Hoofdstuk 15: Lichaamssamenstelling en voeding voor sport
Voor optimaal presteren is er ook een goede balans nodig in de opname van essentiële
voedingsstoffen.
Het bepalen van de lichaamssamenstelling
Vetmassa: het percentage van de totale lichaamsmassa dat uit vet bestaat (vetpercentage).
Vetvrije massa: alle lichaamsweefsels die geen vet zijn.
In de meeste sporten geldt: hoe hoger het vetpercentage, hoe slechter de prestaties.
Huidplooimetingen
Vetpercentage schatten door middel van huidplooimeting: het meten van de dikte van
verschillende huidplooien.
Over het algemeen wordt aangeraden om de som van drie of meer huidplooien te gebruiken
in een kwadratische, kromlijnige vergelijking.
Lineaire meting onderschat de dichtheid van magere personen overschatting van het
lichaamsvet (tegenovergestelde bij obese personen).
Lichaamssamenstelling, gewicht en sportprestaties
Groter is niet altijd beter.
Vetvrije massa en percentage lichaamsgewicht
Het maximaliseren van de vetvrije massa is gunstig voor sporter die activiteiten uitvoeren
waarvoor kracht, vermogen en spieruithoudingsvermogen nodig zijn.
niet/minder gewenst voor duursporters; hogere vetvrije massa = meer gewicht
Uitzonderingen:
Gewichtheffers in zwaargewichtklasse voor wedstrijd vetmassa verhogen voor lager
zwaartepunt (mechanische voordeel)
Sumoworstelaars (maar ook dan: meer vetvrije massa, meer voordeel)
Zwemmers beetje extra vet zorgt voor meer drijfvermogen.
Richtlijnen voor lichaamsgewicht
Uitleg bij figuur in boek duurlopers: beste < 12% lichaamsvet, maar grote verschillen!
Onjuist gebruik van richtlijnen voor gewicht
Foute filosofie van trainers: beetje gewichtsverlies verbetert prestaties een beetje, veel
gewichtsverlies verbetert de prestaties nog veel meer
kan leiden tot eetstoornissen!
Risico’s bij ernstig gewichtsverlies
Sporten in gewichtsklassen
1
Voor optimaal presteren is er ook een goede balans nodig in de opname van essentiële
voedingsstoffen.
Het bepalen van de lichaamssamenstelling
Vetmassa: het percentage van de totale lichaamsmassa dat uit vet bestaat (vetpercentage).
Vetvrije massa: alle lichaamsweefsels die geen vet zijn.
In de meeste sporten geldt: hoe hoger het vetpercentage, hoe slechter de prestaties.
Huidplooimetingen
Vetpercentage schatten door middel van huidplooimeting: het meten van de dikte van
verschillende huidplooien.
Over het algemeen wordt aangeraden om de som van drie of meer huidplooien te gebruiken
in een kwadratische, kromlijnige vergelijking.
Lineaire meting onderschat de dichtheid van magere personen overschatting van het
lichaamsvet (tegenovergestelde bij obese personen).
Lichaamssamenstelling, gewicht en sportprestaties
Groter is niet altijd beter.
Vetvrije massa en percentage lichaamsgewicht
Het maximaliseren van de vetvrije massa is gunstig voor sporter die activiteiten uitvoeren
waarvoor kracht, vermogen en spieruithoudingsvermogen nodig zijn.
niet/minder gewenst voor duursporters; hogere vetvrije massa = meer gewicht
Uitzonderingen:
Gewichtheffers in zwaargewichtklasse voor wedstrijd vetmassa verhogen voor lager
zwaartepunt (mechanische voordeel)
Sumoworstelaars (maar ook dan: meer vetvrije massa, meer voordeel)
Zwemmers beetje extra vet zorgt voor meer drijfvermogen.
Richtlijnen voor lichaamsgewicht
Uitleg bij figuur in boek duurlopers: beste < 12% lichaamsvet, maar grote verschillen!
Onjuist gebruik van richtlijnen voor gewicht
Foute filosofie van trainers: beetje gewichtsverlies verbetert prestaties een beetje, veel
gewichtsverlies verbetert de prestaties nog veel meer
kan leiden tot eetstoornissen!
Risico’s bij ernstig gewichtsverlies
Sporten in gewichtsklassen
1