5: VOORTPLANTING VAN MENSEN
§5.1 PRIMAIRE EN SECUNDAIRE GESLACHTSKENMERKEN
Primaire geslachtskenmerken zijn er al vanaf de geboorte.
Meisje Jongen
eierstokken testes
eileiders bijballen
baarmoeder prostaat
vagina penis
vulva
Secundaire geslachtskenmerken → komen tot ontwikkeling na invloed van de
geslachtshormonen.
Meisje Jongen
volgroeide eierstokken, baarmoeder, volgroeide testes en penis
vagina en vulva
menstruele cyclus stemverlaging
borsten beharing oksels, schaamstreek,
gezicht, borst en ledematen
beharing oksels en schaamstreek grotere bot- en spierontwikkeling
verbreding bekken
toename onderhuids vet
§5.2 MANNELIJKE VOORTPLANTINGSORGANEN
Voortplantingsorganen man →
1. penis
2. testes
3. bijballen
4. zaadleiders
5. zaadblaasjes
6. prostaat
Deze zitten deels in de buikholte. Als de testes in de buikholte blijven zitten, kunnen er geen
zaadcellen gevormd worden.
Penis → heeft drie zwellichamen met veel bloedvaten. De urinebuis loopt door
het onderste zwellichaam.
Voorhuid → dubbellaag van huid over de eikel. Schuift naar achter bij
erectie. Aan de
binnenkant zitten kliertjes die smegma afscheiden. Dat bestaat uit huidcellen,
, prostaatvocht en kliervocht.
Testes → liggen in de balzak. Hier liggen ook leydigcellen, die testosteron
produceren.
Spermatogenese → ontwikkelen van sperma gebeurt in de testes.
1. spermatogonia → diploïd. liggen aan de buitenkant van de wand van
de zaadbuisjes. daartussen liggen sertolicellen. na mitotische
delingen, ontstaan er spermatocyten.
2. spermatocyten worden richting het lumen van de zaadbuisjes geduwd en
daar komt de meiose. hierna heten ze spermatiden. deze rijpen daar tot
spermacellen en die verplaatsen zich naar de bijballen.
Zaadleiders lopen via de linker- en rechterlies naar de bijballen. Met een boog lopen ze
samen naar de prostaat en daar komen ze in de urinebuis uit.
Prostaat → ligt onder blaas. Produceert prostaatvocht. Zaadblaasjes
ernaast
produceren zaadvocht en fructose. Door beide vloeistoffen worden de zaadcellen
actief.
Sperma → mengsel van spermacellen, prostaatvocht en zaadvocht
Erectie → de zwellichamen in de penis vullen zich met bloed.
Ejaculatie → zaadlozing die gepaard gaat met orgasme.
§5.3 VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN
Geslachtsorganen vrouw →
1. eierstokken
2. eitrechters met eileiders
3. baarmoeder
4. vagina
Eierstokken → ontwikkeling en afgifte eicellen en productie hormonen.
Primaire follikel → klein blaasje waar een eicelmoedercel in ligt.
Oögenese begint met →
1. meiose 1
2. follikel is rijp (Graafse follikel) en knapt open → eisprong
3. eicel wordt opgevangen door eitrechter en gaat over naar eileider. bevruchting vindt
zich vaak daar plaats.
4. eicel wordt via trilhaartjes in eileider naar baarmoeder verplaatst.
5. na versmelting met spermacel komt meiose 2. de poollichaampjes gaan stuk.
Voor bevruchting → Graafse follikel maakt oestrogeen aan
Na bevruchting → Graafse follikel gaat delen en vormt gele lichaam dat
progesteron aanmaakt.
Baarmoeder → beschermt embryo en voorziet het van voedingsstoffen. Heeft
gespierde baarmoederwand, die de baarmoederholte omsluit. Is bekleed aan de
binnenkant met baarmoederslijmvlies (endometrium). Wordt verbonden met
§5.1 PRIMAIRE EN SECUNDAIRE GESLACHTSKENMERKEN
Primaire geslachtskenmerken zijn er al vanaf de geboorte.
Meisje Jongen
eierstokken testes
eileiders bijballen
baarmoeder prostaat
vagina penis
vulva
Secundaire geslachtskenmerken → komen tot ontwikkeling na invloed van de
geslachtshormonen.
Meisje Jongen
volgroeide eierstokken, baarmoeder, volgroeide testes en penis
vagina en vulva
menstruele cyclus stemverlaging
borsten beharing oksels, schaamstreek,
gezicht, borst en ledematen
beharing oksels en schaamstreek grotere bot- en spierontwikkeling
verbreding bekken
toename onderhuids vet
§5.2 MANNELIJKE VOORTPLANTINGSORGANEN
Voortplantingsorganen man →
1. penis
2. testes
3. bijballen
4. zaadleiders
5. zaadblaasjes
6. prostaat
Deze zitten deels in de buikholte. Als de testes in de buikholte blijven zitten, kunnen er geen
zaadcellen gevormd worden.
Penis → heeft drie zwellichamen met veel bloedvaten. De urinebuis loopt door
het onderste zwellichaam.
Voorhuid → dubbellaag van huid over de eikel. Schuift naar achter bij
erectie. Aan de
binnenkant zitten kliertjes die smegma afscheiden. Dat bestaat uit huidcellen,
, prostaatvocht en kliervocht.
Testes → liggen in de balzak. Hier liggen ook leydigcellen, die testosteron
produceren.
Spermatogenese → ontwikkelen van sperma gebeurt in de testes.
1. spermatogonia → diploïd. liggen aan de buitenkant van de wand van
de zaadbuisjes. daartussen liggen sertolicellen. na mitotische
delingen, ontstaan er spermatocyten.
2. spermatocyten worden richting het lumen van de zaadbuisjes geduwd en
daar komt de meiose. hierna heten ze spermatiden. deze rijpen daar tot
spermacellen en die verplaatsen zich naar de bijballen.
Zaadleiders lopen via de linker- en rechterlies naar de bijballen. Met een boog lopen ze
samen naar de prostaat en daar komen ze in de urinebuis uit.
Prostaat → ligt onder blaas. Produceert prostaatvocht. Zaadblaasjes
ernaast
produceren zaadvocht en fructose. Door beide vloeistoffen worden de zaadcellen
actief.
Sperma → mengsel van spermacellen, prostaatvocht en zaadvocht
Erectie → de zwellichamen in de penis vullen zich met bloed.
Ejaculatie → zaadlozing die gepaard gaat met orgasme.
§5.3 VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN
Geslachtsorganen vrouw →
1. eierstokken
2. eitrechters met eileiders
3. baarmoeder
4. vagina
Eierstokken → ontwikkeling en afgifte eicellen en productie hormonen.
Primaire follikel → klein blaasje waar een eicelmoedercel in ligt.
Oögenese begint met →
1. meiose 1
2. follikel is rijp (Graafse follikel) en knapt open → eisprong
3. eicel wordt opgevangen door eitrechter en gaat over naar eileider. bevruchting vindt
zich vaak daar plaats.
4. eicel wordt via trilhaartjes in eileider naar baarmoeder verplaatst.
5. na versmelting met spermacel komt meiose 2. de poollichaampjes gaan stuk.
Voor bevruchting → Graafse follikel maakt oestrogeen aan
Na bevruchting → Graafse follikel gaat delen en vormt gele lichaam dat
progesteron aanmaakt.
Baarmoeder → beschermt embryo en voorziet het van voedingsstoffen. Heeft
gespierde baarmoederwand, die de baarmoederholte omsluit. Is bekleed aan de
binnenkant met baarmoederslijmvlies (endometrium). Wordt verbonden met