderzoek
- Interpretatie van beeldvormend onderzoek (MRI, Röntgen, CT etc.)
- Chirurgische benadering
- Relaties van organen onderling
De anatomische positie:
- Rechtopstaand, naar voren
- Handpalmen naar voren
Anatomische vlakken:
- Sagittaal: verdeeld lichaam in een linker- en een
rechterdeel
• Sagitta (latijn) = pijl
• Satura sagittalis (latijn) = pijlnaad (in de hersenen)
- Frontaal/coronaal: verdeeld lichaam in een voor- en
achterdeel
• Frons (latijn) = voorhoofd
• Corona (latijn) = kroon
- Transversaal/axiaal: verdeeld lichaam in een boven- en
ondergedeelte (horizontaal)
Richtingen en posities:
- Anterior – posterior: voorzijde – achterzijde
- Superior – inferior: bovenkant – onderkant
- Lateraal – Mediaal: verder van lichaamsas – zijde van lichaamsas
- Ventraal – Dorsaal: buikzijde – rugzijde, lijkt op anterior/posterior
- Craniaal – Caudaal: kant van schedel – kant van staart/stuitje
- Proximaal – distaal: dicht bij de romp (biceps) – ver weg van de romp (vingers)
- Dorsaal – Palmair/plantair: rugzijde van de hand/voet – handpalm/voetzool
→ Deze termen gebruik je samen (per streepje), bekeken vanaf anatomische positie
,Naamgeving (Vb: De lichaamsslagader = aorta)
- Aorta ascendens
- Arcus aortae (aortaboog)
- Aorta descendens thoracalis (dalende deel vd. Aorta,
in het thorax gebied)
- Aorta descendens abdominalis (dalende deel in
buikgedeelte)
- Arteria iliaca (bij darmbeen) communis dextra
(rechts) en sinistra (links)
- A. Iliaca interna (blijft in bekken) en externa (buiten
het bekken naar bovenbeen)
- A. femoralis (in bovenbeen) ook dextra en sinistra
→ A. = arteri = slagader
Topografische anatomie:
- Bestaat uit verschillende regio’s:
- Doorsneden per regio zien er anders uit
Afspraak radiologen: Naar radiologische doorsnedes kijken vanuit onder, perspectief vanaf
de voeten (links en rechts dus vaak andersom)
→ Standaard afspraak nodig want; ook mensen met omgekeerde organen
Regionale anatomie: Borst/thorax
- Musculus pectoralis major: grote borstspier
- Musculus serratus anterior: serrastus = getand
→ Beide een spier van de arm en hoort bij regio borst, arm loopt dus door over rompwand
Spieren in de thorax/borst:
Romp bestaat uit de thorax en het abdomen, spieren in de thorax/borst:
Extremiteitsspieren (minimaal aan 1 kant vast aan extremiteit (= ledemaat):
- Musculus pectoralis major (grote borstspier)
Functie: bewegen van de arm, hoort hierdoor bij de extremiteiten en niet bij de romp
- Musculus serratus anterior (voorste gezaagde spier)
Functie: Beweegt het schouderblad, hoort dus ook bij de extremiteiten
Rompwand spieren:
- Musculus obliquus externus abdominis (buitenste schuine
buikspier)
- Musculus obliquus internus abdominis
- Musculus transversus abdominus
→ Romwandspier, hoort dus bij de romp
- Verschillende buikspieren zijn ook rompwandspieren
- Musculus intercostalis externus/internus (intercostaal spieren)
• Inter: tussen
, • Costa = rib
• Externus = buiten
- Musculus scalenus (scalenusspieren)
• Voortzetting van rompwandspieren in hals/nek regio)
→ Functie: (hulp) Ademhalingsspieren
Doel van ademhalingsspieren: onderdruk creëren in de longen door het volume van de
longen te vergroten.
Diafragma (middenrifspier):
- Scheiding tussen de thorax (borst) en abdomen (buik) → maar niet totaal!!
- Heeft een driedimensionale vorm
- De respiratoire spier
- Koepel/parachute vormig
- Bij inademen naar beneden en buik uit
HC04 – Bouwplan: rompwand
Bij inademen gaat het diafragma omlaag (buik naar voor) → druk gaat omlaag
Als er lucht inkomt wordt het drukverschil weer opgeheven.
Functie van buikspieren = huiswerk?!!
Segmentatie = bestaat uit onderdelen, ieder onderdeel heeft dezelfde inhoud
- Bv. Regenworm
- Mens ook gesegmenteerd; in de wervelkolom (bouwelementen v.h. skelet zijn op elk
segmentaal niveau bijna identiek)
De wervelkolom:
- Wervels worden steeds groter naar onder toe, want: moeten steeds meer dragen
1. Wervels
2. Vijf regio’s = 5 soorten wervels
• 7 Cervicale wervels Nek (C1-C7)
• 12 Thoracale wervels Borst (T1-T12)
• 5 Lumbale wervels Lende (L1-L5)
• 5 Gefuseerde sacrale wervels Onderrug/Heiligbeen
• 3/4 Coccygeale wervels Staartbeen
3. Verbonden met (zie ook ander college):
- Synoviale gewrichten
- Tussenwervelschijven
- Ligamenten
4. Spieren
- Intrinsiek = spieren die zich direct in een bepaald lichaamsdeel bevinden (bv. Hand)
- Extrinsiek = spieren die zich in de omgeving van een bepaald lichaamsonderdeel
bevinden (bv. Onderarm)
Standen wervelkolom:
- Normaal