Oriëntatie methodisch werken kennistoets
Wat is methodiek en methode?
- Methodiek: een overzicht over meerdere methoden
- Methode: een vaste weldoordachte manier van handelen om een
zeker doel te bereiken
Lineair en circulair:
- Lineair model: een stappenplan waarbij je stap voor stap je doel wil
bereiken: dus eerst de ene actie, dan de andere
Een stappenplan waarbij je stap voor stap je doel wil bereiken:
dus eerst de ene actie, dan de andere
Doelformulering stap 1 stap 2 stap 3 doelresultaat
- Circulair model: een model dat zich kenmerkt door de circulaire
vorm. De fasen worden in een cirkel gesitueerd. Bij een circulair
model kun je goed bijsturen. Je kunt stappen terug en vooruit
maken.
Een model dat zich kenmerkt door de ronde vorm. De fasen
worden in een cirkel gesitueerd.
Bij een circulair model kun je goed bijsturen. Je kunt stappen
terug en vooruit maken.
Micro-, meso- en macroniveau
- Micro: ‘klein’, dus een persoon of kleine groep, bijv. gezin, leefgroep,
cliënt
- Meso: ‘midden’, dus de omgeving waarbinnen de hulpverlening
wordt georganiseerd, bijv. de buurt, woningbouwvereniging, werk.
- Macro: ‘groot’, dus overheid, politiek, nieuw, beleid, signalering
Beschermende en bedreigende factoren (draagkracht en
draaglast)
- Beschermende factoren: alle invloeden die een positieve uitwerking
hebben op de cliënt
- Bedreigende factoren: factoren die de groei van de cliënt
tegenhouden of verstoren.
Driewereldenmodel
- Het driewereldenmodel is een soort van sorteermachine die je helpt
bij de analyse. Hierbij heb je 3 sorteermogelijkheden:
1. De objectieve wereld: feitelijke kennis
2. Subjectieve wereld: emotionele ervaring, persoonlijke beleving
3. Sociaal/normatieve wereld: waarden en normen en moreel
besef
, Regulatieve cyclus
Een proces waarbij je iets steeds bijstuurt om het te verbeteren.
1. Initiatieffase informatie verzamelen om een beeld te krijgen van
de cliënt d.m.v. een intakegesprek (cliëntgerichte communicatie)
Wie is de aanmelder?
De wijze waarop iemand is aangemeld
Biografische gegevens
Leefsituatie in beeld brengen
Referenten
2. Analyse fase je gaat van een globaal beeld naar een specifiek
beeld. Van de verzamelde informatie maak je een selectie en zet
deze om in een werkbare benadering.
Wat zijn de problemen en welke doelstellingen wil je bereiken?
3. Probleemstellingsfase kijken wat precies het probleem is
Hulpmiddelen: de wondervraag en de schaalvraag
Valkuilen: te snel opgezet, te breed, te algemeen, probeer het
SMART
4. Doelstellingsfase zo kort en bondig mogelijk op schrijven
Gericht op: continueren, verbeteren of richting geven,
innoveren, selecteren
5. Strategie op welke manier wil je de doelstelling bereiken?
Specifieke strategie: duidelijk stappenplan: wie, waar,
wanneer, wat en hoe dat moet gebeuren
Altijd rekening houden met de draagkracht- en draaglast van
de cliënt
6. Fase van uitvoering je gaat manager worden van het
hulpverleningstraject
Investeer in een goede band met je cliënt
7. Netwerken hoe kunnen we anderen inzetten om ons doel te
behalen?
Gebruik maken van contacten binnen en buiten beroepsveld
Wat is methodiek en methode?
- Methodiek: een overzicht over meerdere methoden
- Methode: een vaste weldoordachte manier van handelen om een
zeker doel te bereiken
Lineair en circulair:
- Lineair model: een stappenplan waarbij je stap voor stap je doel wil
bereiken: dus eerst de ene actie, dan de andere
Een stappenplan waarbij je stap voor stap je doel wil bereiken:
dus eerst de ene actie, dan de andere
Doelformulering stap 1 stap 2 stap 3 doelresultaat
- Circulair model: een model dat zich kenmerkt door de circulaire
vorm. De fasen worden in een cirkel gesitueerd. Bij een circulair
model kun je goed bijsturen. Je kunt stappen terug en vooruit
maken.
Een model dat zich kenmerkt door de ronde vorm. De fasen
worden in een cirkel gesitueerd.
Bij een circulair model kun je goed bijsturen. Je kunt stappen
terug en vooruit maken.
Micro-, meso- en macroniveau
- Micro: ‘klein’, dus een persoon of kleine groep, bijv. gezin, leefgroep,
cliënt
- Meso: ‘midden’, dus de omgeving waarbinnen de hulpverlening
wordt georganiseerd, bijv. de buurt, woningbouwvereniging, werk.
- Macro: ‘groot’, dus overheid, politiek, nieuw, beleid, signalering
Beschermende en bedreigende factoren (draagkracht en
draaglast)
- Beschermende factoren: alle invloeden die een positieve uitwerking
hebben op de cliënt
- Bedreigende factoren: factoren die de groei van de cliënt
tegenhouden of verstoren.
Driewereldenmodel
- Het driewereldenmodel is een soort van sorteermachine die je helpt
bij de analyse. Hierbij heb je 3 sorteermogelijkheden:
1. De objectieve wereld: feitelijke kennis
2. Subjectieve wereld: emotionele ervaring, persoonlijke beleving
3. Sociaal/normatieve wereld: waarden en normen en moreel
besef
, Regulatieve cyclus
Een proces waarbij je iets steeds bijstuurt om het te verbeteren.
1. Initiatieffase informatie verzamelen om een beeld te krijgen van
de cliënt d.m.v. een intakegesprek (cliëntgerichte communicatie)
Wie is de aanmelder?
De wijze waarop iemand is aangemeld
Biografische gegevens
Leefsituatie in beeld brengen
Referenten
2. Analyse fase je gaat van een globaal beeld naar een specifiek
beeld. Van de verzamelde informatie maak je een selectie en zet
deze om in een werkbare benadering.
Wat zijn de problemen en welke doelstellingen wil je bereiken?
3. Probleemstellingsfase kijken wat precies het probleem is
Hulpmiddelen: de wondervraag en de schaalvraag
Valkuilen: te snel opgezet, te breed, te algemeen, probeer het
SMART
4. Doelstellingsfase zo kort en bondig mogelijk op schrijven
Gericht op: continueren, verbeteren of richting geven,
innoveren, selecteren
5. Strategie op welke manier wil je de doelstelling bereiken?
Specifieke strategie: duidelijk stappenplan: wie, waar,
wanneer, wat en hoe dat moet gebeuren
Altijd rekening houden met de draagkracht- en draaglast van
de cliënt
6. Fase van uitvoering je gaat manager worden van het
hulpverleningstraject
Investeer in een goede band met je cliënt
7. Netwerken hoe kunnen we anderen inzetten om ons doel te
behalen?
Gebruik maken van contacten binnen en buiten beroepsveld