Diagnostiek diabetes type 2.
1. Symptomen herkennen:
o Klachten zoals overmatige dorst (polydipsie), veel plassen (polyurie),
onverklaarbaar gewichtsverlies, vermoeidheid en wazig zien kunnen wijzen
op diabetes.
2. Bloedonderzoek:
o Nuchtere bloedglucose: Een waarde van ≥ 7,0 mmol/L op twee
verschillende dagen wijst op diabetes.
o Willekeurige bloedglucose: Een waarde van ≥ 11,1 mmol/L in
combinatie met symptomen van hyperglykemie kan de diagnose
bevestigen.
o HbA1c-test: Een waarde van ≥ 48 mmol/mol (6,5%) kan ook wijzen op
diabetes.
3. Orale Glucosetolerantietest (OGTT):
o Deze test meet de bloedglucosewaarden vóór en na het drinken van een
suikeroplossing. Een waarde van ≥ 11,1 mmol/L twee uur na inname wijst
op diabetes.
4. Urineonderzoek:
o Controle op glucose en ketonen in de urine kan aanvullende informatie
geven, vooral bij verdenking op ketoacidose.
Behandeling.
1. Leefstijlinterventies:
o Gezonde voeding: Een gebalanceerd dieet met aandacht voor
koolhydraten, vetten en eiwitten.
o Regelmatige lichaamsbeweging: Dit verbetert de insulinegevoeligheid en
helpt bij gewichtsbeheersing.
o Stoppen met roken: Dit vermindert het risico op complicaties zoals hart- en
vaatziekten.
2. Medicatie:
o Diabetes type 1: Insuline is essentieel. Dit kan worden toegediend via
injecties of een insulinepomp.
o Diabetes type 2: Medicatie zoals metformine, SGLT2-remmers of GLP-1-
agonisten kan worden voorgeschreven. In sommige gevallen is insuline
nodig.
3. Bloedglucosecontrole:
o Regelmatig meten van de bloedglucosewaarden om de behandeling aan te
passen en complicaties te voorkomen.
4. Complicatiepreventie:
o Controle van bloeddruk en cholesterol om cardiovasculaire risico's te
verminderen.
o Regelmatige voetcontroles om diabetische voetproblemen te voorkomen.
5. Educatie en ondersteuning:
o Patiënten leren omgaan met hun aandoening, inclusief het gebruik van
medicatie en het aanpassen van hun leefstijl.
o Psychologische ondersteuning kan nuttig zijn bij het omgaan met de
emotionele impact van diabetes.
Aandachtspunten voor verpleegkundigen.
1. Educatie en zelfmanagement:
o Help patiënten begrijpen hoe ze hun bloedglucosewaarden kunnen
monitoren en beheren.
o Geef voorlichting over gezonde voeding, lichaamsbeweging en
medicatiegebruik.
2. Voetverzorging:
o Controleer regelmatig op tekenen van diabetische voetproblemen, zoals
wonden, eelt of infecties.
1. Symptomen herkennen:
o Klachten zoals overmatige dorst (polydipsie), veel plassen (polyurie),
onverklaarbaar gewichtsverlies, vermoeidheid en wazig zien kunnen wijzen
op diabetes.
2. Bloedonderzoek:
o Nuchtere bloedglucose: Een waarde van ≥ 7,0 mmol/L op twee
verschillende dagen wijst op diabetes.
o Willekeurige bloedglucose: Een waarde van ≥ 11,1 mmol/L in
combinatie met symptomen van hyperglykemie kan de diagnose
bevestigen.
o HbA1c-test: Een waarde van ≥ 48 mmol/mol (6,5%) kan ook wijzen op
diabetes.
3. Orale Glucosetolerantietest (OGTT):
o Deze test meet de bloedglucosewaarden vóór en na het drinken van een
suikeroplossing. Een waarde van ≥ 11,1 mmol/L twee uur na inname wijst
op diabetes.
4. Urineonderzoek:
o Controle op glucose en ketonen in de urine kan aanvullende informatie
geven, vooral bij verdenking op ketoacidose.
Behandeling.
1. Leefstijlinterventies:
o Gezonde voeding: Een gebalanceerd dieet met aandacht voor
koolhydraten, vetten en eiwitten.
o Regelmatige lichaamsbeweging: Dit verbetert de insulinegevoeligheid en
helpt bij gewichtsbeheersing.
o Stoppen met roken: Dit vermindert het risico op complicaties zoals hart- en
vaatziekten.
2. Medicatie:
o Diabetes type 1: Insuline is essentieel. Dit kan worden toegediend via
injecties of een insulinepomp.
o Diabetes type 2: Medicatie zoals metformine, SGLT2-remmers of GLP-1-
agonisten kan worden voorgeschreven. In sommige gevallen is insuline
nodig.
3. Bloedglucosecontrole:
o Regelmatig meten van de bloedglucosewaarden om de behandeling aan te
passen en complicaties te voorkomen.
4. Complicatiepreventie:
o Controle van bloeddruk en cholesterol om cardiovasculaire risico's te
verminderen.
o Regelmatige voetcontroles om diabetische voetproblemen te voorkomen.
5. Educatie en ondersteuning:
o Patiënten leren omgaan met hun aandoening, inclusief het gebruik van
medicatie en het aanpassen van hun leefstijl.
o Psychologische ondersteuning kan nuttig zijn bij het omgaan met de
emotionele impact van diabetes.
Aandachtspunten voor verpleegkundigen.
1. Educatie en zelfmanagement:
o Help patiënten begrijpen hoe ze hun bloedglucosewaarden kunnen
monitoren en beheren.
o Geef voorlichting over gezonde voeding, lichaamsbeweging en
medicatiegebruik.
2. Voetverzorging:
o Controleer regelmatig op tekenen van diabetische voetproblemen, zoals
wonden, eelt of infecties.