Hoorcollege 1
Wat is ethiek en waarom moet je daarmee bezig zijn?
Denkgereedschap: zoals een loodgieter heeft ook een ethicus gereedschap; denkgereedschap. Dit zijn
begrippen, concepten, argumenten en analysemodellen om te ethicus te helpen denken en
analyseren. Ook helpt dit het perspectief te verbreden, verbanden te zien en ontrafelen en bij het
zoeken naar een oplossing.
Integriteit = een karaktereigenschap van een persoon die inhoudt dat het individu eerlijk, oprecht en
niet omkoopbaar is.
Komt voor in verschillende functies; in professionele rol, in het dagelijks leven, …
Ethiek start uit het zien en spreken. Daarna volgen pas de handelingen.
We zien niet altijd zuiver. Onze kijk op verschillende situaties klopt niet altijd. Soms kan iets zelfs
ingepakt worden. Ook media makers reiken ons een bril aan waardoor we kijken.
Bv. Journalistiek: hoe geven ze het weer
We spreken ook niet altijd zuiver. Zo wordt er vaak veel verbloemd om zaken mooier te laten klinken.
Of wordt er een nadruk gelegd op de negatieve kant van het verhaal. Woorden zijn een filter.
Wat is ethiek?
- Zedenkunde: het onderwerp voelt zich verplicht om zijn handelen af te stemmen op het
geheel van waarden en normen
° normen zijn ongeschreven of geschreven regels over hoe je je moet gedragen, concrete
invulling van de waarde, wetten, richtlijnen, afspraken.
Factoren die onze normen beïnvloeden:
Tijdgeest
Maatschappelijke en sociale factoren
Biologische en psychologische factoren
Vb. Nieuwe klimaatdoelstellingen, nieuwe woonvormen, centraal stellen van de keuken, …
° waarden zijn opvattingen over wat menselijk is, wat een persoon of samenleving belangrijk
is, iets om na te streven.
Waarden zijn veel stabieler en minder beïnvloedbaar.
- Moraalfilosofie of ethiek: ethiek is een discipline waarin nagedacht wordt over moraliteit of
zedelijkheid.
Is het onderzoek naar het statuut, de inhoud en samenhang van de moraal.
Ethiek bestudeert verschillende historische moraalsystemen
= de reflectie op onze moraal, op de waarden en normen waaraan wij onszelf en de anderen
in redelijkheid gehouden achten bij de poging om ordening aan te brengen in de
maatschappij.
Niveau’s van etische vragen:
- Microniveau: vragen over de manier waarop mens tot mens met elkaar zou moeten omgaan.
- Mesoniveau: morele keuzes binnen instellingen, neerslag vinden in de visie van de instelling.
- Macroniveau: over de manier waarop de samenleving moet worden ingericht.
3 lagen van ethiek binnen het professionele leven:
- Beroepsethiek: hoe omgaan met gegevens, welke programma’s wil ik maken, privacy, …
- Bedrijfsethiek: welke normen gelden in een bedrijf, wat is de visie, …
- Economische ethiek: hoe organiseren we de economie zodat die ten goede komt aan zoveel
mogelijk mensen.
,Mensbeeld: voorstelling van wat het betekend om mens te zijn. Mensbeelden zijn verbonden aan
filosofische, levensbeschouwelijke of religieuze overtuigingen.
Wereldbeeld: het algemene idee dat de mensen hebben over de wereld. Het betreft het geheel aan
op- en misvattingen omtrent het eigen bestaan van de mens en van de wereld, al dan niet gekaderd
binnen religieuze overtuigingen. In de omgangstaal wordt er ook opvattingen over hoe de wereld zou
moeten zijn mee bedoeld.
Godsbeeld: Het beeld dat we van een god hebben. Of we geloven in een grotere kracht of leider dan
de mens zelf.
Model van Bateson: het verband tussen zingeving en etisch handelen.
- Onderscheidt 6 logische niveaus
van denken, leren en veranderen.
Ook zijn de logische niveaus
hiërarchisch, dat wil zeggen dat de
lagere niveaus dus invloed hebben
op de hogere niveaus.
- Verandering op een hoger niveau
zorgt ook automatisch voor
verandering op lager niveau
- Het probleem wordt meestal
vastgesteld op de lagere, en dus
zichtbare niveaus
- Onderaan de piramide van
Bateson zijn de zaken meer
concreet, terwijl de top abstracter
blijft
Hoorcollege 2
Integriteit en moreel juist
Integriteit = professionele verantwoordelijkheid nemen, zelfstandig, verantwoordelijk, angsten en
verleidingen weerstaan, creatief en autonoom, …
- Integer gedrag = geen geheimen lekken, afspraken nakomen, loyaal zijn, geen kant kiezen,
iedereen gelijk behandelen.
- Niet integer gedrag = machtsmisbruik, misbruik maken van kennis, beïnvloed worden of
iemand beïnvloeden (door middel van sekse, status, uiterlijk, …), iemand omkopen of laten
omkopen, iemand anders behandelen.
Proffesionele verantwoordelijk = op een kritische en verantwoordelijke manier zijn werk doen,
rekening houdend met anderen, baserend op een redelijke beoordeling en relevante informatie
Moreel competent zijn:
Etische vragen = geven de botsing weer tussen wat kan/mag en wat wenselijk of verantwoord is.
Wanneer is een beslissing moreel juist of een moreel probleem?
Moreel juist is niet hetzelfde als:
- Moreel referentiekader (tijd, omgeving, natuur)
- Normaal (vroeger was het normaal dat de vrouw het huishouden deed)
, - De gulden regel (doe niet aan een ander wat je zelf niet wilt. Elke cultuur heeft zijn eigen
versie)
Moreel juist handelen is wel:
- Rechtvaardig en respectvol handelen en recht doen aan een ander
Besluit:
- Als een handeling overeenkomt met waarden en normen, is ze niet perse moreel juist. Ze is
normaal.
- Een handeling is moreel juist wanneer ze recht doet aan een ander en als ze anderen
rechtvaardig en respectvol behandelt.
- Een handeling is moreel juist als ze voldoende rekening houdt met rechten en belangen van
de betrokkenen.
Wat is voldoende rekening houden met?
➔ Zie zes stappenplan volgende hoofdstukken.
Moreel juist handelen volgens Martha Nussbaum (3 punten)
- Moreel kompas:
Ieders heeft zijn eigen, gebaseerd op eigen waarden en normen op basis van eigen gevoelens.
Ijkpunt = referentiepunt: steunt op rechtvaardigheid en respect voor anderen, aanvaard dat
een ander rechten heeft en voldoende rekening houden met die rechten.
- Zorgvuldig en kritisch denken:
Herkennen van de inconsistenties, de valkuilen en verleidingen en deze vermijden. Erkennen
van de basisfout (zichzelf uitzonderen van de principes die we op anderen toepassen) en zien
dat dit ethisch falen is: de weigering de ander als gelijke te zien.
Verleiding is verstoorder van onze kritische geest: pijn, genot en overleven zijn onze
oerinstincten en brengen ons in verleiding.
- Nieuwsgierige, empathische en sympathische verbeelding die je in staat stelt vraagstukken
vanuit verschillende hoeken te bekijken, de menselijkheid van een ander te herkennen en
ontwikkelt het vermogen van morele perceptie = the inner eye
Morele ontkoppeling: het proberen rechtvaardigen van gedrag dat eigenlijk niet aansluit bij de
huidige waarden en normen. Verschuiven van verantwoordelijkheid, spreiden van
verantwoordelijkheid, verzachtende vergelijkingen geven, gevolgen nuanceren, eufemistisch labelen.
Kenmerken van empathie:
- De wereld zien zoals anderen ze zien, jezelf opzij kunnen zetten.
- Geen oordeel vellen.
- Gevoelens van een ander begrijpen en dit ook kunnen communiceren.
Moreel probleem: Een moreel (of ethisch) dilemma ontstaat als er een botsing is tussen verschillende
morele waarden. Het kiezen voor de ene waarde gaat dan ten koste van de andere waarde.
Hoorcollege 3
Verschillende ethische theorieën.
In morele handelingen kunnen telkens vier dimensies onderscheiden worden.
- Datgene wat gedaan wordt, handeling zelf
- De gevolgen
➔ Zet de handeling centraal
- De persoon die de handeling uitvoert
- De intentie van de persoon (het doel)
➔ Zet de persoon centraal