De Aarde bestaat ong 4,6 miljd jaar. Na het ontstaan van leven ging wss een chemische
evolutie vooraf → stoffen gevormd, waaruit eerste eencellige kon ontstaan.
- 3,6 miljd jaar geleden ontstonden de eerste eencellige vormen van leven
- 670 miljn jaar geleden: eerste meercelligen
- 400 miljn jaar geleden: eerste landplanten
- 350 miljn jaar geleden: eerste gewervelden
- 65 miljn jaar geleden: eerste zoogdieren en vogels
- De oudste fossielen met menselijke kenmerken zijn ong 5 miljn jaar oud
Anorganische stoffen:
- Komen zowel in organismen voor als in de levenloze natuur
- Kleine, eenvoudig gebouwde moleculen
- Bv. CO2, H2O, keukenzout, zuurstofgas
Organische stoffen:
- afkomstig van organismen of van producten van organismen
- Relatief grote, ingewikkeld gebouwde moleculen
- De moleculen bevatten een of meer atomen C, H en (meestal) O
- Bv koolhydraten (glucose, zetmeel), eiwitten
Miller-Urey-experiment bootste het ontstaan van organische stoffen uit anorganische stoffen
in het laboratorium na.
Mengsel van ammoniak, methaan, waterstofgas en waterdamp blootstellen aan elektrische
ontladingen →o.a. aminozuren en nucleotiden ontstaan (uit aminozuren, nucleotiden,
sachariden en vetzuren kan eiwitten, DNA, koolhydraatketens en vetten gevormd worden)
Heterotrofe organismen:
- kunnen geen organische stoffen maken uit alleen anorganische stoffen
- Hebben andere organismen nodig als voedsel
- Nemen organische en anorganische stoffen op uit hun milieu
Autotrofe organismen
- Kunnen organische stoffen maken uit alleen anorganische stoffen
- Hebben geen andere organismen nodig als voedsel
- Nemen anorganische stoffen op uit hun milieu
Prokaryote organismen
- Eerste prokaryote organisme anaeroob: kunnen uitsluitend leven in milieu een zonder
zuurstof
- Hebben geen celkern, zodat het DNA los in het cytoplasma ligt
- Hebben geen vacuolen, mitochondriën of endoplasmatisch reticulum
Eukaryote organismen
- Hebben celkernen, waarin het DNA zich bevindt
- Hebben vacuolen, mitochondriën en een endoplasmatisch reticulum
Biogenese: het ontstaan van leven uit levenloze materie
- De oeratmosfeer bevatte geen zuurstof
- In de oeratmosfeer ontstonden door o.a. bliksemontladingen en uv-straling kleine
organische moleculen (bv aminozuren, nucleotiden, koolhydraten en vetzuren)
- In de oerzeeën werd door indikking een organische oersoep gevormd, waarin grotere
moleculen en vervolgens de eerste cellen zijn ontstaan
- De eerste organismen waren heterotrofe, anaerobe bacteriën
- Daarna ontstonden autotrofe bacteriën (in staat tot fotosynthese)
- De atmosfeer werd zuurstofrijk. Er ontstonden aerobe bacteriën
Vormen van cellen uit organische stoffen, celdifferentatie, apoptose → vb van zelforganisatie
Endosymbiosetheorie:
- Door instulping vh celmembraan: celkern met kernmembraan en het endoplasmatisch
reticulum ontstaan
- Cyanobacteriën/blauwalg (eerste autotrofe organismen) hebben zich tot chloroplasten
ontwikkeld
- Aerobe bacteriën hebben zich tot mitochondriën ontwikkeld
, Biodiversiteit ontstaan gedurende miljarden jaren (verscheidenheid en organismen)
- Taxonomen: beschrijven, ordenen en benoemen groepen organismen
- Systematici: onderzoeken en beschrijven de verwantschap van organismen op basis van
gemeenschappelijke afstamming (gebruik morfologie (uiterlijke kenmerken van organisme
en cellen) en moleculaire eigenschappen (bv DNA)
Alle organismen worden ingedeeld in drie domeinen:
Bacteriën archaea bestaan uit eencelligen zonder celkern of andere door membranen
begrensde organellen → prokaryoten.
- Bacteriën→ morfologische en anatomische kenmerken beperkt bruikbaar
o Gebruik biochemische reacties in cel, bouw DNA en bouw celwand
- Archaea kunnen overleven onder extreme milieuomstandigheden
o Nauwer verwant aan eukaryoten dan aan bacteriën
Bouw celwand bacteriën en archaea verschilt
Vetten in celmembraan en wijze eiwitten maken in ribosomen komen meer
overeen met eukaryoten
- Eukaryoten
o De rijken schimmels planten en dieren behoren tot het domein vd eukaryoten.
o Cellen complexer gebouwd dan prokaryoten
o Mitochondriën, chloroplasten, (geen) celwanden, meer/eencellig, auto/heterotroof,
chlorofyl
o Moleculair onderzoek leidt tot nieuwe inzichten in verwantschap van organismen →
andere groepen/rangen
Een rijk wordt verder ingedeeld in steeds kleinere taxa (groepen)
- Achtereenvolgens stammen, klassen, orden, families, geslachten, soorten
- Indelingsgroep op verschillende niveau: taxon
- Soort: species
- Geslacht: genus
o Een geslacht bestaat uit soorten die zich uit eenzelfde voorouder hebben ontwikkeld
Binaire/wetenschappelijke naamgeving:
- geslachtsnaam (voorop met hoofdletter)
- Soortaanduiding (kleine letter)
vaak nog de naam (afgekort) vd naamgever
- Bv Bellis perennis L. (madeliefje).
Evolutie is de ontwikkeling vh leven op aarde, waarbij soorten ontstaan, veranderen en/of
verdwijnen
De neodarwinistische evolutietheorie gaat uit van genetische variatie (verscheidenheid in
genotypen), natuurlijke selectie (survival of the fittest) en soortvorming door reproductieve
isolatie)
Creationisme: gebaseerd op de uitleg van Bijbel, Koran of Thora, waarin staat beschreven hoe
de aarde en alle organismen zijn geschapen.
Genetische variatie:
- Door mutaties en recombinatie verschillen individuen van één soort van elkaar in
genotype en in fenotype.
o Recombinatie vindt plaats via meiose en geslachtelijke voortplanting → nieuw
genotype bij bevruchting
o Mutaties: veranderingen in genen
- Door een grote genetische variatie heeft een soort een grote overlevingskans. (goede
adaptie (aanpassing))
Natuurlijke selectie:
- Individuen met een betere adaptatie (aanpassing) aan het milieu hebben een grotere
overlevingskans.
- Mogelijk doordat organismen van populatie, als gevolg van recombinatie en mutaties, een
grote genetische variatie / verscheidenheid in genotypen hebben.
Selectiedruk: