Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 239 pagina's
Samenvatting

Formeel strafrecht samenvatting (hele boek, geslaagd 1ste zit)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 239 pagina's

Uitgebreide samenvatting van het hele boek + rekening gehouden met addendum. De kleine deeltjes die niet te kennen zijn, staan er niet in dus alles is te kennen. Geslaagd in eerste zit

Voorbeeld van de inhoud

FORMEEL STRAFRECHT
TITEL 3: ALGEMENE BEGINSELEN STRAFPROCESRECHT

HOOFDSTUK 1: DEFINITIE

1. BEGRIP

 Definitie: geheel van rechtsregels betreffende opsporing, vervolging,
berechting van personen die ervan verdacht worden een misdrijf te
hebben gepleegd.
o Het beschrijft de scenario’s en vormvoorschriften die hierbij
moeten worden gevolgd en bepaalt de rechtspositie van de
verschillende personen die erbij betrokken worden zijn
 = de regels betreffende de organisatie en werking van de strafgerechten
en de regels betreffende de tenuitvoerlegging van de beslissingen van
deze gerechten
 In het strafprocesrecht wordt het materieel strafrecht gerealiseerd
o Materieel strafrecht bestaat immers niet zonder strafprocesrecht,
aangezien de praktische toepassing van het materieel strafrecht, nl.
de berechting en de eventuele bestraffing van de dader(s) van een
misdrijf, slechts via het strafprocesrecht kan worden bewerkstelligd
 Zowel parket als rechter ten gronde beschikken over mogelijkheden om te
reageren op misdrijf.
 Synoniemen: formeel SR, strafprocesrecht (wetboek van de
strafvordering), strafvordering.

2. ONDERSCHEID TUSSEN MATERIEEL EN FORMEEL STRAFRECHT

Het onderscheid tussen de regels van het materieel en het formeel strafrecht
heeft betrekking op de personen tot wie deze regels gericht zijn, op hun
inhoud, en op de sancties als zij worden geschonden

A. PERSONEN TOT WIE DE REGELS GERICHT ZIJN

 Materieel strafrecht: gericht tot iedereen (vb. diefstal, slagen en
verwondingen zijn een misdrijf. Richt zich tot elke burger & OV)
 Formeel strafrecht: in eerste plaats gericht naar de OV: politie, staande
en zittende magistratuur (m.a.w. de personen die met de toepassing van
het strafprocesrecht belast zijn)
o Dit heeft te maken van het inquisitoir karakter van het
strafprocesrecht

,  Het strafproces wordt in de eerste plaats beschouwd als een
proces tussen de gemeenschap (OM) en de verdachte, eerder
dan als een proces tussen partijen
o (vb. je kan max 48u gearresteerd worden zonder rechterlijk bevel =
regel die zich richt naar de overheid)
o Het is slechts uitzonderlijk dat de gewone burger met de regels
van het strafprocesrecht te maken zal krijgen, m.n. als hij zelf
verdacht wordt als (mede)dader van een misdrijf of wanneer hij als
getuige in een strafzaak optreedt, of nog wanneer tegen hem een
strafrechtelijke dwangmaatregel, bv een huiszoeking of een
telefoontap, wordt uitgevoerd

B. INHOUD VAN DEZE REGELS

 Materieel strafrecht: vanzelfsprekende inhoud, bescherming van
fundamentele waarden (vb. schuldig verzuim: als iemand in nood is moet
je gewoon hulp verlenen = makkelijke inhoud)
o Vanzelfsprekend: zaken die het rechtsgevoel juridisch vertolken.
 Formeel strafrecht: minder vanzelfsprekend (bepaalde spelregels die niet
aan intrinsieke waarden gekoppeld zijn)
o Beschermende waarden liggen op een ander vlak en zijn meer aan
evolutie onderhevig. (vb. verjaring = moeilijkere inhoud. Bestaan
om de rechtszekerheid te bevorderen, na een zeker tijd definitief
zijn, je kan niet eindeloos alles in vraag proberen stellen. Er doet
zich bepaald feit voor vb. toen bij de kerk, van Gheluwe, sommigen
daden 40 jaar na de feiten nog aanklacht, maar of het nu waar is of
niet, maakt niet meer uit want het is verjaard. Maar wanneer je
iemand zijn leven hebt ontnomen, kunnen de feiten niet verjaren)
o Vaak berusten deze regels op het onderling afwegen van
verschillende belangen (waarheidsvinding, grondrechten
waaronder de rechten van de verdediging)

C. SANCTIONERING VAN SCHENDINGEN

 Materieel strafrecht: bestraffing. De wet zegt het zelf, als je diefstal
pleegt zegt de strafwet heel duidelijk wat de sanctie is => algemeen
principe
 Formeel strafrecht: niet steeds sanctie, sanctie staat ook niet steeds vast.
o In sommige gevallen heeft de schending van de processuele norm
de nietigheid van de proceshandeling of zelfs van de hele procedure
tot gevolg bv bij een niet-gedagtekende dagvaarding
o Soms heeft de overtreding gevolgen op het niveau van de
bewijsvoering
 Zo mag de rechter in sommige gevallen geen acht slaan op
een onrechtmatig verkregen bewijsstuk
o Niet-naleving van bepaalde procedureregels heeft soms de
onontvankelijkheid van de sv of het verval de sv tot gevolg

, o Soms verval strafvordering, soms bewijsuitsluiting, soms
strafvermindering, maar de wet zegt dit niet concreet.
 Vb. je kan pas huiszoeking doen met bevel rechter, stel dat
politie terwijl de onderzoeksrechter het vergeet te tekenen,
niemand die het opvalt. Men voert huiszoeking uit, zaak voor
de rechter, een advocaat leest het dossier en ziet dat het
huiszoekingsbevel niet getekend is. De wet zegt op dat
moment niet wat de sanctie is, er staat enkel in dat politie
een bevel moet hebben. Als de wetgever geen sanctie geeft
moet de rechter hierover beslissen, ze moeten op grond van
algemene rechtsbeginselen een sanctie geven en dit is niet
altijd evident. => Processuele sanctie. De straf is niet op
voorhand bepaald. De sanctionering van de niet-naleving
brengt onzekerheden met zich mee.
o In vele gevallen wordt de niet-naleving van bepaalde
procedurevoorschriften helemaal niet gesanctioneerd, door het HvC
vandaag met toepassing van art. 32 VTSv. – oordeelt dat de
betrokken voorschriften niet op straffe van nietigheid zijn
voorgeschreven

3. DOELSTELLINGEN VAN HET STRAFPROCES

In het strafproces staan verschillende belangen tegenover elkaar: het belang
van de gemeenschap (bestraffing van de criminaliteit), dat van het SO
(schadevergoeding), en dat van de verdachte (eerlijk proces).

Hoewel het strafproces in principe de ontdekking van de waarheid tot doel heeft,
mag deze waarheidsvinding echter niet tot stand komen met miskenning van
de individuele grondrechten

 Hierdoor heeft het strafprocesrecht een dubbele finaliteit: enerzijds de
waarheidsvinding, anderzijds de bescherming van de individuele
grondrechten
 Het is de taak van het stafprocesrecht deze, vaak tegenstrijdige belangen
met elkaar te verzoenen

A. WAARHEIDSVINDING

Waarheidsvinding: de waarheid achterhalen, wat is er eigenlijk gebeurd (de
houding van het slachtoffer is hier IRRELEVANT. Vb. Schild & Vrienden kwestie,
niemand heeft hier klacht ingediend, maar het parket kan op zichzelf een
onderzoek starten). Publiek recht, openbaar belang. Het gaat over de
gemeenschap en niet de dader die tegenover het slachtoffer staat.

B. BESCHERMING VAN DE INDIVIDUELE GRONDRECHTEN

Bescherming individuele grondrechten: privacy, briefgeheim,
eigendomsrecht, ruimer dan enkel de rechten van de verdediging.

, (Strafprocesrecht is er dus ook om eigen privacy te beschermen). Hier gaat het
over de individuele burger

C. ONDERLINGE AFWEGING VAN WAARHEIDSVINDING EN INDIVIDUELE
GRONDRECHTEN

 Aanvankelijk waarheidsvinding centraal
 Individuele grondrechten vooral sinds 2e helft 20e eeuw.
o Er werd hier een lange tijd niet naar gekeken.
o Ontwerp van EVRM
 Legaliteitsbeginsel, privacy
 Wet op zich is niet voldoende, de wet moet ook aan bepaalde inhoudelijke
eisen beantwoorden. De voornaamste waarborg was het wettelijk karakter
van het overheidsoptreden. (Magna Carta)
o Concrete afweging in de rechtspraak:
 Sinds jaren 60: meer belang aan grondrechten
 Nu veel nadruk op rechtshandhaving (o.a. als gevolg van het
terrorisme – bv. recente discussie in 2017 over de verlenging
van de arrestatietermijn (48/72uur)
 In de onderlinge afweging van het belang van de waarheidsvinding
enerzijds, en dat van de bescherming van de grondrechten, incl. de
rechten van de verdediging anderzijds, kan men een slingerbeweging
vaststellen
o Waar oorspronkelijk, tot voor de tweede WO, het belang van
waarheidsvinding over het algemeen scheen te primeren, is sinds de
jaren ’60 van vorige eeuw, onder invloed van de internationale
ontwikkeling van de mensenrechten, het belang van de
bescherming van de grondrechten meer centraal komen te staan
 De Wet Franchimont (1998), die talrijke nieuwe procedures heeft
ingevoerd – vooral in het GO - ter verbetering van de rechtspositie van
zowel de verdachte als SO in het strafproces, heeft de discussie omtrent
een al of niet bestaande overprocessualisering aangezwengeld

HOOFDSTUK 2: ACCUSATOIRE EN INQUISITOIRE RECHTSPLEGING

1. HET ZIJN 2 IDEAALTYPES – PRINCIPE

Accusatoire rechtspleging: burgerlijke procedure.

 De rechter bepaalt na getuigenis wie gelijk heeft
 Horizontale processtructuur = structuur zoals wij die kennen in het
burgerlijk recht.
o Private burgers die geschil hebben en die het naar rechter brengen.
Uiteindelijk initiatief bij particulier.
o De aanklager en de verdediging staan op gelijke voet en vechten
met ‘gelijke wapens’ (equality of arms)

Inhoudsopgave

  1. 01 hoofdstuk 1: definitie 1
    1. 1. begrip 1
    2. 2. onderscheid tussen materieel en formeel strafrecht 1
    3. 3. doelstellingen van het strafproces 3
  2. 02 hoofdstuk 2: accusatoire en inquisitoire rechtspleging 4
    1. 1. het zijn 2 ideaaltypes – principe 4
    2. 2. praktijk 5
  3. 03 hoofdstuk 3: verloop van het strafproces 6
    1. 1. vooronderzoek 6
    2. 2. onderzoek ten gronde 9
  4. 04 hoofdstuk 4: actoren in het strafproces 11
    1. 1. de verdachte 11
    2. 2. slachtoffer 12
    3. 3. de burgerlijke partij 14
    4. 4. de (vrijwillig of gedwongen) tussenkomende partij 14
    5. 5. de politie 15
    6. 6. het openbaar ministerie 17
    7. 7. onderzoeksrechter 22
    8. 8. de onderzoeksgerechten 25
    9. 9. de vonnisgerechten 28
    10. 10. strafuitvoeringsrechtbanken 32
    11. 11. justitieassistenten en justitiehuizen 33
    12. 12. tuchtrechtbanken 33
  5. 05 hoofdstuk 5: beleidsorganen in het strafprocesrecht 33
    1. 1. de minister van justitie 34
    2. 2. college van procureurs-generaal 34
    3. 3. procureur des konings 34
  6. 06 Hoofdstuk 1: algemene begrippen 35
    1. 1. begrip en oorsprong 35
    2. 2. toepassingsgebied rechten van verdediging in strafzaken 35
  7. 07 hoofdstuk 2: overzicht 37
    1. 1. recht op toegang tot de rechter 37
    2. 2. het recht op een eerlijk proces 38
    3. 3. recht op een openbaar proces 39
    4. 4. recht op behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn 40
    5. 5. recht niet gedwongen te worden tegen zichzelf te getuigen 42
    6. 6. vermoeden van onschuld 42
    7. 7. het recht op verdediging 43
  8. 08 hoofdstuk 3: wettelijke waarborgen bij beperkingen van bepaalde grondrechten 45
    1. 1. recht op persoonlijke vrijheid 45
    2. 2. recht op eerbiediging private levenssfeer 45
  9. 09 Hoofdstuk 1: de strafvordering 45
    1. 1. algemene beginselen 46
    2. 2. personen die de strafvordering uitoefenen 47
    3. 3. wijze waarop de strafvordering wordt uitgeoefend 49
    4. 4. personen tegen wie de strafvordering wordt uitgeoefend 59
    5. 5. (extra)territoriale gelding van de strafvordering 61
    6. 6. prejudiciële vragen en prejudiciële geschillen 62
    7. 7. verval van de strafvordering 64
  10. 10 hoofdstuk 2: de burgerlijke vordering 71
    1. 1. algemene beginselen 71
    2. 2. personen die de burgerlijike vordering uitoefenen (art. 3 vtsv.) 72
    3. 3. personen tegen wie de burgerlijke vordering wordt uitgeoefend 74
    4. 4. gevallen waarin geen bps mogelijk is 75
    5. 5. voorwerp van de burgerlijke vordering 76
    6. 6. wijze waarop de burgerlijke vordering wordt uitgeoefend 77
    7. 7. verval van de burgerlijke vordering 81
    8. 8. hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden 82
  11. 11 hoofdstuk 1: wijze waarop het onderzoek gevoerd wordt 82
    1. 1. opsporingsonderzoek en gerechtelijk onderzoek 82
    2. 2. wijze waarop misdrijven ter kennis komen van de overheid 83
    3. 3. wijze waarop misdrijven worden opgespoord en vastgelegd 85
    4. 4. rechten verdachten, inverdenkinggestelde, bp en derde-beslagene tijdens het vooronderzoek 87
  12. 12 hoofdstuk 2: personen belast met de opsporing en vaststelling van misdrijven 89
    1. 1. algemene beginselen 89
    2. 2. de leidinggevende magistraten 89
    3. 3. de politiediensten 92
  13. 13 hoofdstuk 3: het opsporingsonderzoek 93
    1. 1. begrip 93
    2. 2. de heterdaadprocedure 94
    3. 3. de proactieve recherche 96
    4. 4. afsluiting van het opsporingsonderzoek 97
  14. 14 hoofdstuk 4: het gerechtelijk onderzoek 97
    1. 1. begrip 97
    2. 2. taakomschrijving van de onderzoeksrechter 97
    3. 3. saisine van de onderzoeksrechter 98
    4. 4. verhouding or-pdk 100
    5. 5. afsluiting van het go: de regeling der rechtspleging 102
    6. 6. controle door de ki 107
  15. 15 hoofdstuk 5: onderzoeksverrichtingen 109
    1. 1. opnemen van klachten en aangiften 109
    2. 2. identiteitscontroles en het houden van gegevensbestanden 110
    3. 3. plaatsbezoek 111
    4. 4. observatie 111
    5. 5. ondervraging van de verdachte 112
    6. 6. inverdenkingstelling van de verdachte 116
    7. 7. getuigenverhoor 118
    8. 8. inwinnen bankgegevens 125
    9. 9. deskundigenonderzoek 126
    10. 10. dna-onderzoek 128
    11. 11. inobservatiestelling 129
    12. 12. fouillering 130
    13. 13. onderzoek aan het lichaam 130
    14. 14. huiszoeking 130
    15. 15. andere zoekingen 132
    16. 16. inkijkoperatie 133
    17. 17. inbeslagneming 133
    18. 18. databeslag en netwerkzoeking 135
    19. 19. uitgestelde tussenkomst, gecontroleerde aflevering en gecontroleerde doorlevering 136
    20. 20. schending briefgeheim 138
    21. 21. identificatie telefoonnummers en opsporen & lokaliseren van telecommunicatie 138
    22. 22. afluisteren van ‘privé(tele)communicaties’ 139
    23. 23. bijzondere opsporingsmethoden 142
  16. 16 hoofdstuk 6: de voorlopige hechtenis 146
    1. 1. algemene beginselen 146
    2. 2. arrestatie (art. 1 en 2) 149
    3. 3. bevel tot medebrenging (art. 3 en 4) 153
    4. 4. aanhoudingsbevel (art. 16) 154
    5. 5. verbod van vrij verkeer (art. 20, §2 vh-wet) 158
    6. 6. opheffing aanhoudingsbevel (art. 25 VH-wet) 158
    7. 7. aanhoudingsbevel tav een in vrijheid gelaten of gestelde verdachte (art. 28 VH-wet) 159
    8. 8. rechterlijk toezicht op de voorlopige hechtenis 160
    9. 9. voorlopige hechtenis en regeling der rechtspleging 168
    10. 10. onmiddellijke aanhouding ter terechtzitting 169
    11. 11. alternatieven voor de voorlopige hechtenis 170
    12. 12. onwerkzame hechtenis 173
    13. 13. speciale regimes 174
    14. 14. uitlevering 174
    15. 15. europees aanhoudingsbevel 174
  17. 17 hoofdstuk 1: inleiding 181
  18. 18 hoofdstuk 2: de bevoegdheden in strafzaken 182
    1. 1. algemene bevoegdheidsregels 182
    2. 2. bevoegdheidsconflicten 186
  19. 19 hoofdstuk 3: de saisine van de vonnisgerechten 187
    1. 1. wijze waarop het vonnisgerecht geadieerd wordt 187
    2. 2. omvang van de saisine 190
    3. 3. gevolgen van de saisine 191
  20. 20 hoofdstuk 4: de rechtspleging voor de vonnisgerechten 193
    1. 1. de politierechtbank en de correctionele rechtbank 193
    2. 2. het hof van assisen 205
    3. 3. bijzondere procedures 209
  21. 21 hoofdstuk 5: het bewijs in strafzaken 209
    1. 1. inleiding 209
    2. 2. de bewijsvoering 211
    3. 3. de bewijsmiddelen 212
    4. 4. de bewijswaardering 220
    5. 5. de bewijsstandaard 223
    6. 6. de motivering van het bewijs 224
  22. 22 hoofdstuk 6: de rechtsmiddelen 225
    1. 1. inleiding 225
    2. 2. verzet 227
    3. 3. hoger beroep 231
    4. 4. voorziening in cassatie 235

Gekoppeld boek
 image
Chris van den Wyngaert, Philip Traest Strafrecht en strafprocesrecht
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789463713979 Druk: Onbekend

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
6 mei 2025
Aantal pagina's
239
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€16,56

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
2
Volgers
0
Items
2
Laatst verkocht
1 jaar geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen