• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 41 pagina's
Tentamen (uitwerkingen)

alles voor het centraal examen vmbo tl/gl

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 41 pagina's

alles van cellen tot bouw van menselijk lichaam tot gedrag en alle stelsels bloemen planten alles voor het centraal examen vmbo gl tl

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 1 Staatsinrichting van Nederland
1848-heden
Republiek en monarchie
In de Nederlandse geschiedenis hebben er enkele veranderingen in de
staatsinrichting van ons land plaatsgevonden. Met staatsinrichting bedoelen we
de manier waarop het land wordt aangestuurd. Zo is Nederland veranderlijk van
een republiek in een monarchie Bij een monarchie ligt de macht bij één persoon,
zoals een koning of koningin. Bij een republiek ligt dat anders. Daar is de macht
verdeeld over meerdere personen, zoals een parlement met gekozen.
volksvertegenwoordigers. Nederland is sinds 1813 definitief een monarchie..
Vanaf 1840 regeerde koning Willem II over Nederland. In die tijd had de koning.
alle macht en besliste hij alles zelf. De Nederlandse bevolking had geen inspraak
en moest de koning aanbevelen. Er was wel een parlement met ministers om
Willem II te adviseren, maar ook zij hadden weinig invloed.
Een nieuwe grondwet
Rond 1848 heerste er vrede onder de bevolking, omdat zij geen inspraak hadden
in de wijze waarop het land werd bestuurd. Voornamelijk rijke burgers en goed
opgeleide burgers willen meer inspraak hebben. Omringende landen (met de
naam Duitsland en Frankrijk) hadden te maken met een situatie. In deze landen.
waren er revoluties uitgebroken tegen de monarchen (alleenheersers) en werden
zij afgezet. Koning Willem II was bang dat er in Nederland ook een opstand zou
uitbreken. Hierdoor besloot Willem II om een deel van zijn macht af te staan aan
het parlement Zo kon hij nog steeds koning blijven en was de kans op een
kleinere opstand.
Willem II liet hiervoor door Johan Rudolph Thorbecke in 1848 een constitutioneel
opstellen. In de grondwet stond dat het parlement meer zou zeggen zou krijgen
in hoe het land werd bestuurd. Daarnaast worden er ongeldige verkiezingen
gehouden om de volksvertegenwoordigers in het parlement te kiezen. Het
parlement bestaat (sinds 1815) uit de Eerste en Tweede Kamer der Staten-
Generaal Sinds 1848 moeten ministers verantwoording afleggen aan deze Eerste
en Tweede Kamer.
Constitutie
Een constitutie is de manier waarop een staat is ingericht, bijvoorbeeld op de
basis van een grondwet. Nederland had in 1848 een koning als staatshoofd maar
dan met een grondwettelijk. Nederland werd op deze manier een constitutionele
monarchie. De koning nam geen politieke besluiten meer en was er ook niet meer
verantwoordelijk voor. Met andere woorden: de koning werd politiek
onschendbaar De verantwoordelijkheid voor politieke beslissingen. kwam te
liggen bij ministers zij kregen ministeriële verantwoordelijkheid. De rechten van
burgers zijn vastgelegd in de grondwet. Zo zijn burgers voor de wet gelijk en
worden ze beschermd tegen de overheid. Nederland is daarmee een rechtsstaat.
Tegenwoordig heeft de koning in Nederland nog steeds weinig politieke macht.
De koning heeft echter wel politieke invloed, omdat hij periodieke gesprekken
heeft met de minister-president en in gesprekken met ministers invloed kan

,uitoefenen op nieuwe wetten. Tien slot legt de koning af aan het binnen- en
buitenland en ontmoet daar mensen met politieke macht.


Luxemburgse kwestie
In 1849 overleed Willem II en werd hij vervaardigd door zijn zoon, Willem III.
Koning Willem III was tegen de nieuwe structurele en structurele toch grote
macht die de koning vóór 1848 had. Dit bracht in 1867 tot grote politieke
problemen.
Willem III was niet alleen koning van Nederland, maar was ook groothertog van
Luxemburg. Hierdoor had hij invloed op de gang van zaken in Luxemburg, een
gebied dat grenst aan het huidige Duitsland. Van één Duitsland was tot 1871 nog
geen sprake, maar de verschillende Duitse staten werken wel samen in de Duitse
Bond. Luxemburg was onderdeel van deze Duitse band (met Willem III als
groothertog). In 1866 viel de Duitse Bond uiteen. Met het uiteenvallen van de
Duitse Bond ontstonden er spanningen in Europa tussen Frankrijk enerzijds en
Pruisen (één van de machtigste en ook nog Duitse staten) anderzijds.
Pruisen had in 1867 een nieuwe Noord-Duitse Bond opgericht en Frankrijk vond in
reactie hierop dat de macht zevenwicht in Europa beter verdeeld moest worden.
Frankrijk stelde daarom voor om het groothertogdom Luxemburg te kopen om
krachtige krachtiger te worden. Koning Willem III wilde dat het groothertogdom
wel verkocht en ook de ministers geen problemen zagen. In het begin was ook
het Noord-Duitse Bond-akkoord, maar nadat de verkoop in de publiciteit was
veranderd, veranderde zij van mening en ging de Noord-Duitse Bond hevig
protesteren. Volgens de Noord-Duitse Bond was de verkoop zelfs een reden voor
oorlog. Na overleg tussen de verschillende partijen werd de kwestie gesust:
Luxemburg zou niet aan Frankrijk verkocht worden en maakte ook een einde aan
alle functionele banden met Duitsland. Op deze manier werd. een oorlog
voorkomen.


In Nederland vond het parlement echter dat de koning en de ministers de
neutraliteit van Nederland in gevaar hadden gebracht. Bovendien vonden de
volksvertegenwoordigers dat ze van tevoren van de zaak hadden moeten weten.
Op die manier zou het parlement het beleid van de koning en de ministers
kunnen controleren. Het parlement vond de zaak zo ernstig dat ze wilde dat de
ministers zouden optreden. De ministers hebben dit precies gedaan en werden
hierin gesteund door de koning. Tegen Willem III kon het parlement niets
ondernemen want de koning is onschendbaar. Maar de ministers moeten aftreden
om te kunnen dwingen dat alle financiële plannen af te keuren zijn. De regering
kon geen geld meer uitgeven en dus niet meer regeren. Op deze manier werden
de ministers gedwongen om te handelen. Dit wordt de Luxemburgse kwestie
(1866-1867) genoemd. verdeeld neemt de regering altijd ontslag als de
omvangrijke van de volksvertegenwoordiging dat wil.
Kiesrecht
Met de grondwet van 1848 werd Nederland een beetje democratischer. Een deel
van de burgers (zij die boven een bepaald bedrag aan belasting betaald)

,bevoegde stemmen om volksvertegenwoordigers te kiezen. Deze vorm van
kiesrecht heet het censuskiesrecht. Dit kwam erop neer dat alleen rijke mensen
mogelijk stemmen. Ze vonden dat ze meer politieke invloed nodig hadden, omdat
ze vonden dat ze meer bijdroegen aan de Nederlandse economie. Bovendien
kunnen alleen mannen stemmen. De gekozen volksvertegenwoordigers nemen.
vervolgens plaats in het parlement. Zo begonnen (de rijke) burgers meer invloed
te krijgen in de wijze waarop het land werd bestuurd.


In 1887 kwam er een nieuwe grondwet. Het veronderstelde caoutchouc-artikel uit
de nieuwe grondwet, zodat het censuskiesrecht werd vervangen. Het kiesrecht
werd oorspronkelijk alleen toegekend aan mannen met 'bepaalde kentekenen van
geschiktheid en maatschappelijke welzijn. Per kiesdistrict kon worden bepaald
wie mogen stemmen, zoals mannen die alleen lager onderwijs hadden gevolgd.
Het percentage mannen met kiesrecht steeg in de daaropvolgende jaren
spectaculair van 14% in 1890 naar 65% in 1910.
In 1917 werd het algemeen kiesrecht voor mannen gevolgd, en het passief
kiesrecht voor vrouwen. Actief kiesrecht is het recht om te stemmen tijdens de
verkiezingen en passief kiesrecht het recht om je verkiesbaar te stellen. Passief
kiesrecht in die tijd dominant dus dat vrouwen wel gekozen mogen worden, maar
zelf nog niet krachtig stemmen. Vanaf 1919 waren krachtige vrouwen ook actieve
stemmen en was er algemeen kiesrecht voor mannen én vrouwen. Tegenwoordig
hebben we geen algemeen kiesrecht meer. ledereen ouder dan 18 met een
Nederlands paspoort mag stemmen.
Van 1848 tot 1917 gingen de verkiezingen anders dan nu. Er was toen een
districtenstelsel. Nederland lag in een aantal gebieden/districten verdeeld. Je kon
alleen stemmen op iemand uit je eigen district. De winnaar van ieder district
kwam dan in de Tweede Kamer.
Vanaf 1917 ontstond er een kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging.
Hierbij werden alle stemmen op een partij in het hele land bij elkaar opgeteld. Als
een partij bijvoorbeeld 10% van het aantal stemmen kreeg, kreeg de partij ook
10% van het aantal zetels ( stoelen) in de Tweede Kamer. De Tweede Kamer
wordt met rechte verkiezingen gekozen, vinden mag ledere stemgerechtigde
Nederlander naar de stembus gaan..


Dit is ook het geval met lokale verkiezingen voor de gemeenteraden de regionale
verkiezingen voor de Provinciale Staten De stemgerechtigde Nederlanders kiezen
de Provinciale Staten, die op hun beurt weer de leden van de Eerste Kamer
kiezen. De Eerste Kamer wordt dus niet met directe, maar met indirecte
verkiezingen gekozen.
Parlement en regering
eeuw Halverwege de 19e waren er geen echte politieke partijen. Het parlement
bestaat uit mensen die samenwerken als ze het over bepaalde dingen eens
waren. Vanaf ongeveer 1875 ontstonden er echte politieke partijen omdat er toen
aan aantal belangrijke "kwesties' (problemen) die om een oplossing ruzie waren:
de sociale kwestie ( het armoedeprobleem), de schoolstriid (= de strijd voor de

, financiële gelijkheid van het openbaar en bijzonder onderwijs) en de
kiesrechtkwestie (= de vraag wie er stemmen bij verkiezingen).
Na verkiezingen moet er een nieuwe regering komen. Daarom moet er eerst
worden onderhandeld tussen de verschillende politieke partijen omdat (tot nu
toe) in Nederland geen enkele partij meer dan 50% van de stemmen heeft
overtuigend. Wanneer er voldoende samenwerking tussen partijen kan worden
gevonden, kan er een grote omvang worden gevormd. Deze samenwerkende
partijen worden ook wel de coalitiepartijen ofwel de coalitie genoemd. De groep
van personen die het landbestuur wordt de regering genoemd. De regering
bestaat uit de ministers, met de koning aan het hoofd. De politieke partijen die
niet in de coalitie zitten worden de oppositiepartijen genoemd.
De ministers zijn politiek verantwoordelijk voor beslissen en de koning is politiek
onsschendbaar, wat betekent dat de koning niet verantwoordelijk is voor politiek
beslissen. De ministers komen uit de coalitiepartijen. De coalitiepartijen stellen
een regeerakkoord op, waarin afspraken worden gemaakt over welke plannen ze
gaan uitvoeren en hoe ze het land willen besturen. De ministers plus de
staatssecretarissen, een soort onderministers die een deel van de
werkzaamheden van een minister hebben, worden ook wel het kabinet genoemd.
Thorbecke heeft de basis gelegd voor ons huidige politieke systeem. De regering
bestuurt het land, en wordt gecontroleerd door gekozen
volksvertegenwoordigers. Op deze manier kunnen beïnvloeden, via het
parlement, invloed uitoefenen op het beleid van de regering. Dit noemen we een
parlementaire democratie.
In het algemeen is een democratie een vorm van
staatsinrichting waarbij het volk regeert, meestal door
middel van een volksvertegenwoordiging (parlement).
Bij een dictatuur ligt de macht in een land in de
handen van één persoon, de dictator.


Genomen uit de Eerste en Tweede Kamer
De Eerste Kamer en Tweede Kamer hebben twee belangrijke taken. Ze
controleren de regering en zorgen voor wetten. Zo worden er in de Eerste en
Tweede Kamer debatten gehouden en kunnen de Kamerministers ter
verantwoording roepen over hun handelen.
De Eerste en Tweede Kamer hebben bepaalde rechten om de regering te
controleren:
Recht van budget. Ministers moeten toestemming vragen aan het parlement voor
de uitgaven die zij willen doen.
Recht van interpellatie. Het parlement heeft het recht om een minister om
informatie te vragen. De minister moet vervolgens de informatie geven.
Recht van enquête. Het parlement kan iets laten ontdekken, zelfs zonder dat de
minister het wil.
De tweede taak van het parlement is om wetten te maken en goed te keuren.

Documentinformatie

Niveau
School jaar
4
Geüpload op
19 april 2025
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2024/2025
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Alleen vragen
€8,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
-

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen