Samenvatting bestuursrecht II
Naam: Rachel Plinsinga
Studentennr.: 2803875
Studie: Rechtsgeleerdheid
, Week 1 - aard van het
bestuursrecht. Partijen in het
bestuursrecht
Hoorcollege week 1
Wat is het bestuursrecht?
Heel veel dingen gaan over de zogenoemde drie B’s. Bestuursrecht bestudeerd welke rechter
bevoegd is voor het handelen van het bestuursorgaan en aan welke regels moeten zij zich
houden. Alleen ‘belanghebbenden’ kunnen naar de bestuursrechter en eerst moet er een besluit
zijn geweest alvorens je naar de bestuursrechter kunt gaan.
Voeren van overheidsbeleid, er gebeurt niets zonder het bestuursrecht. Bijv. discussie over milieu,
klimaat, stikstof. Migratie is ook bestuursrechtelijk en woningtekort (hangen in verband met
elkaar). Door stikstofproblematiek kunnen we minder bouwen, door migratie kan er ook een druk
ontstaan in de woningmarkt.
Er is gewoon geen enkel maatschappelijk probleem, zonder dat de overheid daar tussen zit.
Bestuursrecht zien we dus overal.
Toeslagena aire
Ook hier zien we bestuursrecht terugkomen. Centrum van de belangstelling komen te staan. Een
maand voordat je kind opvang heeft genoten, behoor je al de toeslag te krijgen. Achteraf wordt
vastgesteld of je wel recht had op die tegemoetkoming. Dit leidde dus tot problemen, ook wel de
toeslagena aire.
De commissie constateerde dat bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag grondbeginselen
van de rechtsstaat zijn geschonden. Dit verwijt treft niet alleen de uitvoering – speci ek de
Belastingdienst/toeslagen – maar ook de wetgever en de rechtspraak.
Reactie op toeslagena aire: burgerperspectief en responsief bestuursrecht
I. Afdeling is indringbaar gaan toetsen (zie HC 5).
II. Bestuursorganen richten hun werkprocessen anders in.
III. Wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb (zie HC 4 en 5).
- Awb wordt wat meer gericht op de burgers, hoe kunnen de burgers in sommige gevallen
wat meer ‘beschermd’ worden. Er wordt wat meer maatwerk genomen.
Aard van het bestuursrecht (vervolg)
Functies van het bestuursrecht:
I. Instrumentele functie.
- Geschiedenis. De overheid deed in de 19e eeuw helemaal niets voor de burger. Daar
waar de overheid niets deed, deed de burger aan sociale voorzieningen. Er ontstaat een
‘sociale rechtstaat’, de overheid grijpt in, maakt regels. Het bestuursrecht is een
instrument om het beleid van de overheid te kunnen uitvoeren.
II. Legitimerende functie.
- De overheid mag niets, tenzij de wet dit aangeeft.
III. Waarborgfunctie.
- Dat het bestuursrecht er voor zorgt dat de burger beschermd wordt tegen het optreden
van de overheid. Daar is heel vaak een spanning, bijv. de Corona-maatregelen. De
overheid wil maatregelen nemen om besmetting tegen te gaan, maar deze komen dan
ffff ff fi
, ook in strijd tegen de vrijheden van de burger. Om je rechtspositie te kunnen kennen, is
het vaak onvoldoende om in de wet te kijken.
Gelede normstelling:
Als jij je rechtspositie wil kennen als burger, dan kun je niet altijd in de wet kijken. Het wordt vaak
doorgevoerd. Er is een hele gelaagde structuur van wetten, dus die moet je als burger dan
helemaal af om je positie te kennen:
I. Wet (in formele zin);
II. Algemene maatregelen van bestuur;
III. Ministeriële regelingen;
IV. Decentrale verordeningen;
V. Beschikkingen van de centrale en decentrale overheid.
Bestuursrecht is daarom ook erg groot, omdat alles gelaagd is. Veel lagere regels en zoveel
regels, in de wettenbundel staat alleen het topje van de ijsberg. Het had ook veel nadelen, daarom
is de Algemene wet Bestuursrecht gemaakt, hierin komt alles samen.
Verhouding algemeen en bijzonder deel:
In het bijzonder deel zitten de verboden, verplichtingen en aanspraken van de burgers en de
bevoegdheden van bestuursorganen.
Maar het algemeen deel speelt altijd een rol.
Partijen in het bestuursrecht I: bestuursorgaan (art. 1:1 Awb)
Al bekend:
Art. 1:1 lid 1 Awb:
A-orgaan: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, […].
I. Organen van openbare lichamen, bijv. ministers, regering, College van B&W, burgemeester,
etc.
II. Organen van ‘rechtspersonen sui generis’, bijv. het bestuur van de Dienst Wegverkeer (art.
4a Wegenverkeerswet: er is een Dienst Wegverkeer, in het maatschappelijk verkeer
aangeduid als RDW. De Dienst bezit ‘rechtspersoonlijkheid’ en is gevestigd te Zoetermeer).
Art. 1:1 lid 1 Awb
Onder bestuursorgaan wordt verstaan:
a. […]
b. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed (belangrijk voor dit vak!!!)
Kunnen alleen privaatrechtelijke rechtspersonen zijn (b-organen). B-organen kunnen nooit a-
organen zijn.
Kenmerken:
I. Privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen. Dit zijn zij alleen als zij:
- Openbaar gezag: de bevoegdheid om publiekrechtelijke rechtshandelingen te
verrichten. Bevoegdheid om besluiten te nemen in de zin van de Awb. Hoe krijgt iemand
openbaar gezag:
De wet het toekent, krachtens wettelijk voorschrift.
Buitenwettelijk.
B-organen: twee manieren van verkrijging van openbaar gezag:
a. Krachtens wettelijk voorschrift (met basis in wet), bijv.
I. AFM en DNB.
II. APK-keuringsstation.
III. Hoofd van de school (Leerplichtwet).
b. Buitenwettelijk: ABRvS 30-11-1995, ECLI:NL:RVS:1995:ZF1850 (stichting Silicose).
Ad b. Buitenwettelijk (ABRS Stichting Silicose):
1. Het gaat om uitkeringen of andere op geld waardeerbare rechten;
2. De overheid bepaalt de criteria volgens welke de op geld waardeerbare rechten worden
verdeeld in beslissende mate (het ‘inhoudelijke vereiste’);
, 3. De overheid verschaft het geld waarmee de rechtspersoon de op geld waardeerbare
rechten in overwegende mate, in beginsel voor ten minste twee derde (het ‘ nancieel
vereiste’).
Stichting Silicose: staatsmijnen in Limburg, gesloten, maar de mensen die daar gewerkt hebben,
hebben niet onder gezonde omstandigheden gewerkt en kregen de ziekte silicose. Die mensen
kregen een ere schuld, de stichting silicose is toen opgericht en moest een eenmalige vergoeding
geven aan de nog levende mensen of aan nabestaande. De stichting had een reglement
opgesteld, wilde je in aanmerking komen voor de uitkering. Dit was in samenspraak met de
minister. Er is een mijnwerker die silicose heeft en die krijgt een te lage uitkering, en die gaat
procederen bij de bestuursrechter. Was de stichting wel een privaatrechtelijk rechtspersoon
nee want die stichting geeft wel geld maar er is nergens een wet waar de bevoegdheid ligt om
deze uitkering te verrichten. Omwille van het mogelijk maken, is het bestuursrecht opgerekt.
Hierdoor was de stichting toch een bestuursorgaan.
B-organen: ‘voor zover’
A-organen moeten zich in beginsel altijd aan bestuursrechtelijke normen houden. Zijn altijd
bestuursorgaan, dat betekent dat zij zich altijd moeten houden aan de Awb.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Ook bij privaatrechtelijke handelen (art. 3:1 lid 2 Awb en art. 3:14 BW).
B-organen hoeven zich slechts aan bestuursrechtelijke normen te houden voor zover zij handelen
als bestuursorgaan. Voor zover zij openbaar gezag uitoefenen volgens de wet, anders geen
bestuursorgaan. Dus dit is beperkter.
Partijen in het bestuursrecht II: belanghebbenden (art. 1:2 Awb)
Al bekend:
I. Adressaat van een besluit is altijd belanghebbende, geldt trouwens ook voor
rechtspersonen. Overige personen/entiteiten (‘derde-belanghebbenden’). Wanneer ben je
een belanghebbende (OPERA-criteria):
- Objectief bepaalbaar;
Belang moet zijn wat niet in de subjectieve belevingswereld bestaat. Denk aan de
vrouw die opkwam tegen de vergunning van het concertgebouw, want ik heb een
speciale herinnering aan dit concertgebouw. Dat is een subjectieve belevenis dus niet
objectief.
- Persoonlijk;
Je moet je onderscheiden van willekeurige anderen. Als een weg wordt gesloten dat
niet iedere willekeurige automobilist belanghebbende is. Wordt ingekleurd door zicht
& afstand (ruikt, ziet, hoort, etc. dan belanghebbende).
- Eigen;
Je moet voor jezelf opkomen en niet voor een ander (tenzij; gemachtigd).
- Rechtstreeks;
Belang mag niet afgeleid zijn. Alleen degene die de vergunning heeft aangevraagd is
belanghebbende.
- Actueel;
Niet sprake mag zijn van een toekomstige onzekere gebeurtenis. Er worden bomen
gekapt in de straat en jij wil waarschijnlijk dat huis kopen in de toekomst. Dan ben je
geen belanghebbende, want onzekere toekomstige gebeurtenis.
Statutair belanghebbenden (art. 1:2 lid 3 Awb) I: algemeen:
I. Rechtspersonen kunnen ook belanghebbende zijn als zij algemene/collectieve belangen
behartigen (lid 3). Voor zover algemene en collectieve belangen behartigen dus. Het
element ‘eigen’ kan hier worden geplaatst.
II. Algemeen/collectief belang treedt in plaats van eigen belang.
III. De overige eisen van lid 1 blijven van toepassing.
fi
Naam: Rachel Plinsinga
Studentennr.: 2803875
Studie: Rechtsgeleerdheid
, Week 1 - aard van het
bestuursrecht. Partijen in het
bestuursrecht
Hoorcollege week 1
Wat is het bestuursrecht?
Heel veel dingen gaan over de zogenoemde drie B’s. Bestuursrecht bestudeerd welke rechter
bevoegd is voor het handelen van het bestuursorgaan en aan welke regels moeten zij zich
houden. Alleen ‘belanghebbenden’ kunnen naar de bestuursrechter en eerst moet er een besluit
zijn geweest alvorens je naar de bestuursrechter kunt gaan.
Voeren van overheidsbeleid, er gebeurt niets zonder het bestuursrecht. Bijv. discussie over milieu,
klimaat, stikstof. Migratie is ook bestuursrechtelijk en woningtekort (hangen in verband met
elkaar). Door stikstofproblematiek kunnen we minder bouwen, door migratie kan er ook een druk
ontstaan in de woningmarkt.
Er is gewoon geen enkel maatschappelijk probleem, zonder dat de overheid daar tussen zit.
Bestuursrecht zien we dus overal.
Toeslagena aire
Ook hier zien we bestuursrecht terugkomen. Centrum van de belangstelling komen te staan. Een
maand voordat je kind opvang heeft genoten, behoor je al de toeslag te krijgen. Achteraf wordt
vastgesteld of je wel recht had op die tegemoetkoming. Dit leidde dus tot problemen, ook wel de
toeslagena aire.
De commissie constateerde dat bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag grondbeginselen
van de rechtsstaat zijn geschonden. Dit verwijt treft niet alleen de uitvoering – speci ek de
Belastingdienst/toeslagen – maar ook de wetgever en de rechtspraak.
Reactie op toeslagena aire: burgerperspectief en responsief bestuursrecht
I. Afdeling is indringbaar gaan toetsen (zie HC 5).
II. Bestuursorganen richten hun werkprocessen anders in.
III. Wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb (zie HC 4 en 5).
- Awb wordt wat meer gericht op de burgers, hoe kunnen de burgers in sommige gevallen
wat meer ‘beschermd’ worden. Er wordt wat meer maatwerk genomen.
Aard van het bestuursrecht (vervolg)
Functies van het bestuursrecht:
I. Instrumentele functie.
- Geschiedenis. De overheid deed in de 19e eeuw helemaal niets voor de burger. Daar
waar de overheid niets deed, deed de burger aan sociale voorzieningen. Er ontstaat een
‘sociale rechtstaat’, de overheid grijpt in, maakt regels. Het bestuursrecht is een
instrument om het beleid van de overheid te kunnen uitvoeren.
II. Legitimerende functie.
- De overheid mag niets, tenzij de wet dit aangeeft.
III. Waarborgfunctie.
- Dat het bestuursrecht er voor zorgt dat de burger beschermd wordt tegen het optreden
van de overheid. Daar is heel vaak een spanning, bijv. de Corona-maatregelen. De
overheid wil maatregelen nemen om besmetting tegen te gaan, maar deze komen dan
ffff ff fi
, ook in strijd tegen de vrijheden van de burger. Om je rechtspositie te kunnen kennen, is
het vaak onvoldoende om in de wet te kijken.
Gelede normstelling:
Als jij je rechtspositie wil kennen als burger, dan kun je niet altijd in de wet kijken. Het wordt vaak
doorgevoerd. Er is een hele gelaagde structuur van wetten, dus die moet je als burger dan
helemaal af om je positie te kennen:
I. Wet (in formele zin);
II. Algemene maatregelen van bestuur;
III. Ministeriële regelingen;
IV. Decentrale verordeningen;
V. Beschikkingen van de centrale en decentrale overheid.
Bestuursrecht is daarom ook erg groot, omdat alles gelaagd is. Veel lagere regels en zoveel
regels, in de wettenbundel staat alleen het topje van de ijsberg. Het had ook veel nadelen, daarom
is de Algemene wet Bestuursrecht gemaakt, hierin komt alles samen.
Verhouding algemeen en bijzonder deel:
In het bijzonder deel zitten de verboden, verplichtingen en aanspraken van de burgers en de
bevoegdheden van bestuursorganen.
Maar het algemeen deel speelt altijd een rol.
Partijen in het bestuursrecht I: bestuursorgaan (art. 1:1 Awb)
Al bekend:
Art. 1:1 lid 1 Awb:
A-orgaan: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, […].
I. Organen van openbare lichamen, bijv. ministers, regering, College van B&W, burgemeester,
etc.
II. Organen van ‘rechtspersonen sui generis’, bijv. het bestuur van de Dienst Wegverkeer (art.
4a Wegenverkeerswet: er is een Dienst Wegverkeer, in het maatschappelijk verkeer
aangeduid als RDW. De Dienst bezit ‘rechtspersoonlijkheid’ en is gevestigd te Zoetermeer).
Art. 1:1 lid 1 Awb
Onder bestuursorgaan wordt verstaan:
a. […]
b. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed (belangrijk voor dit vak!!!)
Kunnen alleen privaatrechtelijke rechtspersonen zijn (b-organen). B-organen kunnen nooit a-
organen zijn.
Kenmerken:
I. Privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen. Dit zijn zij alleen als zij:
- Openbaar gezag: de bevoegdheid om publiekrechtelijke rechtshandelingen te
verrichten. Bevoegdheid om besluiten te nemen in de zin van de Awb. Hoe krijgt iemand
openbaar gezag:
De wet het toekent, krachtens wettelijk voorschrift.
Buitenwettelijk.
B-organen: twee manieren van verkrijging van openbaar gezag:
a. Krachtens wettelijk voorschrift (met basis in wet), bijv.
I. AFM en DNB.
II. APK-keuringsstation.
III. Hoofd van de school (Leerplichtwet).
b. Buitenwettelijk: ABRvS 30-11-1995, ECLI:NL:RVS:1995:ZF1850 (stichting Silicose).
Ad b. Buitenwettelijk (ABRS Stichting Silicose):
1. Het gaat om uitkeringen of andere op geld waardeerbare rechten;
2. De overheid bepaalt de criteria volgens welke de op geld waardeerbare rechten worden
verdeeld in beslissende mate (het ‘inhoudelijke vereiste’);
, 3. De overheid verschaft het geld waarmee de rechtspersoon de op geld waardeerbare
rechten in overwegende mate, in beginsel voor ten minste twee derde (het ‘ nancieel
vereiste’).
Stichting Silicose: staatsmijnen in Limburg, gesloten, maar de mensen die daar gewerkt hebben,
hebben niet onder gezonde omstandigheden gewerkt en kregen de ziekte silicose. Die mensen
kregen een ere schuld, de stichting silicose is toen opgericht en moest een eenmalige vergoeding
geven aan de nog levende mensen of aan nabestaande. De stichting had een reglement
opgesteld, wilde je in aanmerking komen voor de uitkering. Dit was in samenspraak met de
minister. Er is een mijnwerker die silicose heeft en die krijgt een te lage uitkering, en die gaat
procederen bij de bestuursrechter. Was de stichting wel een privaatrechtelijk rechtspersoon
nee want die stichting geeft wel geld maar er is nergens een wet waar de bevoegdheid ligt om
deze uitkering te verrichten. Omwille van het mogelijk maken, is het bestuursrecht opgerekt.
Hierdoor was de stichting toch een bestuursorgaan.
B-organen: ‘voor zover’
A-organen moeten zich in beginsel altijd aan bestuursrechtelijke normen houden. Zijn altijd
bestuursorgaan, dat betekent dat zij zich altijd moeten houden aan de Awb.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Ook bij privaatrechtelijke handelen (art. 3:1 lid 2 Awb en art. 3:14 BW).
B-organen hoeven zich slechts aan bestuursrechtelijke normen te houden voor zover zij handelen
als bestuursorgaan. Voor zover zij openbaar gezag uitoefenen volgens de wet, anders geen
bestuursorgaan. Dus dit is beperkter.
Partijen in het bestuursrecht II: belanghebbenden (art. 1:2 Awb)
Al bekend:
I. Adressaat van een besluit is altijd belanghebbende, geldt trouwens ook voor
rechtspersonen. Overige personen/entiteiten (‘derde-belanghebbenden’). Wanneer ben je
een belanghebbende (OPERA-criteria):
- Objectief bepaalbaar;
Belang moet zijn wat niet in de subjectieve belevingswereld bestaat. Denk aan de
vrouw die opkwam tegen de vergunning van het concertgebouw, want ik heb een
speciale herinnering aan dit concertgebouw. Dat is een subjectieve belevenis dus niet
objectief.
- Persoonlijk;
Je moet je onderscheiden van willekeurige anderen. Als een weg wordt gesloten dat
niet iedere willekeurige automobilist belanghebbende is. Wordt ingekleurd door zicht
& afstand (ruikt, ziet, hoort, etc. dan belanghebbende).
- Eigen;
Je moet voor jezelf opkomen en niet voor een ander (tenzij; gemachtigd).
- Rechtstreeks;
Belang mag niet afgeleid zijn. Alleen degene die de vergunning heeft aangevraagd is
belanghebbende.
- Actueel;
Niet sprake mag zijn van een toekomstige onzekere gebeurtenis. Er worden bomen
gekapt in de straat en jij wil waarschijnlijk dat huis kopen in de toekomst. Dan ben je
geen belanghebbende, want onzekere toekomstige gebeurtenis.
Statutair belanghebbenden (art. 1:2 lid 3 Awb) I: algemeen:
I. Rechtspersonen kunnen ook belanghebbende zijn als zij algemene/collectieve belangen
behartigen (lid 3). Voor zover algemene en collectieve belangen behartigen dus. Het
element ‘eigen’ kan hier worden geplaatst.
II. Algemeen/collectief belang treedt in plaats van eigen belang.
III. De overige eisen van lid 1 blijven van toepassing.
fi