VOS 2024-2025
Correlationeel
Hoorcollege 1 – factoranalyse
De factoranalyse is een techniek die ons helpt bij het zoeken van
gemeenschappelijke achtergronden
Onderzoeksvaliditeit:
- Externe validiteit De mate waarin de onderzoeksresultaten
kunnen worden gegeneraliseerd naar andere groepen, tijden en
situaties.
- Interne validiteit De mate waarin de onderzoeksmethode
alternatieve verklaringen voor een effect kan uitsluiten.
- Begripsvaliditeit/instrumentele validiteit De mate waarin de
meetinstrumenten (operationele definitie) slagen in het meten van
de concepten/constructen en dus passen bij de conceptuele
definitie. In experimenteel onderzoek gaat het daarnaast om de
mate waarin de bedoelde manipulatie geslaagd is. De mate waarin
een test aan zijn doel beantwoordt.
- Statistische validiteit De mate waarin de resultaten van een
statistische analyse nauwkeurig en goed gefundeerd zijn.
Instrumentele validiteit:
- Inhoudsvaliditeit (content validity) representeert de inhoud
van de test het gehele inhoudsdomein? Vaak beoordeeld door
deskundigen (indruksvaliditeit).
- Begripsvaliditeit (construct validity) meet de test het
theoretische concept dat moet worden gemeten? Relaties binnen de
test (interne structuur) en relaties met andere variabelen (externe
structuur).
- Criteriumvaliditeit (criterium validity) voorspelt de test
gedrag of prestatie (criterium) dat niet met de test wordt gemeten?
Beoordeel een voorspelling op criterium met de test. Dat het
instrument het doel beoogt om iets in de toekomst, iets anders dan
wat je met de test meet, te kunnen voorspellen.
De factoranalyse zit in de interne structuur (zie begripsvaliditeit) het
beoordelen van relaties binnen de test kan door de test af te nemen en
met de verzamelde data een analyse te doen die ons in staat stelt om
ideeën/verwachtingen over de interne structuur van het instrument te
toetsen/beoordelen. Op het moment dat in het onderzoek gevonden wordt
wat er verwacht werd over de interne structuur noemen we dat een
,ondersteuning van de begripsvaliditeit, specifiek de interne structuur van
het meetinstrument/begripsvaliditeit.
Doelen factoranalyse
1. Beoordelen dimensionaliteit van test
Vinden we het aantal theoretisch veronderstelde dimensies
(=factoren) binnen de verzameling van testitems?
Confirmerende factoranalyse (CFA) – confirmeren: het vinden van
een bevestiging van onze verwachting over de interne structuur
2. Realiseren van datareductie
Kunnen we informatie uit groot aantal variabelen samenvatten in
kleiner aantal nieuw te construeren variabelen (=factoren)?
Explorerende factoranalyse (EFA) – tegenpool confirmerende,
want van tevoren nog geen idee over de interne structuur
Hoofdcomponentenanalyse (PCA)
Variabelen kunnen items, tests, opgaven, opdrachten, reacties op
stellingen etc. zijn
Factoranalyse uitvoeren
Stap 0: datascreening gebruik van correlatie matrix, factoranalyse pas
zinvol als er één correlatie groter is dan 0.3 (zonder correlaties kan je ook
een factoranalyse uitvoeren, maar dan zal het resultaat een niet
betekenisvol zijn)
Stap 1: keuze factormodel PCA, EFA OF CFA
, Alle variabelen in de analyse hebben een bepaalde samenhang met alle
onderscheidde factoren (alle tests pijl naar zowel C1 als C2)
Data-
gestuurd
De factoren zijn een verklaring voor de observaties (pijlen andere kant op)
De u wil zeggen dat we voor alle observaties zien dat er een aantal
factoren van invloed kunnen zijn, maar dat we ook zien dat er iets anders
invloed heeft wat niet nader gespecificeerd is.
Factoranalyse kan ook in een eerder stadium van testconstructie worden
ingezet. Bij testconstructie is de factoranalyse dan een techniek voor het
vaststellen van het aantal zinvol (statistisch en inhoudelijk) te
onderscheiden aspecten (dimensies) binnen een verzameling
items. Afhankelijk van de mate waarin er expliciete verwachtingen zijn
over de interne structuur van een verzameling items, is de factoranalyse
meer of minder exploratief. We spreken in dit geval van een exploratieve
factoranalyse.
Theorie-
gestuurd
Correlationeel
Hoorcollege 1 – factoranalyse
De factoranalyse is een techniek die ons helpt bij het zoeken van
gemeenschappelijke achtergronden
Onderzoeksvaliditeit:
- Externe validiteit De mate waarin de onderzoeksresultaten
kunnen worden gegeneraliseerd naar andere groepen, tijden en
situaties.
- Interne validiteit De mate waarin de onderzoeksmethode
alternatieve verklaringen voor een effect kan uitsluiten.
- Begripsvaliditeit/instrumentele validiteit De mate waarin de
meetinstrumenten (operationele definitie) slagen in het meten van
de concepten/constructen en dus passen bij de conceptuele
definitie. In experimenteel onderzoek gaat het daarnaast om de
mate waarin de bedoelde manipulatie geslaagd is. De mate waarin
een test aan zijn doel beantwoordt.
- Statistische validiteit De mate waarin de resultaten van een
statistische analyse nauwkeurig en goed gefundeerd zijn.
Instrumentele validiteit:
- Inhoudsvaliditeit (content validity) representeert de inhoud
van de test het gehele inhoudsdomein? Vaak beoordeeld door
deskundigen (indruksvaliditeit).
- Begripsvaliditeit (construct validity) meet de test het
theoretische concept dat moet worden gemeten? Relaties binnen de
test (interne structuur) en relaties met andere variabelen (externe
structuur).
- Criteriumvaliditeit (criterium validity) voorspelt de test
gedrag of prestatie (criterium) dat niet met de test wordt gemeten?
Beoordeel een voorspelling op criterium met de test. Dat het
instrument het doel beoogt om iets in de toekomst, iets anders dan
wat je met de test meet, te kunnen voorspellen.
De factoranalyse zit in de interne structuur (zie begripsvaliditeit) het
beoordelen van relaties binnen de test kan door de test af te nemen en
met de verzamelde data een analyse te doen die ons in staat stelt om
ideeën/verwachtingen over de interne structuur van het instrument te
toetsen/beoordelen. Op het moment dat in het onderzoek gevonden wordt
wat er verwacht werd over de interne structuur noemen we dat een
,ondersteuning van de begripsvaliditeit, specifiek de interne structuur van
het meetinstrument/begripsvaliditeit.
Doelen factoranalyse
1. Beoordelen dimensionaliteit van test
Vinden we het aantal theoretisch veronderstelde dimensies
(=factoren) binnen de verzameling van testitems?
Confirmerende factoranalyse (CFA) – confirmeren: het vinden van
een bevestiging van onze verwachting over de interne structuur
2. Realiseren van datareductie
Kunnen we informatie uit groot aantal variabelen samenvatten in
kleiner aantal nieuw te construeren variabelen (=factoren)?
Explorerende factoranalyse (EFA) – tegenpool confirmerende,
want van tevoren nog geen idee over de interne structuur
Hoofdcomponentenanalyse (PCA)
Variabelen kunnen items, tests, opgaven, opdrachten, reacties op
stellingen etc. zijn
Factoranalyse uitvoeren
Stap 0: datascreening gebruik van correlatie matrix, factoranalyse pas
zinvol als er één correlatie groter is dan 0.3 (zonder correlaties kan je ook
een factoranalyse uitvoeren, maar dan zal het resultaat een niet
betekenisvol zijn)
Stap 1: keuze factormodel PCA, EFA OF CFA
, Alle variabelen in de analyse hebben een bepaalde samenhang met alle
onderscheidde factoren (alle tests pijl naar zowel C1 als C2)
Data-
gestuurd
De factoren zijn een verklaring voor de observaties (pijlen andere kant op)
De u wil zeggen dat we voor alle observaties zien dat er een aantal
factoren van invloed kunnen zijn, maar dat we ook zien dat er iets anders
invloed heeft wat niet nader gespecificeerd is.
Factoranalyse kan ook in een eerder stadium van testconstructie worden
ingezet. Bij testconstructie is de factoranalyse dan een techniek voor het
vaststellen van het aantal zinvol (statistisch en inhoudelijk) te
onderscheiden aspecten (dimensies) binnen een verzameling
items. Afhankelijk van de mate waarin er expliciete verwachtingen zijn
over de interne structuur van een verzameling items, is de factoranalyse
meer of minder exploratief. We spreken in dit geval van een exploratieve
factoranalyse.
Theorie-
gestuurd