DEFINITIES VASTGOEDRECHT
De hervorming van het burgerlijk vermogensrecht: algemeen kader en stand van zaken
Wilsautonomie versus rechtszekerheid in het vastgoedrecht
Bescherming van zakelijke rechten tegenover persoonlijke rechten: eenheid, accessoriteit, volgrecht en zakelijke
subrogatie
Voorwerpen= Alle objecten die geen rechtssubjecten en geen dieren zijn (toe-eigenbare voorwerpen en niet-
toe-eigenbare voorwerpen).
Goederen= alle voorwerpen die voor toe-eigening vatbaar zijn, m.a.w. die het onderpand kunnen zijn van een
zakelijk recht.
Zaken= lichamelijke voorwerpen.
Eenheidsbeginsel= Zakelijk recht kan enkel betrekking hebben op een zelfstandig vermogensbestanddeel en
kan niet gevestigd worden op de inherente bestanddelen ervan (art. 3.8, §2 BW).
- Statische dimensie= dat een zakelijk recht niet kan bestaan op een afzonderlijk bestanddeel van een
goed.
- Dynamische dimensie= een daad van beschikking kan geen betrekking hebben op een afzonderlijk
bestanddeel van een goed, maar als een daad van beschikking op het goed betrekking heeft, heeft het
van rechtswege ook betrekking op zijn inherente bestanddelen.
Uitzonderingen op het eenheidsbeginsel/ de natrekking (wettelijke
grondslag EN bijkomende wilsuiting noodzakelijk)
1. Opstal (art. 3.177 e.v. BW)
2. Basisakte (art. 3.85, §1, lid 2 BW)
3. Muurgemeenheid (art. 3.111 BW)
4. Anticipatieve roerendmaking (art. 3. 48, eerste lid BW)
5. Pandrecht blijft behouden bij incorporatie in een OG van de pandgever (art. 19 en 71 Pandwet voor
pandrecht en het eigendomsvoorbehoud)
6. Voorrecht van de niet-betaalde verkoper bij incorporatie mbt bedrijfsuitrustingsmaterieel (art. 20, 5°
Hyp.W.)
7. Afzonderlijke beschikking over vermogensrechten die deel uitmaken van het auteursrecht (art. XI. 167
WER)
8. Vestiging van erfpacht op een OG door incorporatie (art. 3.167 BW)
a. Art. 3.169, lid 2 BW: eeuwigdurende erfpacht
9. Openbare domeingoederen (art. 3.45 BW)
1
De hervorming van het burgerlijk vermogensrecht: algemeen kader en stand van zaken
Wilsautonomie versus rechtszekerheid in het vastgoedrecht
Bescherming van zakelijke rechten tegenover persoonlijke rechten: eenheid, accessoriteit, volgrecht en zakelijke
subrogatie
Voorwerpen= Alle objecten die geen rechtssubjecten en geen dieren zijn (toe-eigenbare voorwerpen en niet-
toe-eigenbare voorwerpen).
Goederen= alle voorwerpen die voor toe-eigening vatbaar zijn, m.a.w. die het onderpand kunnen zijn van een
zakelijk recht.
Zaken= lichamelijke voorwerpen.
Eenheidsbeginsel= Zakelijk recht kan enkel betrekking hebben op een zelfstandig vermogensbestanddeel en
kan niet gevestigd worden op de inherente bestanddelen ervan (art. 3.8, §2 BW).
- Statische dimensie= dat een zakelijk recht niet kan bestaan op een afzonderlijk bestanddeel van een
goed.
- Dynamische dimensie= een daad van beschikking kan geen betrekking hebben op een afzonderlijk
bestanddeel van een goed, maar als een daad van beschikking op het goed betrekking heeft, heeft het
van rechtswege ook betrekking op zijn inherente bestanddelen.
Uitzonderingen op het eenheidsbeginsel/ de natrekking (wettelijke
grondslag EN bijkomende wilsuiting noodzakelijk)
1. Opstal (art. 3.177 e.v. BW)
2. Basisakte (art. 3.85, §1, lid 2 BW)
3. Muurgemeenheid (art. 3.111 BW)
4. Anticipatieve roerendmaking (art. 3. 48, eerste lid BW)
5. Pandrecht blijft behouden bij incorporatie in een OG van de pandgever (art. 19 en 71 Pandwet voor
pandrecht en het eigendomsvoorbehoud)
6. Voorrecht van de niet-betaalde verkoper bij incorporatie mbt bedrijfsuitrustingsmaterieel (art. 20, 5°
Hyp.W.)
7. Afzonderlijke beschikking over vermogensrechten die deel uitmaken van het auteursrecht (art. XI. 167
WER)
8. Vestiging van erfpacht op een OG door incorporatie (art. 3.167 BW)
a. Art. 3.169, lid 2 BW: eeuwigdurende erfpacht
9. Openbare domeingoederen (art. 3.45 BW)
1