Casus onderwijsgroep week 4.4
Centrale vraag :
Waar moet Jildou op letten bij het opstellen van een beslissing op bezwaar (bop)?
Leerdoelen :
1. Wat zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur?
De algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb) zijn fatsoensnormen die
bestuursorganen in acht moeten nemen bij het bestuurlijk handelen (of nalaten). De
algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing op de totstandkoming en
uitvoering van besluiten en sommige ook op andere handelingen van een bestuursorgaan.
De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn in jurisprudentie vastgelegd.
2. Wat is het verschil tussen gecodificeerde en niet-gecodificeerde beginselen van behoorlijk
bestuur?
De gecodificeerde (geschreven) beginselen van behoorlijk bestuur zijn als rechtsregel
opgenomen in de Awb. De niet-gecodificeerde (ongeschreven) beginselen van behoorlijk
bestuur zijn niet als rechtsregel opgenomen in de Awb, want deze abbb ontwikkelen zich met
de tijd mee en de rechter blijft daarin een rol spelen.
3. Wat zijn de gecodificeerde beginselen van behoorlijk bestuur?
De gecodificeerde beginselen van behoorlijk bestuur zijn :
1) Zorgvuldigheidsbeginsel
Het nemen van een besluit vergt een zorgvuldige voorbereiding. Bij de voorbereiding van
een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en
de af te wegen belangen (art. 3:2 Awb).
2) Verbod van detournement de pouvoir (verbod van machtsmisbruik)
Het bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor
een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend (art. 3:3 Awb).
3) Verbod van willekeur (redelijkheidsbeginsel/evenredigheidsbeginsel)
Het bestuursorgaan mag niet willekeurig handelen. Een bestuursorgaan weegt de
rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk
voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit
(art. 3:4 lid 1 Awb).
a. Redelijkheidsbeginsel
Een bestuursorgaan dient op een zorgvuldige manier met de belangen om te gaan en
redelijk te handelen. Tussen de gemeenschapsbelangen en de belangen van individuele
burgers mag geen wanverhouding bestaan (art. 3:4 Awb).
b. Evenredigheidsbeginsel
Een bestuursorgaan moet naar evenredigheid besluiten. De voor een of meer
belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in
verhouding tot de met het besluit te dienen doelen (art. 3:4 lid 2 Awb).
4) Formeel motiveringsbeginsel
Een bestuursorgaan moet ervoor zorgen dat een besluit is voorzien van een kenbare
motivering, zodat iedereen kan zien wat het bestuursorgaan heeft overwogen om dit
besluit te nemen. De motivering moet worden vermeld bij de bekendmaking van het
besluit (art. 3:47 lid 1 Awb). De motivering van een beslissing op bezwaar moet worden
vermeld bij de bekendmaking van de beslissing (art. 7:12 lid 1 Awb). De vermelding van
de motivering kan achterwege blijven indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat
daaraan geen behoefte bestaat (art. 3:48 lid 1 Awb).
5) Materieel motiveringsbeginsel
Centrale vraag :
Waar moet Jildou op letten bij het opstellen van een beslissing op bezwaar (bop)?
Leerdoelen :
1. Wat zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur?
De algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb) zijn fatsoensnormen die
bestuursorganen in acht moeten nemen bij het bestuurlijk handelen (of nalaten). De
algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing op de totstandkoming en
uitvoering van besluiten en sommige ook op andere handelingen van een bestuursorgaan.
De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn in jurisprudentie vastgelegd.
2. Wat is het verschil tussen gecodificeerde en niet-gecodificeerde beginselen van behoorlijk
bestuur?
De gecodificeerde (geschreven) beginselen van behoorlijk bestuur zijn als rechtsregel
opgenomen in de Awb. De niet-gecodificeerde (ongeschreven) beginselen van behoorlijk
bestuur zijn niet als rechtsregel opgenomen in de Awb, want deze abbb ontwikkelen zich met
de tijd mee en de rechter blijft daarin een rol spelen.
3. Wat zijn de gecodificeerde beginselen van behoorlijk bestuur?
De gecodificeerde beginselen van behoorlijk bestuur zijn :
1) Zorgvuldigheidsbeginsel
Het nemen van een besluit vergt een zorgvuldige voorbereiding. Bij de voorbereiding van
een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en
de af te wegen belangen (art. 3:2 Awb).
2) Verbod van detournement de pouvoir (verbod van machtsmisbruik)
Het bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor
een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend (art. 3:3 Awb).
3) Verbod van willekeur (redelijkheidsbeginsel/evenredigheidsbeginsel)
Het bestuursorgaan mag niet willekeurig handelen. Een bestuursorgaan weegt de
rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk
voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit
(art. 3:4 lid 1 Awb).
a. Redelijkheidsbeginsel
Een bestuursorgaan dient op een zorgvuldige manier met de belangen om te gaan en
redelijk te handelen. Tussen de gemeenschapsbelangen en de belangen van individuele
burgers mag geen wanverhouding bestaan (art. 3:4 Awb).
b. Evenredigheidsbeginsel
Een bestuursorgaan moet naar evenredigheid besluiten. De voor een of meer
belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in
verhouding tot de met het besluit te dienen doelen (art. 3:4 lid 2 Awb).
4) Formeel motiveringsbeginsel
Een bestuursorgaan moet ervoor zorgen dat een besluit is voorzien van een kenbare
motivering, zodat iedereen kan zien wat het bestuursorgaan heeft overwogen om dit
besluit te nemen. De motivering moet worden vermeld bij de bekendmaking van het
besluit (art. 3:47 lid 1 Awb). De motivering van een beslissing op bezwaar moet worden
vermeld bij de bekendmaking van de beslissing (art. 7:12 lid 1 Awb). De vermelding van
de motivering kan achterwege blijven indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat
daaraan geen behoefte bestaat (art. 3:48 lid 1 Awb).
5) Materieel motiveringsbeginsel