Week 1 - de uitgangspunten van het Nederlandse strafprocesrecht 2
Week 2 - het opsporingsonderzoek 6
Week 3 - politieverhoor en voorarrest 9
Week 4 - vervolging 15
Week 5 - onderzoek ter terechtzitting 21
Week 6 - bewijs 25
Week 7 - vormverzuimen 29
R. Plinsinga 2025-2026
, Week 1 - de uitgangspunten van het Nederlandse
strafprocesrecht
STAPPENPLAN THEORIE
Artikel 3 Politiewet => algemene regeling / een algemene wettelijke taakstelling.
• Ziet op opsporing van strafbare feiten.
• Er moet eerst een formele wet zijn (WIFZ).
- Dit dient ervoor dat elke handeling van de politie wel afkomt van een wettelijke grondslag.
• In samenhang met art. 141 Sv (juncto) voor een speci ekere grondslag.
Je hebt ‘een beperkt’ grondrecht en een ‘meer dan’ beperkt grondslag, wanneer spreek je van
welke?
1) Meer dan - meer nodig dan alleen art. 3 Politiewet:
- Fouilleren.
I. Hier heb je een speci ekere wettelijke grondslag voor nodig.
II. Bijvoorbeeld privé-account van Instagram willen bekijken.
2) Wel beperkt grondrecht:
I. Kijken in een prullenbak;
II. Of een veelpleger - die bekend is bij de politie - volgen.
III. Een openbaar Instagram pro el bekijken.
Inbreuk op grondrechten burgers - vaste rechtspraak van de HR:
• Wettelijke grondslag moet voldoende speci ek zijn.
• In beginsel legitimeert algemene taakstelling niet het plegen van grove inbreuken op rechten
van burgers.
• Dus géén basis voor elke opsporingshandeling.
Algemene taakstelling van art. 3 Politiewet 2012 en art. 141 Sv:
1) Beiden zijn algemene wettelijke taakstellingen voor het opsporen van strafbare feiten.
- Beperkte inbreuk?
I. Algemene taakstelling volstaat.
- Meer dan beperkte inbreuk OF handelswijze die zeer risicovol is voor de integriteit en
beheersbaarheid van de opsporing?
I. Algemene taakstelling volstaat niet.
- Meer dan beperkte inbreuk?
I. Sprake van indien het onderzoek zo verstrekkend is dat een min of meer compleet
beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven. Of dit het geval is
hangt mede af van de plaats waar de observaties plaatsvinden, de duur, intensiteit en
frequentie ervan en het eventuele gebruik van technische hulpmiddelen.
Onderzoek smartphone - bevoegdheid politie bij inbeslagname:
1) Beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer?
- Opsporingsambtenaar bevoegd o.g.v. art. 94, 95 en 96 Sv.
- Opsporingsambtenaar mag de persoon identi ceren door in de instellingen te kijken.
I. Sprake van wanneer het onderzoek bestaat uit ‘enkel beperkte waarnemingen’ over het
gebruik -> r.o. 5.2.2 (HR CG/Landeck).
Denk aan: wie verdachte als laatste heeft gebeld.
2) Meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer?
- Opsporingsambtenaar bevoegd met voorafgaande toestemming van de Rechter-
Commissaris.
I. Door middel van een machtiging van de R-C -> r.o. 5.2.5. Machtiging moet op voorhand
worden gevorderd.
II. Daar is sprake van als op voorhand al te zien is dat het onderzoek inzicht verschaft in:
Verkeers- en locatiegegevens;
R. Plinsinga 2025-2026
fi fi fi fi fi
, Andersoortige gegevens -> foto’s, browsergeschiedenis, communicatie en gevoelige
gegevens (r.o. 5.2.4).
a. OvJ vordert een machtiging bij de R-C -> voldoende correct en hoe verrichten —>
r.o. 5.2.5 & 5.7.6.
b. R-C kan zelf het onderzoek verrichten, dit mag ambtshalve, art. 104 Sv -> r.o.
5.2.6.
- Uitzondering machtiging R-C - geen voorafgaande toestemming vereist:
I. Spoedeisende gevallen.
Toestemming kan dan ook mondeling worden verleend, dit kan achteraf gevraagd
worden -> r.o. 5.2.5.
In art. 104 lid 2 Sv staat de uitzondering -> alleen in spoedeisende gevallen:
a. Levensgevaar (denk aan dat iemand opgeborgen zit door verdachte).
II. Dringende noodzaak.
Hier is wél voorafgaande toestemming nodig van de R-C -> dit mag wel mondeling
(R-C opbellen om toestemming mondeling te vragen).
a. Dit moet wel binnen 3 dagen op schrift worden gezet -> r.o. 5.2.5.
b. Denk aan organisatorische kwesties die in de weg staan.
Mr. Big-methode:
Houdt in dat het OM een ctieve organisatie namaakt, waarin ze de verdachte in opnemen
(undercoveragenten). Lang bezig met vertrouwen winnen van verdachte en dan proberen ze
verdachte dieper in de organisatie te krijgen ( ctief crimineel karakter) en daarna eindigt het dat
de verdachte met een soort ‘eindbaas’ moet praten. Daarvoor moet hij wel alles bekennen wat hij
heeft gedaan -> op die manier proberen ze een bekenning van verdachte te bewerkstelligen.
- Wel echt een grote inbreuk op de privacy-rechten.
- Grote mate van druk en misleiding.
- Risico op valse bekentenissen.
- De verdachte raakt afhankelijk / gehecht aan de ‘organisatie’.
- Het is een feitelijke verhoor situatie, zonder enige waarborgen.
- Het is sterk beperkt door de rechtspraak -> kritische lijn van de HR.
Kroongetuigenregeling:
Getuigen die zelf ook betrokken zijn, die krijgen dan over belastende verklaringen van
medeverdachte een strafverlaging van 50%. Vrij nieuwe regeling, zitten ook wel echt haken en
ogen aan.
- Gaat vaak om heftige feiten (georganiseerde criminaliteit vaak).
- Zien dat OM vanuit bepaalde wanhoop er iets aan wil doen, aan die georganiseerde
criminaliteit.
- Perverse prikkel: belang bij zo belastend mogelijk verklaren.
- Eigen rol minimaliseren: vertekening van feiten.
- Afhankelijkheid van het OM (de kans op een deal).
- Risico op onbetrouwbare verklaringen: noodzaak tot strenge toetsing en transparantie.
Criminele burgerin ltratie = dat een criminele burgerin ltrant in opdracht en onder strikte regie van
de politie en het OM bewust toetreedt tot een crimineel milieu en deelneemt aan die criminele
activiteiten om op die manier informatie te verzamelen en bewijs te leveren voor zware,
ondermijnde criminaliteit. Er zijn wel risico’s aan verbonden:
• Het strafbare gedrag van de verdachte kan door de in ltrant zijn uitgelokt.
• Er is geen opnameapparatuur aanwezig, waardoor de rechter afhankelijk is van wat er op
papier is vastgelegd.
R. Plinsinga 2025-2026
fi fi fi fi
, UITLEG A.D.H.V. DE THEORIE
In de avond van donderdag 21 december 2024 heeft een inbraak plaatsgevonden in een woning
aan de Apollolaan in Amsterdam. Meerdere omwonenden zien drie inbrekers vertrekken door de
vernielde voordeur met volle weekendtassen. De omwonenden melden dat de inbrekers
vertrekken in twee verschillende auto’s: twee mannen in een donkerblauwe Audi en een derde,
kale man in een zwarte BMW. Deze melding komt binnen bij twee agenten die in de buurt
rondrijden. Enkele seconden later zien deze agenten een zwarte BMW rijden, waarvan de
bestuurder een kale man is. De agenten stoppen de auto waarna de bestuurder, Frank, wordt
aangehouden op verdenking van diefstal met braak in een woning (artikel 310 jo. 311 lid 1 onder
3, 4 en 5 Sr).
De iPhone die Frank bij zijn aanhouding bij zich heeft, wordt door de agenten in beslag genomen
en meteen in de vliegtuigstand gezet, zodat de telefoon niet van afstand kan worden gewist. De
andere twee verdachten zijn nog niet gevonden. De agenten hopen de medeverdachten te vinden
aan de hand van de inhoud van de mobiele telefoon van Frank. Zij willen daarom zijn recente bel-,
Whatsapp- en Signalgeschiedenis lezen om te kijken of hij gecommuniceerd heeft met
medeverdachten.
Bestudeer het arrest HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:409 (Post CG/Landeck). Leg uit of de
agenten bevoegd zijn om het onderzoek aan de smartphone van Frank te verrichten. Motiveer uw
antwoord en verwijs naar relevante wettelijke bepalingen.
NB. U hoeft niet in te gaan op de vraag of Frank aangemerkt kan worden als verdachte in de zin
van art. 27 lid 1 Sv.
Rule:
Inbeslagnemingsbevoegdheid omvat ook onderzoeksbevoegdheid (r.o. 4.2).
Wie is de bevoegde autoriteit voor het uitvoeren van de onderzoeksbevoegdheid?
1) Beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer?
- Opsporingsambtenaren o.g.v. art. 94, 95 en 96 Sv en art. 141 en art. 148 Sv zijn bevoegd
(r.o. 4.2 + 5.2.2).
- Sprake van dergelijke inbreuk, indien:
I. Enkel identi ceren gebruiker;
II. Enkele beperkte waarnemingen over het feitelijk gebruik van elektronische
gegevensdragers aangetro en bij verdachte (bijvoorbeeld nagaan welke contacten
gebruiker kort tevoren heeft gelegd) (r.o. 5.2.2).
2) Meer dan beperkte inbreuk op persoonlijke levenssfeer?
- Voorafgaande toetsing R-C vereist.
I. Op voorhand te voorzien dat door onderzoek aan smartphone inzicht verkregen wordt
in verkeers- en locatiegegevens, of andersoortige gegevens (zoals foto’s,
browsergeschiedenis, etc) (r.o. 5.2.5).
II. Het moet voldoende concreet welk onderzoek verricht wordt en op welke manier (r.o.
5.2.5).
III. R-C kan ook zelf het onderzoek verrichten aan de smartphone (r.o. 5.2.6).
- In spoedeisende gevallen geen voorafgaande toetsing van de R-C vereist (r.o. 5.2.5).
Application:
Dus mogen opsporingsambtenaren zelfstandig onderzoek verrichten aan de smartphone? In geval
van Frank beoordelen wat de agenten willen doen (beperkte mate of meer dan beperkte inbreuk)?
Wat willen opsporingsambtenaren doen? Ze willen belgeschiedenis, whatsapp geschiedenis en
signaalgeschiedenis bekijken -> betekent dat zij verschillende gesprekken willen lezen in
verschillende apps en dat betekent ‘meer dan beperkte inbreuk op persoonlijke levenssfeer’. Dus
dit voeg je onder ‘andersoortige gegevens’.
Gaat namelijk niet alleen maar om kijken van belcontacten, gaat verder dan dat. Ze willen ook
chats lezen. Dus ‘meer dan beperkte’. Wordt inzicht verkregen in andersoortige gegevens,
namelijk de chat gegevens. Maakt dat opsporingsambtenaren niet zelfstandig die smartphone
mogen onderzoeken, ze hebben voorafgaande goedkeuring nodig van r-c. Geen aanwijzingen van
levensgevaar/levensbedreigende dingen, dus geen uitzondering van toepassing.
R. Plinsinga 2025-2026
fi ff