100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Tentamen (uitwerkingen)

Uitgebreide Samenvatting Sociale Psychologie 2e Editie Sociale psychologie (Tilburg University)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
63
Cijfer
A+
Geüpload op
20-06-2023
Geschreven in
2022/2023

Uitgebreide Samenvatting Sociale Psychologie 2e Editie Sociale psychologie (Tilburg University). De macht van de situatie Fundamentele attributiefout = de neiging om de mate waarin iemands gedrag wordt veroorzaakt door de rol van persoonlijke eigenschappen en andere interne factoren te overschatten en de rol van externe, situationele factoren te onderschatten. Of (hetzelfde): de neiging om ons eigen gedrag en andermans gedrag volledig toe te schrijven aan persoonlijkheidstrekken en het effect van de sociale invloed en de acute situatie te onderschatten. Attributie = het toeschrijven van oorzaken aan het eigen of aan andermans gedrag en het daarmee voorzien van verklaringen. Beursspel – Gemeenschapsspel (Ross & Samuels 1993) Onderzoeksassistenten moesten twee lijsten samenstellen, een met studenten waarvan ze dachten dat deze voor de competitieve strategie zouden kiezen en een met studenten waarvan ze dachten dat deze voor de coöperatieve strategie zouden kiezen. De twee groepen studenten werden uitgenodigd om een spel te spelen. De naam van het spel was een ogenschijnlijk onbelangrijk onderdeel van de sociale situatie. De helft van de deelnemers kreeg te horen dat het “het Beursspel” heette, terwijl de andere helft te horen kreeg dat het “het Gemeenschapsspel” heette. Voor het overige waren beide spellen hetzelfde. Er waren dus vier condities: - Competitieve mensen in het Beursspel - Competitieve mensen in het Gemeenschapsspel - Coöperatieve mensen in het Beursspel - Coöperatieve mensen in het Gemeenschapsspel Verwachting: de persoonlijkheid van het individu telt. Resultaat: de ‘competitieve’ studenten kozen niet vaker voor de competitieve strategie dan hun ‘coöperatieve’ collega’s. Conclusie: de naam van het spel bevatte blijkbaar een duidelijke boodschap, een sociale norm over hoe de spelers geacht werden zich te gedragen  situatie heeft effect op hoe mensen zich gedragen. 1.3 De macht van sociale interpretatie Behaviorisme = stroming in de psychologie die de stelling verdedigt dat men, om menselijk gedrag te kunnen begrijpen, slechts hoeft te kijken naar de bekrachtigende eigenschappen van de omgeving. Deze stroming in de psychologie verdedigt de stelling dat alle gedrag verklaard kan worden aan de hand van beloningen en straffen in de omgeving van het organisme en dat het niet nodig is om er subjectieve zaken als denken en voelen bij te betrekken. Ze vergaten het belang van de manier waarop mensen hun omgeving interpreteren. lOMoARcPSD| Gestaltpsychologie = stroming in de psychologie die het belang benadrukt van het bestuderen van de persoonlijke (subjectieve) manier waarop een object wordt waargenomen (het gestalt of geheel), in plaats van het bestuderen van de manier waarop de objectieve, fysieke eigenschappen van het object zijn samengevoegd. De nadruk op constructen, de manier waarop mensen de sociale situatie interpreteren, vormt de basis van gestaltpsychologie. Fenomenologie = een filosofische methode (van Husserl) die probeert de constitutie van de wereld in de geest en het wezen der dingen te beschrijven door de geestelijke intuïtieve beschouwing van de dingen, niet door rationele kennis.  Je moet je richten op de fenomenologie van de waarnemer, op hoe een object op hem of haar overkomt, in plaats van op afzonderlijke objectieve elementen van het object.  Kurt Lewin (Duitse/Amerikaanse sociaal psycholoog): “Als iemand in een kamer zit in het vertrouwen dat het plafond niet naar beneden zal komen, zou dan alleen zijn ‘subjectieve waarschijnlijkheid’ in overweging moeten worden genomen bij het voorspellen van zijn gedrag, of zouden we ook rekening moeten houden met de ‘objectieve waarschijnlijkheid’ van de door architecten bepaalde kans dat het plafond naar beneden komt? Ik denk dat we alleen met de eerste rekening hoeven houden.” Naïef realisme = de overtuiging dat ieder van ons dingen waarneemt ‘zoals ze echt zijn’. Als andere mensen dezelfde dingen dus anders zien, moet dat wel zijn omdat zij bevooroordeeld zijn (Lee Ross, hoogleraar sociale psychologie aan de Stanford University). 1.4 De oorsprong van constructen: fundamentele menselijke motieven Motief van eigenwaarde = de behoefte aan een positief zelfbeeld, dat wil zeggen dat ze zichzelf willen beschouwen als goed, competent en beschaafd. Bij de keuze tussen het vervormen van de wereld om zich goed te voelen over zichzelf of zich een accuraat beeld van de wereld te vormen, kiezen mensen vaak voor de eerste optie. Ze geven de zaak een enigszins andere draai, een die hen in het best mogelijke daglicht stelt.  Het erkennen van onze tekortkomingen is moeilijk, zelfs wanneer dat ten koste gaat van een accurate kijk op de wereld. Motief van de sociale cognitie = de behoefte om accuraat waar te nemen. Sociale cognitie = hoe mensen denken over zichzelf en de sociale wereld; specifieker: hoe mensen informatie selecteren, interpreteren, onthouden en gebruiken om te oordelen en te beslissen. Selffulfilling prophecy = wanneer je bepaald gedrag van jezelf of van iemand anders verwacht, dus handel je vervolgens op zo’n manier dat je verwachting waarheid wordt (zie ook hoofdstuk 3). Overige motieven: - Biologische drijfveren zoals honger, dorst, etc. Verder ook gedreven door angst, belofte van liefde, goedkeuring en andere beloningen waarbij sprake is van sociale uitwisseling (meer in H10 en H11). lOMoARcPSD| - Behoefte aan controle; het gevoel willen hebben dat ze enige controle hebben over hun omgeving. Als dat gevoel van controle ontbreekt, als mensen geloven dat ze geen of weinig invloed hebben op de vraag of hun iets goeds of iets slechts te wachten staat, heeft dat een aantal belangrijke consequenties. 1.5 Sociale psychologie en maatschappelijke problemen Een reden voor de studie van sociale psychologie: een bijdrage leveren aan de oplossing van maatschappelijke problemen. Sociaal psychologen bestuderen nijpende problematiek als het aanzetten van mensen tot het bewuster gebruik van energie en water, veilig vrijen en gezonder eten. Ze bedenken effectieve strategieën om deze problematiek op te lossen. Voorbeelden: - Hoe kun je mensen beïnvloeden om veilige seks te bedrijven? - Wat is het effect van geweld op tv op jonge kijkers? - Hoe kun je duurzaamheidsgedrag stimuleren? - Welke onderhandelingsstrategieën zijn effectief? Kurt Lewin: “Niets is zo praktisch als een goede theorie.”  Allemaal behandeld in latere hoofdstukken Hoofdstuk 2 – Methodologie: hoe doen sociaal psychologen onderzoek? 2.1 Sociale psychologie: een empirische wetenschap Achteraf gezien kunnen resultaten nogal voorspelbaar lijken als we menselijk gedrag bestuderen. Deze zeer algemene neiging wordt hindsight bias genoemd: de neiging van mensen om hun vermogen om een uitkomst te voorspellen te overschatten/overdrijven, nadat ze te weten zijn gekomen hoe die uitkomst eruitziet. Wetenschappers leiden hypothesen af uit eerdere theorieën en onderzoeken.  Theoretische verfijning: ontwikkeling van theorie  hieruit specifieke hypothesen testen  op grond van de verkregen resultaten wordt de theorie herzien en worden nieuwe hypothesen geformuleerd. Onderzoeksmethoden: - Observationele methode – beschrijven  wat is de aard van het fenomeen? - Correlationele methode – voorspellen  als we x kennen, kunnen we y dan voorspellen? - Experimentele methode – causaliteit  is variabele x de oorzaak van variabele y? 2.2 De observationele methode: sociaal gedrag beschrijven Observationele methode = techniek waarbij een onderzoeker mensen observeert en zijn of haar metingen of indrukken over hun gedrag systematisch vastlegt. Etnografie = voorbeeld van observationele methode: methode waarbij een onderzoeker probeert een groep of cultuur te begrijpen door van binnenuit te observeren, zonder de groep zijn eigen normen en waarden op te leggen.  dus in natuurlijke omgeving lOMoARcPSD| Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid = de mate van overeenkomst tussen de resultaten van 2 of meer mensen die onafhankelijk van elkaar een dataset observeren en coderen. Door aan te tonen dat 2 of meer beoordelaars tot dezelfde observaties komen, voorkomen onderzoekers dat hun observaties subjectieve, vervormde indrukken van een enkel individu zijn. De observationele methode beperkt zich niet tot observaties van reëel gedrag. De onderzoeker kan ook de verzamelde documenten of archieven van een cultuur onderzoeken. Analyse van archieven = vorm van de observationele methode waarbij de onderzoeker de verzamelde documentatie, oftewel de archieven, van een cultuur onderzoekt (bijv. dagboeken, romans, tijdschriften en kranten). Nadelen van de observationele methode: - Wel vindingen van interessante patronen/gedragingen, maar geen redenen. - Sommige soorten gedrag zijn moeilijk observeerbaar omdat ze zelden voorkomen of alleen in de privésfeer. 2.3 De correlationele methode: sociaal gedrag voorspellen Correlationele methode = techniek waarbij 2 of meer variabelen systematisch worden gemeten en waarmee wordt vastgesteld wat de relatie is tussen variabelen. Correlatiecoëfficiënt = een maat voor correlatie waarmee je de samenhang kunt vaststellen tussen twee variabelen.  Voorbeeld: agressief gedrag bij kinderen: Positieve correlatie: hoe meer tv kinderen kijken, des te agressiever ze zijn. Geen correlatie: hoe vaak kinderen tv kijken heeft geen relatie met hoe agressief ze zijn. Negatieve correlatie: hoe meer tv kinderen kijken, hoe minder agressief ze zijn. De correlationele methode wordt vaak gebruikt in vragenlijstonderzoek (surveys): onderzoek waarin aan een representatieve steekproef van mensen (vaak anonieme) vragen worden gesteld over hun attitudes of gedrag. Voordelen: - Vormen een beeld van de relatie tussen variabelen die moeilijk observeerbaar zijn. - De mogelijkheid om een representatieve steekproef te nemen van de bevolking. Nadelen: - Deelnemers vragen om een voorspelling hoe ze in een bepaalde situatie zouden handelen of waarom ze zich in een situatie in het verleden op een bepaalde manier lOMoARcPSD| hebben gedragen, is onnauwkeurig. Vaak weten mensen het antwoord gewoon niet, maar denken ze van wel  ‘meer vertellen dan je kunt weten’-fenomeen. - Mensen antwoorden vaak sociaal wenselijk. Aselecte steekproef = manier om ervoor te zorgen dat een steekproef representatief is voor de populatie doordat iedereen in die populatie evenveel kans heeft om geselecteerd te worden voor de steekproef. At random steekproef (randomisatie) = het willekeurig ordenen of in groepen indelen van een populatie. Nadelen van de correlationele methode - Correlatie is niet hetzelfde als causaliteit (dit wordt vaak vergeten)  deze methode vertelt ons alleen de samenhang tussen 2 variabelen, terwijl het doel van de sociaal psycholoog het identificeren van de oorzaken van sociaal gedrag is. 2.4 De experimentele methode: causale vragen beantwoorden Experimentele methode = methode waarbij de onderzoeker proefpersonen willekeurig aan verschillende condities toewijst en ervoor zorgt dat deze condities identiek zijn met uitzondering van de onafhankelijke variabele (de variabele waarvan men denkt dat hij een causaal effect heeft op de antwoorden of reacties van de mensen). Onafhankelijke variabele = de variabele die een onderzoeker verandert of varieert om te zien of dat effect heeft op een andere variabele. De onderzoekers observeren dan of de onafhankelijke variabele het voorspelde effect heeft op de uitkomst, te weten de afhankelijke variabele. Afhankelijke variabele = de variabele die de onderzoeker meet om te zien of die wordt beïnvloed door de onafhankelijke variabele; de onderzoeker heeft de hypothese dat de afhankelijke variabele afhangt van de onafhankelijke variabele.  Voorbeeld onderzoek naar bystander intervention (Darley & Latané, 1968): Onafhankelijke variabele: het aantal omstanders dat naast het slachtoffer aanwezig was (was in de ene conditie alleen een proefpersoon, in de andere conditie een proefpersoon en nog 2 anderen/acteurs, en in de derde conditie een proefpersoon en 4 anderen/acteurs). Afhankelijke variabele: of mensen helpen. Interne validiteit = de mate die aangeeft dat echt alleen de onafhankelijke variabele van invloed is op de afhankelijke variabele; dat bereiken we door alle irrelevante variabelen te beheersen en door mensen willekeurig toe te wijzen aan verschillende experimentele condities.  Latané en Darley creëerden een hoge interne validiteit door ervoor te zorgen dat iedereen getuige was van hetzelfde noodgeval (in dit onderzoek was het noodgeval een epilepsieaanval). Om de kans dat verschillen tussen proefpersonen ten grondslag liggen aan de verkregen resultaten tot een minimum te beperken, is er zoiets als willekeurige (random) toewijzing aan een conditie: een proces dat ervoor zorgt dat alle proefpersonen een gelijke kans lOMoARcPSD| hebben om in een bepaalde conditie van een experiment terecht te komen. Door willekeurige toewijzing kunnen onderzoekers er relatief zeker van zijn dat verschillen in de persoonlijkheid of achtergrond van de proefpersonen gelijk verdeeld zijn over de condities.  Omdat de proefpersonen van Latané en Darley willekeurig waren toegewezen aan de condities van hun experiment is het zeer onwaarschijnlijk dat degenen die het meest over epilepsie wisten allemaal in één conditie terecht waren gekomen. Kennis over epilepsie zou willekeurig (dus min of meer gelijk) verdeeld moeten zijn over de drie experimentele condities. In quasi-experimenteel onderzoek worden proefpersonen niet random toegewezen aan een conditie, bijvoorbeeld omdat een groep van proefpersonen over langere tijd gevolgd wordt en al behoort aan een onderzoeksconditie zoals huisvrouwen versus huismannen. Overschrijdingskans (p-waarde) = een met statistische technieken berekend getal dat vertelt hoe waarschijnlijk het is dat de resultaten van een experiment bij toeval zijn ontstaan, en niet als gevolg van de onafhankelijke variabele. Resultaten mogen significant genoemd worden als de waarschijnlijkheidswaarde, de kans dat de resultaten het gevolg zijn van toevalsfactoren i.p.v. de onderzochte onafhankelijke variabele, minder dan 5 op 100 is, oftewel 5% is. Waarschijnlijkheidswaarde = de kans dat de resultaten het gevolg zijn van toevalsfactoren in plaats van de onderzochte onafhankelijke variabele. Externe validiteit = de mate waarin de resultaten van een onderzoek gegeneraliseerd kunnen worden naar andere situaties en andere mensen. - Generaliseerbaarheid over situaties  Psychologisch realisme: het psychologische werkelijkheidsgestalte – de mate waarin de psychologische processen die in een experiment op gang worden gebracht overeenkomen met psychologische processen die zich in het dagelijks leven afspelen – van een onderzoek maximaliseren  Psychologisch realisme wordt vergroot als mensen zich betrokken voelen bij een realistische gebeurtenis. Om dit te bereiken vertellen de onderzoekers de ppn vaak een coverstory: beschrijving van het doel van het onderzoek die ppn te horen krijgen, maar die anders is dan het werkelijke doel. - Generaliseerbaarheid over mensen Perfecte sociaalpsychologisch experiment: - Uitgevoerd in een veldsetting (natuurlijke setting i.p.v. laboratorium) - Een willekeurig geselecteerde steekproef - Grote interne validiteit  Extreem moeilijk te verkrijgen, waardoor dergelijke studies vrijwel onuitvoerbaar worden. Basisdilemma van de sociaal psycholoog = het compromis tussen interne en externe validiteit bij het doen van onderzoek; het is zeer moeilijk om een experiment uit te voeren waarvan zowel de interne als externe validiteit groot zijn.  Oplossing: niet alles in één experiment  replicaties = herhaling van het onderzoek met proefpersonen uit een andere populatie of in een andere setting. lOMoARcPSD|  Als er echter veel studies naar een bepaald probleem worden gedaan, willen de resultaten nog wel eens variëren.  Oplossing: meta-analyse = statistische techniek waarmee je het gemiddelde van de resultaten van twee of meer onderzoeken kunt berekenen om te zien of het effect van een onafhankelijke variabele betrouwbaar is. Fundamenteel onderzoek = onderzoek dat is gericht op het vinden van het beste antwoord op de vraag waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen, puur uit intellectuele nieuwsgierigheid en zonder stil te staan bij mogelijke toepassingen van deze kennis. De onderzoekers proberen geen specifiek maatschappelijk of psychologisch probleem op te lossen, maar proberen grondbeginselen en basismechanismen in kaart te brengen. Toegepast onderzoek = onderzoek dat is gericht op het oplossen van een specifiek maatschappelijk probleem, zoals het verminderen van racisme, het stimuleren van gebruik van openbaar vervoer, etc. 2.5 Nieuwe ontwikkelingen in het sociaalpsychologisch onderzoek Cultuur en sociale psychologie Crosscultureel onderzoek = onderzoek waarbij ppn afkomstig zijn uit verschillende culturen, om te zien of de psychologische processen waarin men geïnteresseerd is in beide culturen aanwezig zijn, of dat ze specifiek zijn voor de cultuur waarin mensen zijn opgevoed. Eisen voor dit type onderzoek: - Onderzoekers moeten hun eigen gezichtspunten en definities vanuit eigen cultuur niet aan de andere, onbekende cultuur opleggen. - Onafhankelijke en afhankelijke variabelen moeten in verschillende culturen op dezelfde manier begrepen worden. Evolutietheorie = een concept dat Charles Darwin ontwikkelde om te verklaren waarom dieren zich aan hun omgeving aanpassen. Sociale neurowetenschap Veel verfijnde technologieën m.b.t. hersenen en gedrag: - Elektro-encefalografie – waarbij elektroden aan de

Meer zien Lees minder











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
20 juni 2023
Aantal pagina's
63
Geschreven in
2022/2023
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Uitgebreide Samenvatting
Sociale Psychologie 2e Editie

Sociale psychologie (Tilburg University)

, lOMoARcPSD|16012696




Sociale psychologie
samenvatting
Hoofdstuk 1 – Inleiding tot de sociale psychologie
1.1 Wat is sociale psychologie?
Sociale psychologie is de wetenschappelijke studie naar de manier waarop gedachten,
gevoelens en gedragingen van mensen worden beïnvloed door de werkelijke of imaginaire
aanwezigheid van andere mensen.
 Voorbeeld ‘imaginaire aanwezigheid van andere mensen’; omdat je moeder altijd zei
dat je je handen moet wassen nadat je naar de wc bent geweest, en dat je daar dan
aan denkt (wanneer je moeder er niet bij is) met als vervolg dat je je handen wast.

Sociale invloed is het effect dat woorden, daden of alleen al de imaginaire aanwezigheid van
andere mensen hebben op onze gedachten, gevoelens, attitudes of gedrag.

Hindsight bias is vertekening achteraf. Als je eenmaal iets weet lijkt het alsof je het altijd al
geweten hebt. Pas ervoor op!

HOE worden mensen beïnvloed door de manier waarop ze hun sociale omgeving
construeren(/waarnemen)? Waarom gedragen mensen zich zoals ze zich gedragen?
Een manier om deze vraag te beantwoorden, is simpel door hem te stellen. Het probleem
van deze benadering is dat mensen zich vaak niet bewust zijn van de redenen achter hun
eigen reacties en gevoelens.
- Sociale omgeving = de werkelijke of imaginaire aanwezigheid van andere mensen.
- Construct = de manier waarop mensen de sociale wereld waarnemen, begrijpen en
interpreteren (betekenis geven).

Verschil sociale psychologie met andere verwante disciplines
Disciplines als sociologie en antropologie, zij zijn ook geïnteresseerd in de manier waarop
mensen beïnvloed worden door hun sociale omgeving. Verschillen;
- De sociale psychologie onderscheidt zich vooral doordat ze zich niet zozeer
bezighoudt met sociale situaties in een objectieve betekenis, maar doordat ze zich in
eerste instantie richt op de manier waarop mensen beïnvloed worden door hun
interpretatie, of construct, van hun sociale omgeving.
- De sociale psychologen vinden dat je pas kunt begrijpen hoe mensen beïnvloed
worden door hun sociale wereld, wanneer je begrijpt HOE ze die sociale wereld
waarnemen, begrijpen en interpreteren. In hun ogen is dat belangrijker dan te weten
wat de objectieve eigenschappen van die sociale wereld precies zijn.
- Persoonlijkheidspsychologen richten zich vooral op individuele verschillen (die
aspecten van de persoonlijkheid die mensen onderscheiden van anderen). Sociaal
psychologen vinden dat je hierbij een essentieel onderdeel van het verhaal buiten
beschouwing laat: namelijk de machtige rol van de sociale invloed.
- Het analyseniveau verschilt van alle disciplines; bij biologen is het analyseniveau bijv.
genen, hormonen of neurotransmitters; bij persoonlijkheids- en klinisch psychologen

, lOMoARcPSD|16012696




het individu; sociologie richt zich op onderwerpen als sociale klasse, sociale structuur
en sociale instituties. Voor sociale psychologen is het analyseniveau het individu in de
context van een sociale situatie.
- Het grote verschil tussen sociologie en sociale psychologie is dat sociologie zich niet
concentreert op de psychologie van het individu, maar naar de samenleving als
geheel kijkt.

1.2 De macht van de situatie
Fundamentele attributiefout = de neiging om de mate waarin iemands gedrag wordt
veroorzaakt door de rol van persoonlijke eigenschappen en andere interne factoren te
overschatten en de rol van externe, situationele factoren te onderschatten.
Of (hetzelfde): de neiging om ons eigen gedrag en andermans gedrag volledig toe te schrijven
aan persoonlijkheidstrekken en het effect van de sociale invloed en de acute situatie te
onderschatten.

Attributie = het toeschrijven van oorzaken aan het eigen of aan andermans gedrag en het
daarmee voorzien van verklaringen.

Beursspel – Gemeenschapsspel (Ross & Samuels 1993)
Onderzoeksassistenten moesten twee lijsten samenstellen, een met studenten waarvan ze
dachten dat deze voor de competitieve strategie zouden kiezen en een met studenten
waarvan ze dachten dat deze voor de coöperatieve strategie zouden kiezen.
De twee groepen studenten werden uitgenodigd om een spel te spelen. De naam van het
spel was een ogenschijnlijk onbelangrijk onderdeel van de sociale situatie. De helft van de
deelnemers kreeg te horen dat het “het Beursspel” heette, terwijl de andere helft te horen
kreeg dat het “het Gemeenschapsspel” heette. Voor het overige waren beide spellen
hetzelfde.
Er waren dus vier condities:
- Competitieve mensen in het Beursspel
- Competitieve mensen in het Gemeenschapsspel
- Coöperatieve mensen in het Beursspel
- Coöperatieve mensen in het Gemeenschapsspel
Verwachting: de persoonlijkheid van het individu telt.
Resultaat: de ‘competitieve’ studenten kozen niet vaker voor de competitieve strategie dan
hun ‘coöperatieve’ collega’s.
Conclusie: de naam van het spel bevatte blijkbaar een duidelijke boodschap, een sociale
norm over hoe de spelers geacht werden zich te gedragen  situatie heeft effect op hoe
mensen zich gedragen.

1.3 De macht van sociale interpretatie
Behaviorisme = stroming in de psychologie die de stelling verdedigt dat men, om menselijk
gedrag te kunnen begrijpen, slechts hoeft te kijken naar de bekrachtigende eigenschappen
van de omgeving.
Deze stroming in de psychologie verdedigt de stelling dat alle gedrag verklaard kan worden
aan de hand van beloningen en straffen in de omgeving van het organisme en dat het niet
nodig is om er subjectieve zaken als denken en voelen bij te betrekken. Ze vergaten het
belang van de manier waarop mensen hun omgeving interpreteren.

, lOMoARcPSD|16012696




Gestaltpsychologie = stroming in de psychologie die het belang benadrukt van het
bestuderen van de persoonlijke (subjectieve) manier waarop een object wordt waargenomen
(het gestalt of geheel), in plaats van het bestuderen van de manier waarop de objectieve,
fysieke eigenschappen van het object zijn samengevoegd.
De nadruk op constructen, de manier waarop mensen de sociale situatie interpreteren,
vormt de basis van gestaltpsychologie.

Fenomenologie = een filosofische methode (van Husserl) die probeert de constitutie van de
wereld in de geest en het wezen der dingen te beschrijven door de geestelijke intuïtieve
beschouwing van de dingen, niet door rationele kennis.
 Je moet je richten op de fenomenologie van de waarnemer, op hoe een object op
hem of haar overkomt, in plaats van op afzonderlijke objectieve elementen van het
object.
 Kurt Lewin (Duitse/Amerikaanse sociaal psycholoog): “Als iemand in een kamer zit in
het vertrouwen dat het plafond niet naar beneden zal komen, zou dan alleen zijn
‘subjectieve waarschijnlijkheid’ in overweging moeten worden genomen bij het
voorspellen van zijn gedrag, of zouden we ook rekening moeten houden met de
‘objectieve waarschijnlijkheid’ van de door architecten bepaalde kans dat het plafond
naar beneden komt? Ik denk dat we alleen met de eerste rekening hoeven houden.”

Naïef realisme = de overtuiging dat ieder van ons dingen waarneemt ‘zoals ze echt zijn’. Als
andere mensen dezelfde dingen dus anders zien, moet dat wel zijn omdat zij bevooroordeeld
zijn (Lee Ross, hoogleraar sociale psychologie aan de Stanford University).

1.4 De oorsprong van constructen: fundamentele menselijke
motieven
Motief van eigenwaarde = de behoefte aan een positief zelfbeeld, dat wil zeggen dat ze
zichzelf willen beschouwen als goed, competent en beschaafd.
Bij de keuze tussen het vervormen van de wereld om zich goed te voelen over zichzelf of zich
een accuraat beeld van de wereld te vormen, kiezen mensen vaak voor de eerste optie. Ze
geven de zaak een enigszins andere draai, een die hen in het best mogelijke daglicht stelt.
 Het erkennen van onze tekortkomingen is moeilijk, zelfs wanneer dat ten koste gaat
van een accurate kijk op de wereld.

Motief van de sociale cognitie = de behoefte om accuraat waar te nemen.
Sociale cognitie = hoe mensen denken over zichzelf en de sociale wereld; specifieker: hoe
mensen informatie selecteren, interpreteren, onthouden en gebruiken om te oordelen en te
beslissen.
Selffulfilling prophecy = wanneer je bepaald gedrag van jezelf of van iemand anders
verwacht, dus handel je vervolgens op zo’n manier dat je verwachting waarheid wordt (zie
ook hoofdstuk 3).

Overige motieven:
- Biologische drijfveren zoals honger, dorst, etc. Verder ook gedreven door angst,
belofte van liefde, goedkeuring en andere beloningen waarbij sprake is van sociale
uitwisseling (meer in H10 en H11).

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
SOLUTIONS2024 Chamberlain College Of Nursing
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
908
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
696
Documenten
5458
Laatst verkocht
1 week geleden
ALPHA STUDY CENTRE.

Alpha Academy is a dedicated study centre where you will find QUALITY & RELIABLE study resources that will help you prepare, revise and pass your examinations for all majors and modules in real TIME.. Good Luck from ALPHA ACADEMY.

3,7

180 beoordelingen

5
91
4
26
3
19
2
7
1
37

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen