Samenvatting sanctierecht
Week 1: inleiding en uitgangspunten
Deel I: theorie
Het sanctierecht
Het sanctierecht kent twee aspecten:
1. Het opleggen van sancties: onder welke voorwaarden kunnen sancties worden
opgelegd en aan welk type delinquent?
2. De tenuitvoerlegging van sancties: wat betekent het voor de rechtspositie van de
gedetineerde als aan hem een straf/maatregel wordt opgelegd?
Deze twee aspecten benaderen we door twee lenzen:
• Het positieve recht: wat zegt het huidige recht?
• Actuele discussies in de literatuur t.a.v. het sanctiestelsel
De grondslagen voor straffen
1. Vergelding
De klassieke grondslag van straf is vergelding: het doelbewust en intentioneel toebrengen
van leed als reactie op een normschending. De achterliggende gedachte is dat het
gepleegde kwaad gecompenseerd moet worden door een evenredige tegenreactie van de
staat. Wanneer iemand een delict pleegt, wordt daarmee een deuk geslagen in de
rechtsorde. De staat herstelt dit symbolisch door een straf, een klap in de tegenovergestelde
richting, waarmee die balans zogenaamd wordt hersteld.
Ø In de literatuur bestaat discussie over de rechtvaardigheid van deze tegenreactie van
de staat.
o Sommige auteurs gaan uit van de gulden regel: je moet anderen zo
behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden. Vanuit de gedachte van de
guldenregel vindt Claessen het niet logisch om straffen te baseren op het
toevoegen van leed, dit zou het probleem alleen maar erger maken. We
hebben eerst al een schending van een grondnorm door de verdachte, maar
als de dan in onze reactie op de verdachte ook een grondnorm overschrijden,
heb je uiteindelijk twee overschreden grondnormen + extra schade.
o Andere auteurs zeggen dat vergelding van de verdachte juist toekomt aan de
behoefte van slachtoffers.
§ Maar.. uit de victimologie volgt dat het slachtoffer vooral behoefte heeft
aan erkenning en gehoord worden en niet aan bestraffing van de
daders. De wraakgevoelens die centraal staan bij vergelding, daar kun
je dus twijfels over uiten.
2. Speciale en generale preventie
• Speciale preventie: preventie gericht op de specifieke persoon die het feit eerder
heeft begaan om te voorkomen dat een dergelijke gedraging nogmaals wordt begaan
door deze persoon.
o Resocialisatie in het kader van een gevangenisstraf (art. 2 Pbw) draagt bij aan
speciale preventie: de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf moet zoveel
mogelijk in het teken staan van een succesvolle terugkeer in de samenleving.
1
, • Generale preventie: Generale preventie betekent dat het bestraffen van één persoon
anderen afschrikt. Het idee is dat als mensen zien dat iemand wordt gestraft voor een
bepaald misdrijf, ze zelf wel twee keer nadenken voordat ze hetzelfde doen.
o Uit onderzoek blijkt dat de generale preventie van straffen overschat wordt.
Slechts sommige mensen laten hun gedrag beïnvloeden doordat ze zien dat
anderen gestraft worden. Veel strafbaar gedrag is helemaal niet rationeel of
goed doordacht, zoals geweld onder invloed of handelen uit psychische nood.
In zulke situaties denken mensen niet na over de mogelijke straf, ze handelen
uit emotie, stress of verslaving - dus het afschrikkende effect werkt dan niet.
3. Normbevestiging
Door bepaald gedrag te bestraffen geven we aan de samenleving aan dat we bepaald
gedrag afkeuren, normbevestiging zou hiermee een rechtvaardiging kunnen zijn voor
bestraffing.
o Is voor het bevestigen van de norm bestraffing écht nodig?
4. Herstel (in oorspronkelijke toestand)
Wordt ondersteund door hersteldenkers
Hoewel de grondslag voor een straf meestal ligt in het vergeldingsdenken, kan het ook zijn
dat het doel van de bestraffing op een later punt verschuift naar preventie of herstel.
Waarom straffen we? – theorieën
1. De vergeldingstheorieën (absolute theorie) à retributivisme
Binnen de vergeldingstheorie wordt de legitimatie en het doel van de straf puur en
alleen gezocht bij het idee van vergelding. In de literatuur wordt dit de “klassieke
richting” genoemd: iemand die een delict heeft gepleegd verdient daarvoor straf.
• Vergelding is niet alleen inherent aan de legitimatie van de straf, maar ook aan
de begrenzing van de ernst en omvang van de straf: vergelding vereist
namelijk een redelijke verhouding tussen het delict en de straf.
• Vergelding beperkt hiermee de straftoemeting: de straf moet proportioneel zijn
aan de ernst van het delict. Dus: als een straf is gebaseerd op de
vergeldingstheorie dan geldt proportionaliteit.
2. Preventietheorieën (relatieve theorie)
Het gaat hier om preventie: speciale/generale preventie. Kritiek op deze theorie is dat
vergelding hier helemaal geen rol speelt, de rechtvaardiging + het doel van straffen is enkel
het voorkomen van strafbare feiten in de toekomst.
• De preventietheorie wordt niet begrenst door proportionaliteit.
3. Verenigingstheorieën (combinatie van beide)
De verenigingstheorie is de heersende theorie in Nederland, het is een combinatie van zowel
de vergeldingstheorie als de preventietheorie.
• Straf vindt zijn rechtvaardiging in vergelding en moet dus altijd proportioneel zijn met
de ernst van het delict. Binnen de straf die met vergelding bestaat, kunnen generale
en speciale preventie een reden zijn om een speciale straf toe te passen (bv. tbs bij
speciale preventie)
Wanneer kom je in aanmerking voor een straf?
Om de verdachte te bestraffen dien je de verdachte een verwijt kunnen maten.
- Vanuit het oogpunt van de vergeldingstheorie kun je zeggen: als je minder schuld
hebt, moet je minder straf krijgen, want de straf moet proportioneel zijn aan de mate
van schuld.
2
Week 1: inleiding en uitgangspunten
Deel I: theorie
Het sanctierecht
Het sanctierecht kent twee aspecten:
1. Het opleggen van sancties: onder welke voorwaarden kunnen sancties worden
opgelegd en aan welk type delinquent?
2. De tenuitvoerlegging van sancties: wat betekent het voor de rechtspositie van de
gedetineerde als aan hem een straf/maatregel wordt opgelegd?
Deze twee aspecten benaderen we door twee lenzen:
• Het positieve recht: wat zegt het huidige recht?
• Actuele discussies in de literatuur t.a.v. het sanctiestelsel
De grondslagen voor straffen
1. Vergelding
De klassieke grondslag van straf is vergelding: het doelbewust en intentioneel toebrengen
van leed als reactie op een normschending. De achterliggende gedachte is dat het
gepleegde kwaad gecompenseerd moet worden door een evenredige tegenreactie van de
staat. Wanneer iemand een delict pleegt, wordt daarmee een deuk geslagen in de
rechtsorde. De staat herstelt dit symbolisch door een straf, een klap in de tegenovergestelde
richting, waarmee die balans zogenaamd wordt hersteld.
Ø In de literatuur bestaat discussie over de rechtvaardigheid van deze tegenreactie van
de staat.
o Sommige auteurs gaan uit van de gulden regel: je moet anderen zo
behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden. Vanuit de gedachte van de
guldenregel vindt Claessen het niet logisch om straffen te baseren op het
toevoegen van leed, dit zou het probleem alleen maar erger maken. We
hebben eerst al een schending van een grondnorm door de verdachte, maar
als de dan in onze reactie op de verdachte ook een grondnorm overschrijden,
heb je uiteindelijk twee overschreden grondnormen + extra schade.
o Andere auteurs zeggen dat vergelding van de verdachte juist toekomt aan de
behoefte van slachtoffers.
§ Maar.. uit de victimologie volgt dat het slachtoffer vooral behoefte heeft
aan erkenning en gehoord worden en niet aan bestraffing van de
daders. De wraakgevoelens die centraal staan bij vergelding, daar kun
je dus twijfels over uiten.
2. Speciale en generale preventie
• Speciale preventie: preventie gericht op de specifieke persoon die het feit eerder
heeft begaan om te voorkomen dat een dergelijke gedraging nogmaals wordt begaan
door deze persoon.
o Resocialisatie in het kader van een gevangenisstraf (art. 2 Pbw) draagt bij aan
speciale preventie: de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf moet zoveel
mogelijk in het teken staan van een succesvolle terugkeer in de samenleving.
1
, • Generale preventie: Generale preventie betekent dat het bestraffen van één persoon
anderen afschrikt. Het idee is dat als mensen zien dat iemand wordt gestraft voor een
bepaald misdrijf, ze zelf wel twee keer nadenken voordat ze hetzelfde doen.
o Uit onderzoek blijkt dat de generale preventie van straffen overschat wordt.
Slechts sommige mensen laten hun gedrag beïnvloeden doordat ze zien dat
anderen gestraft worden. Veel strafbaar gedrag is helemaal niet rationeel of
goed doordacht, zoals geweld onder invloed of handelen uit psychische nood.
In zulke situaties denken mensen niet na over de mogelijke straf, ze handelen
uit emotie, stress of verslaving - dus het afschrikkende effect werkt dan niet.
3. Normbevestiging
Door bepaald gedrag te bestraffen geven we aan de samenleving aan dat we bepaald
gedrag afkeuren, normbevestiging zou hiermee een rechtvaardiging kunnen zijn voor
bestraffing.
o Is voor het bevestigen van de norm bestraffing écht nodig?
4. Herstel (in oorspronkelijke toestand)
Wordt ondersteund door hersteldenkers
Hoewel de grondslag voor een straf meestal ligt in het vergeldingsdenken, kan het ook zijn
dat het doel van de bestraffing op een later punt verschuift naar preventie of herstel.
Waarom straffen we? – theorieën
1. De vergeldingstheorieën (absolute theorie) à retributivisme
Binnen de vergeldingstheorie wordt de legitimatie en het doel van de straf puur en
alleen gezocht bij het idee van vergelding. In de literatuur wordt dit de “klassieke
richting” genoemd: iemand die een delict heeft gepleegd verdient daarvoor straf.
• Vergelding is niet alleen inherent aan de legitimatie van de straf, maar ook aan
de begrenzing van de ernst en omvang van de straf: vergelding vereist
namelijk een redelijke verhouding tussen het delict en de straf.
• Vergelding beperkt hiermee de straftoemeting: de straf moet proportioneel zijn
aan de ernst van het delict. Dus: als een straf is gebaseerd op de
vergeldingstheorie dan geldt proportionaliteit.
2. Preventietheorieën (relatieve theorie)
Het gaat hier om preventie: speciale/generale preventie. Kritiek op deze theorie is dat
vergelding hier helemaal geen rol speelt, de rechtvaardiging + het doel van straffen is enkel
het voorkomen van strafbare feiten in de toekomst.
• De preventietheorie wordt niet begrenst door proportionaliteit.
3. Verenigingstheorieën (combinatie van beide)
De verenigingstheorie is de heersende theorie in Nederland, het is een combinatie van zowel
de vergeldingstheorie als de preventietheorie.
• Straf vindt zijn rechtvaardiging in vergelding en moet dus altijd proportioneel zijn met
de ernst van het delict. Binnen de straf die met vergelding bestaat, kunnen generale
en speciale preventie een reden zijn om een speciale straf toe te passen (bv. tbs bij
speciale preventie)
Wanneer kom je in aanmerking voor een straf?
Om de verdachte te bestraffen dien je de verdachte een verwijt kunnen maten.
- Vanuit het oogpunt van de vergeldingstheorie kun je zeggen: als je minder schuld
hebt, moet je minder straf krijgen, want de straf moet proportioneel zijn aan de mate
van schuld.
2