HOOFDSTUK 8
FORMEEL STRAFRECHT: DE STRAFPROCEDURE (OPSPORING,
VERVOLGING EN BERECHTING)
De vervolging
Wat is vervolging?
Vervolging betekent dat de officier van justitie beslist om een
verdachte aan de rechter voor te leggen.
Pas wanneer de rechter betrokken wordt bij de strafzaak, spreken
we van vervolging.
Wetsartikel: art. 167 Sv en 132a Sv.
Andere mogelijkheid: strafbeschikking (bij lichtere strafzaken)
Bij kleine delicten kan het OM – en soms zelfs opsporingsambtenaren
(art. 257b Sv) – een strafbeschikking uitvaardigen (art. 257ba Sv).
Dit betekent: zonder tussenkomst van een rechter wordt een straf of
maatregel opgelegd.
Alleen mogelijk als er geen gevangenisstraf van meer dan 6 jaar
opgelegd kan worden.
Bij een strafbeschikking:
- Moet de verdachte binnen 14 dagen bezwaar/verzet aantekenen
(art. 257 e Sv).
- Als hij vrijwillig voldoet aan de straf, vervalt het recht op verzet.
- Let op! : de Hoge Raad heeft bepaald dat vrijwillig voldoen aan de
strafbeschikking betekent dat je definitief afstand doet van je recht op
verzet.
Twee standaard overwegingen bij vervolging (door de officier van
justitie):
1. Haalbaarheid van vervolging.
2. Wenselijkheid van vervolging.
Deze vrijheid van afweging komt voort uit het opportuniteitsbeginsel.
Belangrijke wetsartikelen
Art. 132a Sv – Definieert vervolging.
Art. 167 Sv – Besluitvorming over vervolging door de Officier van Justitie.
Art. 257b Sv – Opsporingsambtenaren kunnen onder voorwaarden
strafbeschikkingen uitvaardigen.
Art. 257ba Sv – OM kan zonder rechter straffen opleggen via strafbeschikking.
Art. 257 e Sv – Regelt verzet tegen strafbeschikking.
Art. 113 Grondwet – Alleen de rechter mag vrijheidsstraffen opleggen.
Opportuniteitsbeginsel
Wat is het opportuniteitsbeginsel?
Het oppotuniteitsbeginsel betekent dat de Officier van Justitie mag
beslissen om niet tot vervolging over te gaan, ook al is er een
strafbaar feit gepleegd.
Dit staat in: Art. 167, 242 Sv.
Deze artikelen geven de Officier van Justitie de ruimte om af te wegen
of vervolging wenselijk is.
,Waarom bestaat dit beginsel?
Soms is vervolging niet wenselijk, bijvoorbeeld:
Het strafbare feit is wel gepleegd, maar de omstandigheden maken
bestraffing onnodig of zelfs averechtseffectief (iets dat verkeerd uitpakt
of het tegenovergestelde bereikt van wat je bedoelde).
Voorbeeld:
Een strafbare belediging (art. 261 Sr) in een grote stad wordt gesust,
terwijl zo’n zaak in een klein dorp juist onredelijke aandacht kan krijgen.
Gevaren van het opportuniteitsbeginsel
Kans op ongelijke behandeling.
Daarom moet het beleid van justitie zo veel mogelijk gelijk zijn voor
gelijke gevallen.
Twee vormen van het opportuniteitsbeginsel
1. Negatief opportuniteitsbeginsel (zoals het in de Nederlandse wet staat
geformuleerd):
- De officier moet vervolgen, tenzij er gronden zijn om ervan af te
zien.
2. Positief opportuniteitsbeginsel (zoals het in de praktijk in Nederland
wordt toegepast):
- De officier mag afzien van vervolging, tenzij er gronden zijn die
vervolging noodzakelijk maken.
In Nederland wordt het positieve opportuniteitsbeginsel gehanteerd,
ook al is de wet negatief geformuleerd.
Belangrijke wetsartikelen:
Art. 167 Sv – Officier beslist of vervolging plaatsvindt na het
opsporingsonderzoek.
Art. 242 Sv – Geeft de officier bij misdrijven de mogelijkheid om van vervolging
af te zien.
Art. 261 Sr – Strafbaarstelling van belediging (genoemd als voorbeeld).
Aanvang vervolging
Wanneer begint een vervolging officieel?
Volgens het wetboek van strafvordering (Sv) begint een vervolging wanneer de
strafzaak van een verdachte aan een rechter wordt voorgelegd.
Dit gebeurt officieel in de volgende gevallen:
1. Dagvaarden van de verdachte voor onderzoek ter terechtzitting Art.
258 Sv.
2. Vorderen van voorlopige hechtenis van de verdachte Art. 133
Sv.
3. Uitvaardigen van een strafbeschikking Art. 257a Sv.
4. Voeging ad informandum
Een strafzaak wordt toegevoegd aan een ander zaak die al voor de
rechter komt, zonder dat de verdachte daar opnieuw voor wordt
gedagvaard.
Doel: straf wordt opgelegd voor meerdere feiten tegelijk.
Gebeurt buiten de tenlastelegging.
5. Vordering tot instellen van een strafrechtelijk financieel
onderzoek Art. 126 Sv.
Let op! : Deze regeling komt binnenkort te vervallen.
, 6. Vordering tot verlenen van machtiging tot conservatoir beslag
Art. 94a , 103 Sv.