Taal casustoets
Bijeenkomst 1: beginnende geletterdheid
Belang van goed kunnen lezen:
Lezen vormt de basis van schoolsucces
Kinderen die goed lezen, lezen meer
Goede lezers verwerven een grotere woordenschat en meer kennis van de
wereld
Kunnen lezen heeft positieve effecten voor het sociaal-emotioneel
functioneren: geeft zelfvertrouwen
Leesvaardigheid een positief effect op de latere maatschappelijke positie
Beginnende geletterdheid:
Oorzaken verschil: ouders, kinderdagverblijf, mogelijkheid etc
Geletterdheid:
1. Ontluikende geletterdheid: voor schoolse periode van 1 tot 4 jaar
2. Beginnende geletterdheid: groep 1 t/m 3
3. Gevorderde geletterdheid: vanaf groep 4
Tussendoelen beginnende geletterdheid:
1. Boekoriëntatie
In deze fase leren kinderen dat illustraties en tekst samen een verhaal
vertellen. Ze leren dat je een boek van voren naar achter leest, een bladzijde
van boven naar beneden en een regel van links naar rechts. Ze weten dat
verhalen een opbouw hebben. Aan de hand van de omslag kunnen de
kinderen het verhaal al enigszins voorspellen.
2. Verhaalbegrip
Voorlezen stimuleert de ontwikkeling van taalbegrip. Kinderen leren de taal
van voorleesboeken te begrijpen en leren conclusies te trekken naar
aanleiding van een voorgelezen verhaal. Verder leren ze voorspellingen te
doen over het verloop van het verhaal, ze weten dat er een hoofdpersoon is,
dat er een plot is en dat een probleem vaak opgelost wordt. Ze kunnen het
verhalen naspelen of navertellen, in het begin met en later zonder illustraties.
3. Functies van geschreven taal
Kinderen leren dat geschreven taalproducten, zoals briefjes, een
communicatief doel hebben. Ze herkennen symbolen zoals logo’s. Ze zijn zich
bewust van het permanente karakter van geschreven taal en weten dat je
d.m.v. tekens kunt communiceren. Ze kennen het onderscheid tussen lezen
en schrijven.
4. De relatie tussen gesproken en geschreven taal
Kinderen leren dat gesproken woorden op papier gezet kunnen worden. Ook
weten ze dat geschreven woorden uitgesproken kunnen worden. kinderen
kunnen enkele woorden als globale eenheden lezen, zoals hun eigen naam,
logo’s, merken of namen van belangrijke personen.
5. Taalbewustzijn
Naarmate kinderen taalvaardiger worden, leren ze nadenken over
vormaspecten van taal. Hun taalbewustzijn neemt toe. Ze kunnen: in zinnen
, losse woorden onderscheiden, onderscheid maken tussen de vorm en
betekenis van woorden, woorden in klankgroepen verdelen en spelen met
klankpatronen: eerst eindrijm en daarna ook beginrijm.
6. Alfabetisch principe
Kinderen leren dat woorden zijn opgebouwd uit klanken en dat letters met die
klanken corresponderen. Door deze foneem-grafeem koppeling, kunnen
kinderen woorden die ze nog niet eerder hebben gezien nu lezen en schrijven.
7. Functioneel lezen en schrijven
Kinderen begrijpen het niet van functioneel schrijven en lezen als ze zelf
functionele teksten zoals lijstjes, briefjes en verhalen ‘schrijven’. Ook kunnen
ze zelfstandig prentenboeken en eigen en andermans tekst ‘lezen’.
Het leren van jonge kinderen:
Spelen, ontdekken, ervaren
Spontaan
Spel verloopt om: bewegingsspel, manipulatief spel, rolgebonden
handelingen, rollenspel, bewuste leeractiviteit
Leren/kennen verloopt van concreet driedimensionaal naar abstract
In interactie
Ontwikkelingsgebieden verweven, integraal
Hoe creëer je een geletterde omgeving?
Aanbieden functionele situaties: spelsituaties of taalontwikkelingssituaties
Voor beginnende geletterdheid kies je vooral voor situaties waarin kinderen
vooral automatisch in aanmerking komen met geschreven taal
Groep 1-2 kerninhouden:
Fonologisch bewustzijn: luisteren, zinnen en woorden, rijmen,
klankgroepen/lettergrepen
Fonemisch (luisteren) bewustzijn: isoleren van klanken, synthese van klanken
(plakken), analyse van klanken (hakken) en manipuleren met klanken (kinderen
oefenen met het aanpassen, toevoegen of weglaten van klanken in woorden, om zo
nieuwe woorden te vormen)
Letterkennis: aanwijzen, benoemen, in woorden, schrijven
Bijeenkomst 2: aanvankelijk lezen (klankzuiver)
Bijeenkomst 1: beginnende geletterdheid
Belang van goed kunnen lezen:
Lezen vormt de basis van schoolsucces
Kinderen die goed lezen, lezen meer
Goede lezers verwerven een grotere woordenschat en meer kennis van de
wereld
Kunnen lezen heeft positieve effecten voor het sociaal-emotioneel
functioneren: geeft zelfvertrouwen
Leesvaardigheid een positief effect op de latere maatschappelijke positie
Beginnende geletterdheid:
Oorzaken verschil: ouders, kinderdagverblijf, mogelijkheid etc
Geletterdheid:
1. Ontluikende geletterdheid: voor schoolse periode van 1 tot 4 jaar
2. Beginnende geletterdheid: groep 1 t/m 3
3. Gevorderde geletterdheid: vanaf groep 4
Tussendoelen beginnende geletterdheid:
1. Boekoriëntatie
In deze fase leren kinderen dat illustraties en tekst samen een verhaal
vertellen. Ze leren dat je een boek van voren naar achter leest, een bladzijde
van boven naar beneden en een regel van links naar rechts. Ze weten dat
verhalen een opbouw hebben. Aan de hand van de omslag kunnen de
kinderen het verhaal al enigszins voorspellen.
2. Verhaalbegrip
Voorlezen stimuleert de ontwikkeling van taalbegrip. Kinderen leren de taal
van voorleesboeken te begrijpen en leren conclusies te trekken naar
aanleiding van een voorgelezen verhaal. Verder leren ze voorspellingen te
doen over het verloop van het verhaal, ze weten dat er een hoofdpersoon is,
dat er een plot is en dat een probleem vaak opgelost wordt. Ze kunnen het
verhalen naspelen of navertellen, in het begin met en later zonder illustraties.
3. Functies van geschreven taal
Kinderen leren dat geschreven taalproducten, zoals briefjes, een
communicatief doel hebben. Ze herkennen symbolen zoals logo’s. Ze zijn zich
bewust van het permanente karakter van geschreven taal en weten dat je
d.m.v. tekens kunt communiceren. Ze kennen het onderscheid tussen lezen
en schrijven.
4. De relatie tussen gesproken en geschreven taal
Kinderen leren dat gesproken woorden op papier gezet kunnen worden. Ook
weten ze dat geschreven woorden uitgesproken kunnen worden. kinderen
kunnen enkele woorden als globale eenheden lezen, zoals hun eigen naam,
logo’s, merken of namen van belangrijke personen.
5. Taalbewustzijn
Naarmate kinderen taalvaardiger worden, leren ze nadenken over
vormaspecten van taal. Hun taalbewustzijn neemt toe. Ze kunnen: in zinnen
, losse woorden onderscheiden, onderscheid maken tussen de vorm en
betekenis van woorden, woorden in klankgroepen verdelen en spelen met
klankpatronen: eerst eindrijm en daarna ook beginrijm.
6. Alfabetisch principe
Kinderen leren dat woorden zijn opgebouwd uit klanken en dat letters met die
klanken corresponderen. Door deze foneem-grafeem koppeling, kunnen
kinderen woorden die ze nog niet eerder hebben gezien nu lezen en schrijven.
7. Functioneel lezen en schrijven
Kinderen begrijpen het niet van functioneel schrijven en lezen als ze zelf
functionele teksten zoals lijstjes, briefjes en verhalen ‘schrijven’. Ook kunnen
ze zelfstandig prentenboeken en eigen en andermans tekst ‘lezen’.
Het leren van jonge kinderen:
Spelen, ontdekken, ervaren
Spontaan
Spel verloopt om: bewegingsspel, manipulatief spel, rolgebonden
handelingen, rollenspel, bewuste leeractiviteit
Leren/kennen verloopt van concreet driedimensionaal naar abstract
In interactie
Ontwikkelingsgebieden verweven, integraal
Hoe creëer je een geletterde omgeving?
Aanbieden functionele situaties: spelsituaties of taalontwikkelingssituaties
Voor beginnende geletterdheid kies je vooral voor situaties waarin kinderen
vooral automatisch in aanmerking komen met geschreven taal
Groep 1-2 kerninhouden:
Fonologisch bewustzijn: luisteren, zinnen en woorden, rijmen,
klankgroepen/lettergrepen
Fonemisch (luisteren) bewustzijn: isoleren van klanken, synthese van klanken
(plakken), analyse van klanken (hakken) en manipuleren met klanken (kinderen
oefenen met het aanpassen, toevoegen of weglaten van klanken in woorden, om zo
nieuwe woorden te vormen)
Letterkennis: aanwijzen, benoemen, in woorden, schrijven
Bijeenkomst 2: aanvankelijk lezen (klankzuiver)