Marketing samenvatten:
3.1 tm 3.3 : al gedaan periode 1
1.3 : al gedaan in periode 1
6.2 tm 6.4 : al gedaan periode 1
7.1 : al gedaan periode 1
12.3 : al gedaan periode 1
4.1 koopbeslissingsproces
,Een koopbeslissing wordt door beïnvloed door endogene en exogene
factoren.
Endogene factoren: intelligentie, waarden en normen van de
consument.
Exogene factoren: de mening van een vriend of een advertentie.
Black box-model : bedrijven gaan ervanuit dat de mentale
besluitvormingen zich in een ‘zwarte doos’ afspelen. Het brein van de
consument.
Aanhangers van het black box-model houden vaak maar 1 ding in de
gaten. Het zijn de meetbare prikkels aan de inputzijde (aantal kijks op de
website) en de gedragsrespins aan de ouputkant (extra aankopen). Als ze
kunnen aanemen dat hier een causaal (oorzaak gevolg) verband is dan
besluiten ze de campagne door te voeren.
Koopbeslissingsproces:
Behoefte Informatie Alternatieve Aankoop- Evaluatie na
beseffen zoeken n evalueren beslissing aankoop
Behoefte beseffen:
de consument wordt zich bewust van een probleem, behoefte of
verlangen. Het kan ook dat ze zich bewust worden door een campagne of
een aanbieding. Het gaat van een latente (sluimerende) naar manifest
(heel duidelijk) behoefte.
Primaire behoefte: basisbehoeften zoals voedsel, onderdak en kleding.
Secundaire behoeften: niet noodzakelijk maar maakt het wel
gemakkelijker.
Materiële behoeften: de consument koopt iets zoals fiets of bloemen.
Immateriële behoeften: onstastbaar. Denk aan vriendschap of respect.
Collectieve behoefte: iedereen wil rechtspraak of basisonderwijs.
,Informatie zoeken:
Intern zoeken: de consument gaat na wat hij al weet van het product of
dienst.
Extern zoeken: hoe minder kennis de consument heeft hoe meer kans op
een miskoop. We hebben 4 soorten externe bronnen:
1. Persoonlijke bronnen, familieleden, collega’s en vrienden. De
consument heeft hier vertrouwen in.
2. Openbare bronnen, objectieve informatie van de overheid,
artikelen op websites en in vakbladen zoals consumentenbond.
3. Commerciële bronnen, verpakkingen, websites of advertenties.
Marketeers zorgen hier voor overtuigende informatie.
4. Ervaringsbronnen, de ervaring van de consument met het
product. Hierbij worden online reviews erg belabgrijk.
Alternatieven evalueren:
Evoked set: het aantal merken dat iemand bij een koopbeslissing in
overweging neemt. Het wordt ookwel consideration set genoemd. De
consument brengt hier meestal ordening aan. Om deze ordening te maken
moet de consument nagaan welke eigenschappen of attributen hij het
belangrijkste vind.
Choice set: op basis van de keuzecriteria beperkt de consument de lijst
van van geschikte merken. Uit de choise set maakt hij een keus.
Perceived risk: risico van aankoop.
Aankoopbeslissing:
Na de evalutatie fase bepaalt de consument of hij wel of niet iets koopt.
Koopintentie: het plan om het product in de nabije toekomst te kopen.
Hij denkt nu na over de betaalwijze, accessoires en de beste autodealer.
Evaluatie na de koop
Na de aankoop bepaalt de consument of het product goed werkt en aan de
verwachtingen voldoet. Als marketeer is het nu belangrijk om te weten
waarom de koper niet tevreden is.
Social listening: het analyseren van social media berichten. De
klantenservice beschikt over deze informatie.
, Cognitieve dissonantie: een ongenaamgevoel van twijfel na het nemen
van een moeilijke beslissing. Dit gevoel is vaak bij een dure aankoop met
veel alnternatieven. Het is vaak bij een product waar een uitleg de
aankoop moet verantwoorden. Denk aan de aankoop van een porsche. Dit
kan worden verkleint door het lezen van positieve info.
4.2 Oriëntatie en koopgedrag.
Uitgebreide besluitvorming
Het is een aankoopproces van iets dat de consument weinig koopt. Hij
doet het liefst veel informatie over het product op. Bij de koop van een
nieuwe auto of keuken bijvoorbeeld.
Hoge betrokkenheid: producten waarvan de aankoop veel risico’s met
zich mee brengt.
Beperkte besluitvorming
De koper heeft al enige ervaring met het product. Het zijn regelmatig
gekochte producten of diensten.
Routine koopgedrag
De consument hoeft niet lang over deze aankoop na te denken. Hij ziet
weinig verschillen tussen alternatieven en heeft al duidelijke
merkvoorkeur. Ze hebben lage betrokkenheid. Denk aan melk, snoep en
andere laaggeprijsde producten.
4.3 persoonlijke omstandigheden
Demografische kenmerken: leeftijd, inkomen, geslacht,
opleidingsniveau, beroep, cultuur en geloof hebben invloed op
besluitvorming.
Lifestyle: heeft betrekking op 3 dingen.
1. Activiteiten: hoe zij hun tijd en geld besteden.
3.1 tm 3.3 : al gedaan periode 1
1.3 : al gedaan in periode 1
6.2 tm 6.4 : al gedaan periode 1
7.1 : al gedaan periode 1
12.3 : al gedaan periode 1
4.1 koopbeslissingsproces
,Een koopbeslissing wordt door beïnvloed door endogene en exogene
factoren.
Endogene factoren: intelligentie, waarden en normen van de
consument.
Exogene factoren: de mening van een vriend of een advertentie.
Black box-model : bedrijven gaan ervanuit dat de mentale
besluitvormingen zich in een ‘zwarte doos’ afspelen. Het brein van de
consument.
Aanhangers van het black box-model houden vaak maar 1 ding in de
gaten. Het zijn de meetbare prikkels aan de inputzijde (aantal kijks op de
website) en de gedragsrespins aan de ouputkant (extra aankopen). Als ze
kunnen aanemen dat hier een causaal (oorzaak gevolg) verband is dan
besluiten ze de campagne door te voeren.
Koopbeslissingsproces:
Behoefte Informatie Alternatieve Aankoop- Evaluatie na
beseffen zoeken n evalueren beslissing aankoop
Behoefte beseffen:
de consument wordt zich bewust van een probleem, behoefte of
verlangen. Het kan ook dat ze zich bewust worden door een campagne of
een aanbieding. Het gaat van een latente (sluimerende) naar manifest
(heel duidelijk) behoefte.
Primaire behoefte: basisbehoeften zoals voedsel, onderdak en kleding.
Secundaire behoeften: niet noodzakelijk maar maakt het wel
gemakkelijker.
Materiële behoeften: de consument koopt iets zoals fiets of bloemen.
Immateriële behoeften: onstastbaar. Denk aan vriendschap of respect.
Collectieve behoefte: iedereen wil rechtspraak of basisonderwijs.
,Informatie zoeken:
Intern zoeken: de consument gaat na wat hij al weet van het product of
dienst.
Extern zoeken: hoe minder kennis de consument heeft hoe meer kans op
een miskoop. We hebben 4 soorten externe bronnen:
1. Persoonlijke bronnen, familieleden, collega’s en vrienden. De
consument heeft hier vertrouwen in.
2. Openbare bronnen, objectieve informatie van de overheid,
artikelen op websites en in vakbladen zoals consumentenbond.
3. Commerciële bronnen, verpakkingen, websites of advertenties.
Marketeers zorgen hier voor overtuigende informatie.
4. Ervaringsbronnen, de ervaring van de consument met het
product. Hierbij worden online reviews erg belabgrijk.
Alternatieven evalueren:
Evoked set: het aantal merken dat iemand bij een koopbeslissing in
overweging neemt. Het wordt ookwel consideration set genoemd. De
consument brengt hier meestal ordening aan. Om deze ordening te maken
moet de consument nagaan welke eigenschappen of attributen hij het
belangrijkste vind.
Choice set: op basis van de keuzecriteria beperkt de consument de lijst
van van geschikte merken. Uit de choise set maakt hij een keus.
Perceived risk: risico van aankoop.
Aankoopbeslissing:
Na de evalutatie fase bepaalt de consument of hij wel of niet iets koopt.
Koopintentie: het plan om het product in de nabije toekomst te kopen.
Hij denkt nu na over de betaalwijze, accessoires en de beste autodealer.
Evaluatie na de koop
Na de aankoop bepaalt de consument of het product goed werkt en aan de
verwachtingen voldoet. Als marketeer is het nu belangrijk om te weten
waarom de koper niet tevreden is.
Social listening: het analyseren van social media berichten. De
klantenservice beschikt over deze informatie.
, Cognitieve dissonantie: een ongenaamgevoel van twijfel na het nemen
van een moeilijke beslissing. Dit gevoel is vaak bij een dure aankoop met
veel alnternatieven. Het is vaak bij een product waar een uitleg de
aankoop moet verantwoorden. Denk aan de aankoop van een porsche. Dit
kan worden verkleint door het lezen van positieve info.
4.2 Oriëntatie en koopgedrag.
Uitgebreide besluitvorming
Het is een aankoopproces van iets dat de consument weinig koopt. Hij
doet het liefst veel informatie over het product op. Bij de koop van een
nieuwe auto of keuken bijvoorbeeld.
Hoge betrokkenheid: producten waarvan de aankoop veel risico’s met
zich mee brengt.
Beperkte besluitvorming
De koper heeft al enige ervaring met het product. Het zijn regelmatig
gekochte producten of diensten.
Routine koopgedrag
De consument hoeft niet lang over deze aankoop na te denken. Hij ziet
weinig verschillen tussen alternatieven en heeft al duidelijke
merkvoorkeur. Ze hebben lage betrokkenheid. Denk aan melk, snoep en
andere laaggeprijsde producten.
4.3 persoonlijke omstandigheden
Demografische kenmerken: leeftijd, inkomen, geslacht,
opleidingsniveau, beroep, cultuur en geloof hebben invloed op
besluitvorming.
Lifestyle: heeft betrekking op 3 dingen.
1. Activiteiten: hoe zij hun tijd en geld besteden.