DEEL III: MISDRIJF
Hoofdstuk 1: bestanddelen van een misdrijf
1. Begrippen
- Geen definitie, wel bestanddelen
o Wet verduidelijkt in de bepalingen wat de bestanddelen zijn van een
misdrijf
o Wet maakt daarbij een onderscheid tss bestanddelen die noodzakelijk zijn
of constitutief zijn om een gedraging als een misdrijf te kwalificeren
(materieel, moreel en wederrechtelijk) en een bestanddeel dat tot
strafverzwaring kan leiden (verzwarend)
- Bestanddelen, geen elementen (meer)
o Naast of in de plaats van “bestanddelen” werd vaak de term “elementen”
gebruikt waarbij de bestanddelen noodzakelijk om een gedraging als een
misdrijf te kwalificeren als materieel, moreel of wederrechtelijk “element”
werden benoemd
- Een misdrijf, eerder dan het misdrijf
o ‘Het’ misdrijf suggereert dat de afdeling handelt over bestanddelen van
een specifiek misdrijf NIET ZO !
o Wat in deze afdeling staat, heeft betrekking op ALLE misdrijven het
handelt over de bestanddelen waaruit elk misdrijf moet bestaan en over
een verzwarend bestanddeel dat bij sommige misdrijven aanwezig zijn
o Materie die meer in het bijzonder strafrecht thuishoort en erin bestaat na te
gaan of een bepaalde gedraging overeenkomt met de omschrijving die de
wetgever van een specifiek misdrijf heeft gegeven
o Terwijl de strafwet een materieel bestanddeel vereist om een gedraging als
‘een’ misdrijf te kunnen kwalificeren, vraagt het legaliteitsbeginsel dat dit
bestanddeel voor elk misdrijf wordt gepreciseerd en uitgeschreven
o Er is sprake van een specifiek misdrijf als een specifieke gedraging
overeenkomt met de misdrijfomschrijving die in de specifieke strafbepaling
is opgenomen
o Art. 138 nieuw Sw. Verkrachting: enkel gedragingen waarbij er sprake is
van seksuele penetratie onder de wettelijke misdrijfomschrijving van
verkrachting vallen zonder seksuele penetratie kan een gedraging nooit
het misdrijf verkrachting uitmaken
Bv. Vrouw die zich zonder toestemming door een man laat
penetreren zal een gedraging stellen die onder de wettelijke
misdrijfomschrijving van verkrachting valt art. 138 nieuw Sw.
Vereist ook dat het gaat over een ‘opzettelijk’ gestelde daad
waardoor bv. Onopzettelijke gedragingen niet als verkrachting
kunnen worden gekwalificeerd
In dit vb gaat het om de bestanddelen van ‘het’ misdrijf
verkrachting, waarbij die bestanddelen kenmerken van een
1
, specifiek misdrijf zijn iets anders dan de bestanddelen van ‘een’
misdrijf in het algemeen
o Bestanddelen zijn immers geen kenmerken van een specifieke gedraging,
maar algemene voorwaarden die aan elke gedraging gesteld worden om
als misdrijf gekwalificeerd te kunnen worden
o Elk misdrijf moet ‘een’ materieel, ‘een’ moreel bestanddeel, en ‘een’
wederrechtelijk bestanddeel hebben anders is er geen misdrijf
- Drie constitutieve bestanddelen
o Het feit dat een gedraging het materieel en moreel bestanddeel van een
misdrijf bevat, maakt van de gedraging nog geen misdrijf een derde
constitutief bestanddeel vereist: de wederrechtelijkheid
o Wetgever heeft de wederrechtelijkheid niet expliciet als een derde
constitutief bestanddeel benoemd omdat dit bestanddeel wordt vermoed
aanwezig te zijn wnr een misdrijf een materieel en moreel bestanddeel
heeft
- Strafwaardigheid als vierde bestanddeel
o Wetgever maakt geen gebruik van de term ‘strafwaardigheid’ en heeft
geen bestanddeel met die benaming in de wet opgenomen plaatst de
strafwaardigheid bij de straf en niet bij het misdrijf
o Wnr een gedraging een materieel en moreel bestanddeel omvat,
wederrechtelijk is maar geen straf behoeft, is de gedraging immers geen
misdrijf ook al vermeld de wetgever dit niet expliciet, zien wij
strafwaardigheid als een vierde constitutief bestanddeel
2. constitutieve bestanddelen van een misdrijf
Het materieel bestanddeel
- Een uiterlijke waarneembare gedraging
o Een gedraging, geen louter voornemen: volgens art. 6 nieuw Sw. Moet elke
misdrijf uit een gedraging bestaan het louter voornemen of plan om een
bepaalde gedraging te stellen of het hebben van bepaalde gedachten of
ideeën zonder dat die gedachten of ideeën tot een gedraging leiden, kan
dan ook nooit een misdrijf uitmaken
- Een handeling of een nalaten
o Een gedraging kan de vorm aannemen van een handeling, mr kan ook uit
een nalaten of een verzuim bestaan
o Handelings-en (oneigenlijke) verzuimmisdrijven worden onderscheiden van
elkaar:
Handelingsmisdrijven (commissiedelicten)
Materieel bestanddeel bestaat uit het stellen van een
handeling
Bv. Bij het misdrijf diefstal is die handeling “het wegnemen,
zelfs kortstondig, van een zaak die aan een ander
toebehoort” (art. 463 nieuw Sw.)
2
Hoofdstuk 1: bestanddelen van een misdrijf
1. Begrippen
- Geen definitie, wel bestanddelen
o Wet verduidelijkt in de bepalingen wat de bestanddelen zijn van een
misdrijf
o Wet maakt daarbij een onderscheid tss bestanddelen die noodzakelijk zijn
of constitutief zijn om een gedraging als een misdrijf te kwalificeren
(materieel, moreel en wederrechtelijk) en een bestanddeel dat tot
strafverzwaring kan leiden (verzwarend)
- Bestanddelen, geen elementen (meer)
o Naast of in de plaats van “bestanddelen” werd vaak de term “elementen”
gebruikt waarbij de bestanddelen noodzakelijk om een gedraging als een
misdrijf te kwalificeren als materieel, moreel of wederrechtelijk “element”
werden benoemd
- Een misdrijf, eerder dan het misdrijf
o ‘Het’ misdrijf suggereert dat de afdeling handelt over bestanddelen van
een specifiek misdrijf NIET ZO !
o Wat in deze afdeling staat, heeft betrekking op ALLE misdrijven het
handelt over de bestanddelen waaruit elk misdrijf moet bestaan en over
een verzwarend bestanddeel dat bij sommige misdrijven aanwezig zijn
o Materie die meer in het bijzonder strafrecht thuishoort en erin bestaat na te
gaan of een bepaalde gedraging overeenkomt met de omschrijving die de
wetgever van een specifiek misdrijf heeft gegeven
o Terwijl de strafwet een materieel bestanddeel vereist om een gedraging als
‘een’ misdrijf te kunnen kwalificeren, vraagt het legaliteitsbeginsel dat dit
bestanddeel voor elk misdrijf wordt gepreciseerd en uitgeschreven
o Er is sprake van een specifiek misdrijf als een specifieke gedraging
overeenkomt met de misdrijfomschrijving die in de specifieke strafbepaling
is opgenomen
o Art. 138 nieuw Sw. Verkrachting: enkel gedragingen waarbij er sprake is
van seksuele penetratie onder de wettelijke misdrijfomschrijving van
verkrachting vallen zonder seksuele penetratie kan een gedraging nooit
het misdrijf verkrachting uitmaken
Bv. Vrouw die zich zonder toestemming door een man laat
penetreren zal een gedraging stellen die onder de wettelijke
misdrijfomschrijving van verkrachting valt art. 138 nieuw Sw.
Vereist ook dat het gaat over een ‘opzettelijk’ gestelde daad
waardoor bv. Onopzettelijke gedragingen niet als verkrachting
kunnen worden gekwalificeerd
In dit vb gaat het om de bestanddelen van ‘het’ misdrijf
verkrachting, waarbij die bestanddelen kenmerken van een
1
, specifiek misdrijf zijn iets anders dan de bestanddelen van ‘een’
misdrijf in het algemeen
o Bestanddelen zijn immers geen kenmerken van een specifieke gedraging,
maar algemene voorwaarden die aan elke gedraging gesteld worden om
als misdrijf gekwalificeerd te kunnen worden
o Elk misdrijf moet ‘een’ materieel, ‘een’ moreel bestanddeel, en ‘een’
wederrechtelijk bestanddeel hebben anders is er geen misdrijf
- Drie constitutieve bestanddelen
o Het feit dat een gedraging het materieel en moreel bestanddeel van een
misdrijf bevat, maakt van de gedraging nog geen misdrijf een derde
constitutief bestanddeel vereist: de wederrechtelijkheid
o Wetgever heeft de wederrechtelijkheid niet expliciet als een derde
constitutief bestanddeel benoemd omdat dit bestanddeel wordt vermoed
aanwezig te zijn wnr een misdrijf een materieel en moreel bestanddeel
heeft
- Strafwaardigheid als vierde bestanddeel
o Wetgever maakt geen gebruik van de term ‘strafwaardigheid’ en heeft
geen bestanddeel met die benaming in de wet opgenomen plaatst de
strafwaardigheid bij de straf en niet bij het misdrijf
o Wnr een gedraging een materieel en moreel bestanddeel omvat,
wederrechtelijk is maar geen straf behoeft, is de gedraging immers geen
misdrijf ook al vermeld de wetgever dit niet expliciet, zien wij
strafwaardigheid als een vierde constitutief bestanddeel
2. constitutieve bestanddelen van een misdrijf
Het materieel bestanddeel
- Een uiterlijke waarneembare gedraging
o Een gedraging, geen louter voornemen: volgens art. 6 nieuw Sw. Moet elke
misdrijf uit een gedraging bestaan het louter voornemen of plan om een
bepaalde gedraging te stellen of het hebben van bepaalde gedachten of
ideeën zonder dat die gedachten of ideeën tot een gedraging leiden, kan
dan ook nooit een misdrijf uitmaken
- Een handeling of een nalaten
o Een gedraging kan de vorm aannemen van een handeling, mr kan ook uit
een nalaten of een verzuim bestaan
o Handelings-en (oneigenlijke) verzuimmisdrijven worden onderscheiden van
elkaar:
Handelingsmisdrijven (commissiedelicten)
Materieel bestanddeel bestaat uit het stellen van een
handeling
Bv. Bij het misdrijf diefstal is die handeling “het wegnemen,
zelfs kortstondig, van een zaak die aan een ander
toebehoort” (art. 463 nieuw Sw.)
2